IkbenBint.nl

Gietdekvloer

Bouwtechnieken en Methodieken G

Definitie

Een vloeibaar aangebrachte afwerklaag op een constructieve ondergrond die door zelfnivellerende eigenschappen een vlakke basis vormt voor vloerbedekking.

Omschrijving

In tegenstelling tot de traditionele zandcementvloer die met een reilat wordt 'gesmeerd', wordt een gietdekvloer in vloeibare vorm op de constructievloer gepompt. De specie vloeit door de zwaartekracht min of meer vanzelf uit. Dit proces resulteert in een extreem vlak oppervlak. Het bespaart arbeidsuren en fysieke belasting voor de vloerenlegger. De vloeibare consistentie zorgt ervoor dat de mortel nauw aansluit op de ondergrond en eventuele leidingen volledig omsluit. Dit maakt de gietdekvloer de standaardoplossing voor projecten waar vloerverwarming wordt toegepast, omdat luchtinsluitingen die de warmteoverdracht belemmeren vrijwel worden geëlimineerd.

Uitvoering en methodiek

De realisatie begint bij de logistiek van de vloeibare specie. Deze wordt doorgaans met een pompunit vanaf een vrachtauto of een mobiele menginstallatie via slangen naar de stortlocatie getransporteerd. Het materiaal stroomt de ruimte binnen. De verwerker stuurt de slang. Hoogte-indicatoren, vaak in de vorm van driepoten die met een laser zijn uitgelijnd, bepalen het uiteindelijke vloerniveau. De vloeistof vult de ruimte tot de gewenste hoogte is bereikt.

Een cruciaal moment in de uitvoering is het 'dabberen' of het bewerken met een slaglat. Met een lange, lichtmetalen stang wordt de vloeibare massa in een golvende beweging gebracht. Deze handeling is essentieel. Het verbreekt de oppervlaktespanning. Luchtbellen ontsnappen. De mortel homogeniseert en vloeit dankzij de zwaartekracht naar een nagenoeg perfecte vlakheid. Dit gebeurt meestal in twee richtingen, kruislings over het oppervlak. Na het gieten begint de hydratatie of het droogproces, waarbij de omgevingscondities de snelheid van de harding bepalen. Bij specifieke bindmiddelen kan zich tijdens de droging een vlies of sinterlaag vormen aan het oppervlak; deze laag wordt in een later stadium mechanisch weggehaald om een goede basis voor de eindvloer te garanderen.

Varianten op basis van bindmiddel

De keuze voor het type gietdekvloer wordt primair bepaald door het gebruikte bindmiddel. Anhydriet (op basis van calciumsulfaat) is de meest voorkomende variant. Het materiaal is nagenoeg krimpvrij. Hierdoor kunnen grote oppervlakken tot wel 800 vierkante meter zonder dilatatievoegen worden gestort. Het materiaal is echter gevoelig voor vocht; in een badkamer of op een balkon is het onbruikbaar.

Type bindmiddelCoderingKenmerkend aspect
AnhydrietCAMinimale krimp, hoge thermische geleidbaarheid.
CementgebondenCTVochtbestendig, geschikt voor natte ruimtes.
MagnesietMAExtreem lichtgewicht, vaak toegepast bij renovatie van houten vloeren.

Cementgebonden gietdekvloeren vormen een niche binnen het segment. Ze combineren de verwerkingsvoordelen van een gietbare specie met de robuustheid van cement. Ideaal voor de garage of de inloopdouche. Wel moet de verwerker rekening houden met een grotere kans op krimpscheuren vergeleken met anhydrietvloeren. Magnesiet is de vreemde eend. Het bevat magnesiumchloride en houtmeel of kurk. Dit mengsel is licht van gewicht. Perfect voor oude panden waar de draagkracht van de balklaag een beperkende factor is.

Onderscheid met de gietvloer

In de bouwcommunicatie ontstaat geregeld verwarring tussen de gietdekvloer en de gietvloer. De termen zijn niet inwisselbaar. Een gietdekvloer is een constructieve laag. Een vulmiddel. De dikte varieert meestal tussen de 30 en 60 millimeter. De gietvloer is een afwerkingsproduct op basis van kunststof (PU of epoxy). Slechts enkele millimeters dik. Het dient als esthetische eindvloer. Men giet de kunststof over de gietdekvloer heen.

Soms wordt er gesproken over een 'woonbeton' gietvloer. Dit is een hybride vorm waarbij een cementgebonden gietdekvloer direct wordt gepolijst en geïmpregneerd. De dekvloer wordt dan de eindvloer. Dit vereist een specifieke mortelsamenstelling met een hogere sterkteklasse, meestal C25 of C30, om bestand te zijn tegen slijtage.

Praktijkscenario's en toepassingen

Een renovatieproject in een binnenstedelijk appartement op de derde verdieping. Geen ruimte voor pallets zand en zakken cement op de stoep. De pompwagen parkeert beneden. Slangen slingeren via het trappenhuis omhoog. Binnen twee uur is tachtig vierkante meter vloer gestort. Efficiëntie in logistiek.

