Bint
Definitie
Een bint is een portaalvormige houten draagconstructie bestaande uit stijlen en balken die samen de hoofddraagstructuur van een gebouw vormen en lasten van het dak of de vloeren afvoeren.
Omschrijving
Uitvoering en werkwijze
Eerst de vloer. Horizontaal uitleggen. De timmerman markeert de pen-en-gatverbindingen met uiterste precisie op de ruwe balken, waarbij telmerken essentieel zijn om de puzzel van honderden kilo’s hout later op de bouwplaats zonder fouten in elkaar te laten vallen. Geen millimeter speling wordt getolereerd in dit stadium.
Het oprichten gebeurt portaal voor portaal. Een samenspel van hijskracht en handmatige sturing. De stijlen worden op stiepen of poeren gemanoeuvreerd om direct contact met de vochtige bodem te vermijden, terwijl de dekbalk de overspanning tussen de verticale delen voltooit en de breedte van het gebouw definieert. Diagonale schoren, de korbelen, worden in de hoeken tussen stijl en balk geslagen. Ze vangen de zijdelingse druk op en voorkomen dat de constructie gaat scharen. Toogpennen van eikenhout worden met kracht door de verbindingen gedreven; doordat de gaten in de pen en het gat bewust enkele millimeters verspringen, trekt de constructie zichzelf tijdens het inslaan onwrikbaar vast.
De structuur groeit stapsgewijs in de lengte. Meerdere binten achter elkaar, onderling gekoppeld door gordingen, flieringen of muurplaten, vormen uiteindelijk het starre karkas. Het is een proces van mechanische opsluiting. Zodra de verbindingen zijn geborgd, ontstaat een zelfdragend ruimtelijk skelet dat de dakbelasting via de stijlen direct naar de fundering afvoert, zonder dat er dragende tussenwanden nodig zijn.
Constructieve typen en regionale varianten
In de Nederlandse bouwgeschiedenis is de terminologie rondom het bint soms verwarrend. Hoewel men vaak spreekt over een bint als synoniem voor een balk, doelt de vakman bij een bint of gebint op de volledige portaalconstructie. Het onderscheid tussen de varianten wordt hoofdzakelijk bepaald door de wijze waarop de horizontale balk en de verticale stijlen met elkaar zijn verbonden. Deze verbinding dicteert de stabiliteit van het hele casco.
Het ankerbalkgebint
Dit is de zwaargewicht onder de constructies. De dwarsbalk, de ankerbalk, steekt hierbij volledig door de stijl heen. Aan de achterzijde wordt de balk met houten wiggen of pennen 'verankerd', waardoor een verbinding ontstaat die enorme trekkrachten kan weerstaan. Je vindt dit type vooral in het oosten en zuiden van Nederland. Het is de ruggengraat van de hallenhuisboerderij. Door de balk lager tussen de stijlen te plaatsen, ontstond er bovenop de balken extra ruimte voor de oogstopslag, een praktisch voordeel dat de vorm bepaalde.
Het dekbalkgebint
In de noordelijke provincies domineert het dekbalkgebint. Hierbij rust de horizontale balk niet in maar op de koppen van de stijlen. Een pen-en-gatverbinding houdt de boel op zijn plek, terwijl de korbelen voor de broodnodige stijfheid zorgen. Het grote verschil? De constructie is minder bestand tegen zijwaartse spatkrachten dan het ankerbalkgebint, maar in de compacte stelpboerderijen van Friesland en Groningen volstond dit prima. De krachten worden hier directer verticaal naar beneden geleid.
Tussenbalkgebinten en zijbeuken
Naast de hoofdvormen bestaan er tussenbalkgebinten, waarbij de balk simpelweg tussen de stijlen is ingelaten zonder door te steken. Dit type zie je vaak bij minder zwaar belaste delen of in zijbeuken. In grote schuren spreken we ook wel van een tussenbint of bijbint wanneer deze tussen de hoofdbinten in staan om de gordingen extra te ondersteunen. Het draait om de hiërarchie in het skelet. Soms wordt de term bint ook onterecht gebruikt voor een eenvoudige zolderbalk of een kinderbalk, maar zonder de verticale stijlen mist de essentie van het portaal. Een bint is een systeem, geen los onderdeel.
Praktijksituaties en visuele herkenning
Stel je een Twentse boerderij voor waar de 'deel' wordt omgetoverd tot woonkamer. Alle niet-dragende muren verdwijnen. Wat overblijft is een ritme van robuuste eiken staanders en ankerbalken. Dat is het gebint in zijn puurste vorm. Het draagt de rieten kap zonder hulp van de buitengevels.
In de moderne houtbouw zie je het ook. Een minimalistische schuurwoning. De constructeur kiest voor dekbalkgebinten om een open plattegrond te creëren. De balken rusten strak op de stijlen. Geen verborgen staalconstructies. Alleen de eerlijke krachtoverdracht van hout op hout. De ruimtelijke vrijheid is hierdoor enorm.
Kijk eens naar de hoeken van een oude kapschuur. Waar de horizontale balk de verticale stijl raakt, zie je die schuine verbindingsbalkjes. De korbelen. Zodra een zware storm op de zijgevel drukt, voorkomen deze schoren dat de hele constructie zijdelings wegklapt. Het bint houdt zichzelf in model. Zonder deze driehoeksverbindingen zou het skelet scharen onder de winddruk.
