IkbenBint.nl

Fimonsteen

Bouwmaterialen en Grondstoffen F

Definitie

Een lichtgewicht, poreuze baksteen vervaardigd uit klei vermengd met organische vulstoffen die tijdens het bakproces verbranden en een fijnmazig stelsel van isolerende luchtbellen achterlaten.

Omschrijving

De bruinrode Fimonsteen onderscheidt zich direct door zijn opvallend lage volumieke massa en de zichtbare porositeit. In de kern van het materiaal bevinden zich talloze microscopische holtes, ontstaan doordat zaagsel in de oven simpelweg verdampt. Dit geeft de steen specifieke mechanische voordelen; hij is namelijk moeiteloos te zagen of te bespijkeren zonder dat de structuur direct splijt. In een tijd waarin massieve zware muren de norm waren, bood dit product een akoestisch en thermisch voordeel dat traditionele metselstenen misten.

Productieproces en verwerkingstechnieken

De fabricage van fimonsteen drijft op de gecontroleerde verbranding van organische vulstoffen. In de voorfase wordt vette klei mechanisch vermengd met fijngemalen houtvezels, zaagsel of soms polystyreenkorrels. Deze homogene substantie gaat de pers in. Na het vormen van de vormelingen volgt de cruciale thermische behandeling in de oven. Bij het bereiken van de piektemperatuur verbranden de ingesloten deeltjes volledig. Wat overblijft is een ragfijn netwerk van microscopische holtes. De steen zet nauwelijks uit maar verliest wel fors aan massa.

Op de bouwplaats openbaart de techniek zich in een opvallende bewerkbaarheid. Metselaars verwerken de elementen in verband met mortel, waarbij de zuiging van de steen aandacht vraagt door de hoge porositeit. Het pasmaken wijkt af van de standaard. Men hanteert simpelweg een handzaag. Geen zware slijpmachines. Geen overmatig stof. De zachte structuur staat toe dat spijkers en schroeven direct in de scherf worden gedreven. De nagel klemt zich vast in de wanden van de poriën. Voorboren vervalt. Het bevestigen van plinten, kozijnankers of regelwerk gebeurt hiermee in een fractie van de tijd die nodig is bij harde steensoorten.

Kenmerkende handelingen

  • Mengen: Integratie van zaagsel in de kleimassa voor het bakken.
  • Uitsnijden: Handmatig op maat zagen met een grove vertanding.
  • Bevestigen: Directe nagelverbindingen zonder gebruik van pluggen.
  • Afwerken: Vanwege de open structuur is een dekkende pleisterlaag vaak de logische vervolgstap.

Typen en onderscheidende varianten

Fimonsteen is strikt genomen een merknaam die in de loop der jaren synoniem is geworden voor de spijkerbare isolatiesteen. Er bestaat geen breed scala aan chemische varianten, maar het onderscheid zit hem vooral in de maatvoering en de specifieke densiteit van de scherf. De meest voorkomende variant is uitgevoerd in Waalformaat. Dit maakt de steen uitstekend uitwisselbaar met regulier metselwerk in binnenmuren. Soms tref je dikkere blokken aan voor dragende scheidingswanden waar thermische prestaties zwaarder wegen dan het gewicht alleen.

Vaak ontstaat er verwarring met de porisosteen. Hoewel beide producten hun porositeit danken aan het bakproces met organische toevoegingen, is de fimonsteen specifiek ontwikkeld op zachtheid en bewerkbaarheid. Je zaagt hem met de hand. Dat lukt bij een harde poriso vaak niet zonder de tanden van je zaag te ruïneren. Een ander wezenlijk verschil is er met de drijfsteen. Drijfsteen of bimsbeton is niet gebakken maar gecementeerd en gebaseerd op vulkanisch gesteente. Fimonsteen blijft een keramisch product. Klei is de basis. De zaagseltoevoeging is het geheim.

In de handel kom je ook de term 'nagalbare steen' tegen. Dit is vaker een functieomschrijving dan een specifiek type. Toch dekt het precies de lading van de fimon-varianten die in de renovatiebouw worden toegepast voor het rachelwerk. Let bij de inkoop op de volumieke massa. Hoe lager het gewicht, hoe makkelijker de verwerking, maar de constructieve druksterkte neemt evenredig af. Een balans die per project moet worden afgewogen.

Praktische toepassingen en situaties

Stel je een renovatieproject voor waarbij een houten regelwerk tegen een steens binnenmuur moet worden bevestigd. De timmerman pakt geen boormachine of pluggen. Hij slaat een verzinkte nagel direct door het vurenhout de fimonsteen in. De spijker verdwijnt met een doffe klap in de scherf. Geen splijtrisico. Het zit direct vast. Dit bespaart uren bij het uitrachelen van grote oppervlakken.

