IkbenBint.nl

cavetto

Schilderwerk en Decoratie C

Definitie

Een concaaf of hol profiel, meestal met een kwartronde doorsnede, dat dient als overgangselement in architecturaal lijstwerk.

Omschrijving

De cavetto vormt de visuele tegenhanger van de bolle ovolo en wordt toegepast om een vloeiende, terugwijkende lijn te creëren tussen twee loodrechte vlakken. In de praktijk fungeert dit lijstwerk vaak als onderdeel van kroonlijsten of architraven, waarbij de holle curve voor een subtiele gradiënt in de schaduwwerking zorgt. Of het nu gaat om klassieke Egyptische kroonlijsten of moderne interieurafwerkingen, de geometrische eenvoud van de kwartcirkel biedt een rustpunt voor het oog. Het profiel verzacht harde constructieve overgangen zonder de strakke lijn van het ontwerp te doorbreken.

Uitvoering in de praktijk

De vervaardiging van een cavetto berust op een subtractief principe waarbij materiaal wordt verwijderd om de kenmerkende holte te creëren. Bij houten lijstwerk wordt dit profiel vanouds verkregen door het gebruik van holstaven of profileerschaven. De beitel van dergelijk gereedschap bezit exact de radius van de gewenste boog, waardoor de kwartronde vorm in één of meerdere gangen uit het hout wordt gesneden. Tegenwoordig vindt deze bewerking veelal machinaal plaats met frezen die op hoge snelheid door de lengteas van het materiaal bewegen.

In de stucadoorskunst verloopt het proces via trekwerk. Een sjabloon van zink of kunststof, gesneden in het negatief van de beoogde curve, wordt over een dikke laag natte mortel getrokken. Dit gebeurt langs een vooraf gestelde regel. Meerdere lagen zijn vaak nodig. Het materiaal moet telkens even opstijven. Bij natuursteen vereist de cavetto een beheerst proces van hakken en schuren. De steenhouwer verwijdert eerst de grote massa uit de hoek van een blok om vervolgens met verfijnde beitels en schuurstenen de vloeiende lijn te voltooien. De aansluiting op de aangrenzende platte vlakken luistert nauw; elke afwijking in de radius verstoort de beoogde graduele schaduwwerking die dit profiel typeert.

Variaties en begripsmatige nuances

In de praktijk wisselen de benamingen voor de cavetto sterk, vaak afhankelijk van de schaal en de historische context waarin het profiel wordt toegepast. In de Nederlandse bouwkunst staat de cavetto simpelweg bekend als de hollijst. Wanneer dit profiel echter op grote schaal wordt uitgevoerd als de hoofdbekroning van een gebouw, spreken we van een keellijst. Dit is met name zichtbaar in de Egyptische architectuur, waar de cavetto-cornice een iconisch element vormt. De schaal bepaalt hier de naam. Hoewel de standaardvorm een zuivere kwartcirkel volgt, bestaan er geometrische varianten die de schaduwwerking beïnvloeden:
  • Symmetrische cavetto: De radius is overal gelijk, wat een rustige, gelijkmatige overgang geeft.
  • Asymmetrische cavetto: Hierbij is de curve afgeplat of juist uitgerekt, vaak om een optische correctie te bieden bij een hoge plaatsing boven ooghoogte.
  • Gedrukte hollijst: Een variant waarbij de diepte van de holte geringer is dan de hoogte van het profiel.
Er bestaat vaak verwarring met de scotia. De scotia is ook een hol profiel, maar de toepassing en vorm verschillen wezenlijk. Waar de cavetto een uitwaartse beweging maakt om een vlak te beëindigen, is de scotia dieper ingesneden en bevindt deze zich doorgaans in de basis van een kolom. De scotia wordt begrensd door twee bolle lijsten (tori). De cavetto daarentegen fungeert meestal als afsluiting aan de bovenzijde. Ook in samengestelde profielen zoals de cyma recta (ojief) is de cavetto terug te vinden als het holle element dat vloeiend overgaat in een bolle vorm. Het is de bouwsteen van complex lijstwerk.

