IkbenBint.nl

Kantelaafpaumelle

Bouwkundige Onderdelen en Toebehoren K

Definitie

Een kantelaafpaumelle is een uitlichtbaar scharnier met een verlengde draaias, specifiek ontworpen om deuren voorbij een obstakel of diepe negge te laten draaien.

Omschrijving

De knoop zit verder naar buiten dan bij een standaard paumelle. Dat is de essentie. Het vangt de ruimte op die nodig is wanneer een deurblad een hoek moet maken langs een uitstekende muur of een dik kozijnprofiel. De naam verwijst direct naar de kantelaaf of negge. Zware buitendeuren zijn de voornaamste gebruikers. De pen is geïntegreerd in het onderste deel, wat het in- en uithangen van de deur vergemakkelijkt. Mits de bovenzijde vrij is. Een robuuste oplossing voor complexe draaisituaties. Het draait hier om de vlucht van het beslag.

Toepassing en uitvoering

De montage van een kantelaafpaumelle begint bij het exact bepalen van de benodigde vlucht; de afstand die de draaias moet overbruggen om het deurblad vrij van de negge te laten draaien. In de kozijnstijl wordt een inkrozing gemaakt waarin de onderste helft van de paumelle verzinkt wordt aangebracht. De pen wijst hierbij verticaal omhoog en bevindt zich door de verlengde knoop op een grotere afstand van het kozijnhout dan bij standaard scharnieren gebruikelijk is.

De uitvoering luistert nauw. Loodrechte uitlijning van de pennen is essentieel om spanning op de constructie te voorkomen. Parallel aan de kozijnmontage wordt de bovenste huls in de zijkant van de deur gefreesd en vastgezet. Het daadwerkelijke inhangen geschiedt door het deurblad in geopende stand boven de pennen te manoeuvreren en vervolgens gecontroleerd te laten zakken. Door de zwaartekracht valt de huls over de pen, waardoor een solide verbinding ontstaat die tevens eenvoudig uitneembaar blijft.

Kenmerkend voor deze techniek is de ruimtelijke verschuiving van het draaipunt. Terwijl de deur opent, beschrijft de achterkant van het deurblad een boog die buiten de dagopening valt. Hierdoor blijft de kwetsbare hoek van het metselwerk of stucwerk onaangeroerd. Bij diepe negge-situaties of bij kozijnen die ver terugliggen in de gevel, is deze specifieke positionering van de draaias de enige methode om een volledige openingshoek te garanderen zonder dat de deur vastloopt tegen de constructie. Het mechanisme werkt puur op basis van de geometrische offset van het beslag.

Variaties in vlucht en dimensionering

De primaire variabele bij een kantelaafpaumelle is de zogenaamde vlucht. Dit is de horizontale afstand tussen de hartlijn van de pen en de montageplaat. Niet elke negge is immers gelijk. Waar een bescheiden overbrugging van 30 of 40 millimeter vaak volstaat voor moderne kozijnen, vereist historisch metselwerk of dikke isolatiepakketten soms varianten met een vlucht van 60 millimeter of meer. Maatwerk in offset. Hoe groter de vlucht, hoe zwaarder de belasting op de schroeven en het kozijnhout. De hefboomwerking neemt exponentieel toe. Fabrikanten spelen hierop in door de dikte van de bladen aan te passen aan de reikwijdte van de paumelle.

Veiligheidsuitvoeringen en inbraakwerendheid

Omdat een standaard kantelaafpaumelle door zijn constructie uitlichtbaar is, vormt dit een potentieel zwak punt in de beveiliging van een gebouw. Hiervoor bestaan specifieke veiligheidsvarianten. Deze zijn nagenoeg altijd voorzien van een dievenklauw of veiligheidsnok. Bij een gesloten deur valt een massieve stalen stift achter het kozijnblad in een versterkte bus. Uitlichten wordt onmogelijk. In de Nederlandse woningbouw is een SKG-certificering (vaak twee of drie sterren) bij buitendeuren de norm om te voldoen aan het Politiekeurmerk Veilig Wonen. Zonder deze nok is een kantelaafpaumelle enkel geschikt voor situaties waar inbraakwerendheid geen rol speelt of waar aanvullende beveiliging is aangebracht.

Materiaalkeuze en lagering

Het onderscheid in uitvoering wordt verder bepaald door de intensiteit van het gebruik en de omgevingsfactoren.

Materiaal en afwerking

Verzinkt staal is de standaard voor droge binnensituaties of beschut buitenwerk. Voor locaties nabij de kustlijn of in agressieve industriële milieus geniet roestvast staal (RVS) de voorkeur om corrosie tegen te gaan.

Draai-eigenschappen

Bij lichte deuren volstaan twee gladde glijvlakken met een smerend vet. Zodra het gewicht toeneemt, komen kogelgelagerde varianten in beeld. Deze lagers, vaak weggewerkt in een ring tussen de twee paumellehelften, verminderen de wrijving aanzienlijk. Slijpsel onder het scharnierpunt is een teken van metaal-op-metaal vreten door een verkeerd gekozen type voor een te zware deur.

Praktijkvoorbeelden

Stel een renovatieproject voor bij een statig herenhuis. De buitengevel is voorzien van een dikke laag isolatie en nieuw stucwerk, waardoor de negge plotseling veel dieper is geworden dan in de oorspronkelijke staat. Een standaard scharnier laat de voordeur direct tegen de nieuwe stuclaag aanlopen bij een openingshoek van nauwelijks negentig graden. Door de montage van kantelaafpaumelles met een vlucht van 60 millimeter verschuift het draaipunt naar buiten. De deur zwaait nu ongehinderd langs het stucwerk. Geen beschadigingen aan de gevel. Een volledige opening blijft mogelijk.

