IkbenBint.nl

Dakschild

Constructies en Dragende Structuren D

Definitie

Een afzonderlijk hellend vlak van een dakconstructie dat samen met andere vlakken de geometrie, de waterafvoer en het uiterlijk van een kap bepaalt.

Omschrijving

Het dakschild is de ruggengraat van de waterkering. In de basis is het een vlak, maar technisch gezien is het een gelaagd systeem dat weerstand biedt tegen wind, regen en sneeuw. De hellingshoek is hierbij leidend. Bij een flauw hellend dak, ergens tussen de 7° en 25°, ontstaan vaak technische uitdagingen waarbij standaard dakpannen niet meer volstaan zonder extra waterkerende maatregelen. Een lessenaarsdak heeft er slechts één. Een zadeldak heeft er twee die in de nok samenkomen. Het dakschild verdeelt de krachten naar de onderliggende constructie en moet daarom perfect aansluiten op de bouwmuur of de dakvoet. Het is geen passief onderdeel; het dakschild werkt, zet uit onder de zon en vangt de druk van een storm op. Zonder een correct berekend dakschild faalt de gehele kapconstructie.

Werkwijze van uitvoering

De opbouw van een dakschild vangt aan bij het stellen van de dragende ribben of het monteren van prefab dakelementen. Nauwkeurige uitlijning is hierbij bepalend voor het uiteindelijke vlak. Over de sporen of gordingen wordt een waterkerende, dampopen folie gespannen. Verticale tengels worden direct op de constructie bevestigd om de noodzakelijke ventilatieruimte onder de bedekking te waarborgen.

Horizontale panlatten volgen in een strak ritme. De onderlinge afstand tussen deze latten, de latafstand, wordt bepaald door de werkende lengte van het gekozen materiaal. Men begint bij de dakvoet. De bedekking wordt rij voor rij naar de nok toe aangebracht. Bij de ontmoeting van twee dakschilden, zoals bij een hoekkeper of een kilkeper, worden elementen op maat gezaagd of geknipt voor een sluitende passing.

Mechanische verankering vindt plaats op basis van de berekende windbelasting en de specifieke hellingshoek. Bij de overgang naar de gevel of de aansluiting met een ander vlak worden loodvervangers of zetwerk ingewerkt. Zo ontstaat een gesloten systeem. De krachten die op het vlak inwerken, worden via de panlatten en tengels direct afgedragen aan de hoofddraagconstructie van het gebouw.

Verschijningsvormen en geometrische varianten

Niet elk vlak is gelijk. Soms regeert de eenvoud van een enkelvlak bij een lessenaarsdak, terwijl een schilddak vier convergente schilden vereist om de constructie te sluiten. Men spreekt vaak over een wolfseind. Dit is een ingekort dakschild aan de kopse kant van een zadeldak, vaak gekozen uit esthetisch oogpunt of om windbelasting te reduceren. Een subtiel verschil in terminologie. Maar essentieel voor de timmerman.

Geknikte dakschilden karakteriseren de mansardekap. Hier splitst het vlak zich in een steil ondervlak en een flauwer bovenvlak, gescheiden door een kniklijn die vaak met lood of zink wordt afgewerkt om lekkages te voorkomen. Technisch uitdagend. Veel snijverlies. Bij een tentdak komen alle schilden in één punt samen, de makelaar, waarbij elk vlak een identieke driehoeksvorm aanneemt.

Onderscheid en terminologie

Een dakschild wordt soms verward met een daksleppe of een kilvlak, maar het verschil zit in de oriëntatie en de functie binnen de waterafvoer. Waar een standaardschild het water naar buiten voert, verzamelt een kilvlak – de inwendige hoek tussen twee schilden – juist de stroom. Het dakschild is de drager. De rest is detaillering.

  • Hoekschild: Het schuine vlak aan de korte zijde van een gebouw dat de kopgevel vervangt.
  • Kilvlak: De inspringende hoek waar twee dakschilden elkaar ontmoeten, vaak een bron van lekkages bij slecht onderhoud.
  • Dakvlak: Een algemenere term, vaak gebruikt in de architectuur, terwijl dakschild sterker refereert aan de constructieve eenheid binnen de kap.

Asymmetrische dakschilden komen voor bij woningen met een ongelijke goothoogte. Het ene vlak loopt dan verder door dan het andere. Esthetiek ontmoet logica. De hellingshoek bepaalt hierbij de keuze voor de dakbedekking; een schild onder de 15 graden vraagt om andere pannen dan een steil vlak van 45 graden.

