Cannelure
Definitie
Een cannelure is een verticale groef of geul in de schacht van een zuil, pilaster of ander bouwkundig element, voornamelijk gebruikt als decoratie.
Omschrijving
Uitvoering in de praktijk
Typen en varianten van Cannelures
Bij de robuuste Dorische zuil, daar zie je de cannelures elkaar direct raken, zonder tussenruimte. Die scherpe, verticale overgangen noemen we dan een ‘graat’. Doorgaans treffen we hier ongeveer twintig van deze graten aan op een zuil, wat een krachtig en strak licht- en schaduwspel creëert. Het is puur en direct.
De Ionische en Korinthische zuilen, die pakken het anders aan. Hier bevinden zich wel degelijk tussenruimtes tussen de cannelures; een smalle, platte strook die we de ‘riem’ noemen. Deze riem zorgt voor een zachtere overgang, wat bijdraagt aan de elegantere en verfijndere uitstraling van deze ordes. Het aantal cannelures ligt hier vaak hoger, zo'n vierentwintig is geen uitzondering, wat een rijkere detaillering geeft. Het is een wereld van verschil, die riem.
Dan is er nog de zeldzame, bijna kunstzinnige variant: de spiraalvormige cannelure. Geen rechte lijn omhoog, maar een elegante draaiing die de zuil een dynamisch, roterend karakter geeft. Je ziet ze niet vaak, maar ze vangen onmiddellijk de aandacht. Het is een statement op zich.
De term ‘gecanneleerd’ wordt overigens simpelweg gebruikt als bijvoeglijk naamwoord om aan te geven dat een bouwelement, zoals een zuil of pilaster, voorzien is van deze kenmerkende verticale groeven. Het is dus geen apart type, maar een beschrijving van de afwerking.
Voorbeelden
Geschiedenis
De oorsprong van de cannelure ligt diep geworteld in de klassieke oudheid, specifiek in de architectuur van het oude Griekenland. Reeds bij de constructie van de eerste stenen tempels, waarin de houten voorgangers werden geïmiteerd, verschenen de verticale groeven op de zuilschachten. Men vermoedt dat de inspiratie hiervoor mogelijk afkomstig was van de natuurlijke nerven van boomstammen of de verticale splitten die ontstonden wanneer houten palen werden gespleten of bij elkaar gebonden.
Met de ontwikkeling van de klassieke zuilorden, de Dorische, Ionische en Korinthische, kreeg de cannelure een vaste plek en specifieke vorm. De Dorische orde, de oudste en meest robuuste, kenmerkt zich door scherpe cannelures die elkaar direct raken, zonder tussenliggende band. Dit gaf de zuil een krachtige, plastische uitstraling en zorgde voor een intens licht- en schaduwspel dat de verticale oriëntatie benadrukte. Bij de latere Ionische en Korinthische ordes, die verfijnder en eleganter waren, verschenen de zogenaamde 'riemen' tussen de groeven; smalle, platte banden die de scherpe overgangen verzachtten en de algehele esthetiek verfijnden. Het was niet zomaar decoratie; deze groeven verbeterden de waargenomen slankheid en hoogte van de zuil en gaven een gevoel van ritme en beweging aan de façade.
Na de val van het Romeinse Rijk raakte de klassieke architectuur, inclusief de cannelure, lange tijd op de achtergrond. Maar met de renaissance in de 15e eeuw kwam er een hernieuwde belangstelling voor de klassieke vormentaal. Architecten zoals Brunelleschi en Alberti bestudeerden de Romeinse ruïnes en brachten de cannelure terug in de architectuur, niet alleen op zuilen en pilasters, maar ook op balusters, vazen en andere decoratieve elementen. Deze revival zette door in de barok, het classicisme en het neoclassicisme, waarbij de cannelure steeds weer werd toegepast om gebouwen een tijdloze grandeur en klassieke allure te verlenen, soms met kleine variaties zoals de zeldzame spiraalvormige groeven. Zelfs in de 19e en vroege 20e eeuw bleef het een populair decoratief element in openbare gebouwen en representatieve architectuur, een direct link naar het architectonische verleden.
Meer over bouwkundige onderdelen en toebehoren
Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwkundige onderdelen en toebehoren