Kardoes
Definitie
Een kardoes is een dragend of sturend element, variërend van een houten console onder een molen- of trapconstructie tot het binnenwerk van een moderne mengkraan.
Omschrijving
Uitvoering en toepassing
Bij de montage van een kardoes in de houtbouw draait alles om de aansluiting op de draagconstructie. De console schuift direct onder de last. Denk aan een trapboom of molenas. Het element wordt strak tegen de verticale zijde gepositioneerd. Bevestiging vindt vaak plaats via blinde verbindingen. Zo blijft de sierlijke vorm intact terwijl de kardoes de krachten van de bovenliggende tredes of planken overneemt op de constructie eronder. Een kwestie van nauwkeurig inpassen.
De technische uitvoering bij mengkranen volgt een mechanisch principe. De kardoes wordt als integrale eenheid in de kraankamer geplaatst. Geen losse onderdelen. De positioneringspennen onderaan de cartouche vallen in de daarvoor bestemde uitsparingen van het kraanhuis. Alleen dan is de doorstroom van koud en warm water geborgd. Een borgmoer klemt het geheel vast. Door de hendel te bewegen, verschuiven de keramische schijven binnenin de behuizing. Dit reguleert de mengverhouding. Vervanging gebeurt meestal in blokvorm bij slijtage of kalkafzetting.
Typen en terminologie
De kardoes in de houtbouw is wezenlijk anders dan zijn mechanische tegenhanger in de installatietechniek. Waar de ene fungeert als statisch steunpunt, reguleert de andere dynamische processen. Een overzicht van de verschijningsvormen en de bijbehorende vaktaal.
De constructieve kardoes
In de klassieke houtbewerking, zoals bij de bouw van trappen of molens, is de kardoes een dragende console. Deze variant wordt vaak verward met een simpel klosje, maar de functie is cruciaal voor de stabiliteit. Er zijn grofweg twee uitvoeringen:
- Sierkardoes: Rijkelijk voorzien van snijwerk, vaak in de vorm van een voluut (krul). Deze wordt toegepast bij monumentale trappen en molenstellingen waar esthetiek hand in hand gaat met techniek.
- Strakke kardoes: Een functioneel blok met afgeschuinde kanten (vellingkanten), toegepast in sobere constructies waar de draagkracht prevaleert boven het uiterlijk.
Hoewel de term 'console' vaak als synoniem wordt gebruikt, is de kardoes specifiek gekoppeld aan de ondersteuning van de duisplank bij molens of de trapboom bij trappen. Het is een onderdeel van de historische houtbouw-lexicon.
De cartouche in de kraan
In de wereld van sanitair spreken we vaker over de cartouche. Dit is het binnenwerk van de eengreepsmengkraan. Hier bestaat geen variatie in vormvrijheid, maar wel in techniek en maatvoering. De verschillen zitten in de details:
| Type | Kenmerken | Toepassing |
|---|---|---|
| Keramische kardoes | Twee spiegelgladde keramische schijven die over elkaar glijden. | Standaard in moderne mengkranen; zeer slijtvast. |
| Kogelkardoes | Een rvs kogel met gaten die de waterstroom doseert. | Oudere modellen mengkranen; gevoeliger voor kalk. |
| Thermostatische kardoes | Bevat een waselement dat reageert op temperatuur. | Douchekranen waarbij de temperatuur constant moet blijven. |
Let bij vervanging scherp op de diameter. De meest gangbare maten zijn 35mm en 40mm, maar afwijkende maten van specifieke merken komen voor. Een kardoes van 35mm past nooit in een kraanhuis voor 40mm. De positionering van de pennen aan de onderzijde is leidend; deze moeten exact in de uitsparingen van het messing kraanhuis vallen om lekkage te voorkomen.
Praktijksituaties in de houtbouw en installatietechniek
Een keukenkraan lekt na tien jaar trouwe dienst. De hendel beweegt stroef. Kalk heeft zich vastgezet tussen de keramische schijven. Na het verwijderen van de hendel en de borgmoer trek je de blauwe kunststof kardoes recht omhoog uit het messing kraanhuis. Je ziet direct de twee rubberen ringen aan de onderzijde die de koud- en warmwatertoevoer afdichten. Een simpele handeling. De nieuwe unit van exact 35 millimeter glijdt op zijn plek, de pennen vallen in de uitsparingen en de kraan draait weer als nieuw.
