Guttae
Definitie
Kleine kegel- of druppelvormige ornamenten aan de onderzijde van de regula en mutuli binnen het Dorische hoofdgestel.
Omschrijving
Uitvoering en verwerking
De vervaardiging van guttae begint bij de extractie en vormgeving van de massieve natuursteenblokken voor de architraaf en de kroonlijst. Vakmensen houwen deze elementen meestal direct uit het moedermateriaal. Geen losse applicaties. Het is integraal beeldhouwwerk waarbij de druppels als het ware uit de steen worden bevrijd. De positionering volgt een strikt mathematisch stramien. Onder elke regula worden exact zes guttae geplaatst, waarbij de onderlinge afstand nauwgezet wordt afgestemd op de breedte van de bovenliggende triglief. Bij de mutuli, de schuin aflopende platen onder de corona, is de verdeling omvangrijker. Hier worden de ornamenten doorgaans in een matrix van drie rijen van zes stuks gerangschikt. Achttien druppels per blok.
De vormgeving varieert per stijlperiode. Griekse uitvoeringen vertonen vaak een licht tapse, conische snede die naar beneden toe smaller wordt. Romeinse varianten neigen meer naar een cilindrische vorm. Soms zelfs met een lichte bolling. In de neoclassicistische architectuur verschoof de praktijk naar prefabricage. Hierbij worden de guttae meegegoten in mallen voor beton, kunststeen of gipsen ornamenten. De diepte van de insnijding is cruciaal. Alleen door voldoende reliëf ontstaat de beoogde schaduwwerking die de verticale ritmiek van het hoofdgestel vanaf de grond zichtbaar maakt. Een samenspel van licht en diepte. Bij restauraties wordt vaak gebruikgemaakt van sjablonen om de exacte geometrie van de overgebleven originele fragmenten te kopiëren naar de nieuwe natuursteenonderdelen.
Stijlvarianten en vormverschillen
De vormentaal van de guttae kent een duidelijke evolutie tussen de Griekse en Romeinse architectuurtradities. In de Griekse oudheid overheerst de conische vorm. Deze druppels zijn taps toelopend, bijna als afgeknotte kegels die naar beneden toe verjongen. Het effect is verfijnd en benadrukt de opwaartse dynamiek van de zuilen. De Romeinen kozen voor een robuustere aanpak. Hier tref je vaker cilindrische varianten aan. Soms zijn ze zelfs uitgevoerd als korte, gedrongen schijven die nauwelijks van de regula loskomen. In de renaissancearchitectuur zie je dat architecten zoals Palladio experimenteerden met de verhoudingen, waarbij de guttae soms een lichte bolling kregen, een subtiele afwijking van de strikte geometrie.
Hoewel 'guttae' de standaardnaam is, duiken in oude traktaten soms de termen campanulae of 'klokjes' op. Deze benamingen worden echter vaker geassocieerd met de decoratieve elementen onder het kapiteel van de Korintische orde, wat soms tot verwarring leidt. In de praktijk van de Nederlandse monumentenzorg spreekt men simpelweg van 'droppen'.
Classificatie naar positie
Materiaal- en uitvoeringsvarianten
Niet elke gutta is uit massieve natuursteen gehouwen. In de 19e-eeuwse neoclassicistische architectuur, vooral bij grootschalige publieke gebouwen zoals stations of theaters, zie je vaak varianten in gietijzer of zink. Dit zijn geen integrale onderdelen van de kroonlijst, maar losse applicaties. Ze zijn hol van binnen en met schroeven of pennen aan het hoofdgestel bevestigd.
- Natuurstenen guttae: Integraal onderdeel van het bouwelement, monolitisch.
- Gipsen guttae: Veelal binnen toegepast in stucplafonds met klassieke motieven, vaak minder scherp gedefinieerd.
- Gietijzeren guttae: Industrieel vervaardigd, exact identiek, vaak gebruikt bij ijzerconstructies die een klassiek uiterlijk vereisten.
Een interessante variant is de 'blinde' regula. Hierbij is de lijst wel aanwezig, maar ontbreken de guttae volledig. Dit komt voor in sobere interpretaties van de Dorische orde, waarbij de architect de essentie van de geleding wilde behouden zonder te vervallen in fijnmazige decoratie. Het verlies aan detail wordt hier gecompenseerd door een strakker, moderner lijnenspel.
Praktijkvoorbeelden en herkenningspunten
Stel je voor dat je voor een neoclassicistisch stationsgebouw staat. Je kijkt omhoog naar de daklijst. Onder de uitsteeksels zie je kleine, strakke rijtjes van telkens zes druppels. Dat zijn ze. In de felle zon werpen deze guttae messcherpe schaduwen op de onderliggende architraaf. Het geeft de gevel direct een herkenbaar, ritmisch karakter. Zonder die details zou de bovenkant van het gebouw 'zweven'.
