Bijna-energieneutrale gebouwen (BENG)
Definitie
Bijna-energieneutrale gebouwen (BENG) zijn nieuw te bouwen panden die moeten voldoen aan strenge energieprestatie-eisen, zoals vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Omschrijving
De praktijk van BENG
De bouwstenen van BENG en de overgang van EPC
Concreet omvat BENG dus vier bepalende indicatoren:
- BENG 1: De maximale energiebehoefte, uitgedrukt in kWh per m² gebruiksoppervlak per jaar. Dit richt zich primair op de bouwkundige schil en compactheid.
- BENG 2: Het maximale primaire fossiele energiegebruik, eveneens in kWh per m² gebruiksoppervlak per jaar. Hier gaat het om de energie die nodig is voor verwarming, koeling, warm tapwater, ventilatie en eventueel bevochtiging, na aftrek van hernieuwbare energie.
- BENG 3: Het minimale aandeel hernieuwbare energie, een percentage dat aangeeft hoeveel van de totale energiebehoefte afkomstig moet zijn van duurzame bronnen.
- TO-juli: Specifiek voor woningen; deze indicator beoordeelt het risico op oververhitting in de zomermaanden. Een te hoge waarde duidt op een onacceptabel binnenklimaat.
Belangrijk is de duidelijke scheidslijn met de voorgaande Energieprestatiecoëfficiënt (EPC). Waar de EPC voorheen één cijfer opleverde dat de totale energiezuinigheid van een gebouw weergaf, bieden de BENG-indicatoren een veel gedetailleerder en integraler beeld. De EPC had de neiging energiezuinigheid primair te focussen op installaties en de opwekking van energie, waardoor een 'slecht' geïsoleerd huis met veel zonnepanelen toch een gunstige EPC kon krijgen. BENG dwingt daarentegen tot een fundamentele aanpak: eerst de energiebehoefte minimaliseren (BENG 1), dan efficiënt omgaan met fossiele energie (BENG 2), en pas daarna het resterende deel duurzaam opwekken (BENG 3). Dit is een paradigmaverschuiving. De berekeningen hiervoor zijn vastgelegd in de Nederlandse Technische Afspraak (NTA) 8800, de uniforme methode voor het bepalen van de energieprestatie van gebouwen.
Praktische voorbeelden
Hoe ziet BENG er in de praktijk uit?
De theorie achter BENG is helder, maar de vertaling naar de bouwplaats of tekentafel vergt concrete beslissingen. Neem bijvoorbeeld de strikte eisen aan de energiebehoefte, BENG 1. Dit betekent voor een projectontwikkelaar vaak dat er direct in de ontwerpfase al rekening gehouden wordt met extra dikke isolatiepakketten, ver boven de minimumwaarden van het bouwbesluit, en de consequente toepassing van triple glas in alle gevelopeningen. Zelfs de oriëntatie van het gebouw op de zon en de mate van compactheid wegen hier zwaar mee. Een onnodig complex gevormd gebouw, met veel uitbouwen en inhammen, maakt het al snel lastiger om aan BENG 1 te voldoen; een simpele kubus scoort daarin vaak beter.
Voor het primaire fossiele energiegebruik, BENG 2, zien we standaard dat gasloze oplossingen de norm zijn. Een woningproject sluit dan niet meer aan op het aardgasnet, maar krijgt standaard een warmtepompinstallatie, vaak in combinatie met vloerverwarming en/of -koeling. Voor grotere utiliteitsgebouwen is de aansluiting op een collectieve WKO-installatie (Warmte- en Koudeopslag) een veelvoorkomende praktijk, waarmee warmte en koude uit de bodem benut wordt voor klimaatbeheersing.
Om de BENG 3-eis van een minimaal aandeel hernieuwbare energie te behalen, transformeren daken van nieuwbouwprojecten in volwaardige energiecentrales. Op appartementencomplexen zie je vaak het hele dakvlak vol liggen met zonnepanelen (PV-panelen) die de gemeenschappelijke voorzieningen voeden en/of de energiebehoefte van de individuele woningen deels compenseren. Soms worden er zelfs zonnecollectoren toegepast die direct bijdragen aan de warmwaterbereiding.
En die TO-juli indicator, die waakt over zomerse oververhitting in woningen? Dat leidt tot bewuste keuzes zoals het plaatsen van buitenzonwering – denk aan screens of rolluiken – en het ontwerpen van diepe overstekken boven ramen op de zuidgevel. Soms wordt zelfs gekozen voor gevelmaterialen met een hogere thermische massa, om de opwarming gedurende de dag te vertragen.
