IkbenBint.nl

Eclecticisme

Architectuur, Historie en Cultuur E

Definitie

Eclecticisme is een negentiende-eeuwse ontwerpstroming waarbij verschillende historische bouwstijlen en motieven binnen één bouwwerk worden gecombineerd tot een nieuw, representatief geheel.

Omschrijving

Geen starre regels meer, maar de vrijheid om te kiezen. Architecten gooiden in de negentiende eeuw de ketenen van het strikte historisme af en kozen simpelweg wat werkte voor de opdrachtgever en de functie van het gebouw. Of het nu ging om een statig bankgebouw of een chic hotel, de ontwerper plukte elementen uit de neorenaissance, de barok of het classicisme en smeedde deze aaneen. Het resultaat was vaak een rijk gedecoreerd gevelbeeld dat pure status moest uitstralen. In Nederland zie je deze mengvormen overal in de negentiende-eeuwse stadsuitbreidingen. Het was de architectonische taal van de opkomende burgerij die zich wilde spiegelen aan de grandeur van het verleden, zonder de technische mogelijkheden van de eigen tijd te negeren. Een stijl van 'shoppen' in de geschiedenis om de moderniteit vorm te geven.

Toepassing en uitvoering

Bij de realisatie van eclectische bouwwerken fungeert de gevel als een compositorisch canvas waarop verschillende stijlcitaten worden gerangschikt. Men kiest elementen op basis van hun esthetische of symbolische lading. De ontwerper fragmenteert de geschiedenis. Hij plukt. Hij combineert. Symmetrie vormt vaak de ruggengraat van het ontwerp. Een plint krijgt bijvoorbeeld een robuuste uitstraling door middel van imitatie-rustica, uitgevoerd in pleisterwerk, terwijl de bovenliggende verdiepingen vensters tonen met aedicula’s of frontons die direct zijn afgeleid van zestiende-eeuwse Italiaanse voorbeelden.

De techniek achter deze vormentaal combineert traditioneel ambacht met moderne industriële procedés. Ornamenten worden in serie vervaardigd van gips, cement of gietijzer. Men brengt deze vervolgens aan op een constructieve achtergrond van baksteen. Dit proces maakt een extreme detaillering mogelijk zonder dat elk onderdeel uniek gebeeldhouwd hoeft te worden. De overgang tussen verschillende stijlen vindt plaats bij natuurlijke scheidingslijnen in de architectuur. Denk aan waterlijsten, kroonlijsten of markante hoekrisalieten. Zo ontstaat visuele eenheid uit een diversiteit aan bronnen. Achter deze historische schil gaan vaak innovatieve constructies schuil, zoals gietijzeren kolommen die grote open ruimtes ondersteunen, terwijl de buitenkant de taal van het verleden spreekt.

Nuances in de mengvorm

Eclecticisme kent geen vaststaand handboek. Het is een fluïde stroming. We zien vaak een onderscheid tussen het vroege en het late eclecticisme. In de beginfase bleven architecten nog dicht bij het classicisme. Ze gebruikten historische motieven als voorzichtige decoratie op een strak stramien. Later, tijdens de bloeiperiode van het zogenaamde hoog-eclecticisme, verdween die schroom volledig. De gevels werden drukker. De reliëfs dieper. Het werd een architecturale collage waarin de hiërarchie tussen de stijlen vervaagde.

Een specifieke variant is het internationaal eclecticisme. Deze vorm leunt zwaar op de Parijse Beaux-Arts-traditie. Denk aan monumentale publieke gebouwen met overvloedige beeldhouwkunst, koepels en paviljoens. Het is de taal van prestige. Daarnaast bestaat er een meer pragmatische vorm, waarbij de stijlkeuze simpelweg werd bepaald door de functie van het gebouw. Een kerk kreeg gotische spitsbogen, terwijl een bankgebouw de soliditeit van de neorenaissance uitstraalde. Functioneel shoppen in de geschiedenis. Niets minder.

