Communiebank
Definitie
Een communiebank, vaak uitgevoerd als een lage balustrade of hekwerk, vormt in kerken de scheiding tussen priesterkoor en schip, functionerend als knielbank voor de communie-ontvangst.
Omschrijving
Terminologie en Uitvoeringsvarianten
Wat betreft uitvoeringen, hier zie je de ware breedte van dit bouwkundig element. Materiaalkeuze en decoratie bepalen het karakter:
- Houten communiebanken: Van bijzonder sobere, massieve constructies tot uitermate gedetailleerd gesneden exemplaren. Soms met ingelegde panelen die Bijbelse voorstellingen afbeelden, vaak perfect afgestemd op ander kerkmeubilair. Denk aan preekstoelen of koorgestoeltes. Het ambacht van de houtsnijder was hier prominent aanwezig.
- Metalen hekwerken: Veelal uitgevoerd in smeedijzer, met open, delicate patronen die een zekere lichtheid en doorzichtigheid boden. Visueel minder massief dan steen of massief hout, maar de functie als duidelijke afscheiding bleef. Soms verrijkt met vergulde details, echt kunstsmeedwerk.
- Stenen balustrades: Gemaakt van marmer, zandsteen of andere natuursteen; rijk bewerkt, soms voorzien van inscripties of beeldhouwwerk. Deze waren architectonisch vaak het meest robuust en permanent, volledig geïntegreerd in de kerkbouw zelf.
Praktische voorbeelden van de communiebank
Of denk aan die timmerman, jaren terug, die de opdracht kreeg zo'n massieve eikenhouten bank uit elkaar te halen. Elk onderdeel zorgvuldig genummerd, alles voor opslag in een stoffige zolderkamer, ‘voor later’. Niemand wist precies wát ‘later’ zou inhouden. Decennia later komen die onderdelen tevoorschijn, en voilà: een deel dient nu als de basis voor een nieuwe lezenaar, andere stukken vormen de rugleuning van een onverwachte zitbank in de bijruimte. Een prachtig staaltje herbestemming, hoe de functionaliteit volledig verandert maar het erfgoed behouden blijft, zomaar in een moderne setting. Het was geen sloop, nee, meer een transformatie, een tweede leven.
En dan zijn er die kerken waar de communiebank simpelweg verdwenen is, maar waar je de sporen ervan nog feilloos herkent. De afdruk op de tegelvloer, daar waar het marmeren hekwerk jarenlang stond, of de subtiele gaten in de pijlers waar de bevestigingen zaten. Een restauratiearchitect, die zo'n project begeleidt, die leest die 'lege plekken' als open boeken, als essentiële aanwijzingen om de oorspronkelijke indeling, de looplijnen en de functionaliteit van de kerk te begrijpen. De afwezigheid ervan vertelt soms meer dan de aanwezigheid. Zo'n communiebank, of wat ervan overbleef, het is altijd een sleutel tot het verhaal van het gebouw.
De historische ontwikkeling
De scheiding tussen het altaar en het schip van de kerk, een concept dat teruggaat tot de vroegchristelijke basilieken, kende diverse architectonische invullingen: iconostases in het oosten, doksalen en koorhekken in het westen. De communiebank, specifiek in zijn functie als knielbank voor de eucharistie, kristalliseerde echter pas na het Concilie van Trente (1545-1563) definitief uit. Dit concilie, de rooms-katholieke reactie op de Reformatie, benadrukte de transsubstantiatie en de eucharistische devotie. Een fysieke afscheiding die tevens het ontvangen van de communie in een houding van eerbied faciliteerde, werd cruciaal.
Vanaf de 17e eeuw integreerde de communiebank zich gestaag in het standaard kerkinterieur. De uitvoering was altijd een reflectie van de tijdgeest, een bouwkundig antwoord op zowel theologische richtlijnen als esthetische voorkeuren. Van strakke barokke vormen tot rijk gedecoreerde neogotische constructies; het element was nooit statisch, ontwikkelde zich van een simpele knielplank tot een architectonisch statement. Het was een zichtbare grens, ja, maar ook een functioneel meubelstuk, essentieel voor de liturgische praktijk gedurende eeuwen.
Het keerpunt voor dit aloude kerkmeubel kwam met het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965). De liturgische vernieuwingen hieruit vloeiden voort, gericht op een actievere participatie van de gelovigen en een minder afgescheiden priesterschap, brachten een fundamentele verandering teweeg. Plots was de noodzaak van een communiebank, als fysieke barrière en knielplek, verdwenen. Veel kerken kozen ervoor deze te verwijderen, een ingrijpende aanpassing van het interieur die de nieuwe theologische visie letterlijk vorm moest geven. Deze evolutie van introductie, verankering en uiteindelijk verwijdering, markeert een significant hoofdstuk in de geschiedenis van kerkbouw en liturgische praktijk.
Gebruikte bronnen
- https://nl.wikipedia.org/wiki/Communiebank
- https://www.joostdevree.nl/shtmls/cancelli.shtml
- https://wikimiddenbrabant.nl/Kerk
- https://nl.wikipedia.org/wiki/Kerkmeubilair
- https://nl.wikipedia.org/wiki/Beuk_(architectuur
- https://nl.wikipedia.org/wiki/Pijler_(bouwkunde
- https://anw.ivdnt.org/article/kasteel
- https://nl.wiktionary.org/wiki/communiebank
- https://nl.wikipedia.org/wiki/Hasseltse_kerk
- https://wikimiddenbrabant.nl/Stront_gooien
- https://www.joostdevree.nl/shtmls/altaarhek.shtml
- https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/8731
- https://www.monumentenzorgdenhaag.nl/monumenten/scheveningseweg-235
Meer over architectuur, historie en cultuur
Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan architectuur, historie en cultuur