IkbenBint.nl

Gietmortel

Bouwmaterialen en Grondstoffen G

Definitie

Gietmortel is een vloeibare, cementgebonden mortel met krimpcompenserende eigenschappen, specifiek ontwikkeld voor het volledig vullen van ruimtes tussen constructiedelen en fundaties.

Omschrijving

Op de bouwplaats draait alles om een sluitende verbinding. Gietmortel is hierbij de vloeibare schakel. In tegenstelling tot traditionele mortelsoorten is dit materiaal nagenoeg zelfverdichtend. Het vloeit moeiteloos onder zware voetplaten van stalen kolommen of in de gains van prefab betonelementen. Geen getril. Geen gedoe met voegijzers. Door de specifieke samenstelling zet de mortel tijdens het uitharden heel lichtjes uit, of krimpt het simpelweg niet, waardoor een honderd procent contactoppervlak gegarandeerd blijft. Dat is cruciaal voor de krachtsoverdracht. Zodra de vloeistof de bekisting vult, omsluit het ankers en bouten alsof ze altijd al deel uitmaakten van de constructie. Het is een technisch product waarbij de verhouding tussen water en poeder nauw luistert.

Verwerking en uitvoering in de praktijk

De uitvoering vangt aan bij de conditie van het raakvlak. Een zuivere ondergrond is een harde voorwaarde voor een deugdelijke aanhechting. Men verwijdert stof, olie en losse cementresten rigoureus. Vaak wordt de ondergrond vooraf verzadigd met water. Dit voorkomt dat de mortel direct zijn aanmaakwater verliest aan het droge beton. Bekistingen rondom de te vullen ruimte moeten absoluut lekdicht zijn. De vloeibare consistentie dwingt precisie af; elk kiertje is een lekpad.

Het gieten gebeurt bij voorkeur in één continue beweging. Er wordt vanaf één zijde gewerkt. Dit is essentieel voor de ontluchting van de constructie. De lucht moet de kans krijgen om te ontsnappen naarmate het vloeifront vordert. Bij brede voetplaten of diepe gains wordt soms gebruikgemaakt van een vultrechter of een mortelpomp om extra drukhoogte te genereren. De hydrostatische druk forceert de mortel naar de verste hoeken. Het materiaal nivelleert zichzelf. Handmatige verdichting via trillen is bij gietmortels ongebruikelijk en vaak zelfs ongewenst om ontmenging van de fijne bestanddelen te voorkomen.

Zodra de bekisting verzadigd is en de mortel de eerste tekenen van opstijving vertoont, start de nabehandeling. Het blootliggende oppervlak wordt beschermd tegen uitdroging. Afdekken met folie of het aanbrengen van een curing compound is gebruikelijk. Dit waarborgt dat de chemische reactie volledig verloopt en de krimpcompenserende werking optimaal tot zijn recht komt.

Sterkteklassen en korrelgradaties

Classificatie op druksterkte en korrelgrootte

De prestaties van gietmortel worden primair bepaald door de druksterkte na 28 dagen, uitgedrukt in de K-waarde. K70 geldt in de Nederlandse bouw vaak als de standaard voor algemene toepassingen. Voor zware industriebouw of hoogbelaste kraanbanen schuift de markt op naar K80, K100 of zelfs nog hogere specificaties. Krachtpatsers in zakformaat. Naast sterkte is de korrelgrootte bepalend voor de vloeibaarheid en de minimale laagdikte. Een fijne korrel van 0-1 mm is ideaal voor nauwe spleten en gains. Zodra de te vullen ruimte groter wordt dan vijftig millimeter, verdient een grovere variant met een korrel van 0-4 mm de voorkeur. Dit beperkt de warmteontwikkeling tijdens de hydratatie. Voor massieve vullingen bestaan er zelfs varianten met een korrel tot 8 mm, die de stabiliteit van de vulling verhogen.

Specialistische varianten en materiaaltypen

Cementgebonden versus kunsthars

Hoewel de cementgebonden variant de overhand heeft, eist de industrie soms meer. Epoxy-gietmortels bieden uitkomst bij extreme trillingen of chemische belasting. Deze kunstharsmortels harden krimpvrij uit en hebben een superieure aanhechting op staal. Ze zijn duurder. Maar onmisbaar onder sneldraaiende turbines of in de procesindustrie. Voor winterse omstandigheden bestaan er speciale 'cold-weather' mortels die bij temperaturen onder de vijf graden Celsius niet zomaar stilstaan. Aan de andere kant van het spectrum vinden we de vloeibare ondersabelingsmortel; een term die vaak door elkaar wordt gehaald met standaard gietmortel, maar technisch gezien duidt op mortels met een specifiek vloeigedrag voor grotere oppervlakken.

Onderscheid met aanverwante producten

Gieten of stampen?

De verwarring tussen gietmortel en ondersabelingsmortel is hardnekkig. Toch is het onderscheid fundamenteel. Gietmortel is vloeibaar. Het zoekt zijn eigen weg. Ondersabelingsmortel heeft een aardvochtige tot plastische consistentie en vereist handmatige verdichting met een voegijzer of sabel. Je stampt het aan. Gietmortel daarentegen mag nooit getrild worden om ontmenging te voorkomen. Een ander verwant product is de injectiemortel, die nog dunvloeibaarder is en specifiek bedoeld voor het vullen van haarscheuren of het verlijmen van ankers via injectietechnieken. Waar gietmortel massa en volume vult, dient injectiemortel de fijnmazige verbinding.

