Fundamentgat
Definitie
Een specifiek in de bodem uitgegraven uitsparing die dient als mal of ruimte voor het storten van beton of het plaatsen van prefab funderingselementen.
Omschrijving
Uitvoering in de praktijk
Maatvoering en ontgraving
De realisatie van een fundamentgat start bij de exacte uitzetting van de bouwassen. Piketpaaltjes en gespannen lijnen tussen de bouwramen markeren de contouren op het terrein. Machinaal grondverzet vormt de kern van de uitvoering. Een kraanmachinist graaft de sleuven of putten tot de diepte die de constructeur heeft voorgeschreven, waarbij de bodem de stabiele zandlaag moet raken. Soms is de grond te slap. Dan volgt verdere ontgraving. De wanden worden zo recht mogelijk gestoken. Bij klei- of veengrond fungeert de natuurlijke wand van het gat vaak direct als verloren bekisting voor het beton. In losser zand is dit onmogelijk. Daar stort de wand in, wat een bredere ontgraving of het plaatsen van bekistingsplaten noodzakelijk maakt.
Een vlakke bodem is essentieel. Handmatige nabewerking verwijdert de laatste losse grondresten zodat de fundering direct op de vaste bank rust. Indien de grondwaterstand de werkzaamheden hindert, wordt voorafgaand aan het graven een bemalingsinstallatie geplaatst om de waterdruk te verlagen. Na het bereiken van de juiste diepte wordt de bodemgesteldheid visueel gecontroleerd. Vaak brengt men een werkvloer van stampbeton of een dunne laag zand aan om een schone ondergrond te creëren voor de wapening. Het gat blijft idealiter niet te lang openstaan. Regenval of uitdroging kan de stabiliteit van de wanden en de draagkracht van de bodem nadelig beïnvloeden.
Geometrische verschijningsvormen
Niet elk gat in de grond is hetzelfde. De vorm wordt gedicteerd door de constructieve noodzaak. We maken onderscheid tussen de fundamentsleuf en het poerengat. De sleuf is een langwerpige ontgraving. Deze volgt de lijn van de toekomstige muren. Men past dit toe bij strokenfunderingen. Een poerengat is daarentegen compact en vaak vierkant. Het dient als basis voor een kolom of pijler. In de hallenbouw zie je deze variant constant. Hierbij is de diepte vaak aanzienlijk groter dan de oppervlakte om de puntlasten diep in de bodem weg te zetten.
Soms is een gat geen gat, maar een verbreding. Bij paalfunderingen spreekt men over een paalkopuitsparing. Dit is een specifieke uitdieping rondom de kop van een geslagen of geboorde paal. Het doel? Ruimte maken voor de wapeningskorf die de paal met de funderingsbalk verbindt. Het is een technisch precisiewerkje. Een te groot gat verspilt beton. Een te klein gat belemmert de vlechtwerkzaamheden.
Terminologie en schaalverschillen
Verwarring ligt op de loer bij de term bouwput. Een fundamentgat is echter geen bouwput. De bouwput is het grote geheel, de volledige ontgraving voor bijvoorbeeld een kelder of parkeergarage. Binnen die bouwput worden vervolgens de specifieke fundamentgaten voor de poeren of liftputten gegraven. Het is een kwestie van schaal. Daarnaast bestaat er de sleufbekisting. Dit is technisch gezien geen type gat, maar een methode waarbij de wanden van het fundamentgat zo stabiel zijn dat ze direct als mal dienen. In de volksmond noemt men dit ook wel 'storten in de grond'.
| Type | Kenmerk | Toepassing |
|---|---|---|
| Fundamentsleuf | Lineair en ononderbroken | Strokenfundering / Woningbouw |
| Poerengat | Lokaal en vaak diep | Kolommen / Staalbouw |
| Paalkopgat | Ondiep rondom paal | Verbinding paal-balk |
| Pofgat | Klein en ondiep | Lichte structuren / Schuttingen |
Bij een verloren bekisting fungeert de wand van het gat als grens. Dit kan alleen bij cohesieve grondsoorten zoals klei. In zandgrond stort de wand direct in. Daar is het fundamentgat per definitie breder dan de fundering zelf om ruimte te bieden aan houten schotten of EPS-bekistingen. De ruimte die overblijft na het storten, noemen we de werkruimte. Deze moet later weer zorgvuldig worden aangevuld en verdicht.
