IkbenBint.nl

EPDM

Bouwmaterialen en Grondstoffen E

Definitie

EPDM (Ethyleen Propyleen Dieen Monomeer) is een synthetisch elastomeer met een zeer hoge elasticiteit, dat in de bouw hoofdzakelijk wordt toegepast voor de water- en luchtdichte afwerking van daken en gevels.

Omschrijving

Het materiaal is nagenoeg ongevoelig voor ozon en UV-straling, wat cruciaal is voor de levensduur van platte daken. Terwijl bitumen door de zon op den duur hard en bros wordt, behoudt EPDM zijn rek van soms wel 400 procent. Dat is handig bij extreme temperatuurwisselingen; het dak krimpt en zet uit zonder dat de naden direct de geest geven. Omdat het een rubber is, blijft het soepel bij dertig graden onder nul, maar ook bij een zinderende hitte van honderd graden. In de praktijk zien we vaak vellen van enorme afmetingen. Minder naden op het dakvlak betekent simpelweg een kleinere kans op lekkage op de lange termijn. Het materiaal is chemisch stabiel, loogt niet uit en is daardoor uitermate geschikt voor systemen waarbij regenwater wordt hergebruikt.

Verwerking en applicatie

De uitvoering begint meestal met het volledig uitrollen van de membraanvellen over het dakoppervlak. Dit is essentieel. Het rubber moet namelijk de tijd krijgen om te 'ontspannen'. Spanningen die tijdens het productieproces of het strakke oprollen zijn ontstaan, trekken er zo uit. In de praktijk houdt men vaak een wachttijd van dertig tot zestig minuten aan. De ondergrond dient ondertussen droog en vrij van scherpe verontreinigingen te zijn.

Bij een volledig verkleefd systeem wordt contactlijm ingezet. Men brengt deze lijm tweezijdig aan: zowel op de ondergrond als op de onderzijde van de EPDM-folie. Zodra de lijm handdroog is, wordt het rubber behoedzaam in de lijmlaag gerold. Een verzwaarde aandrukwals drukt vervolgens eventuele luchtinsluitingen weg en zorgt voor een homogene verbinding. Bij ballastsystemen blijft de folie juist los liggen. Hierbij zorgen grindlagen of tegels voor het nodige gewicht tegen windbelasting, waarbij enkel de randzones en opgaand werk met lijm worden gefixeerd.

Details zoals binnen- en buitenhoeken vereisen specifieke vouwtechnieken of het gebruik van geprefabriceerde vormstukken. Geen branders. EPDM-verwerking is een koude techniek, wat de brandveiligheid op de bouwplaats ten goede komt. Hemelwaterafvoeren en andere doorvoeren worden waterdicht aangesloten met manchetten die door middel van vulkanisatie of speciale kit aan de dakbedekking worden verbonden. De naden tussen verschillende banen worden chemisch met elkaar verbonden via een nadenlijm of een zelfklevende tape, wat resulteert in een dichte, elastische barrière.

Variaties in dikte en wapening

De dikte van het membraan bepaalt in hoge mate de mechanische weerstand. In de Nederlandse utiliteits- en woningbouw is 1,2 millimeter de standaardnorm. Toch zien we in specifieke scenario's, zoals bij intensieve groendaken of dakterrassen waar de kans op ponsbelasting groter is, vaak een verschuiving naar 1,5 millimeter of zelfs 2,0 millimeter. Dikker is niet altijd beter, maar wel robuuster.

Naast de dikte is er het onderscheid tussen ongewapende en gewapende folies. Ongewapende EPDM is extreem rekbaar. Ideaal voor complexe details. Gewapende varianten bevatten een intern polyesterweefsel of glasvlies. Dit beperkt de rek, maar vergroot de treksterkte aanzienlijk. Dit is essentieel bij mechanisch bevestigde systemen waarbij de windkrachten direct op de folie trekken. Zonder die inlage zou de folie simpelweg over de bevestigingsringen scheuren.

Amerikaanse versus Europese EPDM

In de praktijk maken verwerkers een scherp onderscheid tussen Amerikaanse en Europese systemen. Het verschil zit niet alleen in de herkomst, maar in de chemische samenstelling en verwerking. Amerikaanse banen zijn vaak getalkt om verkleving op de rol te voorkomen. Dit vereist een reinigingsproces bij de naden voordat er gelijmd kan worden. Europese EPDM is meestal glad en talkvrij.