Praktijksituaties en toepassingen

De stalen kolompoot

Een HEA-kolom staat op stelpennen. Kier van dertig millimeter boven de betonvloer. Bekisting van multiplex rondom de voet. De vloeibare mortel stroomt aan één kant naar binnen tot het aan de overzijde opstijgt. De verbinding is massief. Krachtsoverdracht gegarandeerd. Geen holle ruimtes onder de voetplaat.

Prefab gains

De bouwploeg plaatst een betonnen kolom over de stekken van de fundering. De gains moeten vol. Geen trillingen toegestaan. De mortel wordt van bovenaf ingegoten totdat de sparing overloopt. Constructieve veiligheid door volledige omsluiting van de wapeningsstaven. Het element staat als een huis.

Railbevestiging in de haven

Een kraanbaan voor containervervoer. De stalen rails liggen op betonnen liggers. Voor de nivellering en fixatie vloeit een hoogwaardige gietmortel onder de railstoelen. Het absorbeert de enorme dynamische lasten. Elke millimeter telt bij de uitlijning. Krimp is uit den boze.

Machinefundaties

Industriële machines. Een zware draaibank of een generator. Trillingen zijn de vijand. De ruimte tussen de machinevoet en de fundering krijgt een vulling van gietmortel. Vaak een variant met hoge druksterkte. Het materiaal dempt en fixeert de ankerbouten met uiterste precisie. Speling is onacceptabel.

Wet- en regelgeving

Wet- en regelgeving rondom gietmortel is geen vrijblijvende suggestie; het is de juridische fundering onder de constructie. In Nederland geldt de BRL 1901 als de vigerende beoordelingsrichtlijn voor het KOMO-productcertificaat. Deze richtlijn stelt harde eisen aan de prestaties op het gebied van vloeibaarheid en de volumeverandering tijdens het verharden. Cruciaal voor de betrouwbaarheid. Op Europees niveau vormt de NEN-EN 1504 het wettelijke kader voor producten die gebruikt worden voor de bescherming en reparatie van betonconstructies. Specifiek deel 3 en deel 6 zijn hierbij relevant. Deze normen behandelen de structurele reparatie en de verankering van wapeningsstaven in geboorde gaten of gains.

Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) verplicht dat bouwwerken voldoen aan de algemene sterkte-eisen die zijn vastgelegd in de Eurocodes. De constructeur rekent met specifieke materiaaleigenschappen en de gebruikte gietmortel moet deze waarden aantoonbaar kunnen leveren om de constructieve veiligheid te garanderen. De Declaration of Performance. De DoP-verklaring. Elke partij mortel moet voorzien zijn van deze prestatieverklaring om aan de CE-markering te voldoen. Vaak wordt er in bestekken ook nog verwezen naar CUR-Aanbevelingen. Hoewel dit strikt genomen geen wetgeving is, fungeren ze in de praktijk als de algemeen aanvaarde technische regels voor de juiste uitvoering en nabehandeling op de bouwplaats. Geen certificering betekent vaak geen acceptatie door bouw- en woningtoezicht.

Van handmatig aanstampen naar vloeibare precisie

In de begindagen van de industriële revolutie was ondersabelen de enige optie. Handmatig aanstampen van aardvochtige mengsels onder zware machinevoeten. Arbeidsintensief. Foutgevoelig. Met de komst van steeds zwaardere turbines en complexere staalconstructies in de vroege 20e eeuw bleek deze methode ontoereikend voor een volledige, homogene krachtsoverdracht. De industrie zocht naar vloeibaarheid zonder de destructieve nadelen van krimp.

De echte technische sprong vond plaats halverwege de 20e eeuw. De introductie van zwelmiddelen en specifieke krimpcompenserende additieven in de jaren 50 veranderde het speelveld volledig. Waar traditionele cementmortel onvermijdelijk krimpt bij uitdroging, zorgden deze nieuwe formuleringen voor een gecontroleerde expansie in de plastische fase. Een revolutie voor de funderingstechniek. Dit garandeerde voor het eerst een honderd procent contactoppervlak onder voetplaten zonder tussenkomst van een voegijzer.

In de jaren 70 en 80 versnelde de ontwikkeling door de opkomst van prefab betonbouw in West-Europa. Het vullen van gains en stekverbindingen vroeg om mortels met een extreme vloeibaarheid en zeer hoge vroege sterkte. De laatste decennia verschoof de focus naar chemische optimalisatie. De komst van superplastificeerders maakte het mogelijk om de water-cementfactor drastisch te verlagen. De mortel bleef vloeibaar als water maar werd hard als steen. Hogere sterktes zoals K70 en K100 werden de nieuwe standaard. Wat begon als een simpele cementpap is nu een hoogtechnologisch composietmateriaal dat essentieel is voor de snelheid van de moderne bouwplaats.

Meer over bouwmaterialen en grondstoffen

Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwmaterialen en grondstoffen