Hunebed
Definitie
Een hunebed is een neolithische grafkamer geconstrueerd uit massieve zwerfstenen, bestaande uit staande draagstenen en horizontale dekstenen.
Omschrijving
Realisatie en constructiemethode
De constructie van een hunebed startte bij de zorgvuldige selectie van glaciale zwerfstenen. Men zocht naar specifieke vormen. Voor de wanden waren stenen met ten minste één vlakke zijde essentieel. Deze draagstenen, technisch aangeduid als orthostaten, werden in diepe funderingssleuven geplaatst met de vlakke kant naar binnen gericht. Een nauwkeurige afstelling was noodzakelijk voor de stabiliteit. Men vulde de tussenruimtes tussen de grote blokken op met kleinere stopstenen en droog metselwerk van zwerfkeien. Dit maakte de kamerwand nagenoeg zanddicht.
Het plaatsen van de loodzware dekstenen vormde de grootste technische uitdaging. Men maakte gebruik van de wetten van de zwaartekracht en hefboomwerking. Waarschijnlijk werd de kamer na het plaatsen van de zijstenen volledig volgestort met zand en keien, waardoor een hellingbaan ontstond. Over deze helling sleepte men de dekstenen naar hun definitieve positie op de draagstenen. Brute kracht gecombineerd met houten rollers. Eenmaal stabiel gepositioneerd, werd het overtollige zand uit de kamer verwijderd. De resterende aarde vormde de basis voor de dekheuvel die het gehele stenen karkas omsloot. Zoden en zand. Om de voet van de heuvel te fixeren, bracht men vaak een krans van kleinere stenen aan. Een poortconstructie verbond de interne grafkamer met de buitenwereld, waarbij drempelstenen en sluitstenen de toegang reguleerden.
Diversiteit in vorm en naamgeving
Typologische variaties
Niet elk hunebed volgt hetzelfde grondplan. De variatie in architectuur vertelt een verhaal over lokale tradities en de beschikbare keien. In de kern onderscheiden we in Nederland voornamelijk het ganggraf en het portaalgraf. Het ganggraf is de meest voorkomende variant; hierbij bevindt de ingang zich in het midden van een van de lange zijden, vaak geaccentueerd door een korte stenen gang die de drempel vormt tussen de buitenwereld en de dodenkamer. Een portaalgraf is soberder. Geen gang. Enkel een paar markante zijstenen die de toegang omlijsten. Dit zijn subtiele verschillen in een verder robuust ontwerp.
Er bestaat nog een zeldzamere verschijningsvorm: het langgraf. Dit is een monumentale, langwerpige heuvel omzoomd door een krans van stenen, waarin zich vaak twee of meer afzonderlijke grafkamers bevinden. In Nederland is hunebed D43 bij Emmen de enige die deze specifieke vorm nog trots toont aan de horizon. Een indrukwekkend complex.
Terminologie en verwante structuren
Hoewel men in het buitenland vaak spreekt van een dolmen, dekt dit begrip in technische zin slechts een deel van de lading. Een dolmen is in de strikte definitie een tafelvormige constructie van drie of vier stenen. Onze hunebedden zijn complexer. Het zijn meerkamerige structuren die onder de bredere noemer van megalithische graven vallen. Verwar ze niet met de steenkist. Kleiner, vaak volledig ondergronds en zonder echte toegangspoort, vormt de steenkist de bescheiden, jongere neef van het monumentale hunebed. In Duitsland gebruikt men vaker de term 'Hünengrab', wat etymologisch direct verwant is, terwijl de Scandinavische buren spreken over 'dysse' of 'döse'. Dezelfde cultuur, andere woorden.
Monumentale praktijkvoorbeelden
Kijk naar de constructie van D27 in Borger. De absolute reus onder de Nederlandse hunebedden. Hier zie je negen enorme dekstenen die rusten op 28 draagstenen. Een van die dekstenen tikt bijna de 20 ton aan. Geen klein bier voor een cultuur zonder ijzeren werktuigen. In de praktijk ervaar je hier de rauwe massaliteit van de Trechterbeker-architectuur van dichtbij. De stopstenen — die kleinere keien tussen de reuzen door — zitten hier en daar nog stevig vastgeklemd. Een essentieel detail. Het toont de noodzaak van een zanddichte kamerwand. Zonder die kleine opvulling zou het zand van de dekheuvel direct de grafkamer in zijn gesijpeld.
Een heel ander beeld tref je bij de Havelterberg. Hunebed D53. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bruut afgebroken voor de aanleg van een vliegveld, later steen voor steen herbouwd op basis van oude tekeningen. Dit voorbeeld illustreert de technische precisie van moderne archeologische reconstructie. De poortstenen staan exact op hun oorspronkelijke positie. Het vormt een klassiek voorbeeld van hoe een ganggraf eruitziet: een duidelijke zij-ingang die haaks op de lange kamer staat.
Afwijkende configuraties in het landschap
D43 bij Emmen-Schans breekt met de standaard. Geen solitaire grafkamer, maar een dubbel graf binnen één enkele, monumentale steenkrans. Een zogenaamd langgraf. Met een lengte van ruim 40 meter domineert dit bouwwerk de omgeving. Je ziet hier twee afzonderlijke kamers die elk hun eigen toegang hebben. In de praktijk kom je dit type zelden tegen; het is het enige bewaarde exemplaar van dit kaliber in Nederland. De kransstenen die de voet van de oorspronkelijke heuvel markeerden, zijn hier nog grotendeels aanwezig. Ze vormen een stenen grens die de heilige grond scheidde van het omliggende terrein.
