IkbenBint.nl

Fungicide

Problemen, Gebreken en Onderhoud F

Definitie

Een fungicide is een stof of chemisch middel dat specifiek is ontwikkeld om schimmels te doden of de groei van schimmelsporen op bouwmaterialen effectief te voorkomen.

Omschrijving

In de bouwsector is vochtbeheersing een constant gevecht en fungiciden vormen daarbij de frontlinie tegen biologische degradatie. Materialen zoals hout, metselwerk, beton en stucwerk zijn uiterst gevoelig voor schimmelgroei, zeker wanneer ventilatie tekortschiet of regendoorslag de constructie verzadigt. Deze middelen worden zowel curatief als preventief ingezet. Curatief betekent dat je een bestaande infectie aanpakt, vaak met krachtige reinigers die de celstructuur van de schimmel direct vernietigen. Preventief houdt in dat het middel al in het bouwproduct is verwerkt, zoals bij 'sanitairkit' die schimmelbestendig is gemaakt om zwarte puntjes in de voeg te voorkomen. Het is een onzichtbaar chemisch schild. Zonder deze toevoegingen zouden veel gevelsystemen en afwerkingen binnen de kortste keren hun technische levensduur verliezen door de vretende inwerking van micro-organismen die zich voeden met organische deeltjes in de ondergrond of vervuiling op het oppervlak.

Verwerking en applicatiemethoden

De applicatie van een fungicide start in de praktijk bij de voorbereiding van de ondergrond. Losse delen worden verwijderd. Soms is een droge ondergrond een absolute vereiste, terwijl andere systemen juist een licht vochtig oppervlak vragen om de capillaire werking te bevorderen. Handmatige verwerking gebeurt vaak door middel van lagedrukspuiten, borstelen of rollen. De vloeistof wordt hierbij direct op de aangetaste of te beschermen zones aangebracht. Het middel moet diep doordringen in de haarvaten van de constructie.

Bij industriële houtverduurzaming verloopt de uitvoering complexer. Hier vindt de behandeling plaats in gesloten systemen. Vacuüm-drukmethoden persen de fungicide tot diep in de celwand van het hout, waardoor de bescherming niet beperkt blijft tot het oppervlak. In vloeibare bouwmaterialen zoals muurverven, pleisterwerk of sanitairkit wordt de werkzame stof al tijdens het productieproces homogeen door de massa gemengd. Een egale verdeling is cruciaal. Na het aanbrengen op de bouwplaats volgt een fase van droging en fixatie. De chemische componenten hechten zich aan de structuur van het bouwmateriaal. Er blijft een residu achter in de poriën. De effectiviteit van deze handelingen valt of staat met de opnamecapaciteit van het substraat en de omgevingscondities tijdens de verwerking.

Typen en functionele varianten

Werkingsmechanisme en penetratievermogen

In de bouwpraktijk maken we een scherp onderscheid tussen middelen die aan het oppervlak blijven en stoffen die diep in de kern van het materiaal trekken. Contactfungiciden zijn de directe aanvallers. Ze doden schimmels onmiddellijk bij aanraking, maar hun beschermende kracht is vaak tijdelijk omdat ze door weersinvloeden kunnen uitlogen. Voor constructieve toepassingen, zoals het beschermen van dragende balken, zijn systemische fungiciden essentieel. Deze trekken diep in de poriën van het hout of steenachtig materiaal. Ze creëren een vijandige omgeving voor micro-organismen, vaak voor vele jaren. De keuze hangt volledig af van de porositeit van de ondergrond.

TypeToepassingKenmerk
Oppervlakte-fungicidenSanering van stucwerk en kitDirecte doding, korte nawerking
ImpregneerfungicidenHoutverduurzaming, gevelbeschermingDiepe indringing, preventief
FilmconserveringsmiddelenMuurverf, lakken, coatingsBeschermt de uitgeharden laag

Verwarring ligt op de loer bij de term biocide. Een fungicide is technisch gezien een biocide, maar niet elke biocide is een fungicide. Waar een algicide zich specifiek richt op groene aanslag van algen, richt de fungicide zijn pijlen op de celwand van schimmels. In veel moderne bouwproducten vind je 'combi-preparaten'. Deze bevatten beide werkzame stoffen. Zo blijft een gevel niet alleen vrij van zwarte schimmelplekken, maar ook van groene sluiers.

Additieven versus losse middelen

Er bestaat een wezenlijk verschil tussen een additief en een kant-en-klaar saneringsmiddel. In de verfindustrie spreekt men vaak van 'in-can' conservering. Dit type fungicide voorkomt enkel dat de verf in de pot bederft tijdens opslag door bacteriële of schimmelgroei. Het biedt geen enkele bescherming zodra de verf op de muur zit. Hiervoor is een zwaarder filmconserveringsmiddel nodig. Voor de vakman is het cruciaal om dit onderscheid te begrijpen; een goedkope projectverf mist vaak deze duurzame filmbescherming, waardoor schimmelvorming in vochtige ruimtes ondanks de nieuwe verflaag alsnog optreedt. Sommige natuurlijke alternatieven, zoals middelen op basis van boraten, worden gewaardeerd om hun lagere toxiciteit voor de mens, terwijl ze voor schimmels dodelijk blijven. Synthetische varianten zoals triazolen zijn krachtiger, maar de regelgeving hieromtrent is strikt en voortdurend in beweging.