Praktijksituaties en toepassingen
Een uitbouw bij een rijtjeswoning. De machinist trekt met een smalle graafbak een sleuf van tachtig centimeter diep door de achtertuin. De grond bestaat uit vette klei. De wanden staan kaarsrecht. Geen bekisting nodig, want de grond zelf houdt het beton op zijn plek. Direct storten maar.
Andere schaal: een nieuw distributiecentrum. Hier vind je geen doorlopende sleuven, maar een strak stramien van vierkante poerengaten. Elk gat fungeert als een eilandje van beton. De constructeur eist een bodem van schoon, ongeroerd zand. Is de bodem verstoord door grondwater? Dan komt er eerst een werkvloertje van stampbeton in. Precisiewerk onder het maaiveld. De staalconstructie die er later op rust, tolereert geen millimeter afwijking.
Zelfs bij een eenvoudige tuinmuur is het fundamentgat onmisbaar. Een bescheiden geul. Niet spectaculair diep, maar breed genoeg om de druk van de stenen te spreiden. Zonder die uitgegraven ruimte zou het metselwerk bij de eerste de beste verzadiging van de bodem scheefzakken. Het gat vormt de onzichtbare garantie voor een rechte muur.
Wet- en regelgeving rondom ontgravingen
Geen schep in de grond zonder Klic-melding. Dat is de wet. De Wibon (Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten) eist dat elke graafwerkzaamheid met een machine vooraf wordt gemeld om schade aan het vaak onzichtbare web van kabels en leidingen te voorkomen. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) vormt vervolgens de technische onderlegger voor het fundamentgat zelf; het bouwwerk mag simpelweg niet bezwijken door een onjuiste basis. Stabiliteit is een wettelijk vereiste, geen keuze.
Hier komt de NEN 9997-1 om de hoek kijken. Deze norm, de Nederlandse vertaling van Eurocode 7, dwingt de constructeur tot een nauwkeurige analyse van de bodemgesteldheid en de daaruit voortvloeiende afmetingen van de ontgraving. Te ondiep graven? Dat is een overtreding van de fundamentele veiligheidseisen uit het BBL. Voor de mens in de sleuf is er de Arbowet. Zodra een fundamentgat dieper wordt dan één meter, of wanneer er acuut instortingsgevaar dreigt bij lossere grondsoorten, zijn veiligheidsmaatregelen zoals een correct talud of tijdelijke beschoeiing dwingend voorgeschreven. Een gat is in de bouw nooit zomaar een gat; het is een strikt gereguleerde ruimte waarbinnen techniek en veiligheid samenkomen.
Historische ontwikkeling van de ontgraving
Vroeger was het fundamentgat een puur handmatige exercitie. Een kwestie van zwoegen met de spade tot de 'vaste bank' bereikt was. In de tijd van traditionele metselwerkfunderingen waren deze gaten aanzienlijk breder dan tegenwoordig. De metselaar had immers fysieke werkruimte nodig om de stenen trapsgewijs uit te vlieten. In veenachtige gebieden werd de bodem van het gat vaak verstevigd met vlechtwerk van wilgentenen of koeienhuiden om wegzakken te voorkomen. Ambachtelijk zwoegen. De komst van betonmortel in de vroege twintigste eeuw veranderde alles. Het gat transformeerde abrupt. Van een werkplek voor de vakman naar een passieve mal voor vloeibare materie.
De vlijlaag verdween. Stampbeton kwam. De introductie van de vorstvrije diepte van 80 centimeter onder maaiveld is een relatief modern voorschrift, ingegeven door schadegevallen tijdens strenge winters in de vorige eeuw. Vóór die tijd varieerde de diepte per regio en op basis van lokale ervaring. Na de Tweede Wereldoorlog zorgde de mechanisering voor een versnelling. De graafmachine verving de ploeg arbeiders. Hierdoor verschoof de focus van brute mankracht naar technische precisie en bodemmechanica. Waar men vroeger vertrouwde op visuele inspectie van de grondslag, dicteren nu sonderingen en de Eurocode 7 de exacte contouren van de ontgraving. Het fundamentgat is gedemystificeerd tot een technisch rekenmodel.
Meer over grondwerk en funderingen
Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan grondwerk en funderingen