Brandslanghaspel
Definitie
Een brandslanghaspel is een stationaire blusinstallatie, vast aangesloten op de waterleiding, ontworpen voor het bestrijden van beginnende branden in gebouwen.
Omschrijving
Typen en Varianten
Binnen de wereld van brandbestrijding op locatie wordt de term ‘brandslanghaspel’ met name gebruikt om een specifieke variant van een vaste blusinstallatie aan te duiden. Waar men soms simpelweg over een ‘brandhaspel’ spreekt, is het cruciaal het onderscheid te maken met de ‘vaste opstelplaats brandslang’. Dit is geen semantische spitsvondigheid, maar een fundamenteel verschil in ontwerp en toepassing, vastgelegd in respectievelijk de NEN-EN 671-1 voor de brandslanghaspel en de NEN-EN 671-2 voor de vaste opstelplaats brandslang.
De brandslanghaspel, zoals de definitie al impliceert, is uitgerust met een semi-rigide slang. Deze eigenschap zorgt ervoor dat de slang, ongeacht hoe deze is uitgerold – deels of volledig – direct water onder druk kan leveren. Dit maakt hem uitermate geschikt voor beginnende branden waarbij snelle inzet geboden is en het blusmiddel doorgaans door niet-brandweerpersoneel wordt bediend. Veelvoorkomende uitvoeringen kennen slanglengtes van 20, 25 of 30 meter, met diameters van 19 of 25 millimeter, afhankelijk van de benodigde worplengte en wateropbrengst.
De vaste opstelplaats brandslang daarentegen, werkt met een platte, oprolbare slang. Voordat deze slang effectief gebruikt kan worden, moet hij eerst volledig worden uitgerold om knikken te voorkomen en pas dan kan er water onder druk gezet worden. Deze systemen zijn doorgaans ontworpen voor gebruik door getraind personeel of de brandweer, en dus niet primair voor de ‘eerste inzet’ door een leek.
Een ander belangrijk onderscheid blijft bestaan met draagbare blusmiddelen zoals poeder- of schuimblussers. Waar deze laatste een gelimiteerde bluscapaciteit hebben, biedt de brandslanghaspel een nagenoeg onuitputtelijke watertoevoer, zolang de hoofdkraan openstaat. Het is de constante beschikbaarheid en de aanzienlijke wateropbrengst die de haspel uniek maakt voor de bestrijding van klasse A branden.
Voorbeelden
Voorbeelden
Waar stuit je op zo'n brandslanghaspel in de praktijk? Overal waar vaste stoffen brand kunnen veroorzaken, waar een snelle blusinzet cruciaal is. Een kantoorgebouw bijvoorbeeld, daar vind je ze veelvuldig. Stelt u zich voor: een overvolle prullenbak vlamt op, of een stapel archiefpapier begint te smeulen. Die direct beschikbare waterstraal, uitgerold binnen seconden, maakt dan het verschil. Geen gedoe met brandblussers die leeg zijn na een paar seconden, hier heb je continu water.
Denk aan een productiehal. Pallets met karton, houten verpakkingen, stofophopingen; allemaal potentieel brandgevaarlijk. Een brandslanghaspel, strategisch geplaatst, stelt werknemers in staat een beginnende brand effectief te bestrijden. Stel een vonk veroorzaakt een kleine brand op een pallet, de haspel is dan het middel bij uitstek. Of een schoolgebouw, waar veel papier en textiel aanwezig is. Een smeulend gordijn, of een papiermand die ontvlamt tijdens een les. Een snelle reactie met de haspel kan escalatie voorkomen. Cruciaal, die onmiddellijke beschikbaarheid van water onder druk, dat is waar het om draait.
Wettelijke kaders en normeringen
Wettelijke kaders en normeringen
De plaatsing en uitvoering van brandslanghaspels vallen onder strikte wet- en regelgeving, primair vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), voorheen het Bouwbesluit. Dit besluit schrijft voor in welke gebouwen en onder welke omstandigheden brandslanghaspels verplicht zijn. Het Bbl stelt de functionele eisen aan brandveiligheidsinstallaties, waaronder de brandslanghaspel, om een veilige gebruiksomgeving te waarborgen.
