Coulissenbouw
Definitie
Een architectonische bouwwijze waarbij geveldelen of volumes als losstaande schermen achter of naast elkaar worden geplaatst om een kunstmatige dieptewerking en ruimtelijke gelaagdheid te creëren.
Omschrijving
Uitvoering en methodiek
De realisatie van coulissenbouw stoelt op de fysieke separatie van verticale vlakken. Men plaatst geveldelen of autonome wanden in verschillende dieptelagen ten opzichte van de waarnemer. De onderlinge afstand tussen deze schermen wordt nauwkeurig bepaald om overlapping te genereren. Zo ontstaat een visuele gelaagdheid. Het draait om de regie van de tussenruimte. Door volumes te verschuiven langs de zichtas, wordt de massiviteit van het bouwwerk onderbroken. Schaduwwerking is hierbij een essentieel instrument; de donkere zones tussen de verlichte schermen suggereren een diepte die er constructief vaak niet is.
In de praktijk worden de gevels vaak losgekoppeld van de primaire draagstructuur. Dit staat toe dat schijven voorbij de eigenlijke gebouwhoogte of breedte steken. Men fragmenteert de rooilijn. Hierdoor wordt de voorbijganger gedwongen zijn blik te verplaatsen. Het is een optische montage. In plaats van één enkel vlak te metselen, worden losstaande elementen als decors geplaatst die elkaar deels aan het zicht onttrekken. De dieptewerking wordt versterkt door variatie in textuur of kleurgebruik tussen de verschillende lagen. Het oog springt van voorgrond naar achtergrond. De architectuur fungeert hier niet als een statische doos, maar als een dynamisch perspectief dat pas door beweging volledig tot uiting komt.
Typologieën van de gelaagde gevel
Daarnaast kennen we de optische coulissenbouw, ook wel schermenarchitectuur genoemd. Hierbij suggereren verschillende materialen, kleuren of texturen op één vlak een diepte die er fysiek niet is. Het is een vlakkenspel. In de stedenbouw manifesteert dit zich als een coulissenlandschap. Gebouwen verspringen ten opzichte van de rooilijn. Hierdoor ontstaan telkens nieuwe zichtassen. De straat wordt een theater. De voorbijganger de toeschouwer. Het landschap rolt zich als het ware zijwaarts uit, waarbij bebouwingsmassa's elkaar overlappen zonder een gesloten wand te vormen.
Begripsmatige nuances en afbakening
Vliesgevels en gordijngevels (curtain walls) hangen weliswaar ook voor de constructie, maar vormen doorgaans een continue, afsluitende schil. Bij coulissenbouw is de onderbreking heilig. De randen van de schermen moeten zichtbaar zijn tegen de lucht of de achterliggende laag. Het draait om de ontkoppeling. Waar een dubbele gevel vaak een technische oplossing is voor klimaatbeheersing, is de coulisse een architectonisch statement. Het is de kunst van het weglaten en het verschuiven. Een spel van blindwanden en open ruimtes dat de massiviteit van de traditionele bouwdoos definitief doorbreekt.
Het straatbeeld als schouwtoneel
Fragmentatie in de praktijk
Ruimtelijke ordening en de rooilijn
Constructieve eisen en windbelasting
Brandveiligheid en het schoorsteeneffect
De evolutie van de architectonische dieptewerking
Het concept vindt zijn kiem in de scenografie. Zeventiende-eeuwse theatertechnieken die de straat op gingen. In eerste instantie beperkte dit zich tot barokke paleistuinen en tijdelijke festivalarchitectuur, waar houten schermen de illusie van oneindigheid moesten wekken. De echte technische vertaalslag naar de permanente bouwsector liet op zich wachten tot het interbellum. Architecten zochten naar methoden om de starre baksteenarchitectuur te doorbreken. J.F. Staal zette de toon. Zijn Nederlandse paviljoen voor de Wereldtentoonstelling van 1925 in Parijs markeerde een omslag in het denken over de gevel. De wand werd autonoom.
Men gebruikte destijds lichte houtskeletten met stucwerk om de suggestie van zware massa te wekken. Het was pure regie over de waarneming. Na de Tweede Wereldoorlog professionaliseerde de techniek onder invloed van nieuwe constructiemethoden. De opkomst van skeletbouw in staal en beton bood ongekende vrijheid. Gevels hoefden niet langer dragend te zijn. Hierdoor konden architecten schijven werkelijk fysiek loskoppelen van de primaire structuur. De coulisse evolueerde. Van decoratief schilderwerk naar een constructieve exercitie in gelaagdheid.
In de jaren zeventig en tachtig stimuleerde het structuralisme deze ontwikkeling verder. De focus lag op de overgangszone tussen publiek en privaat. De gevel fungeerde als een gelaagd membraan. Tegenwoordig is de methodiek technisch volledig ingekaderd door de Eurocodes. Wat begon als een optisch spel van een eigenzinnige ontwerper, is nu een complexe puzzel van mechanische verankeringen en berekende windstromen. De vrijheid van de losstaande schijf is gevangen in staal en rekenmodellen. Modern technisch vernuft ten dienste van de oude visuele illusie.
Meer over bouwmaterialen en grondstoffen
Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwmaterialen en grondstoffen