Hardheid
Definitie
Hardheid is de mate waarin een materiaal weerstand biedt tegen blijvende mechanische vervorming, zoals krassen, indrukking of slijtage door puntbelasting.
Omschrijving
Uitvoering en bepaling in de praktijk
De vaststelling van de hardheid gebeurt in de bouwpraktijk via diverse beproevingsmethoden die variëren van kwalitatieve veldtests tot strikt gekalibreerde laboratoriummetingen. Centraal staat de interactie tussen een indringlichaam en het materiaaloppervlak. Bij metalen en harde kunststoffen wordt vaak een specifieke last uitgeoefend op een indringlichaam, zoals een gehard stalen kogel of een diamanten kegel, waarbij de grootte of diepte van de blijvende afdruk de waarde bepaalt. Methoden zoals Brinell, Rockwell of Vickers zijn hierbij de standaard. Puntbelasting genereert spanning.
Voor minerale bouwstoffen zoals natuursteen en keramiek wordt de relatieve hardheid bepaald aan de hand van de schaal van Mohs. Het principe is simpel: welk materiaal krast welk materiaal? Diamant krast alles. Talk wordt door alles gekrast. In de praktijk betekent dit dat een inspecteur met testpennen van verschillende hardheden het oppervlak probeert te beschadigen om de slijtbestendigheid te categoriseren. Bij betonconstructies wordt vaak gebruikgemaakt van de terugslagmethode met een sclerometer. Een veerbelaste slagpen raakt het oppervlak. De mate van terugvering geeft een directe indicatie van de oppervlaktehardheid en, indirect, de druksterkte van de betonhuid. Het resultaat hangt af van de elasticiteit. Geen blijvende schade, maar kinetische energie. Bij hout wordt de hardheid vaak gerelateerd aan de kracht die nodig is om een stalen kogel tot de helft van de diameter in het hout te drukken, wat essentieel is voor de beoordeling van vloerdelen en traptreden.
Categorisering naar meetmethode en materiaal
Hardheid manifesteert zich in verschillende vormen, afhankelijk van het materiaal en de specifieke belasting. In de minerale wereld, zoals bij natuursteen en betonaggregaten, domineert de schaal van Mohs. Dit is een relatieve schaal van 1 tot 10 die de krasweerstand bepaalt. Een diamant krast alles, talk wordt door alles gekrast. Voor metalen constructieonderdelen en mechanische bevestigingen worden de Brinell-, Rockwell- en Vickers-hardheden gehanteerd. Deze methoden meten de indrukkingsweerstand met behulp van kogels of piramidevormige indringlichamen. Hoe kleiner de afdruk bij een constante last, hoe hoger de hardheid.
Bij houtsoorten wordt de Janka-hardheid als standaard gebruikt. Deze maatstaf geeft de kracht in Newtons aan die nodig is om een stalen kogel voor de helft in het hout te drukken. Het is de bepalende factor voor de geschiktheid van hout voor traptreden of vloeren. Bij keramische afwerkingen, met name vloertegels, wordt vaak gesproken over de PEI-waarde (Porcelain Enamel Institute). Hoewel dit technisch gezien een maat voor slijtvastheid van het glazuur is, fungeert het in de praktijk als de belangrijkste indicator voor de functionele hardheid van de toplaag in belopen ruimtes.
Terminologische nuances en verwarring
Hardheid versus Stijfheid
Er bestaat vaak spraakverwarring tussen hardheid en stijfheid. Hardheid betreft de weerstand van het oppervlak tegen lokale beschadiging. Stijfheid daarentegen, uitgedrukt in de elasticiteitsmodulus, beschrijft de weerstand van een heel constructie-element tegen elastische vervorming of doorbuiging. Een rubberen mat kan een hoge mate van slijtvastheid hebben maar is totaal niet stijf. Een gietijzeren kolom is extreem stijf, maar kan door een puntige hamerinslag toch oppervlaktebeschadigingen oplopen.
Hardheid versus Brosheid
Een hoge hardheid gaat in de bouw vaak hand in hand met brosheid. Glas en keramiek zijn hier de schoolvoorbeelden van. Ze zijn nagenoeg ongevoelig voor krassen van alledaagse materialen, maar bezwijken plotseling en catastrofaal bij impactbelasting omdat ze de energie niet kunnen absorberen door plastische vervorming. Staal kan echter thermisch behandeld worden om de oppervlaktehardheid te verhogen (harden) terwijl de kern taai blijft. Dit procedé is essentieel voor gereedschappen zoals beitels en boren, die aan de punt hard moeten zijn om te snijden, maar in de schacht taai genoeg om niet te knappen onder torsie.
Praktijkvoorbeelden van hardheid
Een vuren trap in een druk gezinshuis toont snel de gevolgen van een lage Janka-waarde. Na slechts drie jaar zie je de looplijnen niet alleen in de lak, maar staan de treden letterlijk hol door de geringe indrukkingsweerstand van het zachte naaldhout. Hakken laten putjes achter. Bij eikenhout gebeurt dit nauwelijks; de vezels bieden veel meer weerstand tegen die lokale druk.
Hetzelfde principe geldt voor de afwerking van een parkeergarage. Een standaard zandcementdekvloer zou binnen een maand volledig verpulveren onder de wrijvende krachten van draaiende autobanden. Daarom kiest de aannemer hier voor een monolithisch afgewerkte betonvloer met een instrooilaag van kwartskorrels of korund. Dit verhoogt de oppervlaktehardheid tot een niveau waarbij het beton intact blijft, terwijl de rubberen banden slijten. Precies de bedoeling. Slijtage aan het voertuig is goedkoper dan schade aan de constructie.
