IkbenBint.nl

Glasdicht

Afwerking en Esthetiek G

Definitie

De bouwfase waarin alle beglazing in de gevel- en dakopeningen is gemonteerd, waardoor het casco wind- en waterdicht is afgesloten van de buitenlucht.

Omschrijving

Wanneer een project de status 'glasdicht' bereikt, verandert de dynamiek op de bouwplaats radicaal. De ruwe constructie is niet langer overgeleverd aan de grillen van het weer. Dat is een cruciaal moment voor de planning. Alle buitenkozijnen zijn voorzien van hun definitieve beglazing, of soms van tijdelijke voorzieningen die dezelfde bescherming bieden. Zonder glas geen stucwerk. Het risico op schade aan gipsplaten, isolatie of technische installaties is simpelweg te groot zolang de wind vrij spel heeft. Het gebouw krijgt hiermee een eigen binnenklimaat dat beheersbaar wordt. De schil fungeert eindelijk als een echte barrière.

Uitvoering en procesgang

Logistieke coördinatie vormt de ruggengraat van deze fase. De ruiten arriveren meestal op houten bokken. Bij grootschalige projecten is de inzet van mechanische hefapparatuur, zoals glasrobots of kranen voorzien van vacuümzuigers, inmiddels standaard. Montage begint bij de voorbereiding van de sponningen. Het glas rust op specifieke stel- en steunblokjes. Deze blokjes waarborgen de juiste tussenruimte voor ventilatie en voorkomen direct contact tussen het glas en het kozijnmateriaal. Een nauwkeurige positionering is hierbij noodzakelijk om latere spanning in de ruit te vermijden. Na het plaatsen van de ruit volgt de mechanische fixatie middels glaslatten. Deze worden aan de binnenzijde of buitenzijde gemonteerd, afhankelijk van het gekozen kozijnsysteem. De definitieve wind- en waterdichtheid ontstaat door de afdichting. Dit gebeurt vaak met beglazingskit die een elastische voeg vormt, of via droge beglazing waarbij voorgevormde rubberprofielen de ruimte tussen glas en lat opvullen. Het gebouw sluit zich. De gecontroleerde opwarmfase kan starten. Zodra de laatste naad is gedicht, verliest de buitenlucht haar directe invloed op het binnenmilieu en kunnen afbouwwerkzaamheden zoals stucen of het leggen van dekvloeren zonder risico op vochtproblemen door weersinvloeden doorgang vinden.

Varianten en begrippenkader

Tijdelijk versus definitief glasdicht

In de praktijk is glasdicht niet altijd een zwart-wit status. Men maakt vaak het onderscheid tussen tijdelijk glasdicht en de definitieve status. Wanneer de levertijden van speciaal HR+++ glas of gebogen ruiten de planning vertragen, kiest de aannemer voor noodvoorzieningen. Denk aan houten raamwerken bespannen met krimpfolie of goedkope polycarbonaatplaten. Het gebouw is dan functioneel beschermd tegen neerslag. De afbouw kan starten. Toch ontbreekt bij deze variant de volledige thermische en akoestische isolatie die het definitieve glas biedt. Het is een tussenstap. Een pragmatische oplossing om de vochtgevoelige binnenafwerking niet te laten stagneren.

Definitief glasdicht is het harde ijkpunt. Alle ruiten conform het bestek zitten in de sponningen. De glaslatten zijn gemonteerd. De kitvoegen zijn getrokken.

Het onderscheid met wind- en waterdicht

Er bestaat vaak verwarring met de term 'wind- en waterdicht'. Dit is een bredere status. Een casco kan wind- en waterdicht zijn terwijl de kozijnen nog ontbreken, bijvoorbeeld door het gebruik van tijdelijke zeilen of houten schotten in de gevelopeningen. Glasdicht is specifiek. Het refereert puur aan de beglazing. Een pand kan glasdicht zijn, maar als de dakbedekking nog niet volledig is gesloten, is het geheel nog niet wind- en waterdicht. Het zijn overlappende maar verschillende mijlpalen in de bouwplanning. Glasdicht is vaak de laatste horde binnen het grotere traject van het wind- en waterdicht maken van de schil.

Technische nuances en jargon

In de utiliteitsbouw en bij vliesgevels wordt soms gesproken over de 'beglaasde toestand'. Dit is nagenoeg synoniem aan glasdicht, maar legt de nadruk op de mechanische montage. Ook de term 'dichtgezet' komt voor op de bouwplaats. Dit is puur jargon. Het impliceert dat het glas in de sponning staat, maar zegt niets over de definitieve afwerking van de voegen of de montage van de glaslatten. Een subtiel verschil. Cruciaal voor de verzekeringstechnische overdracht van risico's op de bouwplaats. Zodra het glas erin zit, verandert de aansprakelijkheid voor schade en diefstal.

