IkbenBint.nl

Basement

Bouwkundige Onderdelen en Toebehoren B

Definitie

Een basement is de architectonische voet van een zuil, pijler of pilaster, of een (half)ondergrondse bouwlaag die als basis voor een gebouw dient.

Omschrijving

In de bouwwereld is een basement multifunctioneel. Het is de voet. Enerzijds is het de constructieve verbreding aan de onderzijde van een kolom, essentieel voor de drukverdeling op de fundering, waarbij de klassieke architectuur dit onderdeel vaak rijk profileert met tori en trochili. Anderzijds doelt de term op de onderste laag van een pand. Vaak onder het maaiveld gelegen. Dit vereist specifieke aandacht voor grondwaterdruk en ventilatie. Het fungeert als een robuuste sokkel voor de rest van de opbouw. Constructeurs kijken scherp naar de stabiliteit en de waterkerende eigenschappen van het toegepaste beton of metselwerk.

Toepassing en uitvoering in de praktijk

Uitvoering van het architectonische basement

De realisatie van een architectonisch basement bij zuilen of pilasters begint bij de exacte positionering op de funderingsplaat of de plint. Millimeterwerk is hierbij de norm. Men plaatst het element vaak in een bed van krimpvrije mortel om een volledige krachtoverdracht te waarborgen. Bij zware natuurstenen onderdelen wordt gebruikgemaakt van doken; roestvaststalen pennen die voorkomen dat het basement verschuift ten opzichte van de schacht. Het hart van het basement moet exact samenvallen met de as van de kolom. Afwijkingen leiden tot excentrische belasting. Dat wil men voorkomen. In de klassieke restauratiebouw worden de profielen, zoals de tori en trochili, vaak pas na de grove plaatsing met kopsmallen gecontroleerd op hun exacte verloop.

Constructie van de ondergrondse bouwlaag

Grondwater is de grootste vijand bij de realisatie van een basement als bouwlaag. Het proces start doorgaans met het slaan van damwanden of het aanbrengen van een diepwand. Droge voeten zijn essentieel. Bronbemaling verlaagt de lokale grondwaterstand totdat de constructie zwaar genoeg is om opdrijven te voorkomen. Eerst volgt de werkvloer. Daarop wordt de vloerwapening gevlochten, waarbij de constructeur scherp toeziet op de dekking van het staal. De overgang tussen de vloer en de opgaande wanden, de kim, vormt een kritiek punt voor de waterdichtheid. Hier worden standaard kimblikken of zwellende profielen ingestort.

Betonstorten gebeurt bij voorkeur monolithisch. Dit minimaliseert het aantal stortnaden. Tijdens de uitharding is beheersing van de hydratatiewarmte cruciaal om krimpscheuren te vermijden, zeker bij dikke vloerplaten. Na het ontkisten volgt vaak de afdichting aan de buitenzijde. Men past bitumineuze coatings of vliesmembranen toe als secundaire kering. Ventilatievoorzieningen worden direct in de bekisting meegenomen, aangezien achteraf boren in waterdicht beton risico's met zich meebrengt voor de integriteit van de constructie.

Architectonische varianten van de zuilvoet

In de klassieke bouworden bepaalt de stijl de specifieke profilering. Het Attisch basement is wellicht de meest bekende variant. Het kenmerkt zich door een opeenvolging van twee bolle ringen, de zogenaamde tori, gescheiden door een holle ring of trochilus. Deze opbouw zorgt voor een visueel krachtige overgang van de schacht naar de plint. Eenvoudiger is het Toscaans basement. Hierbij rust de zuil op een enkele torus en een vierkante plaat. Geen franjes. Puur functioneel en robuust.

Naast deze stenen vormen kennen we in de industriebouw het gegoten basement. Vaak uitgevoerd in gietijzer of beton. Hierbij is de profilering niet gehakt, maar direct in de mal gevormd. Bij pilasters spreekt men soms van een half-basement, aangezien het element slechts gedeeltelijk uit de muur naar voren komt en de profilering aan de achterzijde ontbreekt.

Typologieën van de onderbouw

Wanneer het basement een bouwlaag betreft, is de ligging ten opzichte van het maaiveld bepalend voor de naamgeving. Een souterrain is een basement dat deels boven de grond uitsteekt. Ramen zijn hier mogelijk. Het biedt daglicht. Dit in tegenstelling tot een volledig verdiept basement, waarbij de bovenkant van de vloer van de laag erboven nagenoeg gelijk ligt met het buitenterrein. In de moderne architectuur zien we vaak het verhoogde basement; een robuuste onderbouw die visueel afwijkt van de rest van de gevel, ongeacht of deze laag zich onder of boven de grond bevindt.

Verwarring ontstaat vaak met de kruipruimte. Het onderscheid is functioneel. Een basement heeft een minimale vrije hoogte die verblijf of opslag toestaat, meestal vanaf 2,10 meter. Een kruipruimte is puur technisch. Een ander specifiek type is het vrijgelegd basement of de walk-out basement. Populair bij woningen op een talud. Aan de voorzijde ligt de laag onder de grond, aan de achterzijde loopt men zo de tuin in. Het is een hybride vorm. Constructief vraagt dit om een asymmetrische aanpak van de gronddruk.

Praktijkvoorbeelden en situaties

Het basement in de restauratiepraktijk

Een monumentale kerk. Restauratie is noodzakelijk. Het zandstenen basement van een centrale kolom vertoont diepe barsten door roestende ijzeren doken van weleer die in de loop der eeuwen zijn uitgezet en het gesteente van binnenuit hebben gespleten. Opvijzelen is de enige optie. De druk moet van de voet af. Een nieuw, met de hand gehakt element vervangt de kapotte basis. Alles moet waterpas. Een fractie verschil in de dikte van de mortelvoeg kan bovenin de zuil immers leiden tot een afwijking van centimeters.