Of neem een interieur van een oud grachtenpand. In de centrale hal zie je een rijk versierde kooflijst van gips. De stukadoor heeft hier de klassieke Dorische orde tot in de kleinste details nagebootst. Onder elke decoratieve inkeping zitten zes kleine, klokvormige ornamenten. Hoewel ze hier van gips zijn en vaak witgeschilderd, vervullen ze exact dezelfde visuele rol als hun marmeren voorouders in Athene: het markeren van een constructief overgangspunt.
Tijdens een restauratie kom je ze soms in een verrassende vorm tegen. Een schilder krabt lagen verf weg van een houten kroonlijst. In plaats van gesneden hout blijken de guttae van gietijzer te zijn. Kleine, identieke dopjes die met een spijker in het hout zijn bevestigd. Een slimme 19e-eeuwse methode om met minder kosten toch die imposante, stenen uitstraling te bereiken. Het is een typische situatie waarbij de vormtaal belangrijker was dan de materiële authenticiteit van het oorspronkelijke bouwsysteem.
Normering en erfgoedrichtlijnen
Strikte wettelijke voorschriften voor de vormgeving van guttae bestaan niet voor nieuwbouw. De architectuurvrijheid primeert. Echter, bij de restauratie van rijksmonumenten verschuift het juridische kader onmiddellijk naar de Erfgoedwet. Hierbij is het behoud van de authentieke detaillering dwingend voorgeschreven. Voor de praktische uitvoering wordt vaak teruggegrepen op de kwaliteitsnormen van de Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg (ERM). De richtlijn URL 4001 voor natuursteenwerk is hierbij essentieel. Deze schrijft voor dat vervangende onderdelen, zoals nieuwe druppels in een architraaf, qua materiaal en profilering exact moeten overeenkomen met het origineel.
De lokale welstandsnota kan specifieke eisen stellen aan de toepassing van klassieke elementen. Vooral binnen een beschermd stadsgezicht. Het ongepast vereenvoudigen van een Dorisch hoofdgestel kan leiden tot een negatief advies van de commissie ruimtelijke kwaliteit. Constructief gezien vallen deze ornamenten onder de algemene bepalingen van het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) voor wat betreft de samenhang en de veiligheid van gevelonderdelen. Loshangende of gescheurde guttae bij historische panden vormen een risico voor de openbare veiligheid. Handhaving kan in dergelijke gevallen direct herstel afdwingen op basis van de zorgplicht die in het BBL is verankerd.
Historische ontwikkeling en oorsprong
Verstening van een constructieve noodzaak. De guttae vinden hun oorsprong niet in de decoratiezucht, maar in de archaïsche houtbouw van de vroegste Griekse tempels. Het waren functionele houten pennen. Drevels. Deze hielden de dwarsbalken van de dakconstructie op hun plek voordat marmer de standaard werd. Toen de bouwmeesters de overstap maakten naar natuursteen, bleven de vertrouwde vormen behouden als een visuele herinnering aan de houten voorgangers. Een proces van versteende techniek. De pennen onder de regula en mutulus evolueerden van constructief element naar een puur esthetisch ornament, een transformatie die al in de 6e eeuw v.Chr. grotendeels werd voltooid.
Pennen werden ornamenten. In de Romeinse tijd verschoof de focus naar een verregaande standaardisatie binnen de Dorische orde, waarbij de variatie in vorm afnam ten gunste van een rigide herhaling die paste bij de Romeinse drang naar efficiëntie en schaal. De renaissancearchitecten herontdekten deze vormentaal via de geschriften van Vitruvius en canoniseerden de druppelvorm in hun invloedrijke traktaten. De vormentaal bevroor. Tijdens de industrialisatie in de 19e eeuw onderging de gutta een laatste grote technische verandering; de introductie van prefab-elementen in gietijzer en zink verving het tijdrovende handwerk in steen, waardoor de klassieke esthetiek toegankelijk werd voor de opkomende massa-architectuur van stations en publieke paleizen.
Gebruikte bronnen
- https://www.encyclo.nl/begrip/guttae
- https://nl.wikipedia.org/wiki/Guttae
- https://etc.usf.edu/clipart/70900/70987/70987_gutta.htm
- https://www.mackintosh-architecture.gla.ac.uk/catalogue/glossary/?gid=glos-gutta&xml=des
- https://nl.wikipedia.org/wiki/Dorische_orde
- https://www.joostdevree.nl/shtmls/regula.shtml
- https://nl.wikipedia.org/wiki/Architraaf
Meer over architectuur, historie en cultuur
Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan architectuur, historie en cultuur