Onderscheid met aanverwante begrippen

Eclecticisme en historisme. Ze worden vaak in één adem genoemd. Ten onrechte. Waar een zuivere neostijl, zoals de neogotiek, streeft naar een dogmatische herleving van één specifieke periode, daar breekt de eclecticus de regels. Hij deconstrueert. Hij plukt wat hem zint. Historisme is trouw aan de bron; eclecticisme is trouw aan het effect. Het is het verschil tussen een historisch recept volgen en een nieuwe smaak creëren met oude ingrediënten.

De eclecticus ziet de geschiedenis niet als een chronologische lijn, maar als een gereedschapskist.

Soms spreekt men ook van de mengstijl. Dit is een volkse benaming voor hetzelfde fenomeen. Het duidt op het onbekommerd samenvoegen van elementen die theoretisch niet bij elkaar horen. In de Nederlandse context is deze term bijna synoniem met de negentiende-eeuwse stadsarchitectuur. Een eclectisch pand herken je vaak aan de afwezigheid van een dominante, eenduidige stempel. Het is een hybride. Een gebouw dat meerdere talen tegelijk spreekt zonder te stotteren.

Eclecticisme in de praktijk

Stel je een wandeling voor door een laat-negentiende-eeuwse stadswijk. Je ziet een statig herenhuis. De begane grond is uitgevoerd in robuust pleisterwerk dat zware natuurstenen blokken imiteert: rustica. Een verdieping hoger rusten de vensters op consoles met krulvormen uit de barok, terwijl ze worden bekroond door driehoekige frontons die rechtstreeks uit de Griekse oudheid lijken te komen. Het is een visuele puzzel. Alles klopt esthetisch, maar historisch gezien is het een anachronisme.

In een ander scenario betreed je een eclectisch postkantoor. De gevel straalt de strengheid uit van een renaissancistisch palazzo, compleet met pilasters en een zware kroonlijst. Eenmaal binnen verrast de ruimte. Slanke gietijzeren kolommen dragen een glazen kap. Hier ontmoet de negentiende-eeuwse techniek de historische vormgeving. De architect gebruikte de 'gereedschapskist' van het verleden om een modern, functioneel gebouw een herkenbaar en prestigieus gezicht te geven. Een kwestie van stijlcitaten oogsten en opnieuw planten op een eigentijds fundament. Niets is wat het lijkt, behalve de status die het uitstraalt.

Wettelijke bescherming en erfgoedstatus

Kader van de Erfgoedwet

Eclectische bouwwerken vormen een substantieel deel van het beschermde gebouwde erfgoed in Nederland. Omdat deze panden vaak de ruggengraat vormen van negentiende-eeuwse stadsuitbreidingen, vallen ze direct onder de bepalingen van de Erfgoedwet. Deze wet reguleert het onderhoud en de wijziging van rijksmonumenten. Een eigenaar mag de karakteristieke mengeling van stijlcitaten niet zomaar verwijderen. Vergunningverlening is noodzakelijk bij elke ingreep die de monumentale waarde raakt. Vaak geldt een instandhoudingsplicht. Dit betekent dat het specifieke gevelbeeld, inclusief de vaak fragiele ornamentiek van gietijzer of stucwerk, behouden moet blijven voor de toekomst.

Lokale regelgeving en de Omgevingswet

Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet ligt de nadruk op het omgevingsplan van de gemeente. Hierin staan de regels voor gemeentelijke monumenten en beschermde stadsgezichten. Veel wijken met een eclectisch karakter hebben zo’n beschermde status. Dit beperkt de vrijheid bij gevelrenovaties aanzienlijk. Welstandscriteria zijn vaak streng. Ze eisen dat nieuwe toevoegingen de historische gelaagdheid respecteren. Geen willekeurige moderne kozijnen in een gevel die neorenaissance en barok combineert. De samenhang is heilig.

