IkbenBint.nl

Doorstrijken

Bouwtechnieken en Methodieken D

Definitie

Metseltechniek waarbij de voeg direct tijdens het verwerken van de stenen met de aanwezige metselspecie wordt afgewerkt tot het definitieve resultaat.

Omschrijving

Het einde van de traditionele voeger lijkt nabij op de moderne bouwplaats. Bij doorstrijken — in de sector vaak 'meegaand voegen' genoemd — vormt de metselspecie zowel de verbinding als de uiteindelijke esthetische afwerking. De metselaar brengt de specie vol en zat aan en laat deze even aantrekken. Zodra de mortel de juiste stijfheid heeft, wordt deze met een roller of een Pointmaster krachtig verdicht. Geen gedoe met twee verschillende mortels die ruzie maken om de aanhechting. Het resultaat is één homogene massa. Dat scheelt niet alleen tijd, het maakt de gevel ook aanzienlijk minder gevoelig voor vochtinslag en vorstschade. De voeg zit simpelweg vanaf het begin goed op zijn plek.

De praktijk van het doorstrijken

De uitvoering vindt plaats in een aaneengesloten workflow. De metselaar brengt de specie aan en laat deze rusten. Dit rustmoment is variabel; de zuiging van de ondergrond en de luchtvochtigheid bepalen wanneer de specie gereed is voor bewerking. Men test dit vaak door lichte druk uit te oefenen. Zodra de mortel niet meer aan de vingers kleeft maar nog wel vervormbaar is, begint de afwerking.

Door een specifieke tool over de volle voegen te halen, wordt de mortel krachtig gecomprimeerd. De druk zorgt voor een homogene structuur en een glad oppervlak. Hierbij wordt de specie tegelijkertijd in de gewenste vorm gedrukt, waarbij de randen van de stenen als geleiding dienen voor een strak resultaat. Er komt geen extra water of externe mortel aan te pas. Eventuele baarden of bramen die tijdens het rollen ontstaan, worden na een korte droogtijd diagonaal van het metselwerk weggeborsteld. Dit resulteert in een schone, gesloten voeg die direct een constructieve eenheid vormt met het metselwerk.

Gereedschap bepaalt het profiel

Niet elke doorgestreken voeg ziet er hetzelfde uit. De keuze voor het gereedschap is hierbij allesbepalend voor de schaduwwerking en het uiteindelijke gevelbeeld. Veel metselaars grijpen naar de Pointmaster, een metalen pen waarmee de specie krachtig in de voeg wordt gedrukt. Dit resulteert vaak in een licht verdiepte voeg. Strak en industrieel. Voor een ronder effect wordt de voegroller ingezet, een instrument dat over de mortel rolt en een holle vorm achterlaat.

Soms kiest men voor platvol doorstrijken. Hierbij ligt de voeg gelijk met de voorkant van de steen. Geen schaduwrandjes. Het oppervlak oogt massiever. Het vraagt uiterste precisie van de vakman; één uitschieter en de steen zit onder de mortelresten. De variatie zit hem dus niet in de samenstelling van de mortel, maar in de indrukdiepte en de vorm van de gebruikte tool. Een doorgestreken gevel kan zo variëren van een robuust reliëf tot een nagenoeg vlakke wand.

Naamgeving en het onderscheid met achteraf voegen

In de wandelgangen wordt doorstrijken vaak meegaand voegen genoemd. Het is een term die de lading dekt. De metselaar voert immers twee handelingen in één arbeidsgang uit. Verwar dit echter niet met traditioneel voegwerk. Bij die klassieke methode krab je de metselmortel eerst zo'n 15 tot 20 millimeter uit. Pas weken later komt de voeger langs. Hij vult de gaten met een specifieke voegmortel.

Het grootste verschil? De hechting. Bij doorstrijken is de voeg chemisch en mechanisch één met de muur. Geen kans op onthechting tussen twee verschillende lagen. Soms valt de term pointmasteren. Dit is strikt genomen een verwijzing naar het specifieke merk gereedschap, maar in de praktijk is het synoniem geworden voor de hele techniek. Let op bij de mortelkeuze. Niet elke metselspecie is geschikt; doorstrijkmortel is specifiek geformuleerd met de juiste korrelopbouw en waterretentie om verbranding tijdens het afwerken te voorkomen.

Praktijksituaties en toepassingen

Stel je een grootschalig woningbouwproject voor waar de planning strak staat. De metselaar trekt een Pointmaster door de verse specie van een lange penant. Er ontstaat direct een diepe schaduwwerking. Geen steigers die wekenlang moeten blijven staan voor een aparte voegploeg. De gevel is na het borstelen simpelweg klaar.