Denk ook aan de installateur die een gat probeert te boren in een RVS-latei met een goedkope HSS-boor. De boorpunt gloeit binnen seconden rood op en wordt volledig rond; de boor is simpelweg niet hard genoeg om de metaalstructuur van de latei te penetreren. Materiaal op materiaal. De hardste wint altijd. Of neem de tegelzetter die een zware rolsteiger over een nieuwe keramische vloer schuift. De toplaag geeft geen krimp en vertoont geen enkel spoortje van slijtage door de wielen, maar wanneer er per ongeluk een zware stalen moker op een hoek valt, spat de tegel direct in scherven uiteen. Hard, maar onverbiddelijk bros bij een plotselinge impactbelasting.
Normatieve kaders en standaarden
NEN-normen vormen het juridische fundament onder hardheidseisen. Geen abstracte wens, maar een contractuele verplichting. Voor houten vloerdelen dicteert de NEN-EN 1534 bijvoorbeeld de meetmethode voor de Brinell-hardheid. Dit is essentieel voor de CE-markering; zonder deze data mag een product de Europese markt niet op. Bij keramische tegels leunt de industrie op de NEN-EN-ISO 10545-reeks om de krasbestendigheid en slijtage te objectiveren. Deze normen waarborgen dat een tegel in een publieke ruimte ook na intensief gebruik veilig blijft.
In het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) wordt hardheid niet expliciet met cijfers achter de komma gedicteerd, maar de functionele eisen voor veiligheid en duurzaamheid maken de toepassing van genormeerde materialen noodzakelijk. Projectbestekken, vaak gestoeld op de STABU- of RAW-systematiek, vertalen deze algemene zorgplicht naar keiharde eisen voor de oppervlaktehardheid van betonvloeren of de slijtvastheid van wegverhardingen. De NEN-EN 13813 classificeert de oppervlaktehardheid van dekvloeren in SH-klassen. Het is de stok achter de deur tegen inferieure materialen. Wie afwijkt van deze standaarden, loopt direct risico op juridische haarkloverij bij vroegtijdige slijtage of mechanische schade.
Van krasmethode naar kwantitatieve meting
Eeuwenlang was de beoordeling van hardheid een kwestie van ambachtelijke intuïtie. Men kraste het ene materiaal met het andere en trok op basis van de schade een binaire conclusie: harder of zachter. De formele systematisering begon pas in 1812 toen de mineraloog Friedrich Mohs zijn tiendelige schaal introduceerde. Een relatieve maatstaf. Deze methode volstond voor de indeling van natuursteen, maar schoot tekort zodra de metallurgie tijdens de industriële revolutie een vlucht nam. De behoefte aan exacte, reproduceerbare data voor staalconstructies en machineonderdelen dwong tot een technische revolutie in meettechnieken.
Rond 1900 introduceerde de Zweedse ingenieur Johan August Brinell de eerste gestandaardiseerde indrukkingsmethode. Hij verving het krassen door een gecontroleerde belasting met een stalen kogel. Het was de eerste stap naar hardheid als een kwantitatieve materiaaleigenschap. De Eerste Wereldoorlog versnelde deze ontwikkeling. Nauwkeurigheid werd een kwestie van leven of dood bij de productie van pantserplaten en munitie. In deze periode ontstonden de methoden van Rockwell en Vickers, die door het gebruik van kleinere indringlichamen en dieptemetingen veel dunnere en hardere metaallagen konden testen. Voor de houtindustrie bleef standaardisatie echter uit tot 1948, toen de Janka-test internationaal werd geaccepteerd als norm voor de mechanische weerstand van vloeren.
De laatste grote sprong in de bouwhistorie was de verschuiving van destructief laboratoriumonderzoek naar in-situ metingen. Ernst Schmidt ontwikkelde in 1948 de eerste praktische terugslaghamer. Hiermee veranderde de controle van betonfunderingen en bruggen definitief. Geen boorkernen meer nodig voor een globale indicatie. De geschiedenis van hardheid weerspiegelt de algemene trend in de bouw: van visuele schatting naar digitale precisie op de millimeter.
Gebruikte bronnen
- https://nl.wikipedia.org/wiki/Hardheid_(materiaalkunde
- https://www.joostdevree.nl/bouwkunde2/hardheidsschaal_van_mohs.htm
- https://www.joostdevree.nl/bouwkunde2/janka.htm
- https://nl.wikipedia.org/wiki/Brinellhardheid
- https://nl.defelsko.com/resources/how-to-measure-barcol-hardness
- https://www.joostdevree.nl/bouwkunde2/thermoharder.htm
- https://www.joostdevree.nl/shtmls/houtsoorten.shtml
- https://www.becosan.com/nl/hoe-meet-u-de-hardheid-van-beton-en-waarom-is-dit-belangrijk/
- https://at-machining.com/nl/hardness-stiffness-strength/
- https://www.interelectronix.com/nl/wat-is-mohs-hardness.html
- https://www.zwickroell.com/nl/producten/hardheidsmeters/
- https://brrc.be/sites/default/files/2019-09/a95.pdf
Meer over bouwmaterialen en grondstoffen
Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwmaterialen en grondstoffen