Aantrede
Definitie
De horizontale afstand gemeten van de voorkant van een traptrede tot de voorkant van de volgende traptrede.
Omschrijving
Toepassing en uitvoering in de praktijk
De maatvoering op de klimlijn
Het vaststellen van de aantrede begint steevast bij de klimlijn. Een onzichtbare maar essentiële as. Hier wordt de horizontale afstand tussen de opeenvolgende tredevlakken nauwkeurig uitgezet, waarbij de projectie van de ene tredevoorkant op de andere de maat bepaalt. Men hanteert hierbij de trapformule; een berekening waarbij de som van twee optreden en één aantrede idealiter tussen de 570 en 630 millimeter landt om een natuurlijk loopritme te garanderen. In de werkplaats markeert de vakman deze intervallen op de trapboom. Bij rechte steken is dit rechttoe rechtaan werk, maar bij verdreven trappen of spiltrappen verschuift de complexiteit naar het bepalen van de gemiddelde loopweg. De maat wordt daar niet aan de binnenzijde of buitenzijde gemeten, maar specifiek op de plek waar de voet daadwerkelijk landt. De fysieke plank is vaak dieper dan de aantrede zelf door de aanwezigheid van de wel, het deel dat over de onderliggende trede heen steekt, maar voor de berekening van de traphelling en de doorloopbaarheid is puur de netto horizontale tussenruimte leidend. Tijdens het aftekenen van de bomen wordt elke aantrede gecontroleerd op consistentie om struikelgevaar door onregelmatigheden te voorkomen. Variaties van slechts enkele millimeters kunnen het ritme van de gebruiker al verstoren. Bij renovaties wordt de bestaande ruimte vaak eerst digitaal ingemeten om te bepalen of de gewenste aantrede binnen de beschikbare uitval van de trap past, waarbij de verhouding tussen de beschikbare vloerruimte en de vereiste doorloophoogte de uiteindelijke diepte van de treden dicteert.
Varianten en technische nuances
De rechte steek is de standaard. Eenvoud troef. Elke trede identiek, elke stap voorspelbaar. Bij verdreven trappen ligt dat anders, daar is de aantrede een variabel gegeven dat pas op de klimlijn zijn vaste waarde krijgt. Men spreekt hier van een verlopende aantrede. Aan de binnenzijde van de bocht, de spilzijde, is de beschikbare ruimte vaak minimaal – soms slechts enkele centimeters – terwijl de buitenkant royaal uitwaaiert naar een brede zwaai. Dit verschil dwingt de loper instinctief naar de klimlijn. Dan is er nog de verwarring met de totale tredebreedte. Veel mensen halen de aantrede en de fysieke diepte van de plank door elkaar, maar de wel telt voor de theoretische aantrede simpelweg niet mee; het is de netto horizontale overbrugging van voorkant naar voorkant die de maat bepaalt.
In industriële settings of bij stalen buitentrappen zien we vaak roostertreden waarbij de aantrede exact gelijk is aan de totale tredediepte omdat een wel daar ontbreekt. Geen overlap, puur functioneel. Bij renovaties van monumenten wringt de schoen vaak en moet men werken met een zogenaamde 'verkorte aantrede' om binnen het krappe trapgat te passen, wat direct de veiligheid onder druk zet. Soms wordt er dan gekozen voor een ruimtebesparende trap, ook wel de 'ganzenpastrap' genoemd, waarbij de aantrede per zijde verspringt. Links diep, rechts ondiep, en andersom. Een extreme variant die het uiterste vraagt van de motoriek.
| Type trap | Kenmerk van de aantrede |
|---|---|
| Rechte steek | Constant en uniform over de gehele breedte. |
| Verdreven trap | Variabel; maatgevend op de klimlijn (meestal 300 mm uit de boom). |
| Spiltrap | Sterk taps toelopend; minimale aantrede bij de spil is vaak kritiek. |
| Ganzenpas | Wisselende diepte per tredehelft voor maximale stijging op klein oppervlak. |
Praktijkvoorbeelden van de aantrede
De zoldertrap in een renovatieproject
In een compacte jaren '30 woning wordt een vlizotrap vervangen door een vaste houten trap. De beschikbare ruimte is minimaal. De trappenmaker kiest voor een aantrede van slechts 185 mm. Hoewel dit binnen de marges voor bestaande bouw past, ervaren de bewoners tijdens het afdalen direct de consequentie: de hiel vindt onvoldoende steun. Men moet de voeten licht schuin neerzetten om niet van de trede te glijden. Hier is de fysieke grens van ergonomie bereikt.
De luie trap in een openbaar gebouw
Bij de hoofdentree van een gemeentehuis ligt een imposante betontrap. Ruimte speelt hier geen rol. De architect heeft gekozen voor een aantrede van 300 mm in combinatie met een lage optrede van 150 mm. Dit resulteert in een zogenaamde 'luie trap'. Bezoekers lopen met een natuurlijk ritme naar boven zonder hun passen bewust te verkorten. Zelfs voor minder mobiele mensen biedt deze ruime maatvoering een gevoel van veiligheid en stabiliteit.
