IkbenBint.nl

Dakbeschot

Bouwkundige Onderdelen en Toebehoren D

Definitie

De directe onderlaag voor dakbedekking die de dakconstructie winddicht afsluit en constructieve stijfheid aan de kap verleent.

Omschrijving

Dakbeschot is de schil van de woning. Het vormt de brug tussen de dragende balken en de uiteindelijke pannen, leien of bitumen. Zonder dit beschot mist een dak zijn schijfwerking; het voorkomt dat de kap gaat schranken of torderen onder zware winddruk. Vroeger bestond dit uitsluitend uit houten delen, vaak vuren kraaldelen, die met messing en groef in elkaar grepen. Tegenwoordig grijpt de aannemer vaker naar plaatmateriaal. Denk aan multiplex of OSB-3 voor de vochtbestendigheid. Het moet stevig zijn. Je moet er immers over de gordingen kunnen lopen zonder dat de boel doorbuigt, al is het dragen van de dakbedekking de primaire taak.

Uitvoering en toepassing

De montage van het dakbeschot vangt doorgaans aan bij de dakvoet, waar de onderste rij elementen nauwkeurig horizontaal op de dragende onderconstructie wordt gefixeerd. Men werkt van beneden naar boven. Bij traditionele houten delen schuiven de vuren planken via een messing-en-groefverbinding in elkaar. Dit levert een nagenoeg gesloten vlak op. Spijkeren of schroeven gebeurt op elk kruispunt met een gording of spoor. Plaatmaterialen vragen om een specifieke systematiek.

Hierbij verspringen de verticale naden. Dit maximaliseert de schijfwerking van de totale kapconstructie. Naden tussen de platen vallen idealiter precies op de houten dragers om vering van de vloerdelen te voorkomen. Bij een sporenkap wordt het beschot dwars op de helling aangebracht. Bij gordingkappen is de oriëntatie vaak verticaal. Dit hangt af van de overspanning en de dikte van het materiaal. De aansluiting bij de nok en de kilkepers vereist nauwkeurig zaagwerk. Winddichtheid staat centraal. Soms worden naden aanvullend afgeplakt met systeemtape.

Bij de toepassing van prefab dakelementen is het beschot reeds geïntegreerd in een sandwichpaneel. Deze elementen worden in grote secties met een kraan op de kap gepositioneerd. Mechanische verankering vindt plaats aan de muurplaten en gordingen. Het resultaat is een direct beloopbaar vlak, gereed voor verdere afwerking met panlatten of andere dakbedekkingssystemen.

Variaties in materiaal en opbouw

Van massief hout naar samengestelde plaat

De evolutie van het dakbeschot loopt parallel aan de industrialisatie van de bouw. Vroeger bestond er geen keuze; men gebruikte vuren planken. Deze massieve delen, vaak voorzien van messing en groef, gaven de kap een robuust karakter. Kraaldelen zijn een specifieke esthetische variant hiervan. Ze hebben een decoratief profiel aan de zichtzijde, wat vooral bij onbeschoten kappen van binnenuit een fraai beeld geeft. Authentiek hout werkt echter. Het krimpt en zwelt.

Tegenwoordig domineert plaatmateriaal. OSB-3 is de standaard geworden voor de moderne aannemer. Het is een constructieve plaat van gerichte houtschilfers, verlijmd met watervaste hars. Goedkoper dan hout. Sneller te verwerken. Voor daken waar een hogere vlakheid of meer stabiliteit vereist is, kiest men voor multiplex of underlayment. Deze platen bestaan uit kruislings verlijmde fineerlagen en zijn minder gevoelig voor kromtrekken dan OSB.

Isolerende en ecologische alternatieven

Bij prefab woningbouw is het dakbeschot vaak geen losse plaat meer, maar onderdeel van een sandwichpaneel. Hierbij vormt een bovenplaat (het feitelijke beschot) samen met een isolatielaag en een binnenplaat één constructief geheel. Dit versnelt de bouw aanzienlijk. Soms verwart men dit met een sporenkap waar de isolatie bovenop wordt gelegd, maar bij dakelementen is de stijfheid volledig in de plaat geïntegreerd.

Een opkomende variant is de houtvezelplaat. Deze platen zijn zwaarder en dikker. Ze bieden uitstekende thermische faseverschuiving, wat betekent dat de hitte in de zomer langer buiten blijft. Bovendien zijn ze dampopen. Dit is cruciaal voor 'ademende' constructies waarbij vocht uit de isolatie naar buiten moet kunnen migreren zonder te condenseren tegen een luchtdichte plaat zoals multiplex. Het verschil met een traditionele plaat zit hem dus niet alleen in het materiaal, maar vooral in de bouwfysische prestatie.

Praktijksituaties en visuele herkenning

Stel je een zolderrenovatie voor bij een woning uit de jaren '30. Je verwijdert de oude isolatieplaten aan de binnenzijde en daar verschijnen de horizontaal gespijkerde vuren planken. Sommige delen vertonen kieren door jarenlange werking van het hout, maar de constructieve stijfheid van de kap is nog steeds merkbaar. Dit is het klassieke dakbeschot in zijn meest pure vorm. Het ruikt naar oud hout en vormt de directe basis voor de stoflatten aan de buitenzijde.

