Hangnis
Definitie
De hangnis is de onderste afsluiting van een gemetseld rookkanaal die wordt gedragen door uitkragende, gemetselde consoles, ook wel wangen genoemd.
Omschrijving
Toepassing en uitvoering
De constructie van een hangnis begint direct tegen het bestaande, verticale muurwerk. Bakstenen kragen trapsgewijs uit. Steen voor steen. Deze consoles, in de volksmond de wangen genoemd, groeien laag na laag naar buiten toe tot de exacte diepte van het rookkanaal is bereikt. Een stevige verankering in het achterliggende metselwerk is hierbij onontbeerlijk. Zonder een goed verband faalt de constructie onmiddellijk.
Tussen deze twee uitkragende steunpunten wordt een horizontale overspanning gemaakt. Meestal een zware natuurstenen plaat of een gemetseld segmentboogje. Dit vormt de feitelijke vloer van de nis. Hierop rust het volledige gewicht van de schoorsteen die vervolgens wordt opgetrokken. Het verticale kanaal stijgt op vanaf dit zwevende platform. Geen steunberen. Geen kolommen tot aan de fundering. De druk wordt via de wangen zijwaarts en naar beneden in de hoofdwand geleid. Een technisch samenspel tussen zwaartekracht en wrijving.
In de praktijk resulteert dit in een robuuste uitstulping aan de muur. Het metselwerk van het kanaal wordt vervolgens steen voor steen omhooggetrokken, waarbij de druk loodrecht op de consoles neerkomt. Soms zie je dat de binnenzijde van de nis enigszins conisch toeloopt om de trek te bevorderen, hoewel de primaire focus bij de bouw altijd ligt op de stabiliteit van de uitkraging zelf.
Verschijningsvormen en materiaalgebruik
Hoewel de hangnis in essentie een puur technische oplossing is, varieert de uitvoering sterk per bouwperiode en de status van het pand. De meest sobere variant is de getrapte baksteennnis. Hierbij kraagt het metselwerk laag voor laag uit, waarbij elke steen een fractie verder over de onderliggende laag heen steekt tot de volledige diepte van het rookkanaal bereikt is. Eenvoudig. Doeltreffend. In de luxere herenhuizen maakt men echter vaak gebruik van natuurstenen kraagstenen als wangen. Deze consoles van zandsteen of hardsteen bieden een hogere draagkracht op een kleiner oppervlak en laten toe dat de nis een minder volumineus uiterlijk krijgt.
Een ander onderscheid zit in de bodemplaat, de feitelijke afsluiting aan de onderzijde van het kanaal. Men treft regelmatig de gemetselde segmentboog aan, gespannen tussen de wangen, maar vaker nog een zware natuurstenen afdekplaat. Deze plaat fungeert als fundering voor de bovenliggende stenen en moet dik genoeg zijn om de enorme puntlast van het opgaande kanaal te weerstaan zonder te scheuren. Soms is de nis aan de binnenzijde conisch gevormd om de overgang naar het rookkanaal te vergemakkelijken, wat de trek ten goede komt, al is dit bij de hangnis vaker een bijkomstigheid dan een primair doel.
Naamsverwarring en technische afbakening
In de bouwkundige volksmond wordt de hangnis soms verward met een gewone schoorsteenmantel of boezem, maar dat is onjuist. De hangnis draagt de constructie. De boezem omsluit slechts de ruimte boven een stookplaats. Waar een boezem vaak op de vloer rust of aan de muur hangt ter decoratie, heeft de hangnis een fundamentele dragende functie voor het bovenliggende metselwerk. Men noemt het geheel ook wel eens een console-nis of uitkragende rookkanaalvoet.
Pas op met de term 'rookkap'. Hoewel beide elementen de start van een rookafvoer markeren, is een rookkap meestal een los onderdeel van metaal of beton dat boven een open vuur wordt geplaatst. De hangnis is integraal onderdeel van de muurconstructie. Onverbrekelijk verbonden met het metselverband. Zodra een rookkanaal niet op de vloer begint, maar halverwege een wand 'verschijnt', spreken we technisch gezien van een hangnis. Het is het overgangspunt van een massieve wand naar een hol kanaal. Een cruciaal detail voor de stabiliteit van de gehele gevelsectie.
Praktijkvoorbeelden van de hangnis
In een statig negentiende-eeuws herenhuis aan een gracht zie je het vaak. De begane grond heeft een riante salon zonder schoorsteenmantel aan de zijmuur. Loop je de trap op naar de slaapverdieping? Dan tref je daar plotseling een gemetselde uitstulping aan die een kachelaansluiting ondersteunt. De hangnis fungeert hier als het constructieve startpunt van de rookafvoer, precies daar waar de behoefte aan warmte begint en de ruimte beneden vrij moet blijven.
Denk ook aan de situatie tijdens een ingrijpende renovatie. Een aannemer stuit op een zware, getrapte kraagconstructie achter een voorzetwandje van gips. Het lijkt misschien een overbodig ornament uit het verleden, maar schijn bedriegt. Dit is de hangnis die de schoorsteen op de bovenliggende etage en de zolder stabiliseert. Het metselwerk is vaak verzadigd met roet; de wangen dragen de tonnen aan baksteen die erbovenop rusten. Verwijderen zonder een gedegen stempelplan betekent een onvermijdelijke instorting van het kanaal.