KenmerkAmerikaanse EPDMEuropese EPDM
OppervlakVaak dof/getalktGlad en schoon
NaadverbindingTape-systeem (vaak butyl)Lijmverbinding of thermisch
FlexibiliteitZeer hoogIets stijver door dikte

Er bestaan ook varianten met een vlies aan de onderzijde, de zogenaamde vliesgecacheerde EPDM. Deze viltlaag fungeert als drukverdeellaag en maakt het mogelijk om de folie direct op lastige ondergronden zoals oude bitumineuze dakbedekking te verlijmen met PU-lijm. De lijm bruist in het vlies, wat een ijzersterke mechanische verankering oplevert.

Specifieke uitvoeringen en verwarring

Zelfklevende EPDM wint terrein. Hierbij is de onderzijde fabrieksmatig voorzien van een lijmlaag die wordt beschermd door een folie. Snelheid is hier het sleutelwoord. Stroken EPDM, vaak aangeduid als EPDM-loodvervanger, worden ingezet voor waterdichte aansluitingen in de spouw of rondom kozijnen. Deze strips zijn dunner en vaak gewapend met een strekmetaal om ze in vorm te kunnen buigen, vergelijkbaar met traditioneel lood.

Verwar EPDM niet met TPO of PVC. TPO is een thermoplast en wordt met hete lucht gelast, terwijl EPDM een elastomeer is dat chemisch verbonden moet worden. Hoewel ze er op afstand hetzelfde uitzien, is de moleculaire structuur totaal anders. EPDM blijft rubber, TPO neigt meer naar kunststof. Let ook op de brandklasse; voor daken met zonnepanelen of strengere brandeisen wordt vaak gekozen voor LSFR-varianten (Low Slope Fire Retardant), die specifieke vlamvertragers bevatten om aan de Broof(t1)-normering te voldoen.

Praktijksituaties en toepassingsvormen

Stel je een renovatieproject voor waarbij een verouderd bitumen dak als ondergrond dient. In plaats van alles te slopen, kiest de dakdekker voor vliesgecacheerde EPDM. De PU-lijm wordt in rillen aangebracht, waarna het membraan wordt uitgerold. De lijm bruist op en verankert zich mechanisch in de viltlaag van het rubber. Snel. Efficiënt. Geen brandgevaar op een oude houten kap.

De kritieke hoekoplossing

Bij een dakkapel met complexe hoeken en opstanden zie je vaak het verschil tussen theorie en praktijk. Een vakman pakt hier een stuk ongewapende EPDM. Waarom? Omdat hij dit materiaal met de hand in de vreemdste bochten kan dwingen. Waar een gewapende mat zou gaan rimpelen of inscheuren, vormt de ongewapende variant zich als een tweede huid om de daktrim. Een beetje primer en vormvloeibare kit maken de aansluiting waterdicht.

Een ander beeld: een houten gevelbekleding waarbij de naden tussen de planken bewust open blijven voor de ventilatie. Hier kom je gevel-EPDM tegen. Geen dikke dakbedekking, maar een dunne, UV-bestendige strook die achter de regelconstructie wordt geniet. Het beschermt de isolatie tegen slagregen. Het oogt strak zwart achter de latten. Geen wapperende folies, maar een solide barrière die decennia meegaat.

Het groene dak scenario

Bij de aanleg van een intensieve daktuin met struiken en loopvlakken voldoet de standaard dikte niet. Hier rolt men rollen van 1,5 mm of 2,0 mm uit. De reden is simpel: ponswerstand. Tijdens het storten van het substraat of het verplaatsen van zware tegels mag een scherpe steen niet direct door de waterdichte laag prikken. De dikkere kwaliteit biedt die broodnodige marge.

In de vroege ochtend op de bouwplaats: de rollen liggen al uitgerold over de betonvloer. De dakdekker drinkt koffie. Hij wacht. Het rubber moet 'acclimatiseren'. Wie te snel lijmt, ziet aan het einde van de dag plooien ontstaan die er nooit meer uitgaan. Geduld is hier een technisch vereiste.

Rondom kozijnen zie je vaak de overgang naar de EPDM-loodvervanger. Dit materiaal heeft een interne inlage van strekmetaal. Je buigt het simpelweg met de hand over de onderste dorpel in de spouw, precies zoals je dat vroeger met lood deed, maar dan zonder de schadelijke stoffen of de diefstalgevoeligheid van metaal.

