IkbenBint.nl
Gemeentelijke woonlasten stijgen opnieuw in 2026

Gemeentelijke woonlasten stijgen opnieuw in 2026

De gemeentelijke woonlasten gaan in 2026 opnieuw omhoog. Voor huurders komt het gemiddelde uit op 500 euro per jaar, voor eigenaar bewoners op 1.095 euro. Achter die gemiddelden schuilt alleen een interessanter verhaal. Gemeenten kiezen heel verschillend wie welke lasten draagt, en juist daardoor lopen de verschillen tussen woonplaatsen hard op.

11 april 2026 6 min.

Wie naar de jaarlijkse gemeentelijke aanslag kijkt, ziet meestal een paar vertrouwde posten terug. Ozb, afvalstoffenheffing, rioolheffing. Technisch, bestuurlijk, saai misschien. Tot je ontdekt dat dezelfde woonlasten in de ene gemeente bijna symbolisch zijn en in de andere oplopen tot een serieuze kostenpost. Dan blijkt ineens dat lokale belastingen niet alleen een administratieve voetnoot zijn, maar gewoon een politieke keuze met directe gevolgen voor huishoudens.


Het gemiddelde stijgt, maar dat is niet het echte verhaal

In 2026 betalen meerpersoonshuishoudens met een huurwoning gemiddeld 500 euro aan gemeentelijke woonlasten. Voor eigenaar bewoners ligt dat gemiddelde op 1.095 euro. Dat is opnieuw een stijging ten opzichte van vorig jaar. Voor huurders gaat het om 4,0 procent, voor eigenaar bewoners om 4,3 procent.

Op papier zijn dat beheerste percentages. In de praktijk gaat het om een structurele beweging omhoog, boven op meerdere jaren van stijging. Alleen zit de echte betekenis van deze cijfers niet in het landelijk gemiddelde. Die zit in de verschillen tussen gemeenten.


Voor huurders lopen de woonlasten uiteen van 33 euro in Nijmegen tot 959 euro in West Betuwe. Voor eigenaar bewoners varieert het van 669 euro in Rijssen Holten tot 2.279 euro in Bloemendaal. Dat soort verschillen zijn te groot om weg te zetten als technische ruis. Hier zie je hoe lokaal beleid rechtstreeks uitwerkt in de portemonnee van huishoudens.


Woonlasten zijn geen vast gegeven

Dat verschil ontstaat niet toevallig. Gemeentelijke woonlasten zijn geen neutraal bedrag dat overal ongeveer hetzelfde uitpakt. Het is een optelsom van keuzes.


Voor huurders gaat het meestal om afvalstoffenheffing en soms rioolheffing. Voor eigenaar bewoners komt daar ozb bij. Sommige gemeenten geven ook nog een heffingskorting. Daardoor is de vraag niet alleen hoeveel een gemeente heft, maar vooral via welke route zij dat doet en bij wie de rekening uiteindelijk terechtkomt.

Dat maakt woonlasten meteen interessanter dan ze vaak worden gepresenteerd. Het gaat niet alleen om financiën, maar ook om verdeling. Welke groep wordt ontzien. Welke groep betaalt mee. En welk verhaal een gemeente daar politiek bij vertelt.


De postcode bepaalt steeds meer

Nijmegen is een scherp voorbeeld van hoe die keuzes uitpakken. Daar zijn de woonlasten voor huurders extreem laag. Niet omdat afvalinzameling of riolering daar ineens gratis is, maar omdat de gemeente ervoor kiest een groter deel van die kosten uit algemene middelen te betalen. De rekening verdwijnt dus niet, maar verschuift.


Aan de andere kant staan gemeenten waar de directe aanslag voor inwoners veel zwaarder uitvalt. Dan zie je dat dezelfde basisvoorzieningen in de praktijk een heel ander prijskaartje krijgen, afhankelijk van de lokale inrichting van het stelsel.

Juist daarom is het te simpel om alleen te kijken naar de vraag of een gemeente duur of goedkoop is. Belangrijker is hoe zij de lasten verdeelt. Een lage aanslag voor de ene groep kan betekenen dat de kosten elders in het systeem worden opgevangen. En een hoge aanslag zegt niet automatisch dat een gemeente inefficiënt is. Het zegt wel dat lokaal beleid veel meer invloed heeft dan vaak wordt gedacht.