Technische normen en afwijkingen

Bij verduurzaming of herbestemming botst de historische vormgeving soms met moderne eisen. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) stelt de kaders voor veiligheid en energieprestatie. Voor monumentale eclectische panden gelden echter vaak ontheffingen of maatwerkregels. Men kan niet simpelweg een dik pakket buitenisolatie tegen een rijk gedecoreerde gevel plakken. Dat zou de architectonische taal vernietigen. De regelgeving dwingt hier tot innovatieve oplossingen aan de binnenzijde van de schil. Restauratierichtlijnen schrijven bovendien voor dat vervangende materialen, zoals gietmortels voor ornamenten, technisch compatibel moeten zijn met het negentiende-eeuwse origineel. Vakmanschap is hier geen keuze, maar een wettelijke implicatie.

De breuk met de academische traditie

Vóór de negentiende eeuw heerste de overtuiging dat architectuur aan strikte regels en één dominante stijl gebonden moest zijn. Het classicisme was de wet. Rond 1830 ontstond er echter een fundamentele verschuiving in het denken. De canon barstte. Architecten begonnen de dwingende voorschriften van de academies als een keurslijf te ervaren dat niet langer paste bij de dynamiek van een moderniserende samenleving. De industriële revolutie vroeg om nieuwe gebouwtypen. Treinstations, beurshandelspanden en grootschalige postkantoren lieten zich niet vangen in de starre mal van een Griekse tempel. De geschiedenis werd gedegradeerd van een dictaat naar een bronnenboek. Men begon te citeren. Men combineerde. Het was een bevrijding van de tekentafel waarbij de esthetiek van de associatie belangrijker werd dan de architectonische zuiverheid.

Industrialisatie als vliegwiel

De opkomst van het eclecticisme is onlosmakelijk verbonden met de technologische vooruitgang. Voorheen was een rijk gedecoreerde gevel het resultaat van jarenlang ambachtelijk beeldhouwwerk in natuursteen. Kostbaar. Tijdrovend. De negentiende-eeuwse uitvindingen veranderden het speelveld volledig. Mallen maakten massaproductie van ornamenten mogelijk. Cementrustica, gipsen consoles en gietijzeren ornamentiek rolden in series de fabriek uit. Status werd hiermee bereikbaar voor de opkomende burgerij. Deze nieuwe elite had geen adellijke stamboom maar wilde wel wonen in huizen die de grandeur van het verleden ademden. Architectuur fungeerde als representatiemiddel. De gevel werd een collage van geprefabriceerde elementen. Het was een efficiënte methode om moderne bouwvolumes te bekleden met een historisch masker dat autoriteit en stabiliteit uitstraalde.

Van terughoudendheid naar hoog-eclecticisme

De ontwikkeling van de stroming laat een duidelijke curve zien in complexiteit. In de vroege fase bleven de ontwerpen vaak nog sober. Men hanteerde een strak classicistisch stramien en voegde daar subtiel motieven uit andere periodes aan toe. Een neorenaissance venster in een verder rustige gevel. Naarmate de negentiende eeuw vorderde, verdween deze schroom. Tijdens het zogenaamde hoog-eclecticisme, dat rond 1870 zijn piek bereikte, werd de vormentaal luidruchtiger. De decoratiedichtheid nam toe. Gevels werden driedimensionale spektakels waarin barokke krullen, gotische spitsen en klassieke zuilen om voorrang vochten. In Nederland markeert deze periode de grote stadsuitbreidingen buiten de oude vestingmuren. Tegen het einde van de eeuw kwam de reactie. Critici bestempelden de stijl als onecht en karakterloos. Dit maakte de weg vrij voor de rationele architectuur van Berlage en de organische vormen van de jugendstil, die de 'gejatte' stijlen van het eclecticisme definitief naar de achtergrond verdrongen.

Meer over architectuur, historie en cultuur

Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan architectuur, historie en cultuur