IkbenBint.nl

Hangnaad

Bouwkundige Onderdelen en Toebehoren H

Definitie

De verticale ruimte of speling tussen de hangzijde van een deur of raam en de binnenzijde van de kozijnstijl.

Omschrijving

Zonder hangnaad geen rotatie. Het is de ademruimte die een draaiend deel nodig heeft om vrij van de kozijnstijl te kunnen bewegen zonder te klemmen. Hout is een hygroscopisch materiaal; het reageert op de omgeving door uit te zetten of te krimpen. Wanneer de luchtvochtigheid in een nieuwbouwwoning nog hoog is door drogend beton en stucwerk, zal een vuren deur onherroepelijk zwellen. Een te krappe hangnaad resulteert dan direct in een klemmende deur. De naad moet daarnaast fysieke ruimte bieden aan de knopen van de scharnieren of de werking van onzichtbare scharniersystemen. Het is een technisch noodzakelijke onderbreking die de overgang vormt tussen het vaste kader en het beweegbare element.

Uitvoering en realisatie in de praktijk

Het proces start bij de positionering. Even kijken. Men plaatst het draaiende deel in de sponning met behulp van tijdelijke vulplaatjes of wiggen om de theoretische ruimte te bepalen. De aftekenfase dicteert vervolgens de rest van het verloop. Hierbij wordt de exacte locatie van de scharnierbladen op zowel de stijl als de deurrand vastgelegd, waarbij de scharnierknoop als fysieke grens voor de naadbreedte dient. Door het inkrozen van de bladen - het wegnemen van hout - ontstaat de definitieve speling.

Balans is alles. Een fractie te diep inkrozen trekt de deur onherroepelijk tegen het kozijn aan, terwijl een te ondiepe inkrozing de naad juist forceert aan de sluitzijde. Na het definitief indraaien van de schroeven volgt de visuele keuring op parallelliteit. De naad moet over de gehele verticale lijn een constante breedte vertonen. Vaak volgt nog een kleine handmatige correctie om minieme maatafwijkingen in het kozijn op te vangen of om rekening te houden met de laagdikte van toekomstig schilderwerk. Het draaiende deel moet immers ongehinderd de rotatie kunnen inzetten zonder de constructie te raken.

Variaties en constructieve verschillen

De verschijningsvorm van de hangnaad is onlosmakelijk verbonden met het type deur of raam. Bij een stompe deur is de naad over de volledige hoogte van het kozijn zichtbaar als een strakke, verticale lijn. Hier is precisie een vereiste. Een breedte van 2 tot 3 millimeter geldt als standaard. Wijkt men hiervan af, dan oogt het werk direct slordig of treden er functionele problemen op bij het draaien.

Een opdekdeur gooit het over een andere boeg. Hierbij is de eigenlijke hangnaad grotendeels aan het zicht onttrokken door de opdekrand die over de kozijnstijl valt. De ruimte bevindt zich dan 'onder' de overlap. De tolerantie lijkt groter, maar de scharnierpaumelles bepalen hier de wet. Verkeerde afstelling resulteert in een scheve overlap, wat de esthetiek van het gehele kozijn breekt. De techniek staat niet stil.

Moderne verdekte scharnieren, ook wel onzichtbare scharnieren genoemd, stellen extreme eisen aan de hangnaad. Omdat het mechanisme volledig in de deur en het kozijn verzinkt is, moet de naad uiterst constant zijn. Vaak is deze naad iets breder om de complexe rotatie van de scharnierarmen mogelijk te maken zonder dat de hoek van de deur tegen het kozijn schuurt. In de utiliteitsbouw, waar veel met stalen kozijnen wordt gewerkt, is de hangnaad vaak al fabrieksmatig vastgelegd door de positie van de laspaumelles of de voorgeboorde gaten. Aanpassen is daar vrijwel onmogelijk. Dan heb je nog de taatsdeur. Hoewel men hier vaak spreekt over een omtrekspeling, functioneert de verticale naad aan de draaizijde feitelijk als een hangnaad, al is deze door de positie van de as vaak breder dan bij klassieke draaideuren.

Onderscheid met aanverwante voegen

Verwarring ligt op de loer bij de sluitnaad. De hangnaad zit aan de scharnierzijde; de sluitnaad aan de zijde van het slot. Hoewel ze in een ideale wereld even breed zijn, is de hangnaad vaak de 'vaste' waarde, terwijl de sluitnaad meer te lijden heeft onder de werking van het gebouw of het uitzakken van de deurvleugel. Een hangnaad die bovenaan wijder is dan onderaan duidt meestal op een defect of een verkeerd gemonteerd scharnier. Het is de ruggengraat van de afhangfase.

Praktijksituaties en toepassingen

Een massief eiken voordeur tijdens een natte herfstweek illustreert direct het nut van een correcte hangnaad. Het hout zwelt door de hoge luchtvochtigheid. Was de naad bij montage slechts krap twee millimeter? Dan klemt de deur nu onherroepelijk tegen de kozijnstijl. In de utiliteitsbouw, denk aan een ziekenhuisgang met zware brandwerende deuren, ziet de wereld er anders uit. Hier worden vaak rvs-knopscharnieren gebruikt waarbij de hangnaad exact de dikte van de scharnierknoop moet accommoderen om een soepele 180-graden draai mogelijk te maken.