Wonen op een talud

Stel je een moderne villa voor op een steile helling. Aan de straatzijde zie je slechts een gesloten, betonnen muur. Dit is het basement. Het fungeert als een onverwoestbare sokkel die de enorme gronddruk van het achtergelegen terrein opvangt. De architect heeft hier bewust gekozen voor een ruwe bekisting van houten planken. Textuur is belangrijk. Loop je naar de achterzijde, dan blijkt ditzelfde basement een lichte woonkeuken te bevatten met glas van vloer tot plafond. De constructieve basis wordt hier de primaire leefruimte.

De witte kuip bij hoog grondwater

Hoge grondwaterstanden in een nieuwbouwwijk. De parkeerkelder onder het appartementencomplex fungeert als het basement. Men stort de vloer en de wanden als één geheel. Monolithisch beton. Geen zwakke plekken. Tijdens de bouw zorgt een intensieve bronbemaling voor een droge put. Zodra de pompen stoppen, moet de constructie de waterdruk alleen de baas zijn. De opwaartse druk is gigantisch. Zonder het gewicht van de bovenliggende verdiepingen zou de hele bak als een kurk uit de grond kunnen ploppen.

Normering en wettelijke kaders voor het basement

Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) regeert de onderbouw. Wie een basement ontwerpt als verblijfsruimte stuit direct op de minimale vrije hoogte; een cruciale grens van 2,60 meter voor nieuwbouw, terwijl voor bestaande bouw vaak 2,10 meter wordt aangehouden om een ruimte juridisch als 'verblijfbaar' te bestempelen. Lager? Dan vervalt de status naar opslag of technische ruimte. Brandveiligheid is eveneens een zwaarwegend punt binnen het BBL. Een basement heeft vaak beperkte vluchtwegen. Directe uitgangen naar het aansluitende terrein of specifieke brandcompartimentering zijn dan geen luxe maar bittere noodzaak.

Constructief leunt het basement op de Eurocodes. NEN-EN 1997 (Eurocode 7) dicteert de berekeningen voor de gronddruk en de stabiliteit van de fundering. Het is niet simpelweg een muur metselen. De zijdelingse belasting door grond en grondwater vereist gewapende betonconstructies die voldoen aan de strenge eisen van NEN-EN 1992. Voor de waterdichtheid kijken professionals naar de vloeistofdichtheidseisen. Een kelder moet een 'witte kuip' zijn of een 'bruine kuip' met externe membranen die de integriteit waarborgen tegen hydrostatische druk. Stilstaand water tegen de gevel is een risico dat door goede detaillering volgens de geldende normen moet worden ondervangen.

Ventilatienormen uit het BBL voorkomen dat een basement verandert in een ongezond, vochtig hol. Radon- en thoronconcentraties die vanuit de bodem binnendringen moeten effectief worden afgevoerd. De luchtverversing moet voldoen aan specifieke debieten per vierkante meter. Geen ventilatie betekent simpelweg geen goedkeuring voor gebruik als verblijfsgebied. Bij het restaureren van een architectonisch basement bij monumenten gelden bovendien de specifieke richtlijnen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, waarbij materiaalgebruik en historisch profielverloop vaak zwaarder wegen dan moderne isolatienormen.

Historische ontwikkeling van de zuilvoet en onderbouw

Van de klassieke canon naar de middeleeuwse klauw

De Griekse Dorische orde deed het zonder. De zuilschacht rustte direct op het stylobaat, de bovenste trede van de tempelvloer. Geen franje onderaan. De Ioniërs en Korinthiërs brachten daar verandering in door een basement toe te voegen voor een betere spreiding van de enorme verticale lasten. Vitruvius canoniseerde deze vormen later in zijn geschriften. Hij dicteerde de exacte proporties van de torus en de trochilus. In de romaanse architectuur veranderde de functie niet, maar de vorm wel. Men introduceerde de 'hoekklauw'. Dit zijn kleine decoratieve elementen op de hoeken van het basement die de overgang van de ronde schacht naar de vierkante plint visueel verzachtten. Soms in de vorm van een blad, soms als een dierlijke poot. De gotiek trok het basement vervolgens de hoogte in; de profielen werden dieper en de sokkels complexer om de verticale dynamiek van de kathedralen te ondersteunen.

De transformatie van de onderbouw

De ondergrondse bouwlaag begon zijn leven als een puur utilitair fenomeen. In de Romeinse tijd dienden deze ruimtes vaak voor de opslag van graan of als onderdeel van het verwarmingssysteem. De middeleeuwen kenden de crypten en voorraadkelders, maar van een structureel 'basement' als volwaardige verdieping was zelden sprake door de beperkte waterdichtheid van het toenmalige metselwerk. De grote verschuiving vond plaats tijdens de industriële revolutie. Stedelijke verdichting maakte de grond duur. Men moest omlaag. De uitvinding van modern Portlandcement in de 19e eeuw was de technische katalysator. Opeens was het mogelijk om constructies te maken die de hydrostatische druk van het grondwater konden weerstaan zonder direct te bezwijken aan rot of lekkage. In de 20e eeuw zorgde de komst van gewapend beton voor de definitieve doorbraak van de 'witte kuip', waardoor het basement niet langer een klamme opslagruimte bleef, maar een fundament voor hoogbouw en complexe stedelijke infrastructuur werd.

Meer over bouwkundige onderdelen en toebehoren

Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwkundige onderdelen en toebehoren