IkbenBint.nl

Gasbeton

Bouwmaterialen en Grondstoffen G

Definitie

Een lichtgewicht, steenachtig bouwmateriaal met een homogene poriënstructuur, verkregen door een chemisch proces van gasvorming en uitharding onder stoomdruk.

Omschrijving

Cellenbeton ontstaat niet zomaar. Het is het resultaat van een chemisch gecontroleerd proces waarbij aluminiumpoeder de hoofdrol speelt. Zodra dit in contact komt met kalk en cement, begint de massa te bruisen. Het volume verdubbelt. Miljoenen poriën vormen zich. Na de initiële binding volgt de autoclaaf, een hogedrukpan voor bouwmaterialen, waar stoom onder 12 bar de boel definitief hardt. Wat overblijft is een blok dat voor het grootste deel uit stilstaande lucht bestaat. Thermisch gezien een hoogvlieger. Constructief een solide keuze. En brandveilig? Absoluut. Het is onbrandbaar en vervormt niet bij hitte.

Verwerking en uitvoering

De verwerking van gasbeton start steevast bij de kimlaag. Deze cruciale eerste rij blokken wordt in een traditionele stelmortel geplaatst om een perfect horizontaal vertrekpunt te creëren, aangezien elke afwijking aan de voet zich later in de wandopbouw wreekt. Nauwkeurigheid is hier een absolute vereiste. Zodra de basis staat, verschuift de techniek naar verlijming. Met een speciaal getande lijmtroffel brengt de verwerker een dunbedmortel aan, vaak slechts enkele millimeters dik, wat resulteert in een uiterst strakke en nagenoeg naadloze voeg.

Het materiaal is opvallend zacht en homogeen. Zagen gaat moeiteloos. Men gebruikt hiervoor vaak een handzaag met widiapunten of een elektrische lintzaag bij grotere volumes op de bouwplaats. Pasblokken en hoekoplossingen ontstaan zo in een handomdraai. Voor de structurele koppeling aan omliggende bouwdelen, zoals betonkolommen of kalkzandsteenwanden, worden veerankers in de lintvoegen gedrukt. Dit systeem vangt thermische werking op en voorkomt scheurvorming. Na de montage van de elementen volgt het trekken van sleuven voor installatietechniek. Een sleuvenfrees hapt zonder noemenswaardige weerstand door de massa om ruimte te maken voor leidingwerk en inbouwdozen. Het resultaat is een vlakke wand die door de hoge maatvastheid direct geschikt is voor een dunpleister of rechtstreeks tegelwerk in natte ruimtes.

Verschijningsvormen en maatvoering

Blokken en panelen

Gasbeton, in de volksmond vaak aangeduid met merknamen als Ytong of Durox, kent een grote variëteit aan verschijningsvormen die elk een specifieke constructieve behoefte dienen. De meest gangbare vorm is het handzame lijmblok. Deze blokken zijn voorzien van een veer en groef aan de koppen, waardoor ze nauwsluitend in elkaar grijpen en de noodzaak voor verticale verlijming soms vervalt. Voor de snelle opbouw van scheidingswanden in de utiliteitsbouw worden echter vaak verdiepingshoge panelen gebruikt. Deze elementen overspannen de volledige hoogte van een ruimte in één keer. Efficiëntie voert hier de boventoon.

Naast de standaard wandoplossingen bestaan er gespecialiseerde hulpstukken. Denk aan de U-schaal. Dit is een hol blok dat fungeert als verloren bekisting voor betonbalken of ringbalken boven kozijnopeningen. Men legt de wapening erin, stort het beton, en de thermische schil blijft ononderbroken. Lateien van gewapend gasbeton nemen direct de belasting boven raam- en deuropeningen op zonder dat er extra gietwerk aan te pas komt. Kimblokken vormen de noodzakelijke, vochtwerende of extra drukvaste basis van elke wand.

Classificatie naar densiteit

Niet elk blok is gelijk. De industrie classificeert gasbeton op basis van de volumieke massa en de druksterkte. Dit wordt meestal aangeduid met een G-waarde. Een G2/400-blok is relatief licht en biedt een superieure thermische isolatie, maar levert in op draagkracht. Ideaal voor niet-dragende binnenwanden. Zoekt men constructieve stevigheid voor dragende muren? Dan komt de G4/600 in beeld. Zwaarder. Massiever. Minder lucht, meer steen. Het verschil zit in de poriënstructuur die tijdens het rijsproces wordt bepaald.

Gasbeton versus kalkzandsteen

Verwarring ligt op de loer bij kalkzandsteen. Hoewel beide wit zijn, zijn de verschillen fundamenteel. Gasbeton is een lichtgewicht kampioen; het drijft op water. Kalkzandsteen is een zwaargewicht met een hoge dichtheid. Waar gasbeton excelleert in thermische isolatie, wint kalkzandsteen het op het gebied van geluidsisolatie en warmteaccumulatie. Gasbeton laat zich zagen met een handzaag. Voor kalkzandsteen heb je een watergekoelde zaagtafel of een knipmachine nodig. Totaal andere discipline.

