Vermogen berekenen (geavanceerd)
Beschrijving
Bereken het elektrisch vermogen uit spanning, stroom en arbeidsfactor, voor enkelfase en driefase. Met schijnbaar vermogen, blindvermogen, impedantie en het energieverbruik per jaar.
Invoer velden
Resultaten
Het werkzaam vermogen van een wisselstroomverbruiker is spanning maal stroom maal de arbeidsfactor: P = U × I × cos φ. Bij een driefase-aansluiting komt daar de factor √3 bij: P = √3 × U × I × cos φ, met U de spanning tussen twee fasen (400 V) en I de stroom per fase. De arbeidsfactor cos φ geeft aan welk deel van het schijnbaar vermogen (VA) nuttig wordt gebruikt. Een verwarmingselement heeft cos φ = 1, een motor zit lager.
Naast het werkzaam vermogen zie je het schijnbaar vermogen S = U × I (bij driefase × √3) en het blindvermogen Q. Kabels, zekeringen en transformatoren worden belast op het schijnbaar vermogen en dus op de stroom, niet op de watts. De impedantie per fase volgt uit de wet van Ohm; bij cos φ = 1 is dat gelijk aan de weerstand van het element.
Kies je voor de verbruiksberekening, dan rekent de tool het vermogen om naar kWh per dag en per jaar en naar kosten. Milieu Centraal rekende in januari 2026 met ongeveer € 0,27 per kWh. Laat aanpassingen aan de installatie altijd door een erkend installateur doen.
Wil je alleen snel het vermogen of de stroom van één apparaat weten? Gebruik dan de eenvoudige tool vermogen berekenen. Voor de bijbehorende kabel is er kabeldoorsnede berekenen.
Formulas:
-
factor = if(fase == 1, 1, 1.7320508)
-
h_u = if(spanning_keuze == 'eigen', spanning, if(fase == 1, 230, 400))
-
h_uren = if(verbruik_keuze == 'ja', gebruiksuren, 0)
-
vermogen = round(factor * h_u * stroom * cosphi, 1)
Enkelfase: P = U × I × cos φ. Driefase: P = √3 × U × I × cos φ. -
vermogen_kw = round(vermogen / 1000, 3)
Het werkzaam vermogen in kilowatt. -
schijnbaar = round(factor * h_u * stroom, 0)
Spanning maal stroom, zonder arbeidsfactor. Hierop worden kabels, zekeringen en transformatoren belast. -
blind = round(factor * h_u * stroom * sqrt(1 - cosphi * cosphi), 0)
Het deel van het schijnbaar vermogen dat heen en weer pendelt en geen arbeid levert: Q = S × sin φ. Bij cos φ = 1 is dit nul. -
weerstand = if(stroom > 0, round(h_u / (factor * stroom), 2), 0)
Fasespanning gedeeld door de stroom (wet van Ohm), uitgaande van een sterschakeling. Bij cos φ = 1 is dit de weerstand van het element. -
verbruik_dag = round(vermogen_kw * h_uren, 3)
Vermogen in kW maal het aantal uren per dag. -
verbruik_jaar = round(vermogen_kw * h_uren * 365, 1)
Het dagverbruik maal 365 dagen. -
kosten_jaar = round(vermogen_kw * h_uren * 365 * tarief, 2)
Het jaarverbruik maal de gekozen stroomprijs. -
groep_advies = if(stroom <= 0, 'Vul een stroomsterkte groter dan 0 in', if(stroom > 16, 'Nee — de stroom is hoger dan 16 A. Hiervoor is een zwaardere of aparte groep nodig', if(stroom > 13, 'Krap — de stroom nadert de 16 A. Sluit geen andere verbruikers op dezelfde groep aan', 'Ja — de stroom blijft ruim onder de 16 A')))
Een standaard groep is afgezekerd op 16 A. Andere verbruikers op dezelfde groep tellen mee. Motoren trekken bij het inschakelen kort een veel hogere stroom.
Veelgestelde vragen
Berekening informatie
Meer over elektrotechniek
Ontdek meer tools gerelateerd aan elektrotechniek