Bint

Cannelure

Bouwkundige Onderdelen en Toebehoren C

Definitie

Een cannelure is een verticale groef of geul in de schacht van een zuil, pilaster of ander bouwkundig element, voornamelijk gebruikt als decoratie.

Omschrijving

Die kenmerkende verticale uitsparingen, ze tref je vooral aan op zuilen en pilasters, onmiskenbaar in de klassieke bouwkunst. Dorisch, Ionisch, Korinthisch – overal vind je ze. Men zegt dat de inspiratie kwam van boomstammen, de oervorm van de zuil, met hun natuurlijke groeven. Maar het gaat dieper dan dat. Het is een esthetische truc; die cannelures trekken het oog omhoog, verlengen de lijn, maken een zuil slanker, eleganter. Zonder die schaduwpatronen, die diepte en levendigheid toevoegen, zou het geheel veel vlakker zijn, minder sprekend. Bij een Dorische zuil, dan zie je ze elkaar raken, die scherpe randen, de 'graat' noemen we dat. Een stuk of twintig, doorgaans. Maar bij Ionische en Korinthische stijlen? Daar ligt een smalle, platte strook, de 'riem', tussen de groeven. Meestal vierentwintig. Dit detailwerk. Niet alleen antiek, hoor. In de Renaissance kwam het weer volop terug, op balusters bijvoorbeeld. En hoewel bijna altijd verticaal, zijn er zeldzame uitzonderingen, spiraalvormige cannelures, een hele kunst op zich. Denk maar aan een 'gecanneleerde zuil'; dat woord beschrijft het perfect.

Uitvoering in de praktijk

Het realiseren van cannelures, die kenmerkende verticale groeven op bouwelementen, is in de praktijk vooral een proces van materiaalverwijdering of -vorming. Bij natuurstenen zuilen, de traditionele toepassing bij uitstek, worden deze groeven doorgaans met precisie uit het massieve gesteente gehakt, geslepen of gefreesd. Dit begint na de initiële vormgeving van de zuil of pilaster, waarna de exacte positie en diepte van elke cannelure zorgvuldig worden uitgemeten en bewerkt. Het is een ambachtelijk proces, waarbij de hand van de steenhouwer of de nauwkeurigheid van de machine de uiteindelijke esthetiek van de 'graten' of de vlakke 'riemen' tussen de groeven bepaalt. In houtwerk zien we een vergelijkbare aanpak, vaak door middel van snijwerk of machinaal frezen, wat vooral efficiënt is bij seriematige productie van bijvoorbeeld balusters. Wanneer we kijken naar gepleisterde of gestucte oppervlakken, daar worden cannelures veelal gevormd met behulp van specifieke profielen, sjablonen of modellen. Het verse pleister wordt dan getrokken of gemodelleerd om de gewenste concave vorm te krijgen, waarna het uithardt. Voor betonconstructies kan de cannelure al in de bekisting zijn geïntegreerd, waarbij de groeven een direct resultaat zijn van het gietproces zelf, of achteraf in het uitgeharde beton worden geslepen of gefreesd. Hoe dan ook, de methode is altijd afgestemd op het materiaal en het vereiste detailniveau.

Typen en varianten van Cannelures

Cannelures, je ziet ze dus in verschillende hoedanigheden, de uitvoering is sterk afhankelijk van de architectonische stijl en het beoogde effect. Het primaire onderscheid maken we op basis van de klassieke zuilorden, elk met hun eigen specifieke benadering van deze verticale groeven. Dit is heel belangrijk; een verkeerde uitvoering verandert de hele uitstraling.

Bij de robuuste Dorische zuil, daar zie je de cannelures elkaar direct raken, zonder tussenruimte. Die scherpe, verticale overgangen noemen we dan een ‘graat’. Doorgaans treffen we hier ongeveer twintig van deze graten aan op een zuil, wat een krachtig en strak licht- en schaduwspel creëert. Het is puur en direct.

De Ionische en Korinthische zuilen, die pakken het anders aan. Hier bevinden zich wel degelijk tussenruimtes tussen de cannelures; een smalle, platte strook die we de ‘riem’ noemen. Deze riem zorgt voor een zachtere overgang, wat bijdraagt aan de elegantere en verfijndere uitstraling van deze ordes. Het aantal cannelures ligt hier vaak hoger, zo'n vierentwintig is geen uitzondering, wat een rijkere detaillering geeft. Het is een wereld van verschil, die riem.