Toepassingen en beeldende voorbeelden

In een gerestaureerd herenhuis vormt de cavetto vaak de subtiele overgang tussen het stucwerk van de wand en het plafond. In plaats van een harde hoek zie je daar een zachte, holle lijn die het strijklicht opvangt. De schaduw verloopt traploos. Dit typeert de klassieke hollijst.

Kijk naar een eikenhouten boekenkast. De kroonlijst aan de bovenzijde 'waaiert' vaak uit via een hol profiel. Het geeft het zware meubel een optische lift. De meubelmaker gebruikt hier de cavetto om de overgang naar de dekplaat te verzachten. Zonder dit profiel zou de kast abrupt eindigen.

In de monumentale architectuur tref je de cavetto aan als de massieve keellijst van een historisch pand. De holte is daar soms aanzienlijk groot. Een diepe schaduwpartij benadrukt de horizontale lijn van het dak. Het oogt robuust maar minder zwaar dan een massief blok.

Zelfs in modernere interieurs kom je de vorm tegen. Denk aan de afwerking van een natuurstenen keukenblad met een holle opstaande rand. Dat is puur praktisch; vuil hoopt zich niet op in een scherpe hoek. De cavetto bewijst hier zijn nut als hygiënische én esthetische oplossing. Een kleine radius volstaat al voor dit effect.

Normen en monumentenzorg

Restauratie dwingt tot precisie. De Erfgoedwet beschermt het oorspronkelijke gevelbeeld, waarbij een cavetto-profiel in een keellijst niet zelden als essentieel architectonisch kenmerk wordt aangemerkt. Men kan niet zomaar een standaard frees uit de bouwmarkt trekken; de profilering moet exact overeenstemmen met de historische status quo om de monumentale waarde te behouden. In de nieuwbouw dicteert het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) de kaders voor brandveiligheid. Vooral bij grootschalige toepassing van hollijsten in vluchtwegen is de brandklasse van het gekozen materiaal — of het nu gaat om geëxtrudeerd polystyreen, gips of massief hout — doorslaggevend voor de goedkeuring van het brandveiligheidsontwerp. Geen ruimte voor esthetische willekeur. Technische richtlijnen voor stuc- en pleisterwerk bieden daarnaast kaders voor de hechting en laagdikte van getrokken profielen, essentieel om scheurvorming of het loslaten van zware ornamenten in publieke ruimten te voorkomen.

Historische ontwikkeling van de hollijst

Het begon met massieve steenblokken in de klassieke oudheid. Romeinse en Griekse bouwmeesters gebruikten de cavetto als overgang in hun monumentale kroonlijsten, vaak uitgevoerd in marmer of kalksteen. Handwerk met beitel en hamer. De vorm was toen vooral aan de buitenzijde van gebouwen te vinden. Pas tijdens de Renaissance kwam de definitieve verschuiving naar het interieur. De schaal werd kleiner. De toepassing intiemer. In de Nederlandse bouwkunst van de zeventiende eeuw vormde de hollijst de brug tussen wand en balk. Hout was het basismateriaal. Timmermannen schaafden de holte met de hand uit zware eiken balken.

De achttiende eeuw markeert de opkomst van het grootschalige stucwerk. De trekmal deed zijn intrede. Geen geschaaf meer, maar het trekken van profielen in natte kalkmortel. Dit proces industrialiseerde de vormgeving van de cavetto; het maakte complexe, doorlopende lijsten mogelijk die voorheen onbetaalbaar waren. In de negentiende eeuw volgde de introductie van gipsgietvormen. De cavetto werd toen vaak onderdeel van nog rijkere ornamentiek. De modernisering in de twintigste eeuw bracht de freesmachine en later de CNC-gestuurde bewerking. De ambachtelijke hollijst werd een serieproduct. Van handgehakt natuursteen naar machinaal geproduceerd MDF in een paar eeuwen tijd. De functie bleef ongewijzigd: het verzachten van de constructieve overgang.

Meer over schilderwerk en decoratie

Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan schilderwerk en decoratie