Praktijkvoorbeelden van fungicidegebruik

In een intensief gebruikte doucheruimte van een hotel zie je fungiciden direct aan het werk. De kitranden blijven hier ondanks de constante blootstelling aan warmte en zeepresten maandenlang vlekvrij, omdat de fungicide in de sanitairkit de celwand van schimmels direct bij contact afbreekt. Zonder dit additief zou de kit binnen korte tijd zwarte spikkels vertonen.

Bij de restauratie van een monumentaal pand komt de constructieve waarde naar voren. De aannemer injecteert de balkkoppen van de vloerbalken met een fungicide vloeistof. Dit is cruciaal. Het hout zit opgesloten in een koude, vaak vochtige bakstenen muur. De fungicide vormt een chemische barrière die voorkomt dat de kelderzwam de houten structuur van binnenuit verteert. Het hout blijft technisch intact, ook als de muur incidenteel vochtig wordt.

Een schilder die een vervuilde noordgevel aanpakt, past een curatieve methode toe. Na het reinigen van de algen brengt hij een fungicide-oplossing aan op het metselwerk voordat de primer erop gaat. Hij laat dit 24 uur inwerken. Zo doodt hij de onzichtbare schimmelsporen diep in de poriën van de steen. Doe je dit niet? Dan groeien de schimmels binnen een jaar dwars door de nieuwe verflaag heen, met ontsierde zwarte vlekken als gevolg.

Wetgeving en normering rondom biociden

De handel in en het gebruik van fungiciden is strikt gereguleerd door de Europese Biocidenverordening (BPR, Verordening EU Nr. 528/2012). Deze wetgeving bepaalt welke werkzame stoffen zijn toegestaan en voor welke specifieke toepassingen ze mogen worden ingezet. In Nederland ziet het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) toe op de naleving. Een fungicide mag alleen worden verkocht als het een officiële toelating heeft. Dit herken je aan een specifiek toelatingsnummer op de verpakking. Gebruik door professionals vereist vaak een specifieke spuitlicentie of vakbekwaamheidsbewijs, afhankelijk van de toxiciteit en het toepassingsgebied. De regels veranderen continu. Stoffen die gisteren nog standaard waren, kunnen morgen verboden zijn vanwege milieurisico's. Naast de stoffenwetgeving speelt de NEN-EN 335 een cruciale rol bij de preventieve toepassing in houtconstructies. Deze norm definieert gebruiksklassen die bepalen welk niveau van schimmelwerende behandeling noodzakelijk is op basis van de vochtbelasting. Een balk in een kruipruimte valt onder een hogere risicoklasse dan een binnenkozijn. Voor de verwerking op de bouwplaats is de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) leidend. Werkgevers zijn verplicht om de blootstelling aan chemische stoffen te minimaliseren. Het Veiligheidsinformatieblad (VIB) vormt hierbij het verplichte referentiekader voor de noodzakelijke persoonlijke beschermingsmiddelen. Denk aan handschoenen, maskers of specifieke filtersystemen. Geen bescherming is geen optie.

Van archaïsche middelen naar moleculaire precisie

De strijd tegen biologische degradatie is zo oud als de bouwkunst zelf. Romeinen experimenteerden al met plantaardige extracten en bitumen om scheepsrompen en funderingspalen te beschermen tegen verrotting. Zwavel was het eerste echte chemische wapen. Simpel. Doeltreffend. Maar de echte technische versnelling vond plaats in de negentiende eeuw. Met de ontdekking van de Bordeauxse pap — een mengsel van kopersulfaat en kalk — kreeg de bouwsector een krachtig wapen in handen tegen schimmelvorming op hout en metselwerk. Koperverbindingen bleven decennialang de standaard voor buitentoepassingen.

De twintigste eeuw bracht een agressievere wending in de chemische samenstellingen. De opkomst van de industriële houtverduurzaming leidde tot het gebruik van zware metalen en organochloorverbindingen. Pentachloorfenol (PCP) en arseenverbindingen werden de norm voor constructiehout dat in direct contact met de grond stond. Effectief, maar met een schaduwzijde. Deze middelen bleven namelijk te lang actief in het ecosysteem. De bouwsector leunde zwaar op deze onverwoestbare verbindingen totdat de ecologische schade niet langer genegeerd kon worden. Oude saneringslocaties van timmerfabrieken zijn daar nog altijd het bewijs van.

Vanaf de jaren tachtig dwong strengere regelgeving tot een technologische transitie. De focus verschoof van brute doding naar selectieve inhibitie van schimmelgroei. Men ontwikkelde triazolen en andere synthetische verbindingen die in veel lagere concentraties werkten en gerichter de celwandopbouw van de schimmel verstoorden. Tegenwoordig verschuift de markt naar de ontwikkeling van bio-based fungiciden en minerale zouten. De geschiedenis van de fungicide is daarmee een beweging van ongecontroleerde toxiciteit naar beheersbare, vluchtige bescherming waarbij de technische integriteit van het gebouw niet langer ten koste gaat van de omgeving.

Meer over problemen, gebreken en onderhoud

Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan problemen, gebreken en onderhoud