Dan is er nog de zeldzame, bijna kunstzinnige variant: de spiraalvormige cannelure. Geen rechte lijn omhoog, maar een elegante draaiing die de zuil een dynamisch, roterend karakter geeft. Je ziet ze niet vaak, maar ze vangen onmiddellijk de aandacht. Het is een statement op zich.

De term ‘gecanneleerd’ wordt overigens simpelweg gebruikt als bijvoeglijk naamwoord om aan te geven dat een bouwelement, zoals een zuil of pilaster, voorzien is van deze kenmerkende verticale groeven. Het is dus geen apart type, maar een beschrijving van de afwerking.

Voorbeelden

Loop eens door de historische centra van Nederlandse steden; in Den Haag, Amsterdam, of Utrecht. Kijk omhoog naar gevels van statige bankgebouwen uit de jaren ’20, monumentale overheidsgebouwen, of zelfs voormalige paleizen die nu musea zijn. Daar zie je ze onmiskenbaar: kolommen of pilasters die de ingang flankeren. Die kenmerkende verticale groeven, die de zuil optisch verlengen en het licht op een specifieke manier vangen, dat zijn cannelures. Ze geven het gebouw direct een klassieke, verheven uitstraling. Of stel je voor: een architect die een project ontwerpt waarbij hij bewust teruggrijpt op klassieke architectuur. Niet zelden kiest men dan voor zuilenrijen of pilasters in de gevel die, door de toepassing van cannelures, een gevoel van grandeur en verfijning meegeven. Het is een esthetische keuze, eentje die al eeuwenlang wordt toegepast om een specifiek karakter te creëren. Zelfs in de interieurafwerking van een klassiek landhuis kan men cannelures terugvinden; denk aan op maat gemaakte houten kasten of lambriseringen waar verticale ribbels zijn gefreesd, puur voor de decoratieve waarde en om een bepaalde diepte te suggereren.

Geschiedenis

De oorsprong van de cannelure ligt diep geworteld in de klassieke oudheid, specifiek in de architectuur van het oude Griekenland. Reeds bij de constructie van de eerste stenen tempels, waarin de houten voorgangers werden geïmiteerd, verschenen de verticale groeven op de zuilschachten. Men vermoedt dat de inspiratie hiervoor mogelijk afkomstig was van de natuurlijke nerven van boomstammen of de verticale splitten die ontstonden wanneer houten palen werden gespleten of bij elkaar gebonden.

Met de ontwikkeling van de klassieke zuilorden, de Dorische, Ionische en Korinthische, kreeg de cannelure een vaste plek en specifieke vorm. De Dorische orde, de oudste en meest robuuste, kenmerkt zich door scherpe cannelures die elkaar direct raken, zonder tussenliggende band. Dit gaf de zuil een krachtige, plastische uitstraling en zorgde voor een intens licht- en schaduwspel dat de verticale oriëntatie benadrukte. Bij de latere Ionische en Korinthische ordes, die verfijnder en eleganter waren, verschenen de zogenaamde 'riemen' tussen de groeven; smalle, platte banden die de scherpe overgangen verzachtten en de algehele esthetiek verfijnden. Het was niet zomaar decoratie; deze groeven verbeterden de waargenomen slankheid en hoogte van de zuil en gaven een gevoel van ritme en beweging aan de façade.

Na de val van het Romeinse Rijk raakte de klassieke architectuur, inclusief de cannelure, lange tijd op de achtergrond. Maar met de renaissance in de 15e eeuw kwam er een hernieuwde belangstelling voor de klassieke vormentaal. Architecten zoals Brunelleschi en Alberti bestudeerden de Romeinse ruïnes en brachten de cannelure terug in de architectuur, niet alleen op zuilen en pilasters, maar ook op balusters, vazen en andere decoratieve elementen. Deze revival zette door in de barok, het classicisme en het neoclassicisme, waarbij de cannelure steeds weer werd toegepast om gebouwen een tijdloze grandeur en klassieke allure te verlenen, soms met kleine variaties zoals de zeldzame spiraalvormige groeven. Zelfs in de 19e en vroege 20e eeuw bleef het een populair decoratief element in openbare gebouwen en representatieve architectuur, een direct link naar het architectonische verleden.

Link gekopieerd!

Meer over bouwkundige onderdelen en toebehoren

Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwkundige onderdelen en toebehoren