Industriële roostertreden zonder overlap
Op een booreiland of in een fabriekshal zie je vaak stalen trappen van roostermateriaal. Bij deze trappen ontbreekt de wel. De aantrede is hier exact gelijk aan de diepte van het rooster zelf. Een monteur met zware veiligheidsschoenen heeft hier baat bij; de volledige zool rust op de trede. Er is geen uitstekende rand waar de neus van de laars achter kan blijven haken bij het bestijgen van de trap met gereedschap in de handen.
De loopprestatie op een verdreven trap
Kijk naar een klassieke spiltrap in een woonkamer. Iemand loopt naar boven en houdt de trapleuning aan de buitenzijde vast. De voet landt keurig op de klimlijn waar de aantrede een comfortabele 230 mm bedraagt. Zou diezelfde persoon echter strak langs de spil omhoog lopen, dan krimpt de beschikbare aantrede naar minder dan 100 mm. De stap wordt onmogelijk. Dit praktijkvoorbeeld laat zien waarom de maatvoering op de klimlijn de enige relevante waarde is voor het dagelijks gebruik.
Wettelijke kaders en normering
Grenswaarden in het BBL
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) is onverbiddelijk over de afmetingen van een trap. Wie een nieuwbouwwoning neerzet, ontkomt niet aan de minimummaat van 220 millimeter voor de aantrede, gemeten op de klimlijn. Dit is de harde grens. Bij bestaande bouw ligt de lat aanzienlijk lager; daar volstaat vaak een minimale diepte van 130 millimeter. Een wereld van verschil. Maatvoering is hier geen vrije keuze van de ontwerper maar een veiligheidsvoorschrift. De regelgeving koppelt de functie van het gebouw direct aan de vereiste maatvoering. Een trap in een openbaar gebouw, waar de vluchtveiligheid voor grote groepen mensen gegarandeerd moet zijn, kent logischerwijs strengere eisen dan een trap in een private woning.
NEN 3509 vult deze wettelijke kaders aan met specifieke technische richtlijnen voor de uitvoering in de woningbouw. Het gaat hierbij niet louter om ergonomie. Veiligheid is de drijfveer. Onregelmatigheden in de aantrede binnen één trapverzet zijn volgens deze normen uit den boze. Een kleine afwijking van enkele millimeters leidt immers direct tot een verhoogd struikelgevaar voor de gebruiker die blind vertrouwt op een vast ritme. De klimlijn fungeert daarbij als het formele meetpunt. Deze ligt bij trappen smaller dan 500 millimeter in de as, en bij bredere trappen doorgaans op 300 millimeter uit de zijkant. Wie de regels negeert, riskeert niet alleen een afkeur bij de vergunningverlening, maar ook aansprakelijkheid bij ongevallen. In de praktijk dwingen deze voorschriften de trappenmaker vaak tot creatieve oplossingen binnen de beperkte vierkante meters van een trapgat.
Historische ontwikkeling
De maatvoering van de aantrede is historisch gegroeid vanuit de menselijke fysiologie en staplengte. Architect François Blondel markeerde in 1675 een technisch kantelpunt met zijn 'Cours d'architecture', waarin hij de relatie tussen de staplengte en de hellingshoek van een trap mathematisch onderbouwde. Zijn formule — twee keer de optrede plus één keer de aantrede — vormt nog steeds de basis voor het huidige ontwerp. Vroeger was dit anders. In de Nederlandse bouwtraditie was de aantrede decennnia lang ondergeschikt aan de beschikbare vierkante meters. Grachtenpanden uit de zeventiende en achttiende eeuw tonen extreem ondiepe treden die naar hedendaagse maatstaven levensgevaarlijk zijn. De focus lag puur op ruimtelijke efficiëntie.
Pas met de invoering van de eerste Woningwet in 1901 en de daaropvolgende gemeentelijke bouwverordeningen ontstond er een drang naar technische standaardisatie. Veiligheid werd een juridisch kader. Na de Tweede Wereldoorlog verschoof de aandacht naar grootschalige woningbouw. De minimale aantrede werd in opeenvolgende versies van het Bouwbesluit stapsgewijs vergroot om aan te sluiten bij de toegenomen gemiddelde lichaamslengte van de bevolking. Waar in 1900 een aantrede van 150 millimeter nog gangbaar was voor een hoofdtrap, dwingt het huidige Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) bij nieuwbouw tot een diepte van minimaal 220 millimeter. Deze evolutie weerspiegelt de verschuiving van minimale functionele toegang naar een prioriteit voor ergonomische veiligheid en valpreventie in de gebouwde omgeving.
Gebruikte bronnen
- https://www.joostdevree.nl/shtmls/aantrede.shtml
- https://nl.wikipedia.org/wiki/Trap_(gebouw
- https://www.trappenxl.nl/aan-welke-regels-moet-een-trap-voldoen/
- https://nl.wikipedia.org/wiki/Trapformule
- https://www.architectenwerk.nl/kavander/0-De overtreffende trap.pdf
- https://www.trappenxl.nl/alles-over-de-hoogte-van-een-trap/
Meer over bouwkundige onderdelen en toebehoren
Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwkundige onderdelen en toebehoren