Kijk bij een monumentale trap in een grachtenpand eens schuin onder de trapboom. Daar bevindt zich een kardoes in de vorm van een rijk gedecoreerde console met een krulmotief. Het is geen los plakstukje voor het oog. De kardoes is met een blinde pen-en-gatverbinding vastgezet in de spil van de trap. Hij vangt de neerwaartse druk op van de zware eikenhouten constructie. Hier fungeert het element als het cruciale rustpunt dat voorkomt dat de verbindingen tussen de treden en de boom gaan werken of kraken.
In de molenbouw tref je de kardoes aan bij de ondersteuning van de duisplank. Het is een robuust houten blok, vaak met een eenvoudige vellingkant om scherpe hoeken te voorkomen. De kardoes zit muurvast tegen de verticale staander. Hij draagt het volle gewicht van de horizontale delen. Geen ingewikkelde mechaniek hier, maar pure statica. De krachten worden via het kopshout van de kardoes direct overgedragen op de hoofdconstructie. Functioneel. Onverwoestbaar.
Normen en veiligheidseisen
De kardoes in een mengkraan is niet vrijblijvend. Dit binnenwerk moet voldoen aan de NEN-EN 817 normering voor sanitaire mengkranen. Hierbij staan mechanische prestaties en materiaalveiligheid centraal. Materialen die in contact komen met drinkwater vallen onder de Regeling materialen en chemicaliën drink- en warmtapwatervoorziening. Een Kiwa-watermerk op de kardoes bevestigt vaak dat het onderdeel geen schadelijke stoffen afgeeft aan het leidingwater. Het gaat om volksgezondheid.
Constructief gezien valt de houten kardoes onder de algemene veiligheidseisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL). Veiligheid is de basis. Bij trappen moet de totale constructie voldoen aan de belastingscombinaties die zijn vastgelegd in de Eurocode 5 (NEN-EN 1995) reeks voor houtconstructies. De kardoes draagt bij aan de stabiliteit. Voor monumentale molens of historische trappen gelden vaak specifieke uitvoeringsrichtlijnen vanuit de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Hierbij is de instandhouding van de oorspronkelijke constructieve logica leidend. Het element moet technisch gelijkwaardig zijn aan het origineel om de monumentale waarde niet te schaden. Geen willekeur, maar gedocumenteerd vakmanschap.
Historische ontwikkeling en etymologische verschuiving
De term kardoes vindt zijn oorsprong in het Franse cartouche, wat oorspronkelijk verwees naar een papieren huls of een decoratief rolornament in de architectuur. In de zeventiende-eeuwse Nederlandse bouwkunst onderging het element een functionele transformatie. Wat begon als een barokke versiering aan gevels, evolueerde in de houtbouw tot een cruciaal dragend onderdeel. Bij molens en monumentale trappen werd de sierlijke krulvorm behouden, maar de binnenzijde werd massief uitgevoerd om de last van de duisplank of trapboom op te vangen. Een hybride vorm tussen kunst en constructie. Deze dubbelrol bleef eeuwenlang de standaard in het ambacht.
De verschuiving naar de installatietechniek markeert een heel andere tijdlijn. Tot ver in de twintigste eeuw vertrouwde men voor waterafsluiting op het klassieke kraanleertje. Simpel. Onderhoudsgevoelig. De opkomst van de eengreepsmengkraan in de jaren 40, gebaseerd op ontwerpen van Al Moen, dwong tot een compacter binnenwerk. De echte technische revolutie vond echter plaats in de jaren 70 met de introductie van keramische schijven. De term kardoes werd hier overgenomen om de behuizing van dit mechanisme aan te duiden, vergelijkbaar met de 'huls'-betekenis van de oorspronkelijke cartouche. Waar de houten kardoes statische druk opvangt, reguleert de moderne variant dynamische vloeistofstromen onder hoge druk.
Meer over bouwkundige onderdelen en toebehoren
Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwkundige onderdelen en toebehoren