Gebosseerd
Definitie
Een bewerking van natuursteen of pleisterwerk waarbij de zichtzijde ruw, uitpuilend of geprofileerd wordt gelaten om een robuust en rustiek effect te creëren.
Omschrijving
Toepassing en methodiek
Het creëren van een gebosseerd oppervlak draait om de bewuste manipulatie van de randen ten opzichte van de kern. Bij natuursteen start de uitvoering met het hakken van een vlakke randstrook, ook wel de velling genoemd, langs de omtrek van het blok. De kern van de steen blijft hierdoor als een verhoging staan. Dit uitstulpende deel, de bos, verkrijgt zijn karakter door de mate van bewerking; soms blijft de ruwe breukzijde direct uit de groeve behouden, terwijl de steenhouwer in andere gevallen met beitels een specifiek patroon zoals een diamantkop of regelmatige groeven aanbrengt. De diepte van de velling bepaalt de zwaarte van de schaduwlijn.
Een proces van precisie en contrast. Bij pleisterwerk wordt de techniek gesimuleerd door het aanbrengen van variërende laagdiktes. Men trekt diepe voegen in de plastische mortel met behulp van sjablonen of snijdt deze handmatig in met een voegijzer. Soms worden houten latten in de raaplaag geplaatst die na het uitharden worden verwijderd om een strakke schijnvoeg achter te laten. De uitvoering vereist een strikte beheersing van de dieptelijn. Het resultaat suggereert een massieve stapeling van zware blokken, waarbij de overgang tussen de strakke voeg en de geprofileerde kern de textuur van de gevelwand dicteert. Geen enkel handmatig gebosseerd element is identiek, wat bijdraagt aan de levendigheid van het gevelbeeld.
Typen en stilistische varianten
Vormgeving van de bos
Bossage is geen eenheidsworst. De variatie zit hem in de bewerking van de 'bos' – het fysiek uitstekende deel van de steen. Soms is de steen bijna onbewerkt. Alsof hij rechtstreeks uit de groeve in de gevel is gehesen. Men noemt dit rustica. Het oogt brutaal en krachtig. Onverwoestbaar zelfs.
Een uiterst geometrische tegenhanger is de diamantkop. Hierbij loopt de voorzijde van de steen naar één centraal punt toe, als een afgetopte piramide. Het creëert een messcherp spel van licht en diepe schaduw. Barokke architectuur zweert bij dit effect. Heel anders is de kussenbossage. Hierbij zijn de randen van het blok vloeiend afgerond. De steen krijgt een zacht, bijna opgezwollen uiterlijk. Het lijkt op een kussen. Vandaar de naam.
Textuur en decoratieve bewerkingen
Voor wie van detail houdt, is er de vermiculated bossage. De term stamt af van het Latijnse 'vermiculus', wat wormpje betekent. De steenhouwer beitelt grillige, kronkelende lijntjes in het oppervlak. Het lijkt alsof de tand des tijds of kleine insecten het blok hebben aangevreten. Een prachtig staaltje maniërisme. Vaak uitgevoerd in zachte kalksteen.
Soms is de bewerking juist sober en strak. Bij gevlakte bossage is de voorzijde van de steen keurig vlak geslepen. Alleen de diepe velling (de schuine rand) of de recht ingesneden voegen zorgen ervoor dat het blok uit het gevelvlak springt. Dit type zien we veel bij negentiende-eeuwse herenhuizen. Het verschil met imitatie-bossage in pleisterwerk is soms lastig te zien. In stucwerk worden de schijnvoegen vaak met houten latten gevormd, terwijl de kern van het 'blok' glad wordt afgepleisterd of juist met een bezem wordt opgeruwd voor textuur.
