IkbenBint.nl

Absolute zetting

Grondwerk en Funderingen A

Definitie

De totale verticale daling van een bouwwerk of funderingselement gemeten vanaf een vast referentiepunt, meestal het Nieuw Amsterdams Peil (NAP).

Omschrijving

De ondergrond geeft altijd iets mee. Zodra de massa van een gebouw de bodem belast, treden er elastische en plastische deformaties op in de grondlagen. Absolute zetting betreft deze volledige zakking over het gehele grondvlak van de constructie. In de kern is dit proces onvermijdelijk. Cruciaal is de voorspelbaarheid; een constructeur berekent vooraf hoeveel centimeter het gebouw in de tijd zal 'zakken' om de stabiliteit te waarborgen. Zolang de zakking uniform is, treden er meestal geen interne spanningen of scheuren op, maar de interactie met de omgeving verandert wel degelijk.

Procesgang en monitoring

Methodiek en verloop

De eerste belasting zet alles in gang. Zodra de fundering de massa van de constructie overdraagt aan de onderliggende aardlagen, begint de compressie van de bodemstructuur. Korrels herschikken zich onder druk en lucht verdwijnt uit de holtes. In zandige bodems voltrekt dit zich vrijwel onmiddellijk, een directe elastische reactie op de nieuwe spanningstoestand, maar klei- en veenlagen reageren aanzienlijk trager. Hier spreekt men van consolidatie. Het langzaam uitpersen van poriënwater. Een proces van jaren soms.

Voorafgaand aan de bouw: prognoses. Geotechnisch adviseurs analyseren sonderingen en laboratoriumproeven om samendrukkingsparameters van de specifieke bodemlagen te bepalen. Dan de uitvoering. Monitoring start. Meetbouten in de gevel of zettingsbakens op de fundering fungeren als ijkpunten. Door periodieke precisiewaterpassingen uit te voeren ten opzichte van een stabiel referentiepunt buiten de invloedssfeer van het bouwwerk, wordt de verticale verplaatsing nauwgezet gevolgd. Tijd-zettingsdiagrammen tonen de voortgang. De praktijk versus de berekening. Een dynamisch samenspel tussen constructie en ondergrond.

Oorzaken en mechanische gevolgen

Druk. Massa. De bodem moet wijken onder het gewicht van de bovenbouw. Zodra de fundering de last overdraagt, wordt de lucht in de poriën samengedrukt en het grondwater zijwaarts of omhoog gestuwd. Grondkorrels herschikken zich naar een compactere structuur. Dit is de essentie. In zandlagen reageert de grond vrijwel direct; een elastische reactie op de nieuwe belastingstoestand. Klei- en veenlagen gedragen zich anders. Hier fungeert het poriënwater als remmende factor. Het duurt jaren voordat de hydrostatische overdruk is genormaliseerd en de volledige consolidatie is bereikt. Ook externe invloeden zoals bemalingen in de nabijheid kunnen dit versterken. Door het wegvallen van de opwaartse druk stijgt de effectieve korrelspanning abrupt. De bodem klinkt in.

De effecten manifesteren zich primair op de raakvlakken met de buitenwereld. De omgeving beweegt namelijk niet altijd mee. Starre leidingen voor gas, water en elektra komen onder mechanische spanning te staan bij de geveldoorvoeren. Soms knappen ze. Het riool verliest zijn noodzakelijke afschot, wat leidt tot chronische verstoppingen of lekkages onder de vloer. Toegangswegen en trottoirs sluiten niet langer naadloos aan op de drempels. Er ontstaan traptreden die 'zweven' of drempels die juist onder het straatniveau belanden. Hemelwater stroomt dan bij regenbuien richting de gevel in plaats van naar de straatkolken. Hoewel een gebouw bij een uniforme absolute zetting vaak constructief heel blijft, raakt de functionele verbinding met het maaiveld fundamenteel verstoord.

Uniforme versus differentiële zetting

Zetting is zelden een eenvormig proces. Men spreekt van uniforme zetting wanneer het gehele bouwwerk overal exact evenveel verticale daling vertoont. Hoewel de absolute zetting in dit scenario groot kan zijn, blijven de interne spanningen in de constructie beperkt. De gevels blijven recht. De vloeren blijven waterpas. Het gevaar schuilt echter in de differentiële zetting, in de volksmond ongelijkmatige zetting genoemd. Dit is het verschil in absolute zetting tussen twee verschillende punten van de fundering. Waar absolute zetting de aansluiting met de straat verpest, zorgt differentiële zetting voor scheuren in de muren. Een constructie kan vaak decimeters absolute zakking verdragen, mits deze gelijkmatig is, maar bezwijkt al bij enkele centimeters onderling verschil.

Terminologie en gradaties

De vakwereld hanteert diverse nuances om de aard van de zakking te duiden. Zo is er de eindzetting. Dit is de theoretische totale absolute zetting die wordt bereikt nadat alle consolidatieprocessen zijn voltooid. Soms duurt dit decennia. Men moet dit niet verwarren met bodemdaling. Bodemdaling is een regionaal fenomeen door bijvoorbeeld gaswinning of grootschalige inklinking van veengebieden, terwijl zetting puur de lokale reactie op de gebouwbelasting betreft. Daarnaast is er de scheefstand. Dit is de hoekverdraaiing die direct voortvloeit uit een variatie in de absolute zetting over het grondvlak. In berekeningen wordt vaak ook gerefereerd aan de restzetting; de absolute daling die nog verwacht wordt na het moment van oplevering. Voor de beheerder van een gebouw is juist dit cijfer bepalend voor het onderhoudsschema van de omliggende bestrating en leidingen.