Wettelijk kader en normering
De fundamenten van Bijna-Energieneutrale Gebouwen (BENG) liggen verankerd in Europese wetgeving, specifiek de Europese richtlijn Energieprestatie van gebouwen (EPBD). Deze richtlijn verplicht lidstaten om ambitieuze eisen te stellen aan de energieprestatie van nieuwe gebouwen. Nederland heeft deze verplichting vertaald naar nationale regelgeving, wat sinds 1 januari 2021 concreet is vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
Het Bbl stelt de eisen voor de BENG-indicatoren (BENG 1, BENG 2, BENG 3 en voor woningen de TO-juli) verplicht voor alle aanvragen van omgevingsvergunningen voor nieuwbouw. Dit betekent dat elk nieuw op te richten gebouw in Nederland aan deze strenge energieprestatie-eisen moet voldoen. De manier waarop de energieprestatie wordt berekend en getoetst, is uniform vastgelegd in de Nederlandse Technische Afspraak (NTA) 8800. Dit document beschrijft de rekenmethodiek en de bijbehorende parameters, waardoor een eenduidige en vergelijkbare beoordeling van de energieprestatie van gebouwen gewaarborgd is. Het is de nationale standaard voor deze berekeningen, onmisbaar voor architecten, adviseurs en bouwers.
De historische ontwikkeling van BENG
De aanloop naar Bijna-Energieneutrale Gebouwen, ofwel BENG, is geen plotse ingreep geweest, eerder een culminatie van decennia aan groeiend Europees en nationaal milieubewustzijn. De wortels liggen diep in de Europese ambitie om de energieprestatie van gebouwen significant te verbeteren. De Europese richtlijn Energieprestatie van gebouwen (EPBD), al in 2002 van kracht, vormde het beginpunt. Deze richtlijn dwong lidstaten ertoe concrete stappen te ondernemen, gebaseerd op een gezamenlijke visie op duurzaam bouwen.
Voor Nederland betekende dit aanvankelijk de introductie van de Energieprestatiecoëfficiënt (EPC), een enkele numerieke waarde die de energiezuinigheid van een gebouw weergaf. De EPC diende jarenlang als de leidraad, een manier om de totale energiebehoefte te kwantificeren. Echter, met voortschrijdend inzicht bleek een enkele maatstaf onvoldoende robuust om de complexiteit van energiezuinigheid en het binnenklimaat volledig te dekken. Er ontstond kritiek: de EPC stimuleerde weliswaar opwekking van duurzame energie, maar minder de primaire reductie van de energiebehoefte zelf. Een gebouw kon theoretisch een gunstige EPC behalen door veel zonnepanelen te plaatsen, zelfs met een matige isolatieschil.
Daarom zette de Europese Unie in 2010 een volgende, cruciale stap met een herziene EPBD-richtlijn, die stelde dat alle nieuwe gebouwen vanaf 31 december 2020 (voor overheidsgebouwen al vanaf 31 december 2018) ‘nearly zero-energy buildings’ moesten zijn. Nederland vertaalde dit concept naar BENG. Deze transitie markeerde een fundamentele verschuiving in denkwijze: niet langer één cijfer, maar een set van drie (later vier met TO-juli voor woningen) indicatoren die elk een specifiek aspect van de energieprestatie adresseerden. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) formaliseerde dit, met 1 januari 2021 als de datum waarop BENG verplicht werd voor alle aanvragen van omgevingsvergunningen voor nieuwbouw. Deze ontwikkeling zorgde voor een verplichte integrale benadering, waarbij de nadruk eerst op het minimaliseren van de energiebehoefte kwam te liggen, daarna op efficiënt energiegebruik, en pas dan op duurzame opwekking, alles conform de NTA 8800 rekenmethode.
Gebruikte bronnen
- https://www.dwa.nl/beng
- https://www.hunebouw.nl/beng-woning-bouwen
- https://www.change.inc/infra/alle-beng-eisen-op-een-rij-29621
- https://www.priva.com/nl/blog/gebouwen/wat-is-energieneutraal
- https://selekthuis.nl/beng
- https://www.rockwool.com/nl/advies-en-inspiratie/kennisverdieping/beng/welke-beng-eisen-gelden-er/
- https://iplo.nl/regelgeving/regels-voor-activiteiten/technische-bouwactiviteit/nieuwbouw/rijksregels/energiezuinigheid/
- https://www.sleiderink.nl/kennisbank/wat-zijn-de-eisen-van-het-nieuwe-bouwbesluit-beng
Meer over duurzaamheid en milieu
Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan duurzaamheid en milieu