Bij een minimalistisch interieur met kamerhoge deuren en onzichtbare scharnieren is de hangnaad een esthetisch element. De architect eist een snaarstrakke schaduwlijn van precies drie millimeter. De monteur stelt de scharnieren millimeter voor millimeter bij. Een fractie te veel speling en de sluitzijde loopt aan; een fractie te weinig en de achterzijde van de deur schuurt bij het openen tegen het kozijn. Precisiewerk. Soms kom je in oude renovatiepanden kozijnen tegen die uit het lood staan. De vakman kiest daar vaak voor een 'verlopende' hangnaad. Bovenin iets breder dan onderin. Het oogt recht, maar technisch compenseert het de scheefstand van de woning.

In een woning met stalen opdekkozijnen is de hangnaad vaak een gegeven. De paumelles zitten op vaste punten gelast. Als de deur hier niet lekker hangt, zie je dat direct aan de ongelijke ruimte tussen de opdekrand en het staal. Geen ruimte voor de beitel. Hier rest enkel het buigen van de paumelle-stiften om de naad weer parallel te krijgen en de rotatie te herstellen.

Wet- en regelgeving

De wet telt geen millimeters. Dat doet de timmerman. Maar zodra een deur of raam een brandwerende of rookwerende functie krijgt, verandert de hangnaad van een esthetische voeg in een kritieke veiligheidsfactor. Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) schrijft geen specifieke naadbreedte voor, maar stelt wel harde prestatie-eisen aan de luchtdichtheid en de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO). Een hangnaad die buiten de toleranties valt, fungeert als een lek. Dit compromitteert de integriteit van het gehele bouwelement.

Brand- en rookwerendheid

Bij brandwerende deuren is de hangnaad gebonden aan de testcertificaten conform NEN 6069. Fabrikanten testen hun deursets inclusief hang- en sluitwerk met een exact gedefinieerde speling. Is de naad in de praktijk breder dan in de testopstelling? Dan is de kans groot dat de opschuimende strips bij verhitting de ruimte niet tijdig overbruggen. De certificering vervalt dan feitelijk. Voor rookwerendheid gelden vergelijkbare restricties onder NEN 6075. Hierbij wordt de Sa- of S200-classificatie gehanteerd, waarbij de hangnaad minimaal moet zijn om koude of warme rook tegen te houden. De voegbreedte is hier een technische variabele in een groter veiligheidssysteem.

Kwaliteitsnormen en richtlijnen

Hoewel geen wetgeving in strikte zin, vormt de Kwaliteit van Geveltimmerwerk (KVT) de vigerende norm voor de timmerindustrie. Hierin staan de acceptabele toleranties voor hangnaden nauwkeurig omschreven om aan de algemene eisen van deugdelijk werk te voldoen. Voor hangwerk in woningborg- of SWK-projecten dienen deze richtlijnen vaak als toetsingskader bij opleveringsgeschillen. De speling moet consistent zijn. Een afwijking kan leiden tot afkeur op basis van gebrekkige luchtdichtheid of thermische prestaties, zoals getoetst wordt in de EPC- of BENG-berekeningen die voortvloeien uit het BBL.

Historische ontwikkeling van de draaispeling

De hangnaad is een relatief modern concept. In de vroege bouwkunst, denk aan zware eiken poorten in burchten of kerken, draaide men niet op scharnieren zoals we die nu kennen, maar op pivotsystemen. De deur rustte in een stenen holte in de drempel en een houten ring in de bovendorpel. Een verticale naad aan de hangzijde bestond simpelweg niet omdat de draaias zich binnen de dikte van het hout bevond. De deur overlapte het kozijn of de muur aan de achterzijde.

Met de opkomst van smeedijzeren hengsels en duimen in de middeleeuwen veranderde het spel. Het draaipunt verplaatste zich naar de buitenzijde van het hout. De hangnaad was toen nog verre van uniform; het was een functionele, vaak ongelijke opening die vooral diende om de grove werking van vers gekapt hout op te vangen. Precisie was ondergeschikt aan robuustheid. Smeedwerk werd immers ter plekke door de smid op de dikte van de deur aangepast.

De echte verschuiving naar de millimeterprecieze hangnaad vond plaats tijdens de industrialisatie in de negentiende eeuw. De introductie van het fabriekmatig geproduceerde scharnier dwong timmerlieden tot standaardisatie. Het inkrozen — het handmatig uitbeitelen van de scharnierbladen in de stijl — werd de standaardmethode. Plotseling werd de breedte van de naad een graadmeter voor vakmanschap. Een timmerman die een te ruime naad achterliet, werd gezien als een broddelaar.

In de wederopbouwperiode na 1945 versnelde de ontwikkeling door de opkomst van de paumelle. Geen schroeven meer in de kopse kant van het kozijn, maar een insteek- of indraaisysteem. Dit maakte de hangnaad nastelbaar. De introductie van het staal- en kunststofkozijn in de jaren zestig en zeventig haalde de laatste restjes ambachtelijke improvisatie weg. De naad werd een fabrieksgegeven. Vandaag de dag zien we met de komst van 3D-verstelbare verdekte scharnieren dat de hangnaad bijna een abstractie is geworden; een technisch regelbereik in plaats van een simpel gevolg van houtbewerking.

Meer over bouwkundige onderdelen en toebehoren

Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwkundige onderdelen en toebehoren