IkbenBint.nl

Gevelglas

Afwerking en Esthetiek G

Definitie

Gevelglas omvat alle glasproducten die als primaire buitenschil van een bouwwerk fungeren, zowel in transparante als ondoorzichtige uitvoering. Het dient als scheiding tussen binnen- en buitenklimaat en moet bestand zijn tegen mechanische belastingen zoals winddruk en thermische spanningen.

Omschrijving

Glas is in de moderne utiliteitsbouw allang geen simpel invulmateriaal meer voor kozijnen. Het is de huid van het gebouw geworden. Bij de selectie van gevelglas draait alles om de balans tussen lichttoetreding (LTA-waarde) en de totale zontoetreding (ZTA-waarde). Te veel zonlicht zorgt voor oververhitting, terwijl te weinig daglicht het comfortniveau drukt. In de praktijk zien we een verschuiving van standaard HR++ naar triple beglazing en zelfs vacuümglas om aan de strengere BENG-eisen te voldoen. De constructieve integriteit is cruciaal. Architecten kiezen vaak voor grote overspanningen, wat direct gevolgen heeft voor de glasdikte en de keuze tussen gehard of gelaagd veiligheidsglas. Esthetiek speelt een hoofdrol; van spiegelende coatings tot geëmailleerde panelen voor de borstweringen die de achterliggende betonvloeren maskeren.

Montage en uitvoering

Logistiek bepaalt het ritme op de bouwplaats. Kraanwerk is essentieel. Bij de montage van gevelglas worden ruiten doorgaans met zware glaszuigers aan een verreiker of torenkraan naar hun exacte positie in de gevel gemanoeuvreerd. Monteurs begeleiden de ruit handmatig tot in de sponning of tegen het stelprofiel.

In de utiliteitsbouw vindt de bevestiging vaak plaats binnen een vliesgevelsysteem. De glasplaten rusten hierbij op specifieke steunblokjes. Deze blokjes voorkomen direct contact tussen de kwetsbare glasrand en het harde metaal van de draagstructuur, terwijl ze tegelijkertijd het eigen gewicht van het glas overdragen op de constructie. Mechanische klemprofielen borgen de ruit vervolgens aan de buitenzijde, vaak afgedekt met een esthetische kliklijst.

Structurele verlijming biedt een alternatieve methode. Geen zichtbare lijsten aan de buitenzijde. Slechts een schijnbaar naadloze overgang waarbij constructieve siliconenkit de ruit op zijn plek houdt tegen een adapterprofiel. Bij puntbevestigde systemen grijpen roestvaststalen 'spinnen' in voorgeboorde gaten in het glas. Dit type uitvoering vereist uiterste precisie; een minimale afwijking in de boorgaten maakt de montage van een volledig veld onmogelijk. Spanningen moeten hierbij gelijkmatig over de glasplaat worden verdeeld om breuk door thermische belasting te voorkomen.

De laatste fase betreft de luchtdichting en waterkering. EPDM-rubbers worden onder hoge druk in de profielen geperst. Kitvoegen worden strakgetrokken tussen de verschillende glasvlakken. Het glasvlak moet daarbij altijd vrij kunnen expanderen en krimpen binnen de gebouwschil. Het resultaat is een gesloten schil die bestand is tegen windbelasting en neerslag, waarbij de toleranties tussen de verschillende bouwdelen nauwgezet worden gecontroleerd.

Functionele classificatie en isolatiewaarden

Thermische variaties

De prestatie-eisen van de gebouwschil dicteren de glaskeuze. HR++ beglazing is de huidige ondergrens. Hierbij is de spouw gevuld met argon en voorzien van een flinterdunne metaalcoating. Triple glas (HR+++) gaat een stap verder met drie glasbladen en twee spouwen. De isolatiewaarde stijgt, maar het gewicht neemt fors toe. Vacuümglas is de innovatieve outsider. Twee glasplaten van slechts enkele millimeters dik, gescheiden door een microscopische spouw die volledig luchtledig is. Het biedt de isolatiewaarde van triple glas met de dikte van enkel glas. Ideaal voor renovaties waarbij de bestaande kozijnen behouden blijven.

Zonwerend en akoestisch glas

Zonwerend glas werkt selectief. Het laat daglicht binnen maar weert de warmtestraling van de zon. Dit gebeurt via een coating op de binnenzijde van het buitenste glasblad. De LTA-waarde (Lichttoetreding) en ZTA-waarde (Zontoetreding) bepalen hier het binnenklimaat. Geluidwerend glas, ook wel akoestisch glas genoemd, maakt gebruik van asymmetrische glasdiktes of speciale geluidwerende PVB-folies. Het doel is simpel. De massa verstoren om geluidstrillingen te doven. Een dikke ruit aan de buitenzijde en een dunnere aan de binnenzijde voorkomen resonantie.

