IkbenBint.nl

Altaarretabel

Afwerking en Esthetiek A

Definitie

Een altaarretabel is een schilder- of beeldhouwwerk dat achter of op een altaar in een kerkgebouw wordt geplaatst, voornamelijk in de katholieke traditie.

Omschrijving

Dat imposante werk achter het altaar, een altaarretabel; meer dan louter decoratie, het fungeerde eeuwenlang als visueel en liturgisch focuspunt. Het verankerde de aandacht, gaf betekenis aan de handelingen. Vaak opgebouwd uit diverse panelen, soms scharnierend, toonde het de Bijbelse verhalen of levens van heiligen, onmisbaar voor de toenmalige geloofsbeleving. Wat betreft materialen? Dat varieerde enorm, geheel afhankelijk van tijd, regio en de middelen die men had. Van robuust gebeeldhouwd hout tot fijnzinnig beschilderde panelen, soms zelfs edelsmeedwerk; stuk voor stuk getuigde het van uitzonderlijk vakmanschap. De evolutie van het retabel is fenomenaal te noemen. Romaanse kerken zagen bijvoorbeeld vaak edelsmeedwerk of steenreliëfs. Gotische bouwmeesters omarmden de complexiteit van gesneden houten retabels, vol met gedetailleerde reliëfvoorstellingen. Vanaf de late middeleeuwen, dáár kwamen die monumentale, vaak meerdelige retabels op, met een vast middenstuk en beweegbare zijluiken. Een architectonisch en artistiek statement, zeker. Na het Tweede Vaticaans Concilie, echter, met de verschuiving naar een volksaltaar, raakte het traditionele hoogaltaar met retabel gaandeweg in onbruik; soms zelfs verwijderd, soms verplaatst. Een functionele aanpassing die een grote impact had op het interieur van menig kerkgebouw.

Vormen en Typologie

Vormen en Typologie

Dat 'altaarretabel', een breed begrip dat menige kunsthistoricus menig uur hoofdbrekens heeft bezorgd. Want ja, onder deze noemer vallen inderdaad uiteenlopende verschijningsvormen, zowel qua constructie als qua materiaal. In de volksmond spreekt men vaak simpelweg van een 'altaarstuk', een algemenere term die minder specifiek is over de exacte plaatsing of functie. Maar het retabel zelf, dat kent toch echt wel een aantal markante varianten.

De meest fundamentele onderverdeling? Eéndelig versus meerdelig. Het eendelige retabel, dikwijls een groot paneel, al dan niet geschilderd of in reliëf uitgevoerd, staat vast op of achter het altaar. Geen bewegende delen, gewoon één statement. Dan, een stap complexer, de meerdelige retabels. Dit zijn de exemplaren die veelal bestaan uit een vast middenpaneel, vaak geflankeerd door één of meer zijluiken. Deze luiken, vaak scharnierend, konden worden geopend of gesloten, afhankelijk van de liturgische kalender. Wanneer gesloten toonden ze veelal een ingetogenere voorstelling, passend bij vastentijden, terwijl open luiken de rijke polychromie en verhalende scènes onthulden, bedoeld voor feestdagen. Binnen deze categorie onderscheiden we:

  • Drieluiken (triptieken): Een centrale afbeelding met twee beweegbare zijpanelen. De klassieker, zeg maar.
  • Veelluiken (polyptieken): Meerdere panelen, soms wel vijf of meer, die samen een monumentaal geheel vormen. Denk aan de Gentse Sint-Baafskathedraal, dat Lam Gods, een polyptiek in optima forma.

Naast deze structurele verschillen zien we ook distincties in de aard van de uitvoering. Was het een geschilderd retabel, met gedetailleerde olieverf op paneel, of juist een gebeeldhouwd retabel, vakkundig uit hout gesneden en vaak rijk gepolychromeerd? Vooral in de gotiek bloeide het gebeeldhouwde type, de zogenaamde kastretabels of schrijnaltaren, waarbij complexe figuratieve voorstellingen in architectonische niches werden geplaatst, een soort driedimensionaal verhaal, ingebed in de altaaropbouw. Minder gangbaar, maar zeker historisch relevant, zijn de retabels vervaardigd uit edelsmeedwerk of rijke textieltoepassingen, vooral in de vroegere Romaanse periode.

En dan nog de term 'reredos', soms hoor je die. In de Engelse terminologie duidt dit vaak op een groots, vaak architectonisch opgebouwd retabel dat de gehele achterwand van het altaar domineert, een structureel onderdeel bijna. Niet per se een ander type retabel, eerder een aanduiding voor de monumentale schaal en vaste constructie, nauw verweven met de kerkarchitectuur zelf.

Praktische voorbeelden

Loop een willekeurige historische kerk binnen, en het altaarretabel springt vaak direct in het oog. Het is zelden een onopvallend element; het dicteert de sfeer, verhaalt, en vangt de aandacht. Een drieluik bijvoorbeeld, in de vastentijd gesloten, toont dan de sobere buitenzijden, vaak met verstilde voorstellingen of zelfs enkel een donkere tint. Eenmaal Pasen, dan ontvouwt het zich tot een kleurrijke explosie van bijbelse taferelen, een letterlijke openbaring van vreugde en hoop. Deze bewuste wisselwerking tussen gesloten en geopend, afgestemd op de liturgische kalender, demonstreert de diepe verwevenheid met het kerkelijk jaar.