  • Vloerverwarming in een villabouw: Een kluwen van kunststof leidingen bedekt de isolatielaag. De vloeibare anhydrietmortel vult elke holte tussen de buizen. Geen isolerende luchtinsluitingen. De warmtegeleiding is optimaal zodra de installatie opstart.
  • Grote kantoortuinen: Een open vloerveld van 400 vierkante meter zonder één enkele dilatatievoeg. Dankzij de geringe krimp van calciumsulfaatgebonden gietmortel blijft het oppervlak strak. Een naadloze basis voor projecttapijt of marmoleum.
  • Badkamerrenovatie: Hier vervalt de keuze voor anhydriet. De verwerker kiest voor een cementgebonden gietdekvloer (CT). Bestand tegen spatwater en optrekkend vocht. De vloer loopt vlak tot aan de douchedrain.

Een monumentaal pand met houten balklagen vraagt om een andere aanpak. Gewicht is de vijand. Magnesiet biedt uitkomst. De vloeibare massa is licht. Het herstelt de vlakheid van de scheve vloer zonder dat de constructie onder het extra tonnage bezwijkt. Soms zie je na droging een witachtige glans op de vloer. De sinterlaag. Deze wordt met een schuurmachine verwijderd voordat de parketteur de lijm aanbrengt. Een cruciale stap voor de hechting.

Normering en kwaliteitsborging

De technische kwaliteit van gietdekvloeren is stevig verankerd in de Europese norm NEN-EN 13813. Deze normering categoriseert de mortels op basis van bindmiddeltype, waarbij CA staat voor calciumsulfaat (anhydriet) en CT voor cementgebonden varianten. De mechanische eigenschappen worden hierin vastgelegd. Denk aan druksterkte en buigtreksterkte. Een code zoals CA-C20-F4 is geen willekeurige reeks letters. Het is het bewijs van de prestaties onder belasting.

Voor de vlakheid van het oppervlak is de NEN 2741 de leidraad. De markt vraagt vaak om een hoge vlakheidsklasse, zeker wanneer er grote tegels of dunne PVC-vloeren worden toegepast. Een gietdekvloer is bij uitstek geschikt om aan de strengste eisen van deze norm te voldoen. Vaak wordt klasse 1 of 2 probleemloos gehaald. Dit verkleint de noodzaak voor extra egalisatie achteraf aanzienlijk.

Bouwfysische en wettelijke kaders

Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) stelt functionele eisen aan de constructie waar de gietdekvloer deel van uitmaakt. Brandveiligheid is een kernpunt. Omdat de meeste gietmortels op minerale basis zijn, vallen ze doorgaans in brandklasse A1fl. Onbrandbaar dus. Bij toepassing van vloerverwarming of zwevende vloeren speelt ook de thermische weerstand en geluidsisolatie een rol. De wet schrijft maximale waarden voor contactgeluid voor tussen woningen. De gietdekvloer moet dan zwevend worden aangelegd. Randstroken zijn essentieel. Ze voorkomen contactbruggen naar de wanden. Zonder deze ontkoppeling is de geluidsisolatie waardeloos. De pomp draait. De massa vloeit.

CUR-Aanbeveling 110 biedt specifieke richtlijnen voor calciumsulfaatgebonden gietdekvloeren. Deze technische handleiding gaat in op de noodzaak van een juiste voorbehandeling van de ondergrond. Het voorkomt dat de vloeibare specie wegvloeit of te snel water verliest aan een zuigende betonvloer. Ook de droging is genormeerd. Voor het leggen van een dampdichte vloerafwerking moet het restvochtpercentage onder een strikte grens liggen. Vaak 0,5% voor anhydriet bij vloeren zonder verwarming. Meten gebeurt conform voorgeschreven methodieken, zoals de carbid-methode. Nauwkeurigheid is hierbij geen keuze maar een noodzaak voor de garantie op de eindafwerking.

Historische ontwikkeling

Decennialang was de aardvochtige zandcementvloer de onbetwiste standaard op de bouwplaats. Een rugsloper. Vakmensen op hun knieën, urenlang vlakken met de reilat, terwijl de fysieke belasting zijn tol eiste. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw verschoof het perspectief naar vloeibare systemen die de wetten van de zwaartekracht benutten. De introductie van calciumsulfaatgebonden bindmiddelen, beter bekend als anhydriet, markeerde een technisch omslagpunt. Het betrof destijds vaak een bijproduct uit de chemische industrie dat plotseling een hoogwaardige bouwtoepassing vond.

Efficiëntie werd de nieuwe norm. Mobiele menginstallaties op vrachtwagens namen in de jaren tachtig de logistieke regie over, waardoor grote oppervlakken in een fractie van de tijd konden worden gestort zonder dat er tonnen zand op de stoep hoefden te liggen. De opkomst van vloerverwarming gaf de definitieve duw. Waar traditionele smeervloeren vaak kampten met luchtinsluitingen rondom de buizen, vloeide de gietmortel overal moeiteloos tussendoor. Geen lucht. Geen verlies. Alleen een strakke, zelfnivellerende massa die de traditionele smeervloer in de utiliteitsbouw en grootschalige woningbouw gestaag naar de zijlijn duwde. Recente innovaties richten zich vooral op de verfijning van cementgebonden gietmortels om de voordelen van vloeibare verwerking ook naar vochtige ruimtes te brengen, waar anhydriet historisch gezien tekortschoot.

Meer over bouwtechnieken en methodieken

Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwtechnieken en methodieken