Gasbeton in de praktijk

Een zolderverbouwing. De vloer is van hout. Zware kalkzandsteen is hier simpelweg geen optie vanwege de belasting. Hier schittert gasbeton. Blokken van 10 centimeter dik vormen de nieuwe badkamerwand zonder de constructie te overbelasten. Het materiaal laat zich moeiteloos in de schuinte van de kap zagen. Geen hakwerk, maar precisie.

In de utiliteitsbouw gaat het er anders aan toe. Daar draait alles om meters maken. Grote, verdiepingshoge panelen worden met een klem aan de kraan binnengevlogen en in één keer verticaal gesteld. De wand staat direct. Voor de installateur die daarna komt, is het materiaal een verademing. Hij pakt een handmatige sleuvenfrees en trekt zonder zweetdruppels de paden voor elektra door de muur. Waar beton een zware boorhamer eist, volstaat hier lichte druk. Het materiaal volgt de hand van de vakman.

Denk ook aan de brandveiligheid in een garage. Een wand rond de cv-ketel moet hittebestendig zijn. Gasbeton vervormt niet bij extreme temperaturen. Het houdt de vlammen bij een defect binnen de ruimte. Geen giftige gassen. Geen scheurvorming door de hitte. Het biedt een veilig gevoel in een compacte constructie.

Normering en regelgeving

Standaarden zijn niet optioneel. De Europese productnorm NEN-EN 771-4 dicteert de spelregels voor de productie van cellenbetonelementen. Maatafwijkingen? Druksterkte-categorieën? Alles staat erin. Voor de constructeur is de NEN-EN 1996 (Eurocode 6) het fundament voor berekeningen aan stabiliteit en draagvermogen van het metselwerk. Het is de taal die de constructeur spreekt.

In het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) draait het om harde prestatie-eisen. Brandveiligheid is een uithangbord voor gasbeton. Het materiaal is steevast geclassificeerd als Euroklasse A1 conform NEN-EN 13501-1. Dat betekent: onbrandbaar en geen rookontwikkeling. Bij het bepalen van de Weerstand tegen Branddoorslag en Brandoverslag (WBDBO) tussen brandcompartimenten biedt een wand van gasbeton vaak een directe route naar compliance. Geen extra brandwerende bekleding nodig. Simpel en doeltreffend.

De milieuprestatie van gebouwen (MPG) weegt zwaar in de huidige bouwaanvraag. Gasbeton heeft hier een specifieke positie. De gunstige verhouding tussen volume en massa beïnvloedt de schaduwprijs in de Nationale Milieudatabase. Ook thermische isolatie-eisen uit het BBL, vertaald via de BENG-indicatoren, maken gasbeton relevant voor de schil van een gebouw. De lage lambdawaarde helpt bij het behalen van de thermische ambities zonder dat wanden extreem dik hoeven te worden.

De Zweedse oorsprong en industriële opmars

Het fundament voor het huidige gasbeton werd in 1924 gelegd in Zweden. Architect Axel Eriksson zocht naar een bouwmateriaal dat de bewerkbaarheid van hout combineerde met de duurzaamheid van steen, maar zonder de brandbaarheid en de gevoeligheid voor rot. Door kalk en schalie te mengen met aluminiumpoeder, creëerde hij een reactie waarbij waterstofgas vrijkwam. De massa rees. Het volume nam toe. De echte doorbraak was echter het gebruik van de autoclaaf; door het materiaal onder hoge stoomdruk te harden, ontstond een vormvast en stabiel product. In 1929 startte de commerciële productie onder de naam Ytong, een samentrekking van Yxhult en de Zweedse term voor gasbeton.

Na de Tweede Wereldoorlog versnelde de ontwikkeling. De wederopbouw eiste snelheid en isolatievermogen. In de jaren vijftig ontstond in Nederland de productie van Durox, waarbij zand de rol van schalie overnam als siliciumbron. Dit resulteerde in het kenmerkende witte blok dat we vandaag kennen. Waar men aanvankelijk blokken metselde met traditionele mortel, zorgde de verbeterde maattolerantie in de jaren tachtig voor een technische revolutie: de verschuiving naar dunbedmortels en lijmsystemen. Deze innovatie minimaliseerde de voegdikte en elimineerde koudebruggen bijna volledig. De evolutie verschoof vervolgens van kleine handzame blokken naar gewapende vloer- en dakelementen en uiteindelijk naar de huidige verdiepingshoge panelen voor de utiliteitsbouw. Een technisch antwoord op de constante roep om hogere bouwsnelheden en strengere thermische eisen.

Meer over bouwmaterialen en grondstoffen

Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwmaterialen en grondstoffen