Bij sobere arbeiderswoningen zie je soms de meest elementaire vorm: drie of vier lagen baksteen die telkens een kwart steen verder naar voren springen. Geen franje. Puur functioneel. Een simpele overspanning van een platte ijzeren strip of een natuurstenen latei maakt het plateau compleet. Hierop rust het verticale rookkanaal, muurvast verankerd in de achterliggende draagmuur door middel van een goed vertand verband. Het kanaal zweeft boven de vloer. De druk wordt zijwaarts weggeleid.
Wet- en regelgeving rondom de hangnis
Constructieve veiligheid en het BBL
De veiligheid van een hangnis valt onder de algemene bepalingen van het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL). De constructie moet voldoen aan fundamentele eisen voor draagkracht. Statische berekeningen zijn noodzakelijk. Het metselwerk van de consoles moet de verticale belasting van het volledige rookkanaal kunnen overbrengen naar de hoofddraagconstructie. NEN-EN 1996, de Eurocode voor metselwerkconstructies, biedt hierbij het technische kader voor de berekening van de stabiliteit en de vereiste verankering in de achterliggende wand.
Brandveiligheid en rookgasafvoer
Bij het gebruik van een historische hangnis voor moderne stooktoestellen is NEN 6062 van belang. Deze norm stelt eisen aan de brandveiligheid van rookgasafvoersystemen. De aansluiting tussen de nis en de rest van het kanaal mag geen brandgevaar opleveren voor omliggende vloeren of wanden. Vaak is een bouwkundige aanpassing vereist. Denk aan het aanbrengen van een flexibele rvs-voering. Dit voorkomt dat hete rookgassen direct in contact komen met oud, poreus metselwerk of houten balkkoppen die zich in de nabijheid van de nis kunnen bevinden.
Monumentenzorg en de Erfgoedwet
Veel hangnissen bevinden zich in beschermde stadsgezichten of monumentale panden. De Erfgoedwet is dan van toepassing. Het is niet toegestaan om deze constructies zomaar te slopen of ingrijpend te wijzigen. Restauratie moet vaak gebeuren met historisch verantwoorde materialen. Kalkmortel in plaats van cement. De originele vertanding moet behouden blijven. Bij herstel is een omgevingsvergunning voor de activiteit monumenten meestal verplicht. De constructeur moet aantonen dat de historische uitkraging nog steeds voldoet aan de veiligheidseisen zonder dat het monumentale karakter wordt aangetast.
De opkomst van gestapelde warmte
De hangnis is een direct resultaat van de negentiende-eeuwse verdichtingsdrang in de woningbouw. Vóór die tijd was een stookplaats meestal een massief onderdeel van de architectuur. Het rustte op een eigen fundering. In de groeiende steden moesten huizen echter hoger. Efficiënter. De begane grond diende vaak als winkel of statige salon waar geen plek was voor massieve schoorsteenvoeten. Men zocht een manier om op verdiepingen te stoken zonder de ondergelegen ruimte te belasten. De hangnis was de oplossing. Een puur pragmatisch antwoord op de vraag naar individuele verwarming in meerlaagse stadspanden. Metselaars leerden de zwaartekracht te foppen door het gewicht van het rookkanaal zijwaarts in de hoofdmuren te leiden.
Het systeem werd tussen 1850 en 1900 de standaard. Baksteen was het primaire materiaal. De techniek verfijnde zich naarmate kachels populairder werden dan open haarden. Kleinere kanalen waren makkelijker te 'hangen'. Dit stelde architecten in staat om complexe systemen van rookafvoeren door een pand te weven. Een technisch samenspel van kragende consoles en verzadigde kalkmortels. De hangnis werd hiermee een onzichtbare motor achter de moderne woonkwaliteit van die tijd.
Van actieve steun naar historisch relict
In de twintigste eeuw veranderde de status van de hangnis drastisch. De komst van centrale verwarming maakte individuele rookkanalen overbodig. Schoorstenen werden massaal buiten gebruik gesteld. Vaak werden de nissen simpelweg achter een betimmering verborgen of dichtgemetseld. De constructieve functie bleef echter behouden. Dat werd pijnlijk duidelijk tijdens de stadsvernieuwing in de jaren zeventig en tachtig. Onwetende slopers zagen de hangnis aan voor een decoratief element. Een misvatting. Het weghalen van de 'wangen' leidde onvermijdelijk tot het instorten van de bovenliggende kanalen. De hangnis werd plotseling een risicofactor in de renovatiepraktijk.
Tegenwoordig is de hangnis een zeldzaamheid in de nieuwbouw. Lichtgewicht dubbelwandige systeembuizen hebben de zware gemetselde kanalen vervangen. Beugels hebben de plek van de gemetselde consoles ingenomen. In de restauratiesector is de kennis over de hangnis nu specialistisch domein. Men analyseert de staat van het metselwerk om de stabiliteit van historische gevels te garanderen. Het is een constructief overblijfsel uit een tijd dat verwarming nog een zware, bouwkundige last was.
Gebruikte bronnen
Meer over architectuur, historie en cultuur
Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan architectuur, historie en cultuur