Veiligheidstypes en constructieve eigenschappen

Gehard versus gelaagd

Veiligheid is geen optie, het is een vereiste. Gehard glas ondergaat een thermische behandeling. Het glas wordt verhit en daarna razendsnel afgekoeld. Resultaat: een enorme interne spanning die het glas tot vijf keer sterker maakt dan standaard floatglas. Bij breuk fragmenteert het in kleine, relatief ongevaarlijke korrels. Gelaagd glas (laminaat) bestaat uit twee glasbladen met een transparante folie ertussen. Bij breuk blijven de scherven aan de folie kleven. Dit voorkomt naar beneden vallende glasscherven en biedt bescherming tegen doorvallen. In vliesgevels is de combinatie van beide vaak de norm.

Brandwerend glas

Specifieke gevelzones vereisen een brandwerende classificatie (EW of EI). Dit glas bevat vaak transparante tussenlagen die bij hitte opschuimen. Het vormt een hitteschild. Cruciaal bij brandoverslag tussen verschillende verdiepingen of aangrenzende percelen.

Ondoorzichtige varianten en esthetiek

Spandrel- en borstweringglas

Niet al het gevelglas is bedoeld om doorheen te kijken. Spandrel-glas, ook bekend als borstweringglas, verbergt de constructieve delen van een gebouw. Denk aan de betonvloeren en het leidingwerk tussen de verdiepingen. Dit glas is aan de binnenzijde geëmailleerd met een keramische verf die tijdens het harden in het glas wordt ingebakken. Het resultaat is een dekkende kleurlaag.

Shadowbox

Een alternatief voor geëmailleerd glas is de shadowbox. Hierbij wordt een transparante ruit gebruikt met daarachter, op enige afstand, een ondoorzichtig paneel. Dit creëert een visuele diepte die identiek is aan de transparante glasdelen erboven en eronder. Het voorkomt het 'dode' uiterlijk van een vlakke, gekleurde ruit in een verder spiegelende gevel. Het samenspel tussen reflectie en schaduwwerking geeft de gevel een uniform uiterlijk, ongeacht of er een kantoor of een betonbalk achter zit.

Verduurzaming van historische panden

Een monumentaal grachtenpand in de binnenstad moet voldoen aan moderne energielabels. De houten kozijnen zijn slank en de sponningen ondiep. Standaard isolatieglas past simpelweg niet. Hier biedt vacuümglas uitkomst. De glaszetter plaatst een ruit van slechts 8 millimeter dik, die qua isolatiewaarde concurreert met een triple-glas pakket van 40 millimeter. De authentieke uitstraling blijft behouden, de tocht verdwijnt. Geen zware profielaanpassingen nodig. Enkel de kracht van een luchtledige spouw.

Akoestische barrière langs de infrastructuur

Een kantoorgebouw direct aan de A12. Het geraas van vrachtwagens is constant. De gevel fungeert hier als een geluidsscherm. Men kiest voor asymmetrisch gevelglas: een dik buitenblad van 12 millimeter en een binnenblad van 6 millimeter met een geluiddempende PVB-folie. Verschillende diktes breken de geluidsgolven op verschillende frequenties. Het resultaat? Een serene werkplek waar de snelweg slechts een visueel decor is, zonder de bijbehorende decibels.

De shadowbox in de utiliteitsbouw

Loop langs een moderne zorginstelling. De gevel oogt als één grote glazen wand, strak en uniform. Toch zijn er zones waar geen licht naar binnen mag, zoals bij technische ruimtes of verdiepingsvloeren. Daar zie je de shadowbox in actie. Een transparante buitenruit met daarachter, op enkele centimeters afstand, een geëmailleerd paneel in een donkere tint. Het suggereert diepte. Het maskeert de achterliggende betonconstructie en leidingwerk perfect zonder het ritme van de glazen gevel te doorbreken.

Veiligheid in publieke atria

Grote glasoverspanningen in de hal van een treinstation. Reizigers met koffers, schoonmaakkarren en drommen mensen. De onderste laag van de gevel bestaat uit gelaagd veiligheidsglas. Mocht er een harde impact plaatsvinden, dan versplintert het glas niet in duizend stukjes. De scherven blijven kleven aan de interne folie. De ruit blijft in de sponning zitten en voorkomt dat mensen door de ruit heen vallen of dat er glasscherven op de drukke perrons terechtkomen.