Wet- en regelgeving

Brandveiligheid domineert de regelgeving rondom dakbedekking. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) dicteert dat een dak niet zomaar vlam mag vatten bij vliegvuur van buitenaf. Cruciaal. Hier komt de NEN 6063 om de hoek kijken. De beproevingsmethode voor daken blootgesteld aan brand. De bekende Broof(t1)-classificatie is hierbij de norm. Veel standaard EPDM-folies halen deze eis alleen met een specifiek ballastpakket van grind of tegels, tenzij er vlamvertragers zijn toegevoegd tijdens het extrusieproces. De zogenaamde LSFR-varianten (Low Slope Fire Retardant).

Productkwaliteit is geen nattevingerwerk. De Europese norm NEN-EN 13956 vormt de ruggengraat voor rubberen afdichtingsbanen. Het stelt eisen aan de treksterkte, rek bij breuk en de weerstand tegen kunstmatige veroudering. Fabrikanten moeten een prestatieverklaring (DoP) kunnen overleggen. Zonder CE-markering is toepassing in de professionele bouw simpelweg niet toegestaan.

Vakmanschap en richtlijnen. De Vakrichtlijn Gesloten Dakbedekkingssystemen is leidend voor de uitvoering. Geen wet, maar wel de technische referentie voor verzekeraars en geschillencommissies. Het omschrijft exact hoe overlappingen moeten vloeien en hoe de mechanische bevestiging berekend wordt conform de NEN-EN 1991-1-4. Windbelasting. Een membraan moet blijven liggen wanneer een herfststorm aan de dakranden trekt.

Milieuwetgeving raakt EPDM indirect via de watertoets. Het materiaal is chemisch inert. Het loogt niet uit. Dit maakt het materiaal uitermate geschikt voor projecten die moeten voldoen aan strenge eisen voor regenwaterinfiltratie of hergebruik van grijs water. Geen vervuiling van het oppervlaktewater. Een belangrijk punt binnen de milieuprestatie gebouwen (MPG).

Van laboratorium tot dakvlak

De wortels van EPDM liggen in de jaren zestig van de vorige eeuw. Chemische reuzen zoals DuPont zochten naar een elastomeer dat bestand was tegen extreme weersinvloeden. De auto-industrie hapte als eerste toe. Voor afdichtingen en slangen. De bouw volgde aarzelend. Natuurrubber was destijds de referentie, maar dat droogde simpelweg te snel uit onder invloed van ozon. Dit nieuwe synthetische rubber deed dat niet. Een technische doorbraak. De echte versnelling vond echter pas plaats tijdens de oliecrisis in de jaren zeventig. Bitumenprijzen schoten omhoog. De kwaliteit van traditionele dakbedekking kelderde door wisselende oliesamenstellingen. Men zocht stabiliteit.

In de Verenigde Staten begon de grootschalige toepassing op platte daken. Enorme vellen. Vaak volledig losliggend met ballast. Deze vroege 'Amerikaanse' banen zaten dik onder het talkpoeder om verkleving op de rol te voorkomen. Een drama voor de verwerker. Elke naad moest met agressieve oplosmiddelen worden schoongemaakt voordat de lijm kon hechten. In de jaren tachtig ontstond de Europese tegenhanger. Glad. Schoon. Chemisch geoptimaliseerd voor contactlijmen in plaats van enkel tapes. De techniek verschoof van eenvoudige rubbermatten naar complexe systemen met interne wapeningen van polyester of glasvlies.

Innovatie stopte niet bij de rol. De introductie van prefab-manchetten en hoekstukken in de jaren negentig maakte een einde aan het handmatige geklungel met losse lapjes rubber op kritieke punten. Recentere ontwikkelingen focussen op verwerkingssnelheid en brandveiligheid. Geen open vuur meer op het dak. De opkomst van zelfklevende onderzijden en vliesgecacheerde varianten is de voorlopig laatste stap in deze decennialange evolutie. Wat begon als een experimenteel polymeer voor de industrie, is nu de standaard voor duurzame waterdichting. Ruim vijftig jaar praktijkervaring bewijst de levensduur; de eerste daken uit de pionierstijd functioneren vaak nog steeds probleemloos.

Meer over bouwmaterialen en grondstoffen

Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwmaterialen en grondstoffen