Om te voldoen aan de eisen van het Bbl wordt in de praktijk veelvuldig gerefereerd aan normen van het Nederlands Normalisatie-instituut (NEN). Specifiek voor brandslanghaspels is de NEN-EN 671-1 van belang. Deze Europese norm, overgenomen door NEN, beschrijft gedetailleerd de eisen voor het ontwerp, de prestatie en de testmethoden van brandslanghaspels met vormvaste slang. Het garandeert dat deze blusmiddelen betrouwbaar functioneren wanneer het erop aankomt.
Daarnaast is er de NEN-EN 671-2, die betrekking heeft op vaste opstelplaatsen voor brandslangen met platte oprolbare slangen. Hoewel dit technisch gezien een ander blusmiddel betreft, is de aanwezigheid van deze norm significant voor het bredere spectrum van slangsystemen voor brandbestrijding, en helpt het bij de correcte keuze en implementatie van het juiste type blusvoorziening, zoals ook in de typen-sectie reeds is onderscheiden. Conformiteit met deze normen is essentieel voor de goedkeuring en certificering van gebouwgebonden brandbeveiligingssystemen, een vereiste voor zowel nieuwbouw als bestaande bouw.
Historische ontwikkeling
De evolutie van de brandslanghaspel is nauw verbonden met de groeiende complexiteit van gebouwen en het toenemende besef van brandveiligheid. Oorspronkelijk waren interne brandblusmiddelen in gebouwen beperkt tot eenvoudige waterbronnen zoals emmers of geïmproviseerde aansluitingen op waterleidingen. Het was een rudimentaire aanpak, vaak onvoldoende om een brand adequaat te bestrijden zodra deze iets groter was dan een vonk.
Met de opkomst van gestandaardiseerde waterleidingnetwerken in de 19e en vroege 20e eeuw, ontstond de mogelijkheid voor vaste blusposten binnenshuis. Deze bestonden aanvankelijk uit een kraan met een losse, vaak platte textielslang die bij brand handmatig moest worden aangesloten en volledig uitgerold. Dit proces was tijdrovend en vereiste enige vaardigheid, waardoor de effectiviteit in crisissituaties beperkt bleef. De echte innovatie kwam met de ontwikkeling van het oprolmechanisme, dat niet alleen zorgde voor een geordende opslag van de slang, maar ook de snelle inzetbaarheid aanzienlijk verbeterde. De slang was direct aangesloten, klaar voor gebruik.
Een cruciale technische vooruitgang was de introductie van de semi-rigide of vormvaste slang. In tegenstelling tot de traditionele platte brandweerslangen, die eerst volledig moesten worden uitgerold om knikken te voorkomen en water onder druk te zetten, maakte de vormvaste slang directe watertoevoer mogelijk, ongeacht of de slang volledig was afgerold of niet. Deze eigenschap transformeerde de brandslanghaspel tot een blusmiddel dat snel en effectief door ongetrainde personen kon worden bediend, essentieel voor de bestrijding van beginnende branden nog voordat de brandweer arriveert. Dit technische onderscheid, vastgelegd in normen zoals de NEN-EN 671-1, markeert het punt waarop de brandslanghaspel een onmisbaar en gestandaardiseerd onderdeel werd van de brandveiligheidsinfrastructuur in moderne gebouwen.
Gebruikte bronnen
- https://www.brandveiligheid-info.nl/brandslanghaspel
- https://www.nen.nl/arbeid-veiligheid/brandblusapparatuur
- https://www.expert-brandbeveiliging.nl/brandslanghaspel/
- https://nl.wikipedia.org/wiki/Brandslang
- https://cibv.nl/besluit-bouwwerken-leefomgeving-reob/
- https://www.bouwtotaal.nl/2023/03/brandveiligheid-tijdens-en-na-de-bouw/
- https://iplo.nl/regelgeving/regels-voor-activiteiten/technische-bouwactiviteit/nieuwbouw/rijksregels/installaties-brand/
- https://www.joostdevree.nl/shtmls/symbolen_in_bouwtekeningen.shtml
- https://iplo.nl/regelgeving/regels-voor-activiteiten/gebruiken-bouwwerk/rijksregels/brandveiligheidsinstallaties/
Meer over installaties en energie
Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan installaties en energie