Een ander beeld. Een metselaar op een steiger moet een laatste passtuk maken bij een schuine daklijn. In plaats van naar beneden te klimmen naar de zaagtafel, pakt hij een oude handzaag uit zijn gereedschapskist. Met een paar halen zaagt hij de fimonsteen in de gewenste hoek. Stofvrij en nauwkeurig. De steen gedraagt zich onder de zaag bijna als cellenbeton, maar behoudt de thermische traagheid van keramiek.

In de utiliteitsbouw kom je fimonsteen vaak tegen bij de montage van zware kozijnen. De kozijnankers worden rechtstreeks in de laag fimonsteen genageld die rondom de sparing is gemetseld. Geen gedoe met chemische ankers of spreidpluggen die in holle stenen geen houvast vinden. De poreuze structuur van de steen omsluit de nagel over de volle lengte. Dit zorgt voor een mechanische verbinding die trillingen van dichtslaande deuren uitstekend opvangt.

Kaders voor keramische isolatiestenen

Wie fimonsteen voorschrijft, ontkomt niet aan de technische kaders van het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL). Dit wettelijke fundament dicteert de minimumeisen voor veiligheid en gezondheid waaraan elk bouwwerk in Nederland moet voldoen. Omdat de steen tot de familie van de keramische metselbakstenen behoort, is de productnorm NEN-EN 771-1 onherroepelijk van toepassing. Een fabrikant is verplicht een Declaration of Performance (DoP) op te stellen. Geen DoP, geen CE-markering. En zonder die markering mag de steen niet in de handel worden gebracht voor constructieve doeleinden.

Constructeurs kijken bij dit materiaal vooral naar NEN-EN 1996, de Eurocode 6. Hierin staan de rekenregels voor het ontwerp van metselwerkconstructies. De porositeit is hier de variabele. De lagere druksterkte ten opzichte van traditionele klinkers vraagt om een zorgvuldige toetsing bij dragende wanden. Vaak volstaat een controle op de kniklengte en de excentriciteit van de belasting. Brandveiligheid is een ander verhaal. Fimonsteen is onbrandbaar. Het valt in Euro-brandklasse A1. Dit maakt het materiaal uitermate geschikt voor wanden die een hoge weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) moeten bieden zonder dat er extra brandwerende bekleding nodig is.

De mechanische bevestiging door middel van nagelen in de steen is toegestaan, mits de uittrekwaarde van de nagelverbinding past binnen de berekening voor de betreffende achterconstructie.

Geluidsisolatie vormt vaak de grootste uitdaging binnen de vigerende regelgeving. De wet stelt eisen aan de luchtgeluidsisolatie tussen verblijfsruimten. Vanwege de geringe volumieke massa presteert fimonsteen op dit vlak minder dan zware kalkzandsteen. In woningscheidende constructies zal de architect daarom vaak een spouwconstructie of extra massa moeten inplannen om aan de decibel-eisen uit het BBL te kunnen voldoen. Het is een kwestie van de juiste steen op de juiste plek. Praktisch en volgens de regels.

Historische ontwikkeling van de spijkerbare steen

De opkomst van de fimonsteen markeert de verschuiving naar montage-efficiëntie in de naoorlogse Nederlandse woningbouw. Harde baksteen volstond niet langer voor elke toepassing. Metselwerk vormde de constructieve basis, maar de afwerking met houtwerk bleek een tijdrovend knelpunt door de noodzaak van houten pluggen of omslachtig boorwerk in harde klinkers. Steenfabrieken zochten in de jaren vijftig en zestig naar methoden om de keramische scherf kunstmatig te verzachten. Het doel was een steen die zich gedroeg als hout.

De innovatie was geworteld in de utiliteit. Door reststromen van de houtindustrie, zoals zaagsel, te mengen met vette rivierklei, ontstond een product dat na het bakken een open celstructuur bezat. De firma Mourik uit Groot-Ammers bracht dit onder de merknaam Fimon op de markt. Het bleek een schot in de roos. De naam werd al snel een eponiem voor de gehele categorie nagelbare keramiek. Geen ingewikkelde chemische formules, maar simpelweg het beheersen van het verbrandingsproces in de oven bepaalde het succes.

Gedurende de jaren zeventig en tachtig consolideerde de positie van de steen binnen de binnenmuurconstructies. De markt veranderde. Concurrentie kwam van cellenbeton. Toch hield de fimonsteen stand in projecten waar men de voorkeur gaf aan de thermische massa van gebakken klei boven kalkgebonden producten. De technische evolutie stond daarna grotendeels stil. De effectiviteit van de methode met uitbrandstoffen was simpelweg te groot om fundamenteel te wijzigen. Het bleef een ambachtelijk antwoord op een moderniseringsvraagstuk. De steen faciliteerde de overgang van puur traditioneel metselwerk naar de snellere systeem- en montagebouw die de huidige woningmarkt domineert.

Meer over bouwmaterialen en grondstoffen

Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwmaterialen en grondstoffen