Praktijksituaties en toepassingen

Een najaarsstorm barst los en de regen klettert hard tegen de gevel van een nieuwe aanbouw. Binnen blijft het echter doodstil en kurkdroog. Omdat de glaszetter gistermiddag de laatste ruit in het kozijn tilde en de rubbers heeft aangedrukt, kunnen de stukadoors nu ongestoord aan de slag. Geen risico op natte gipsplaten of wegwaaiend afdekmateriaal meer. Het gebouw ademt niet langer ongecontroleerd mee met de buitenlucht.

Soms loopt de planning spaak door een kapotte ruit tijdens transport. De levertijd voor nieuw HR+++ glas bedraagt weken. Om de afbouw niet te laten stagneren, kiest de uitvoerder voor een pragmatische oplossing: een houten frame bespannen met dikke krimpfolie. Het gat is dicht. De wind blijft buiten. De dekvloer kan worden gestort zonder dat de tocht voor scheurvorming zorgt. Dit is de status 'tijdelijk glasdicht' in optima forma.

Bij de renovatie van een monumentaal pand zie je het proces vaak per gevelvlak verschuiven. De glaszetter plaatst het vacuümglas en de schilder volgt direct om de glaslatten af te werken. Zodra die laatste kitnaad staat, is het compartiment glasdicht. De bouwdroger gaat aan. Het vochtgehalte in de muren daalt eindelijk naar een acceptabel niveau voor het definitieve schilderwerk.

Wet- en regelgeving

Regelgeving rondom het glasdicht maken van een gebouw is minder vrijblijvend dan de term suggereert. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) vormt de juridische basis voor de eisen die aan de gebouwschil worden gesteld. Hierin staan de prestatie-eisen voor thermische isolatie, de zogeheten U-waarden, en de minimale luchtdichtheid van de gevel. Pas wanneer de status glasdicht is bereikt, kan een gebouw daadwerkelijk voldoen aan de BENG-indicatoren die tijdens de vergunningsfase zijn berekend. Zonder glas geen prestatie.

De technische uitvoering van de beglazing moet strikt voldoen aan de NEN 3576 en de bijbehorende praktijkrichtlijn NPR 3577. Deze normen schrijven tot in detail voor hoe de sponningen moeten worden voorbehandeld en op welke wijze de kitvoegen of beglazingsrubbers moeten worden aangebracht om de wind- en waterdichtheid te garanderen. Het is geen advies. Het is de norm voor goed vakmanschap. Bij projecten onder de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is het moment van glasdicht bovendien een kritisch controlepunt in het consumentendossier. De kwaliteitsborger verlangt bewijslast. Denk aan attesten van de glasfabrikant en fotorapportages van de toegepaste stelblokjes en glaslatmontage. Wordt hier niet aan voldaan, dan volgt er geen goedkeuring voor de ingebruikname.

Daarnaast speelt de NEN 5077 een rol bij het bereiken van de status glasdicht. Deze norm stelt eisen aan de geluidwering van de gevel. Een ruit die niet conform de voorschriften is afgekit, lekt geluid. De gevel voldoet dan simpelweg niet aan de wettelijke geluidseisen uit het BBL, wat grote gevolgen kan hebben voor de oplevering en de uiteindelijke vergunningsvrijgave.

Historische ontwikkeling

Vroeger kende de bouwsector deze harde scheidslijn nauwelijks. Glas was tot diep in de negentiende eeuw een kostbaar luxeartikel. Gevelopeningen bleven vaak maandenlang open of werden provisorisch gedicht met houten luiken en doeken. De introductie van getrokken glas en later het floatglasprocedé maakte grotere glasvlakken eindelijk betaalbaar voor de massa. De status 'glasdicht' groeide pas echt uit tot een kritische mijlpaal met de opkomst van centrale verwarming en de industrialisatie van het bouwproces. Men kon het zich simpelweg niet meer veroorloven om kostbare warmte direct te laten ontsnappen via openstaande sponningen.

Stopverf domineerde decennialang de afwerking. Een traag proces. Het mengsel van lijnolie en krijt moest wekenlang uitharden voordat de schilder zijn werk kon voltooien. De oliecrisis van 1973 markeert een technisch kantelpunt in de geschiedenis van het glasdicht maken. De focus verschoof radicaal van enkel beschutting naar thermische isolatie. Dubbelglas werd de standaard. Dit vereiste diepere sponningen en nieuwe montagetechnieken om de zwaardere ruiten te dragen. De traditionele stopverf verloor terrein aan synthetische kitten en beglazingsrubbers. Het gebouw werd een machine. De schil moest luchtdicht zijn. Vanaf de jaren negentig versnelde deze ontwikkeling door strengere energieprestatienormen. Glasdicht betekende vanaf dat moment niet langer alleen droog staan voor de werklui, maar ook het startsein voor de mechanische klimaatbeheersing binnen het casco. De evolutie van een simpel venster naar een hoogwaardig technisch bouwelement was hiermee voltooid.

Meer over afwerking en esthetiek

Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan afwerking en esthetiek