Kabelrol
Definitie
Een mechanisch hulpmiddel met een gelagerde, draaibare cilinder bedoeld voor het wrijvingsarm geleiden en ondersteunen van kabels tijdens het trekken of leggen.
Omschrijving
Uitvoering en toepassing
Een kabelrol staat zelden alleen. Het proces begint met het nauwkeurig uitzetten van het traject, waarbij de rollen op strategische intervallen in de kabelgeul of op het kabeldek worden geplaatst. De onderlinge afstand tussen de eenheden varieert; zware voedingskabels vereisen een kortere tussenruimte dan lichtere glasvezelbundels om doorhangen te voorkomen. In rechte secties rusten de frames op een vlakke ondergrond, terwijl bij richtingsveranderingen hoekrollen in een kettingconfiguratie worden gekoppeld. Deze opstelling dwingt de kabel in de gewenste buigradius zonder dat de zijdelingse druk de buitenmantel beschadigt.
Zodra de trekveer of de lierkabel is doorgevoerd, start de eigenlijke beweging. De kabel glijdt over de draaiende cilinders. Wrijving wordt tot een minimum beperkt. Tijdens het trekken is constante visuele controle op de rotatie van de rollen essentieel, omdat een blokkerend lager direct leidt tot ongewenste sleepweerstand en warmteontwikkeling. Bij complexe tracéverlopen met veel hoogteverschillen worden vaak speciale ophangrollen of putrandrollen ingezet om de overgang naar ondergrondse infrastructuur vloeiend te laten verlopen. Na voltooiing van de trekoperatie wordt de kabel handmatig van de rollen gelicht en op de definitieve ligplaats, zoals een zandbed of kabelgoot, gepositioneerd, waarna de rollen worden verwijderd voor de volgende sectie.
Diversiteit in vorm en functie
De ene kabelrol is de andere niet. Voor een recht tracé volstaat de standaard grondkabelrol, herkenbaar aan zijn eenvoudige, platte frame en robuuste stalen of aluminium cilinder. Maar zodra een traject een hoek omgaat, verandert de behoefte. Hoekrollen of bochtrolstellen zijn hierbij onmisbaar. Deze varianten worden vaak in kettingvorm gekoppeld om een vloeiende bocht te creëren, waarbij ze voorkomen dat de kabel door de zijwaartse druk uit de rol springt. Soms zijn ze voorzien van een verticale geleider, een zogenaamde opstaande rol, die de kabel dwingt in het spoor te blijven.
Naast de horizontale geleiding bestaan er specialistische uitvoeringen voor hoogteverschillen en invoerpunten:
- Putrandrollen: Deze hebben een gebogen frame dat over de rand van een mangat of kabelput klemt, cruciaal om te voorkomen dat de kabel langs scherpe betonranden schuurt.
- Buisinvoerrollen: Compacte units die direct in de monding van een mantelbuis worden geplaatst, ook wel doorvoerrollen genoemd.
- Ophangrollen: Bedoeld voor installaties langs plafonds of kabeltrajecten op hoogte, vaak voorzien van een sluitmechanisme zodat de kabel er tijdens het trekken niet uit valt.
Het materiaal van de looprol zelf varieert naar gelang de toepassing. Staal en aluminium zijn de norm voor zware grondkabels vanwege de hoge drukbestendigheid. Voor glasvezel of kwetsbare datakabels geniet nylon of hoogwaardig kunststof de voorkeur; lichter, vaak gladder en minder agressief voor dunne mantels. Een cruciaal onderscheid moet worden gemaakt met de kabeltrommel of haspel. Waar de trommel dient voor transport en opslag, is de kabelrol puur het werktuig voor de fysieke verplaatsing. Gebruik nooit een rollenbaan voor zware kabels als de lagers niet zijn berekend op de statische belasting. Dat loopt gegarandeerd vast. Warmteontwikkeling volgt. De mantel smelt. Kies daarom altijd een variant die matcht met het kabelgewicht en de omgevingsfactoren.
Praktijksituaties bij kabeltrekken
Honderd meter open sleuf in de binnenstad. De lier staat aan het uiteinde opgesteld. Zonder grondkabelrollen vreet de wrijving met de bodem alle trekkracht op. De buitenmantel slijt weg op het scherpe vulzand. Door elke drie meter een rol te plaatsen, zweeft de kabel naar zijn positie. De winst? De lier draait moeiteloos en de kabel blijft intact.
Een haakse bocht om een fundering vraagt om een andere aanpak. Hier staan drie hoekrollen in een boog gekoppeld. De kabel wil door de spanning rechtdoor schieten, maar de opstaande rollen dwingen hem in de veilige buigradius. Geen knik. Geen overbelaste mantel. De lagers vangen de zijdelingse druk volledig op terwijl de kabel soepel de hoek om glijdt.
De overgang naar een ondergrondse put is vaak een kritiek punt. Betonranden zijn scherp als messen. Een putrandrol die over de rand is geklemd, fungeert hier als een zacht glijkussen. De zware voedingskabel duikt de diepte in zonder het beton te raken. Het proces verloopt beheerst. Veiligheid voor de kabel en minder fysieke belasting voor de monteur.
Wet- en regelgeving
Naast de technische integriteit is het Arbeidsomstandighedenbesluit van kracht, specifiek de regels rondom fysieke belasting. Het trekken van zware voedingskabels zonder de reductie van wrijving door rollen leidt tot overschrijding van de toegestane trekkracht voor personeel. Rollers zorgen dat de benodigde fysieke inspanning binnen de ergonomische grenswaarden blijft.
Voor de aanleg van databekabeling en glasvezel is de normenreeks NEN-EN 50174 relevant. Deze norm specificeert de planning en uitvoering van bekabelingstrajecten waarbij de minimale buigradius van de kabel nooit mag worden overschreden. De configuratie van hoekrollen moet exact zijn afgestemd op deze opgegeven radius om signaalverlies of breuk te voorkomen. De wetgeving regelt niet het type rol, maar dwingt het resultaat af: een onbeschadigde geleider in een intacte mantel.
Ontwikkeling van de kabelgeleiding
Vroeger was kabeltrekken simpelweg slepen. Handkracht domineerde de aanleg van de eerste telegrafieverbindingen en lokale energienetten aan het eind van de 19e eeuw. Vaak volstonden houten balken of ingevette planken als rudimentaire geleiding. Onvoldoende voor de industriële schaal die volgde. De introductie van stalen frames met gelagerde cilinders halverwege de 20e eeuw markeerde een technisch kantelpunt. Het mechaniseerde de grondbouw. Grotere kabeldiameters en langere tracésecties werden haalbaar zonder de mantel te verschroeien door wrijvingshitte. De focus verschoof definitief van puur ondersteunen naar actieve wrijvingsreductie.
In de jaren 80 en 90 dwong de opkomst van glasvezel een nieuwe materiaalslag af. Staal was vaak te agressief voor de dunne mantels. Nylon rollen en hoogwaardige kunststof legeringen deden hun intrede. Deze materialen boden de noodzakelijke bescherming tegen microscheurtjes en vingen druk- en trekkrachten op die bij traditionele koperkabels minder kritisch waren. De kabelrol evolueerde zo van een lomp stuk ijzer naar een nauwkeurig afgestemd onderdeel van de logistieke keten. De techniek volgt de kabel. Altijd.
Gebruikte bronnen
Meer over gereedschap en apparatuur
Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan gereedschap en apparatuur