Praktijksituaties en voorbeelden

De zwevende drempel. Een nieuwbouwwijk in een veengebied. Het appartementencomplex is gefundeerd op palen die rusten in de zandlaag, maar de bodem direct onder de begane grondvloer klinkt in door de belasting. De volledige massa drukt de lagen samen. Na drie jaar ligt de stoepbedekking ineens vijf centimeter hoger dan de dorpel van de centrale entree. Het gebouw is gezakt. De fundering hield stand, maar de absolute zetting ten opzichte van het omliggende terrein is onmiskenbaar en hinderlijk voor de toegankelijkheid.

De knakkende leiding. Een distributiecentrum op een dik kleipakket. Terwijl de staalconstructie wordt opgebouwd, begint de consolidatie. De absolute zetting verloopt trager dan verwacht. Bij de geveldoorvoer van de gasleiding is geen rekening gehouden met deze verticale verplaatsing. De straat blijft liggen, het gebouw daalt. De spanning op de buis wordt te groot. Een haarscheur in de koppeling is het gevolg. Hier wreekt zich niet de interne stabiliteit van het pand, maar de veranderde positie ten opzichte van de vaste infrastructuur.

Uniforme daling bij utiliteitsbouw. Een zware parkeergarage. De constructeur heeft 40 millimeter absolute zetting voorspeld op basis van sonderingen. Na tien jaar wijst de precisiewaterpassing uit: 38 millimeter daling op vrijwel alle meetbouten. Een technisch succes. Geen enkele scheur in de betonwanden omdat de zakking gelijkmatig verliep. Toch moet de hellingbaan naar de straat opnieuw worden geasfalteerd. De overgang naar het openbare maaiveld is door de totale daling te steil geworden voor lage voertuigen.

Directe reactie op zand. Een prefab betonhal. Zodra de zware dakliggers worden geplaatst, reageert de zandgrond onmiddellijk. De elastische deformatie zorgt voor een absolute zetting van 15 millimeter binnen één week. Omdat dit proces direct stopt na de bouw, kunnen de stelkozijnen direct op de juiste hoogte worden afgesteld. Er is nauwelijks sprake van restzetting, waardoor de aansluiting met het straatwerk direct definitief kan worden uitgevoerd.

Normering en wettelijke kaders

Kaders in Eurocode en BBL

NEN 9997-1 vormt de geotechnische ruggengraat voor elk funderingsontwerp in Nederland. Deze norm, de nationale bijlage bij Eurocode 7, schrijft voor dat zowel de draagkracht als de deformatie van de ondergrond moet worden getoetst. Absolute zetting wordt hierbij primair beoordeeld binnen de bruikbaarheidsgrenstoestand (SLS). Het gaat niet direct om instortingsgevaar. Het gaat om functioneren. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) eist dat een bouwwerk veilig en bruikbaar blijft gedurende de beoogde levensduur. Een fundering die meer zakt dan de berekende grenswaarden, brengt de aansluitingen van nutsvoorzieningen in gevaar. Dat is een gebrek aan bruikbaarheid.

Harde wettelijke maxima voor het aantal millimeters absolute daling ontbreken vaak. De ontwerper bepaalt de toleranties. Toch is er de zorgplicht. Bij het realiseren van diepe funderingen of zware constructies in slap bodemgebied is monitoring vaak een eis in de omgevingsvergunning. Men hanteert dikwijls de SBR-richtlijnen voor het beperken van schade aan naburige bebouwing. In die context is de absolute zetting van het nieuwe pand minder spannend dan de invloed die deze deformatie heeft op de deformatie van de buurman. Privaatrechtelijke afspraken in bestekken, zoals de RAW-systematiek bij infrastructurele werken, leggen vaak wel strikte restzettingsvorderingen vast. Maximaal 10 millimeter restzetting in dertig jaar is geen uitzondering voor hoofdwegen. De constructeur rekent, de wet toetst de gevolgen.

Van giswerk naar grondmechanica

Vroeger was zakking een noodlot. Bouwmeesters in de middeleeuwen zagen hun kathedralen simpelweg in de modder verdwijnen en corrigeerden dat proefondervindelijk door extra lagen steen toe te voegen of scheve muren te stutten. Pas laat in de negentiende eeuw ontstond de behoefte aan systematiek. De opkomst van zware industriële complexen en hoogbouw vereiste meer dan intuïtie. Het vakgebied veranderde fundamenteel in 1925. Karl von Terzaghi publiceerde toen zijn 'Erdbaumechanik'. Hij introduceerde het concept van effectieve spanning. Hiermee werd het voor het eerst mogelijk om te begrijpen waarom een gebouw niet direct, maar soms over een periode van decennia wegzakt in klei- of veenlagen. De absolute zetting werd een berekenbare variabele in plaats van een onvoorspelbaar risico.

In de Nederlandse context is de geschiedenis onlosmakelijk verbonden met het NAP. Sinds de invoering van het Amsterdams Peil in de zeventiende eeuw beschikten ingenieurs over een rigide referentiekader. Toch duurde het tot de grootschalige wederopbouw na 1945 voordat zettingsberekeningen standaard onderdeel werden van het constructief ontwerp. De schaarste aan goede bouwgrond dwong de sector naar slappe bodems. Men moest wel rekenen. Waar men vroeger tevreden was als een gebouw simpelweg bleef staan, verschoof de focus naar de beheersing van de deformatie. De introductie van de sondering in de jaren dertig, uitgevoerd met de handconus, markeerde hierbij de overgang naar de moderne geotechniek. Tegenwoordig vangen digitale rekenmodellen de grilligheid van de bodem, maar de basis blijft de wetmatigheid van de consolidatie die een eeuw geleden werd vastgelegd. Grond beweegt. Dat wisten ze toen, dat meten we nu.

Meer over grondwerk en funderingen

Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan grondwerk en funderingen