Op een moderne bouwplaats ziet het er anders uit. Grote, gelige platen met grove houtschilfers worden met een kraan omhoog gehesen. Dat is OSB-3. De timmerman loopt eroverheen terwijl hij de platen in een verspringend verband op de gordingen schroeft. Het buigt nauwelijks door. Het dak is binnen een dag winddicht. De schijfwerking van deze grote platen zorgt ervoor dat de kap niet kan torderen tijdens een najaarsstorm.

Kijk ook eens naar de overstek van een luxe veranda of een kapschuur. De planken die je ziet als je recht omhoog kijkt, zijn vaak kraaldelen. Hier dient het dakbeschot een dubbel doel: het draagt de EPDM-dakbedekking aan de bovenkant en fungeert als decoratief plafond aan de onderkant. Geen gipsplaat nodig. Het hout blijft in het zicht. De profilering van de kraal geeft het dak direct een ambachtelijke uitstraling.

Wetgeving en normering rondom dakconstructies

Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) stelt de kaders. Harde eisen aan de mechanische sterkte en brandveiligheid van de gebouwschil staan hierin centraal. Het dakbeschot is geen vrijblijvende afdekking. Het is een onderdeel van de hoofddraagconstructie zodra het bijdraagt aan de stabiliteit. NEN-EN 1995, ook bekend als Eurocode 5, vormt de technische leidraad voor het berekenen van houten constructies. Hierin wordt bepaald hoe de schijfwerking van het beschot moet worden getoetst. Belangrijk voor de windstijfheid van de kap.

Brandveiligheid en brandoverslag

NEN 6068 is de norm voor de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO). Houten dakbeschot is brandbaar. Dat is een feit. Bij woningscheidende wanden mag het beschot niet zomaar doorlopen zonder extra maatregelen. Vaak moet er een brandwerende strook of een onderbreking worden aangebracht. De brandklasse van het gebruikte plaatmateriaal of de planken moet bovendien voldoen aan de eisen die voor de specifieke gebruiksfunctie van het gebouw gelden. Meestal wordt gezocht naar materialen met een gunstige classificatie volgens NEN-EN 13501-1.

Productnormen voor plaatmateriaal

Constructief plaatmateriaal moet voldoen aan specifieke productnormen voordat het op een dak terechtkomt. Geen CE-markering betekent geen toepassing in de constructie. Voorbeelden van relevante normen zijn:

  • EN 13986: De overkoepelende norm voor houtachtige plaatmaterialen in de bouw.
  • EN 300: Specifieke eisen voor OSB-platen, waarbij voor daken meestal klasse OSB/3 (voor vochtige omstandigheden) wordt voorgeschreven.
  • EN 636: De norm voor multiplex, waarbij de verlijming en de fineerkwaliteit bepalen of de plaat geschikt is voor een (beschut) buitenklimaat.

Luchtdichtheid is een ander aspect. Sinds de aanscherping van de energieprestatie-eisen (BENG) is de luchtdichtheid van het dakbeschot essentieel. Ongewenste infiltratie van koude lucht via kieren tussen de planken moet worden voorkomen om de berekende isolatiewaarden te halen. Dit raakt direct aan de NEN 2687, die de luchtdoorlatendheid van gebouwen reguleert. Een goed gedetailleerd dakbeschot vormt de basis voor een energiezuinige schil.

Historische ontwikkeling van de dakconstructie

Vroeger was er enkel massief hout. Ruwe, ongekantrechte planken van eiken of naaldhout vormden de eerste vormen van dakbeschot, simpelweg over de sporen gespijkerd om een basis te bieden voor riet of zware pannen. Van luchtdichtheid was geen sprake. De wind woei door de kieren. Pas met de industrialisatie in de negentiende eeuw kwam de standaardisatie op gang. Machinaal geschaafde vuren delen met messing en groef deden hun intrede. De kap werd hiermee voor het eerst een constructieve schijf. Dit was een enorme vooruitgang voor de stabiliteit van de Nederlandse woningbouw. De zolder werd een bruikbare ruimte.

In de wederopbouwperiode na de Tweede Wereldoorlog verschoof de focus naar snelheid en materiaalefficiëntie. Planken werden dunner. De introductie van spaanplaat in de jaren zestig markeerde een kantelpunt, al bleek dit materiaal uiterst gevoelig voor vocht bij lekkages, wat leidde tot een voorzichtige adoptie van multiplex in de decennia daarna. De jaren tachtig brachten de definitieve omslag. De opkomst van prefab dakelementen maakte het traditionele dakbeschot op de bouwplaats nagenoeg overbodig voor grootschalige projecten. Het dak werd een industrieel samengesteld product in plaats van een ambachtelijk getimmerd vlak. De timmerman van weleer kende de grillen van werkend hout en hield rekening met krimp en uitzetting terwijl de moderne bouwer vertrouwt op de stabiliteit van verlijmde schilfers in platen die met duizenden tegelijk uit de fabriek rollen.

Meer over bouwkundige onderdelen en toebehoren

Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwkundige onderdelen en toebehoren