Of stel je voor: de imposante hooggotische kathedraal, waar een massief veelluik de hele achterwand van het altaar domineert. Niet zelden meters breed en hoog, volgestouwd met tientallen gesneden en gepolychromeerde figuren, die complete verhalen uitbeelden – van de schepping tot de laatste oordeel. De blik van de gelovige wordt dan als het ware door het kunstwerk de geschiedenis en de hemel ingezogen. Dit is niet zomaar een beeld; het is een driedimensionaal boek, een visuele preek die de ongeschoolden net zozeer raakte als de geletterden.

Soms kom je in een kleinere kapel een altaarretabel tegen dat veel bescheidener van opzet is: een eenvoudig houten paneel, wellicht alleen gebeitst of met enkele basale schilderingen. Geen bladgoud, geen edelstenen. De eenvoud van het materiaal doet echter niets af aan de functie; het dient evengoed als focus voor gebed en contemplatie, alleen dan passend bij de middelen van de lokale gemeenschap. Het contrast met een rijkelijk gedecoreerd retabel uit een voormalige hofkapel, waar elk detail getuigt van vorstelijke patronage en meesterschap, is dan levensgroot. Beide spreken hun eigen taal, passend bij hun context.

En dan de na-Vaticaans Concilie situatie: in veel kerken zie je het originele, imposante retabel niet langer direct achter het hoofdaltaar staan. Dikwijls is het verplaatst naar een zijkapel of zelfs aan de muur van het transept. De oorspronkelijke functionele plaatsing is dan opgeofferd ten gunste van een volksaltaar, dat dichter bij de kerkgangers staat. Het retabel blijft dan een belangrijk erfgoedstuk, maar de dynamiek van de liturgische ruimte is fundamenteel gewijzigd, het dient nu meer als historisch en artistiek object dan als integraal onderdeel van de dagelijkse eucharistieviering op die specifieke plek.

Wet- en regelgeving

Wanneer een altaarretabel, of het kerkgebouw waar het zich in bevindt, de status van beschermd rijksmonument bezit, valt het object onder de reikwijdte van de Erfgoedwet. Deze wet, van kracht in Nederland, beschermt cultureel erfgoed en reguleert het behoud, beheer en de eventuele wijziging van dergelijke monumenten. Dit houdt in dat ingrepen, zoals restauratie, verplaatsing of aanpassing van een retabel, vaak onderworpen zijn aan vergunningsplichten en de goedkeuring van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) vereisen.

De wet waarborgt dat de cultuurhistorische waarde van deze vaak eeuwenoude kunstwerken behouden blijft, ook wanneer de liturgische functie ervan, bijvoorbeeld door kerkelijke ontwikkelingen zoals het Tweede Vaticaans Concilie, verandert of een andere invulling krijgt. Dit proces van bescherming is cruciaal om dit specifieke onderdeel van ons bouw- en kunsthistorisch erfgoed veilig te stellen voor toekomstige generaties.

Geschiedenis en Ontwikkeling

De oorsprong van het altaarretabel is geworteld in de vroege christelijke architectuur, waar het altaar, aanvankelijk een vrijstaande tafel, het liturgische middelpunt vormde. Aanvankelijk bleef de ruimte achter het altaar veelal ongedecoreerd of werd deze met eenvoudige textiel behangen. Echter, de behoefte om de sacrale handelingen visueel te versterken en Bijbelse verhalen te presenteren, leidde tot een geleidelijke ontwikkeling. De allereerste voorlopers, vaak reliekhouders of kostbare, kleine panelen van edelsmeedwerk of ivoor, werden simpelweg óp het altaar geplaatst. Dit waren op zich nog geen integrale bouwkundige elementen.

Met de opkomst van de Romaanse en vroege Gotische bouwperioden begon het altaarretabel zich te ontwikkelen tot een meer substantiële en permanente achtergrondconstructie. Hier zagen we de introductie van vaste stenen of houten platen, soms verrijkt met ingehouwen reliëfs of geschilderde afbeeldingen, die direct aan het altaar of de achterwand van het koor werden bevestigd. Ze waren nog veelal enkelvoudig, niet zelden tweedelig, en misten de latere complexe scharnierconstructies. Cruciaal was de steeds hechtere integratie met de kerkarchitectuur; het retabel transformeerde van een losstaand object naar een vast, architectonisch ingepast onderdeel van de altaarzone, een verankering die de ruimte een geheel nieuwe dynamiek gaf.

De hoog- en laatgotiek markeert het tijdperk van de ware monumentale ontwikkeling van het altaarretabel. Het evolueerde tot een grootschalig, vaak architectonisch opgevat kunstwerk, waarbij het houten retabel, rijk gesneden en gepolychromeerd, dominant werd. Deze constructies, soms metershoog en -breed, bestonden vaak uit een vast middengedeelte geflankeerd door beweegbare zijluiken. De technische complexiteit zat niet alleen in het ambachtelijke snijwerk of de schilderkunst, maar zeker ook in de constructie zelf: robuuste scharnieren, ingenieuze vergrendelingen en de naadloze aansluiting op de stenen altaartafel of de koorwand waren van essentieel belang voor duurzaamheid en functionaliteit. Het retabel werd zo een didactisch middel, een 'Biblia Pauperum', die ongeletterden visueel onderwees in geloofsverhalen. Deze periode consolideerde het altaarretabel definitief als een cruciaal, zowel structureel als artistiek element, binnen de kerkelijke bouwkunst.

Link gekopieerd!

Meer over afwerking en esthetiek

Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan afwerking en esthetiek