Bij een moderne villa wenst de architect een monolithische uitstraling. Hier wordt platvol doorgestreken. De metselaar strijkt de mortel exact gelijk met de rand van de baksteen. Het resultaat? Een massief ogend vlak zonder onderbrekingen van schaduwlijnen. Het luistert nauw. Eén uitschieter met de mortel vervuilt de steen onherstelbaar, omdat de specie direct wordt verdicht.

De vingerproef op de bouwplaats. De zon brandt op de zuidgevel. De metselaar drukt zijn vinger tegen de mortel; deze plakt niet meer maar geeft nog wel mee. Het ideale moment. Hij pakt de voegroller en verdicht de specie tot een gladde, holle vorm. Zou hij tien minuten wachten, dan 'verbrandt' de voeg en is verdichten onmogelijk. Een korrelige, open structuur is dan het gevolg.

  • Bedrijfshallen: Snelle afwerking met een industriële, verdiepte voeg voor een strak lijnenpspel.
  • Tuinmuren: Maximale weerstand tegen optrekkend vocht door de homogene, dichte structuur van de mortel.
  • Projectbouw: Kostenbesparing door het elimineren van een extra arbeidsgang en logistieke planning voor voegers.

Normen en kwaliteitsborging

De CUR-Aanbeveling 61 vormt de technische ruggengraat voor deze methode. Hierin staan de eisen voor de mortel en de uitvoering zwart op wit. Het is geen vrijblijvend advies voor de metselaar. De richtlijn voorkomt dat de voeg later uitvriest of onvoldoende hecht aan de baksteen door strikte regels te stellen aan de verdichting.

Constructief moet de gevel voldoen aan de Eurocode 6, vastgelegd in NEN-EN 1996. Hoewel deze norm primair over draagkracht gaat, beïnvloedt de homogeniteit van de doorgestreken voeg de algehele stabiliteit van de wand. Slechte verdichting leidt tot vochtindringing. Vocht is de vijand van elke constructie. De CE-markering op de mortelzakken volgens NEN-EN 998-2 is hierbij een harde eis. Deze norm specificeert de eigenschappen van de metselspecie, waarbij de mortelklasse cruciaal is om verbranding tijdens het afwerken te voorkomen.

Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) stelt de overkoepelende kaders voor de waterdichtheid en luchtdichtheid van de gebouwschil. De doorgestreken voeg fungeert hier als een barrière. Een correct uitgevoerde voeg draagt direct bij aan het voldoen aan de prestatie-eisen voor de buitengevel. Geen losse eindjes. De regelgeving dwingt een proces af waarbij materiaal en uitvoering naadloos op elkaar aansluiten voor een duurzaam resultaat.

Ontwikkeling van een monolithisch ambacht

De scheiding tussen metselaar en voeger was decennialang heilig in de Nederlandse bouw. Een logistieke traditie. De metselaar stapelde de stenen, de voeger kwam pas weken later het uiterlijk bepalen. Dit leidde vaak tot technische zwaktes; de twee mortellagen werkten elkaar soms tegen. De omslag kwam met de industrialisatie van bouwmaterialen in de jaren zeventig en tachtig. Fabrieksmatig samengestelde mortels maakten hun intrede. Geen nattevingerwerk meer aan de mengmolen, maar constante kwaliteit uit de silo. Dit opende de deur voor doorstrijken op grote schaal.

In de jaren negentig versnelde dit proces door economische druk. Tijd was geld. De noodzaak om steigers twee keer op te bouwen of langer te laten staan voor een voegploeg werd onhoudbaar. Doorstrijken bood de uitkomst. Het was niet alleen sneller, maar loste ook het groeiende probleem van onthechting en vorstschade bij traditioneel voegwerk op. De gevel werd weer één geheel. Monolithisch.

Rond 1998 werd de techniek definitief volwassen met de eerste publicaties van de CUR-Aanbeveling 61. Het markeerde de overgang van een pragmatische 'snelle oplossing' naar een technisch hoogwaardige standaard. Het ambacht verschoof. De metselaar kreeg de esthetische verantwoordelijkheid terug die hij in de vroege twintigste eeuw was kwijtgeraakt aan de gespecialiseerde voeger. Vandaag de dag is doorstrijken de norm in de seriematige woningbouw, gedreven door de vraag naar extreem dichte, onderhoudsarme gevels die bestand zijn tegen het veranderende klimaat.

Meer over bouwtechnieken en methodieken

Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwtechnieken en methodieken