Praktische situaties en toepassingen

Stel je een installateur van zonnepanelen voor. Hij beoordeelt alleen het zuidelijk georiënteerde dakschild van een woning voor de optimale opbrengst. Het noordelijke vlak negeert hij volledig. Hier fungeert het dakschild als een op zichzelf staande eenheid voor energieopwekking.

Stormschade is een ander sprekend voorbeeld. Een felle westenwind rukt pannen los aan de windzijde. Slechts één dakschild vertoont gebreken, terwijl de andere zijden van de kapconstructie ongeschonden blijven. De winddruk en zuiging werken namelijk specifiek in op de oriëntatie van dat ene vlak.

Bij de plaatsing van een dakkapel wordt de structuur van het dakschild letterlijk opengebroken. De timmerman verwijdert een deel van de dakbedekking en de onderliggende constructie. Hij brengt een raveling aan om de krachten die normaal door het ononderbroken schild lopen, om de nieuwe uitsparing heen te leiden.

Kijk ook naar kleurverschillen op oude daken. Een dakschild aan de schaduwkant vertoont vaak meer mosgroei door vochtretentie. Het vlak op de zonkant is echter kurkdroog en de pannen zijn daar lichter van kleur door UV-straling. Eén dak, twee totaal verschillende microbiologische klimaten verdeeld over de schilden.

Normering en wettelijke kaders

Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) vormt het juridische fundament voor de technische eisen aan een dakschild. Veiligheid is de prioriteit. Een dakschild moet de krachten van de natuur trotseren. Voor de berekening van deze krachten, specifiek winddruk en windzuiging, is NEN-EN 1991-1-4 de leidende norm. De wind heft het vlak op of drukt het aan. Verankering van de dakbedekking is geen nattevingerwerk, maar een resultaat van deze berekeningen, zeker bij hoge gebouwen of kustgebieden.

Brandveiligheid kent strikte regels. NEN 6063 is hierbij essentieel; deze norm test de brandgevaarlijkheid van daken bij blootstelling aan vliegvuur. Een dakschild mag niet zomaar vlam vatten door een brand elders. Ook de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) tussen verschillende brandcompartimenten, vaak via de onderzijde of juist over het dakvlak heen, is vastgelegd in het BBL om de verspreiding van vuur te beperken.

Regenwater moet weg. NEN 2778 stelt eisen aan de waterdichtheid van de schil. Hoe flauwer de helling van het dakschild, hoe groter de technische druk om aan deze norm te voldoen zonder aanvullende folies of speciale sluitingen. Tot slot speelt het lokale omgevingsplan een rol. De welstandsnota kan specifieke eisen stellen aan de hellingshoek, de kleur en het materiaalgebruik van het schild om de architectonische eenheid in een straatbeeld te bewaken. Geen willekeur. Puur regelgeving.

Historische ontwikkeling

Ooit vloeiden wand en dak naadloos in elkaar over. Geen onderscheid. De noodzaak voor een specifiek dakschild ontstond pas bij de overgang naar rechthoekige gebouwen met dragende muren waar de kap als een losse eenheid op de constructie rustte. Riet en stro dicteerden eeuwenlang de vorm; de hellingshoek moest steil zijn om waterdruk te weerstaan en inwatering te voorkomen. De introductie van de gebakken pan in de late middeleeuwen veranderde de constructie fundamenteel. De panlat deed zijn intrede. Hiermee werd het dakschild voor het eerst een modulair systeem met een vaste maatvoering. Stedelijke verordeningen die rieten daken verboden vanwege brandgevaar, dwongen de bouwsector naar deze harde, zwaardere materialen die een robuuster spantenraam vereisten.

Met de barok en de opkomst van stedelijke paleizen werd de geometrie complexer. Het dakschild was niet langer een simpel vlak, maar een wiskundige puzzel van hoekkepers en wolfseinden. Timmermannen moesten complexe hoekuitslagen berekenen om de aansluitingen waterdicht te krijgen. De 20e eeuw bracht de grootste technische omslag: prefabricage. Het dakschild evolueerde van een ambachtelijk samenstel van losse sporen naar de huidige geïsoleerde dakelementen. Vandaag is het vlak een stijve schijf die de volledige stabiliteit van de kap waarborgt terwijl het vroeger slechts diende als drager voor de bedekking.

Meer over constructies en dragende structuren

Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan constructies en dragende structuren