Tijdens een renovatie worden vaak de telmerken zichtbaar. In het hout gehakte inkepingen of Romeinse cijfers. Ze vertellen het verhaal van de timmerman die het bint op de grond uitlegde voordat het portaal voor portaal werd opgericht. Elk onderdeel heeft zijn eigen unieke plek. Een puzzel van eeuwenoud eiken.
Wetgeving en normering
Veiligheid is geen suggestie. In de huidige Nederlandse bouwpraktijk vormt het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) het juridische fundament waaraan elk gebint moet voldoen. De wet eist een onwrikbare constructieve veiligheid. Dat betekent concreet dat de krachtenafdracht van een bint, zowel de permanente belasting als de variabele windlasten, volledig doorgerekend moet zijn. Geen nattevingerwerk meer.
Eurocode 5 en sterkteklassen
Constructeurs grijpen direct naar de NEN-EN 1995-reeks, beter bekend als Eurocode 5. Deze norm bepaalt hoe we houten constructies berekenen. Het gaat hierbij niet alleen over de dikte van de balk, maar vooral over de details van de verbindingen. Een pen-en-gatverbinding moet de theoretische krachten ook echt kunnen overdragen. Daarbij speelt NEN-EN 338 een rol; hout wordt ingedeeld in sterkteklassen zoals C24 voor naaldhout of D30 voor eiken. De wet ziet erop toe dat het toegepaste materiaal ook daadwerkelijk de capaciteit heeft die de berekening belooft. Sjoemelen met de kwaliteit van het hout is een direct risico voor de stabiliteit.
Restauratie en de Erfgoedwet
Bij historische binten in monumentale panden verandert het speelveld. Hier botst de moderne regelgeving vaak met de historische realiteit. De Erfgoedwet beschermt de monumentale waarde. Je mag een eeuwenoud ankerbalkgebint niet zomaar aanpassen of versterken met stalen platen zonder toestemming van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed of de gemeentelijke monumenteninstantie. Restauratienormen schrijven voor dat ingrepen bij voorkeur reversibel zijn en dat authentieke constructiemethoden, zoals het gebruik van houten toogpennen in plaats van moderne schroeven, gerespecteerd worden. Balanceren tussen de statische eisen van het BBL en het behoud van cultureel kapitaal. Dat is de dagelijkse praktijk.
Van grondpaal naar vrijstaande structuur
Hout rot in de grond. De vroege middeleeuwse bouwers ontdekten dit op de harde manier; hun paalwoningen waarbij de staanders direct in de bodem werden geslagen, hielden het zelden langer dan een generatie vol. Rond de dertiende eeuw voltrok zich een technische revolutie in de Lage Landen. Men begon stijlen op stenen poeren of 'stiepen' te plaatsen om het hout te isoleren van bodemvocht. Deze verschuiving eiste een radicaal andere aanpak van de stabiliteit. Zonder de inklemming van de grond moest het skelet zichzelf overeind houden. Het bint werd geboren als de ultieme oplossing: een stijf portaal dat door slimme pen-en-gatverbindingen en korbelen bestand was tegen weer en wind.
De techniek perfectioneerde zich in de eeuwen daarna. Timmermansgilden standaardiseerden de constructie. Waar men aanvankelijk werkte met eenvoudige overkepingen, ontwikkelde de vakman steeds complexere verbindingen zoals de schuine haaklas en de befaamde ankerbalkverbinding. Deze innovaties waren niet esthetisch bedoeld. Ze waren pure noodzaak om grotere overspanningen te realiseren voor de groeiende graanvoorraden en de toenemende omvang van de veestapel. Het bint bepaalde de maatvoering van de boerderij; de afstand tussen de binten, het bintvak, werd de standaardeenheid voor de indeling van het gebouw.
Functionele divergentie en industriële luwte
Regionale verschillen ontstonden door gebruik. In het oosten en zuiden van Nederland heerste het ankerbalkgebint, waarbij de dwarsbalk lager in de stijlen werd verankerd om een enorme zolderruimte voor hooi te creëren. Een constructief zwaargewicht. In de noordelijke kustgebieden koos men juist voor het dekbalkgebint. Dit was lichter en efficiënter voor de stelpboerderijen waar de oogst in het hart van de boerderij werd opgetast in plaats van op een zolder. De achttiende eeuw markeert een hoogtepunt in de verfijning, waarbij eikenhout langzaam plaatsmaakte voor het goedkopere en gemakkelijker te bewerken grenenhout uit Scandinavië en de Baltische staten.
Met de komst van de industriële revolutie raakte het traditionele bint uit de gratie. Staal en beton namen de rol van hoofddraagstructuur over. Het bint werd verbannen naar de wereld van de schuren of simpelweg weggewerkt achter stucwerk en plafonds. Decennialang werd het beschouwd als een verouderde bouwmethode, totdat de jaren '90 van de vorige eeuw een kentering brachten. De herwaardering voor eerlijke materialen en zichtbare constructies bracht het bint terug in de architectuur. Tegenwoordig combineert men de historische logica van het portaal met computergestuurde CNC-freestechnieken, waardoor een eeuwenoud principe naadloos aansluit bij de moderne, duurzame bouwsector.
Meer over constructies en dragende structuren
Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan constructies en dragende structuren