Janka
Definitie
Beproevingsmethode waarbij de weerstand van hout tegen indrukking wordt gemeten door de kracht te bepalen die nodig is om een stalen kogel met een diameter van 11,28 mm tot de helft in het oppervlak te persen.
Omschrijving
Uitvoering van de beproeving
De uitvoering van de Janka-test start bij de conditionering van het houtmonster. Meestal wordt een vochtgehalte van 12 procent gehanteerd. Dit is de standaard. Een mechanische testopstelling perst de stalen kogel met een constante snelheid in het proefvlak. Geen schokken, maar een gelijkmatige beweging. De machine registreert de weerstand die de houtcellen bieden tegen deze indringing. Krachtmeting vindt plaats tot het moment dat de kogel exact tot de helft in het hout is verdwenen. De maximale druk op dat specifieke punt bepaalt de uitkomst.
Hout is een natuurproduct. De structuur is anisotroop. Daarom vindt de beproeving plaats op verschillende vlakken van het proefstuk. Men meet zowel op het langshout als op het kops hout. De vezelrichting bepaalt de weerstand. Bij metingen op de zijkant van de plank wordt vaak onderscheid gemaakt tussen het radiale en tangentiële vlak, waarbij het gemiddelde de uiteindelijke hardheidsscore vormt. Soms splijt het hout tijdens de test. Vooral bij zeer harde, brosse soorten komt dit voor. In dergelijke gevallen is de meting ongeldig en wordt het proces herhaald op een nieuw monster. Meerdere indrukkingen per proefstuk zijn gebruikelijk. Zo worden lokale afwijkingen zoals jaarringen of kleine onvolkomenheden in de celstructuur uitgemiddeld voor een representatieve waarde.
Variaties in meetvlakken en eenheden
Side Janka versus End Janka
In technische fiches wordt vaak simpelweg een getal genoemd. Toch schuilt daar een essentieel onderscheid achter. De Side Janka-waarde betreft metingen op het radiale of tangentiële vlak van het hout; dit is de standaard voor vloerdelen en meubelhout. Aan de andere kant staat de End Janka. Deze waarde wordt bepaald op het kopse hout. Omdat de stalen kogel hier recht op de kop van de houtvezels drukt, valt de score bij vrijwel elke houtsoort aanzienlijk hoger uit. Voor industrieel gebruik of kopshouten snijplanken is dit de cruciale waarde.
Verwarring ontstaat regelmatig door de gehanteerde eenheden. De internationale handel is een mijnenveld van verschillende standaarden. In de Verenigde Staten drukt men de Janka-hardheid uit in pounds-force (lbf). Europa hanteert vaker de Newton (N) of de verouderde kilogramkracht (kgf). Een hardheid van 1000 lbf is absoluut niet hetzelfde als 1000 N; de omrekenfactor bedraagt ongeveer 4,45. Een leverancier die alleen getallen noemt zonder eenheid, laat de vakman in het ongewisse.
Onderscheid met Brinell en Monnin
Alternatieve methodieken
Hoewel de Janka-test de dominante standaard is in de houtwereld, is het niet de enige manier om hardheid te kwantificeren. Vergelijking is lastig. Janka meet de kracht die nodig is voor een vaste indringdiepte. De Brinell-methode (EN 1534), die in de Europese parketindustrie veelvuldig wordt gebruikt, werkt precies andersom. Hierbij wordt een vaste kracht uitgeoefend op een stalen kogel, waarna de diameter of diepte van de achtergebleven indruk wordt gemeten. Brinell is vaak nauwkeuriger voor afgewerkte vloeren of dunne toplagen van lamelparket.
In Franstalige gebieden en bij specifieke tropische houtsoorten duikt de Monnin-hardheid (of Chalais-Meudon) nog wel eens op. Deze test gebruikt een stalen cilinder in plaats van een kogel. De diepte van de indruk bij een specifieke belasting bepaalt de score op een schaal van 0 tot 20. Voor de constructeur is het essentieel om te weten welke methode is gebruikt; de waarden zijn onderling niet lineair om te rekenen via een simpele formule. Hardheid is een relatief begrip dat staat of valt bij de gekozen beproevingsopstelling.
Janka in de praktijk
Een naaldhak concentreert het volledige lichaamsgewicht op een fractie van een vierkante centimeter. Bij een grenen vloer, met een bescheiden Janka-waarde rond de 1.600 N, drukt de hak de houtvezels simpelweg kapot. Je ziet de jaarringen letterlijk in de deuk staan. Kies je echter voor een vloer van Cumaru, dan blijft het oppervlak nagenoeg vlak. De Janka-index van bijna 15.000 N verklaart waarom; de celstructuur is zo dicht dat de puntbelasting de vezels niet kan comprimeren.