Soms tref je een hunebed aan dat bijna 'naakt' lijkt, zoals D1 bij Roden, waar de dekstenen direct op de grond lijken te liggen doordat de draagstenen diep in het zand zijn weggezakt of nooit volledig zijn blootgelegd.
In situaties zoals bij het ondergelopen hunebed D14 in Eext zie je hoe de locatiekeuze soms botst met de tand des tijds. Hoewel de bouwers zandgronden kozen, zijn sommige kamers door latere landschappelijke veranderingen kwetsbaar geworden voor water. Dit typeert de dynamiek van deze duizenden jaren oude constructies in een veranderend Nederlands landschap.
Juridische status en erfgoedbescherming
Hunebedden vallen onder de strengste categorie van de Nederlandse monumentenwetgeving. Ze zijn stuk voor stuk aangewezen als rijksmonument. De Erfgoedwet vormt het fundament voor hun bescherming. Het is simpel: elke handeling die de fysieke integriteit van het monument of de archeologische waarde van het terrein kan schaden, is verboden. Geen eigen initiatief. Geen ongeautoriseerd onderzoek. De wet verplicht eigenaren en beheerders tot een zorgvuldige instandhouding van de restanten.
Internationaal gezien dicteert het Verdrag van Valletta — ook wel het Verdrag van Malta genoemd — de omgang met deze locaties. Het principe van behoud in situ is leidend. De bodem rondom en onder de stenen karkassen bevat vaak nog onschatbare informatie over de Trechterbekercultuur, zoals scherven van aardewerk of sporen van de oorspronkelijke dekheuvels. Deze archeologische lagen zijn door de wet evenzeer beschermd als de megalieten zelf.
De Omgevingswet reguleert de ruimtelijke context. Gemeenten zijn verplicht om archeologische waarden te borgen in hun omgevingsplannen. Dit betekent dat bouwactiviteiten in de directe nabijheid van een hunebed onderworpen zijn aan strikte restricties of verplichte archeologische begeleiding. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) fungeert als de technische autoriteit bij ingrijpende restauraties of consolidatiewerkzaamheden. Bij het herstellen van stapelingen of het terugplaatsen van stopstenen mag niet worden afgeweken van de vastgestelde archeologische richtlijnen. Wetenschappelijk belang prevaleert boven toeristische ontsluiting.
Historische ontwikkeling en herwaardering
De biografie van het hunebed reikt verder dan de initiële bouwperiode tussen 3350 en 3050 v.Chr. Na het vertrek van de Trechterbekercultuur bleven de monumenten functioneren als landschappelijke bakens. Hergebruik was gangbaar. Latere gemeenschappen in de bronstijd benutten de kamers opnieuw voor bijzettingen, waardoor de gelaagdheid van de locaties toenam. In de middeleeuwen en de vroege moderne tijd raakte de technische oorsprong echter uit het collectieve geheugen. Men schreef de constructies toe aan reuzen: de 'hunen'.
De achttiende eeuw markeerde een destructieve fase. De massieve zwerfstenen werden gereduceerd tot bouwmateriaal. Men brak de megalieten met buskruit of vuur om het graniet te gebruiken voor de versteviging van zeedijken en de fundering van wegen. Stone for dikes. Harde noodzaak versus erfgoed. Deze roofbouw forceerde de eerste vorm van monumentenzorg in Nederland. In 1734 vaardigden de Staten van Drenthe een resolutie uit die het slopen van de 'steenhopen' verbood. Een juridisch novum. Het vormde de basis voor de latere rijksbescherming.
De wetenschappelijke systematiek kreeg pas in de twintigste eeuw vorm door het werk van Albert van Giffen. Hij professionaliseerde de archeologische methodiek. Tussen 1918 en 1925 bracht hij de overgebleven monumenten in kaart en introduceerde hij de D-nummering die we vandaag nog gebruiken. Van Giffen voerde ook grootschalige restauraties uit. Destijds was de visie gericht op het herstel van het stenen karkas, waarbij ontbrekende stenen soms werden aangevuld of beton werd gebruikt om de stabiliteit te waarborgen. De huidige archeologie kijkt kritischer naar deze ingrepen. Men focust nu op het behoud van de context en de onverstoorde bodemlagen rondom de stenen.
Gebruikte bronnen
- https://nl.wikipedia.org/wiki/Hunebed
- https://wikikids.nl/Hunebed
- https://www.joostdevree.nl/shtmls/hunebed.shtml
- https://nl.wikipedia.org/wiki/Hunebedden_in_Nederland
- https://www.hunebednieuwscafe.nl/2017/08/hoe-hunebedden-gebouwd/
- https://nds-nl.wikipedia.org/wiki/Hunebed
- https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_hunebedden_in_Nederland
- https://nl.wikipedia.org/wiki/D53_(hunebed
- https://www.joostdevree.nl/shtmls/megaliet.shtml
- https://www.joostdevree.nl/shtmls/dolmen.shtml
- https://www.commissiemer.nl/docs/mer/p25/p2555/2555-029ontwerpbp_toel-bijl9-10.pdf
- https://www.encyclo.nl/begrip/Hunebedden
- https://dolm.nl/schimmeres-twee-hunebedjes-in-een-enorme-steencirkel/
Meer over architectuur, historie en cultuur
Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan architectuur, historie en cultuur