Afschot
Definitie
Het bewust aangebrachte hoogteverschil per lengte-eenheid van een vlak of leiding om vloeistoffen onder vrij verval te doen stromen. Dit voorkomt ongewenste waterophoping en waarborgt een effectieve afvoer naar een lager gelegen punt.
Omschrijving
Werkwijze
In sanitaire ruimtes wordt de afwerklaag, zoals een zandcementvloer, handmatig naar het laagste punt toegewerkt. De specie wordt hierbij geleidelijk dunner gesmeerd richting de drain of het doucheputje. Precisiewerk is hierbij vereist. Bij grotere infrastructurele projecten of terreinverhardingen wordt het afschot reeds in de onderbouw geprofileerd in de funderingslaag of het zandpakket. Het oppervlak volgt de lijn van de ondergrond. Water zoekt de weg van de minste weerstand naar kolken of lijngoten. De hellingshoek moet over het gehele traject consistent blijven om stagnatie te voorkomen.
Typologie en technische classificaties
Verschijningsvormen in de praktijk
Afschot manifesteert zich in diverse technische gedaanten, afhankelijk van het medium en de ondergrond. In de installatietechniek spreken we hoofdzakelijk van vrij verval. Dit is de standaard voor drukloze afvoerleidingen waar de zwaartekracht het transport verzorgt. Binnen de daktechniek onderscheiden we constructief afschot, waarbij de dragende delen zoals balken of liggers reeds schuin zijn gepositioneerd, en afschot via isolatie. Bij die laatste variant creëren wigvormige isolatieplaten de noodzakelijke helling op een constructief vlakke vloer.
In de wegenbouw en terreinverharding varieert de vormgeving op basis van de afstroomrichting. Eenzijdig afschot voert water naar één zijde van de verharding, vaak richting een berm of lijngoot. Bij tonrond afschot ligt het hoogste punt in de as van de weg, waardoor vloeistof naar beide zijden wegstroomt. Dit ziet men vaak bij bredere rijbanen om aquaplaning te voorkomen.
Terminologische nuances
Hoewel de termen in de volksmond door elkaar lopen, hanteert de vakman een strikt onderscheid tussen afschot en verval. Verval duidt op het totale hoogteverschil tussen het begin- en eindpunt van een traject, uitgedrukt in meters of centimeters. Afschot daarentegen is een relatieve maat; de helling per lengte-eenheid, vaak weergegeven in millimeters per meter (mm/m) of in percentages.
| Term | Maateenheid | Definitie |
|---|---|---|
| Afschot | mm/m of % | Hoogteverschil over een specifieke afstand. |
| Verval | cm of m | Totaal gemeten hoogteverschil over het hele traject. |
| Helling | graden (°) | De hoek ten opzichte van de horizon. |
In sanitaire ruimtes is de grens tussen functioneel en gevaarlijk dun. Vloerafschot in een inloopdouche bedraagt idealiter 1 tot 2 procent. Minder zorgt voor plasvorming. Meer vergroot het risico op uitglijden. Balans is cruciaal. Een te steil afschot in rioleringen leidt tot 'waterloop', waarbij het water sneller stroomt dan de vaste bestanddelen, met verstoppingen tot gevolg. Consistentie in de hellingshoek is hier belangrijker dan de absolute steilheid.
Praktijkvoorbeelden en herkenbare situaties
Wetgeving en normatieve kaders
Normen voor riolering en afwatering
Water moet weg. Zo simpel is het. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) eist een deugdelijke afvoer voor zowel hemelwater als huishoudelijk afvalwater om de volksgezondheid en veiligheid te waarborgen. Voor de technische realisatie van riolering in gebouwen is NEN 3215 de maatstaf. Deze norm zorgt dat systemen zelfreinigend blijven. De helling moet exact kloppen. Te flauw afschot leidt tot bezinking van fecaliën en vetten. Te steil afschot laat het water sneller stromen dan de vaste bestanddelen, met verstoppingen tot gevolg. De praktijkrichtlijn NTR 3216 vertaalt deze natuurkundige principes naar werkbare hellingshoeken voor de installateur.
Constructieve veiligheid op daken
Daken vragen om een andere benadering. Hier gaat het niet alleen om droge voeten, maar om het voorkomen van instorting. De NEN-EN 1991-1-3 (Eurocode 1) bevat strikte rekenregels voor wateraccumulatie op platte daken. Stilstaand water vormt een enorme belasting. De Vakrichtlijn Gesloten Dakbedekkingssystemen adviseert daarom een minimaal afschot van 1,6 procent, oftewel 16 millimeter per meter. Wie hiervan afwijkt, moet met een wateraccumulatieberekening aantonen dat de stalen of houten liggers de plasvorming kunnen dragen zonder te bezwijken. NEN 6050 vult dit aan met richtlijnen voor de aansluiting op noodafvoeren en stadsuitlopen.
Vloeren en infrastructuur
In de afbouwsector gelden specifieke regels voor dekvloeren. NEN 2741 definieert de kwaliteitseisen voor zandcementvloeren, waarbij het realiseren van het juiste afschot in natte ruimtes noodzakelijk is om aan de algemene prestatie-eisen van het BBL te voldoen. Bij infrastructurele projecten zijn de RAW-bepalingen leidend. Deze bepalingen leggen vast binnen welke marges het afschot van een wegdek of plein moet vallen om aquaplaning te voorkomen en de verkeersveiligheid te garanderen. Water zoekt de weg van de minste weerstand; de regelgeving dwingt die weg af.
Van Romeinse precisie naar industriële noodzaak
Materialisering en de overgang naar normering
Meer over bouwtechnieken en methodieken
Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwtechnieken en methodieken