| Variant | Kenmerk van de zichtzijde | Visueel effect |
|---|---|---|
| Rustica | Ruwe breuksteen | Natuurlijk, robuust |
| Diamantkop | Piramidevormig | Geometrisch, schaduwrijk |
| Kussenbossage | Bol en afgerond | Zacht, massief |
| Vermiculated | Wormvormige groeven | Organisch, decoratief |
| Gevlakt | Vlak maar verhoogd | Strak, ritmisch |
Gebosseerd werk in de praktijk
Loop langs een statig grachtenpand of een negentiende-eeuws bankgebouw. De onderste laag, de plint, trekt direct de aandacht. Hier zie je vaak zware, gebosseerde blokken die het gebouw een visueel fundament geven. Het oogt onverwoestbaar. De schaduwwerking in de diepe vellingen zorgt ervoor dat de gevel massief en krachtig overkomt, zelfs als de rest van de muur erboven strak en vlak is afgewerkt.
In historische stadskernen kom je vaak de 'schijnvariant' tegen. Stucwerk op de begane grond. De stukadoor heeft met houten latten of een voegijzer diepe horizontale en verticale groeven in de natte mortel getrokken. Van een afstandje niet van echt natuursteen te onderscheiden. Het geeft een eenvoudige bakstenen gevel direct een voornaam aanzien. Een economische oplossing voor een luxueus effect.
Bij barokke poortdoorgangen tref je soms de diamantkop aan. De stenen springen letterlijk naar voren. Elke zijde van de piramidevorm vangt het zonlicht op een ander moment van de dag, waardoor de poort voortdurend van karakter verandert. Ook in moderne tuinarchitectuur zie je het terug. Keerwanden van ruw gebosseerde betonblokken bootsen de natuurlijke breuklijn van rotsen na. Het contrast met strakke gazons of glazen puien is groot. Het robuuste karakter van gebosseerd werk dient daar als organisch tegenwicht voor de strakke lijnvoering.
Kaders voor behoud en uitvoering
Bossage siert monumenten. De Erfgoedwet is daarom leidend bij elke ingreep aan gebouwen met een beschermde status. Je past een gevel met diamantkoppen of rustica niet zomaar aan. Vergunningsplicht is de norm bij rijksmonumenten. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed hanteert specifieke richtlijnen voor het behoud van historisch natuursteen en pleisterwerk. Het gaat om het respecteren van de originele bewerkingstechniek.
Veiligheid gaat voorop. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) stelt strikte eisen aan de stabiliteit van gevelbekleding, waarbij met name de mechanische verankering van zware natuurstenen blokken cruciaal is om te voorkomen dat deze door weersinvloeden of materiaalmoeheid losraken van de achterliggende constructie. Gebosseerde elementen vangen door hun reliëf meer wind en water. De belasting op de gevel is hierdoor anders dan bij een vlakke afwerking.
Voor de uitvoering van imitatiebossages in stucwerk gelden technische richtlijnen voor de laagdikte en vorstbestendigheid van de gebruikte mortels. NEN-normen voor natuursteen en stucmortels bieden het kader voor de materiaaleigenschappen en duurzaamheid. Voorkom scheurvorming in de diepe schijnvoegen. Dat is essentieel voor de waterdichtheid van de gehele gebouwschil.
Van groeve naar palazzo
Gebruikte bronnen
- https://www.joostdevree.nl/shtmls/gebosseerd.shtml
- https://www.joostdevree.nl/shtmls/rocaille.shtml
- https://www.joostdevree.nl/shtmls/hamer_voorbeelden.shtml
- https://kennis.cultureelerfgoed.nl/index.php/Monumenten/8183
- https://www.bossche-encyclopedie.nl/woordenlijst/bouwkundig.htm
- https://www.monumenten.nl/monument/22090
- https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_rijksmonumenten_in_Breda_(plaats
- https://www.monumentenzorgdenhaag.nl/monumenten/surinamestraat-27
- https://www.encyclo.nl/begrip/rustica
- https://www.bouwhistorie.nl/wp-content/uploads/2021/08/SBN-Nieuwsbrief-58-mei-2015.pdf
Meer over afwerking en esthetiek
Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan afwerking en esthetiek