In een monumentale boerderij met muren van zestig centimeter dik is de situatie vaak extreem. De kozijnen staan diep naar binnen. Bij het openen van de deuren zouden de gehengen of normale paumelles de achterkant van de deur direct in het metselwerk drukken. Hier wordt gekozen voor een zware kantelaafpaumelle in een roestvrijstalen uitvoering. De verlengde knoop zorgt ervoor dat het deurblad in geopende stand parallel aan de diepe dagkant komt te staan zonder deze te raken. De hefboomwerking is hierbij aanzienlijk; de keuze voor kogelgelagerde pennen voorkomt dat de zware eiken deur na verloop van tijd gaat aanlopen of piepen.

Ook in de utiliteitsbouw bewijst dit beslag zijn nut. Denk aan technische ruimtes waarbij leidingwerk of kabelgoten direct naast de dagopening langs de muur lopen. Een reguliere deur kan niet volledig open omdat hij tegen de installaties stoot. Een kantelaafpaumelle biedt dan de benodigde offset om de deur 'over' de obstakels heen te tillen tijdens de draaibeweging. Praktisch en doeltreffend. De deur blijft bovendien eenvoudig uitneembaar voor onderhoud aan de installaties achter de deurpost.

Normering en wettelijke kaders

De juridische houdbaarheid van een gevelconstructie hangt vaak samen met de vrije doorgang. In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de opvolger van het Bouwbesluit, zijn strikte eisen vastgelegd voor de minimale breedte van de vluchtwegen en toegangspaden. Een deur die door een diepe negge niet verder opent dan tachtig graden, blokkeert de effectieve doorloop. NEN 5087 is hierbij de maatstaf. Deze norm stelt dat de geprojecteerde opening vrij moet blijven van obstakels. De kantelaafpaumelle fungeert in deze context als een noodzakelijk technisch hulpmiddel om aan de publiekrechtelijke eisen voor toegankelijkheid te voldoen.

Veiligheid is geen suggestie. Het is een eis. Voor nieuwbouwprojecten geldt bijna altijd weerstandsklasse 2 conform NEN 5096. Omdat paumelles door hun gedeelde constructie inherent uitlichtbaar zijn, moeten ze inbraakwerend zijn uitgevoerd. Een certificering door SKG-IKOB is essentieel. Voor het Politiekeurmerk Veilig Wonen (PKVW) zijn drie sterren of twee sterren in combinatie met een dievenklauw vaak verplicht. Zonder deze specifieke beveiligingskenmerken wordt een woning niet gecertificeerd. De wetgever kijkt niet naar de esthetiek van de verlengde knoop, maar naar de mechanische weerstand tegen ongewenste indringers. Bij renovatie van monumenten ontstaat vaak een spanningsveld tussen de Erfgoedwet en moderne veiligheidseisen. Hier biedt de kantelaafpaumelle een uitweg door moderne functionaliteit te integreren in historische kozijnprofielen zonder de structuur aan te tasten.

Norm/RegelgevingRelevantie voor de Kantelaafpaumelle
Bbl (Besluit bouwwerken leefomgeving)Eis voor vrije doorgang en minimale openingshoek.
NEN 5087Berekening van de netto doorloopbreedte van deuren.
NEN 5096 / SKGInbraakwerendheidsklasse (RC2/RC3) en certificering.
PKVWEisen voor hang- en sluitwerk in de woningbouw.

Ontwikkeling van de uitwijkende draaias

Smeedijzeren gehengen domineerden eeuwenlang de Nederlandse bouwkunst. Deze robuuste haken op de buitenzijde van het hout boden voldoende ruimte voor de draaiing, maar naarmate de esthetiek van het timmerwerk verfijnde, verschoof de voorkeur naar de paumelle. De term paumelle, etymologisch geworteld in het Franse woord voor handpalm, duidde op de vorm van de bladen die in het hout werden ingelaten. De echte technische noodzaak voor de kantelaafvariant ontstond echter pas bij de grootschalige introductie van de spouwmuur in de vroege twintigste eeuw. Gevels werden dikker. Deuren kwamen dieper in de dagkant te liggen. Traditionele scharnierpunten bleken plotseling ontoereikend bij deze diepe neggen. De deur sloeg bij opening direct tegen het metselwerk of de houten kozijnaansluiting aan, wat leidde tot mechanische spanning en schade aan het stucwerk. In de wederopbouwperiode na de Tweede Wereldoorlog professionaliseerde de hang- en sluitwerksector; fabrikanten begonnen de knoop van de paumelle constructief naar buiten te verplaatsen. Deze 'offset' werd gestandaardiseerd om de steeds groter wordende afstand tussen het draaipunt en het deurvlak te overbruggen. Met de opeenvolgende isolatienormen vanaf de jaren '70 nam de negge-diepte alleen maar toe. De kantelaafpaumelle evolueerde hierbij van een incidentele probleemoplosser naar een essentieel onderdeel voor de utiliteits- en woningbouw. Waar voorheen de smid handmatig de vlucht van een scharnier aanpaste, ontstonden nu catalogusmaten gebaseerd op de meest voorkomende sponningdieptes en muurdiktes. De introductie van kogelgelagerde pennen in de latere decennia was een directe reactie op het toenemende gewicht van hooggeïsoleerde, zware buitendeuren die op deze verlengde assen rustten.

Meer over bouwkundige onderdelen en toebehoren

Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwkundige onderdelen en toebehoren