Letselveiligheid en de NEN 3569

Veiligheid is in de Nederlandse bouw geen suggestie, maar een harde eis die is vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL). De NEN 3569 vormt hierbij de leidraad voor het toepassen van veiligheidsglas. Glas in een gevel dat lager dan 85 centimeter boven de vloer begint, moet letselveilig zijn uitgevoerd. Dit betekent meestal gelaagd of gehard glas. Het doel is simpel: voorkomen dat iemand door het glas valt of ernstig gewond raakt door grote scherven. Bij publieke gebouwen gelden vaak nog strengere regels voor de doorvalbeveiliging. De classificatie van dit glas gebeurt volgens de slingerproef conform NEN-EN 12600. Geen enkel risico. Een foute berekening hier kan bij oplevering leiden tot volledige afkeur van de gevelpartij.

Energetische prestaties en BENG-normering

De thermische eigenschappen van gevelglas zijn direct gekoppeld aan de BENG-eisen (Bijna Energieneutrale Gebouwen). De wet schrijft maximale U-waarden voor de gebouwschil voor. Sinds de invoering van de NTA 8800 is de berekening van de energieprestatie complexer geworden. Gevelglas moet niet alleen isoleren in de winter. Het moet ook de koellast in de zomer beperken. Hier komt de zontoetredingsfactor (g-waarde of ZTA) om de hoek kijken. Voor nieuwbouw is HR++ vaak al niet meer voldoende om de rekensom sluitend te krijgen. Triple glas of vacuümglas met specifieke coatings zijn dan noodzakelijk. Het BBL stelt ook eisen aan de minimale daglichttoetreding. Balans zoeken. Te veel zonwerende coating kan de daglichtfactor weer negatief beïnvloeden, waardoor de wettelijke ondergrens in gevaar komt.

Constructieve veiligheid en windbelasting

Glas in de gevel is een constructief onderdeel. De NEN 2608 beschrijft de methode voor het berekenen van glas in gebouwen. Winddruk is de bepalende factor. Vooral op grote hoogte of bij hoekoplossingen. De Eurocodes (NEN-EN 1991-1-4) geven de kaders voor deze windbelasting. Een ruit mag niet bezwijken, maar de doorbuiging moet ook beperkt blijven om de integriteit van de afdichtingen en het vliesgevelsysteem te waarborgen. Bij structurele beglazing waarbij kit de ruit vasthoudt, gelden Europese technische goedkeuringen (ETA's). Veiligheid voorop. Alles moet rekenkundig onderbouwd zijn voordat de eerste kraanwagen de bouwplaats oprijdt.

Brandwerendheid en brandoverslag

WBDBO-eisen

In dichtbebouwde gebieden is de beheersing van branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) essentieel. De NEN 6068 geeft de rekenmethode om te bepalen of standaard glas volstaat of dat er brandwerend glas nodig is. Dit is vaak het geval bij gevels die dicht op de perceelgrens staan of bij gestapelde bouw waar brand via de gevel naar boven kan overslaan. De classificaties EW (stralingsbeperking) en EI (temperatuurisolatie) zijn hierbij leidend. Brandwerend glas moet altijd als systeem worden getest inclusief het kozijn en de bevestigingsmiddelen. Een gecertificeerd systeem is de enige weg naar een brandveilig gebouw.

De evolutie van ambacht naar industriële schil

Vroeger was glas klein. Mondgeblazen cilinders werden opengelegd en platgestreken tot onregelmatige ruitjes. Ambachtelijk handwerk bepaalde de maatvoering. De industriële revolutie forceerde schaalvergroting, maar de optische vervorming bleef een technisch struikelblok tot de introductie van het floatglasproces in de jaren vijftig. Alastair Pilkington liet gesmolten glas op een bad van vloeibaar tin drijven; een revolutie die perfect vlakke, kamerhoge glasplaten voor de utiliteitsbouw mogelijk maakte. Geen polijstwerk meer nodig. Een ononderbroken huid van glas werd de nieuwe standaard voor architecten.

De oliecrisis van 1973 markeerde een kantelpunt in de productontwikkeling. Enkel glas werd een energetisch risico. Fabrikanten experimenteerden met dubbele ruiten en de eerste generaties metaalcoatings die infraroodstraling reflecteerden. In de jaren tachtig en negentig verschoof de focus naar selectieve coatings. Daglicht wel, warmte niet. De transitie van passief invulmateriaal naar een actief, isolerend gevelonderdeel versnelde door strengere nationale bouwbesluiten en internationale normeringen voor thermische isolatie. Het glas werd zwaarder. De sponningen dieper. Vandaag dicteren vacuümtechnieken en complexe laminaatfolies de markt, gedreven door een onstuitbare honger naar energieneutrale gebouwen en maximale transparantie.

Meer over afwerking en esthetiek

Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan afwerking en esthetiek