In de meubelmakerij dicteert de Janka-waarde de standtijd van het snijgereedschap. Probeer maar eens een zwaluwstaart te steken in Pokhout (Lignum Vitae). Met een score die de 20.000 N benadert, voelt het materiaal eerder aan als steen dan als hout. De beitel wordt heet, de vezels wijken niet. Vergelijk dat met Western Red Cedar. De extreem lage weerstand maakt het hout zeer bewerkbaar, maar een per ongeluk neergelegde hamer laat direct een blijvende handtekening achter in het werkblad. De vakman past zijn klemkracht hierop aan; te strak aandraaien van lijmklemmen op zacht hout met een lage Janka-score vernielt het werkstuk onherstelbaar.
| Toepassing | Houtsoort | Janka (N) | Gedrag bij belasting |
|---|---|---|---|
| Plafondafwerking | Western Red Cedar | ~1.400 | Uiterst zacht; elke aanraking met gereedschap laat sporen na. |
| Woonkamervloer | Europees Eiken | ~5.000 | De industriestandaard; biedt voldoende weerstand tegen dagelijks gebruik. |
| Traptreden | Essen | ~5.800 | Taaie weerstand; slijtvast genoeg voor intensief loopverkeer. |
| Hakblokken | Beuken (kops) | ~7.000+ | Hoge 'End Janka' voorkomt dat het mes de vezels splijt. |
| Industrievloer | Azobé | ~14.000 | Bestand tegen rollend materieel en zware stootbelastingen. |
Voor de professionele keuken is de 'End Janka' leidend. Een hakblok van kops beuken moet bestand zijn tegen constante slagbelasting van zware messen. Omdat de testkogel hier recht op de uiteinden van de verticale vezelbundels drukt, ligt de gemeten weerstand aanzienlijk hoger dan bij een standaard plank van dezelfde boom. Dit natuurlijke mechanisme voorkomt dat het mes de vezels zijdelings uit elkaar duwt, waardoor het blok jarenlang meegaat zonder te splinteren.
Normstelling en standaarden
Internationale kaders
Directe wettelijke verplichtingen voor het gebruik van een specifieke Janka-waarde ontbreken in het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL). Geen wet dwingt de architect tot Janka. De methode is echter stevig verankerd in de internationale normalisatie. De Amerikaanse standaard ASTM D143 geldt wereldwijd als de bakermat voor de beproeving van kleine, foutvrije houtmonsters. Hierin zijn de exacte specificaties van de stalen kogel en de indringdiepte vastgelegd. Zonder deze standaardisatie is een hardheidscijfer betekenisloos.
Op Europees niveau vormt de ISO 13061-12 de technische basis voor de bepaling van de statische hardheid. Deze norm specificeert de strikte condities waaronder de meting moet plaatsvinden. Denk aan de vochtigheidsgraad van het testmateriaal. Voor de parketindustrie in de Europese Unie is de NEN-EN 1534 (Brinell-methode) de relevante geharmoniseerde norm. Fabrikanten die hun producten voorzien van een CE-markering onder de Verordening Bouwproducten (CPR), maken doorgaans gebruik van deze Europese testmethode om de mechanische weerstand aan te tonen. Een Janka-score alleen volstaat in die context formeel niet voor een prestatieverklaring. Het dient in de praktijk vooral als cruciaal referentiepunt voor houtimporteurs en vloerspecialisten die mondiaal opereren. Afwijkingen van deze protocollen leiden onherroepelijk tot onbruikbare testresultaten en potentieel juridisch getouwtrek over materiaalspecificaties bij schadegevallen.
Ontstaan en historische context
Gabriel Janka bedacht de methode niet uit luxe. Het was 1906. De Oostenrijkse houtonderzoeker werkte voor het Amerikaanse Department of Agriculture aan een prangend probleem: de wildgroei aan subjectieve termen over houtsterkte. De industrie explodeerde. Men had cijfers nodig, geen vage omschrijvingen als 'vrij hard' of 'behoorlijk taai'. Janka baseerde zijn beproeving op de bestaande Brinell-test voor metalen, maar hij besefte dat hout als anisotroop natuurproduct een andere aanpak vereiste. De vezelstructuur liet zich niet zomaar vangen in een oppervlakkige kras.
De keuze voor de kogel van 11,28 millimeter was een technisch hoogstandje in eenvoud. Het resulteert bij een indrukking tot de helft in een geprojecteerd oppervlak van exact 100 mm². Dit maakte de rekensom voor laboranten in het pre-digitale tijdperk kinderlijk eenvoudig. De kracht die de wijzer van de testbank aangaf, liet zich direct vertalen naar een gestandaardiseerde waarde zonder complexe correctiefactoren. Het Forest Products Laboratory in de Verenigde Staten adopteerde de methode vrijwel direct als dé standaard voor hun massale inventarisatie van Noord-Amerikaanse houtsoorten.
Door de decennia heen bleef de methodiek nagenoeg ongewijzigd. Terwijl andere bouwmaterialen overstapten op ultrasone metingen of digitale hardheidsmeters, hield de houtsector vast aan de stalen kogel. Het is een van de weinige mechanische tests die de overgang van de vroege twintigste-eeuwse bosbouw naar de moderne internationale handel in tropisch hardhout glansrijk heeft doorstaan. De relevantie verschoof wel. Waar de test ooit diende voor de constructieve integriteit van spoorbielzen en scheepsdekken, domineert hij nu de marketing en specificatiebladen van de mondiale vloerenindustrie. Een historisch meetinstrument dat nog steeds de markt dicteert.
Gebruikte bronnen
- https://nl.wikipedia.org/wiki/Janka
- https://en.wikipedia.org/wiki/Janka_hardness_test
- https://www.floorinspector.nl/janka-testmethode/
- https://www.paulussen.be/blog/waarom-is-hardheid-in-een-houtsoort-belangrijk/
- https://www.woodgears.ca/hardness_test/index.html
- https://k-timbers.com/understanding-the-janka-wood-hardness-scale/
- https://www.joostdevree.nl/bouwkunde2/janka.htm
- https://www.miltec.com/nl/knowledge-center/selecting-the-right-wood-floor/
- https://www.awtaproducttesting.com.au/index.php/about/news/146-janka-hardness-test-a-measure-of-the-hardness-of-wood
Meer over bouwmaterialen en grondstoffen
Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwmaterialen en grondstoffen