Ook de ozb vertelt maar een deel van het verhaal

Bij de ozb zie je dat misschien nog wel het duidelijkst. Op het eerste gezicht lijkt daar in 2026 iets opvallends te gebeuren. Gemeenten hebben hun ozb tarieven voor woningen gemiddeld verlaagd. Toch betalen huishoudens niet minder, maar juist meer.


De reden is simpel. De onderliggende woningwaarden zijn gestegen. Een lager tarief op een hogere WOZ waarde leidt alsnog tot een hogere aanslag. Daardoor stijgt wat huishoudens daadwerkelijk kwijt zijn, ook als het tarief zelf omlaag gaat.

Dat is relevant, omdat het debat over lokale lasten vaak blijft hangen op tarieven. Terwijl inwoners uiteindelijk niet het tarief voelen, maar het bedrag onderaan de aanslag. Een gemeente kan dus best naar buiten brengen dat zij het tarief verlaagt, terwijl huishoudens toch meer betalen. Formeel klopt dat allebei. Voor bewoners voelt vooral dat laatste.


Niet alleen ozb, ook afval en riool lopen op

Wie serieus naar woonlasten kijkt, moet daarom verder kijken dan alleen de ozb. Ook afvalstoffenheffing en rioolheffing drukken steeds zwaarder op de totale aanslag.


De gemiddelde afvalstoffenheffing stijgt in 2026 naar 381 euro. De gemiddelde rioolheffing voor eigenaar bewoners komt uit op 245 euro. Voor huurders ligt de gemiddelde rioolheffing lager, maar juist daar zitten flinke verschillen tussen gemeenten, omdat niet iedere gemeente dezelfde systematiek hanteert.

Sommige gemeenten leggen rioolheffing ook op aan gebruikers. Andere doen dat alleen bij eigenaren. Op papier lijkt dat een technisch verschil. In de praktijk bepaalt het gewoon wie er meer of minder betaalt. En daarmee is het ook een politieke keuze, geen puur administratieve.


De stijging van 2026 staat niet op zichzelf

Wie uitzoomt naar de hele raadsperiode ziet dat 2026 geen incident is, maar onderdeel van een bredere ontwikkeling. Tussen 2022 en 2026 zijn de gemeentelijke woonlasten voor huurders gemiddeld met 4,5 procent per jaar gestegen. Voor eigenaar bewoners ligt dat op 5,0 procent per jaar.


In euro’s betekent dat dat huurders in 2026 gemiddeld ruim 80 euro meer betalen dan in 2022. Eigenaar bewoners zijn in dezelfde periode gemiddeld bijna 200 euro meer kwijt.

Dat zijn geen marginale correcties meer. Dit zijn lasten die in een paar jaar tijd merkbaar zwaarder zijn gaan drukken op huishoudens. Zeker in een periode waarin wonen op meerdere fronten al duurder is geworden, krijgen ook gemeentelijke lasten meer gewicht.


Achter de aanslag zitten bestuurskeuzes

Juist daarom verdienen gemeentelijke woonlasten meer aandacht dan ze meestal krijgen. Ze raken aan betaalbaarheid van wonen, aan de verhouding tussen huurders en kopers, en aan de manier waarop gemeenten stijgende kosten verdelen.

De vraag is dus niet alleen hoeveel gemeenten heffen. De interessantere vraag is wie zij proberen te ontzien en wie uiteindelijk de rekening krijgt toegeschoven. Achter elk aanslagbiljet zit een keuze over verdeling, en dus ook over politiek.


Dat maakt deze cijfers relevanter dan een jaarlijkse update van wat lokale tarieven. Ze laten zien dat je woonplaats in toenemende mate bepaalt wat je lokaal betaalt voor wonen. Niet als detail aan de rand van het systeem, maar als serieuze factor in de totale woonlasten van een huishouden.


Conclusie

De gemeentelijke woonlasten stijgen in 2026 opnieuw. Dat is het nieuws. Maar het interessantere verhaal zit daaronder. De verschillen tussen gemeenten zijn enorm, en die verschillen komen voort uit beleidskeuzes over ozb, afvalstoffenheffing, rioolheffing en de verdeling daarvan.

Wie alleen naar het gemiddelde kijkt, ziet een stijging. Wie beter kijkt, ziet iets groters. De postcode weegt steeds zwaarder mee in wat wonen uiteindelijk kost.

Gebruikte bronnen

  1. https://coelo.nl/gemeentelijke-woonlasten-eigenaar-bewoner-deze-raadsperiode-gestegen-met-50-procent-per-jaar/
Meer over de bronnen die wij gebruiken
Coelo
Link gekopieerd!