Kartelwerk
Definitie
Decoratief metselwerk waarbij bakstenen verspringen ten opzichte van het gevelvlak om reliëf en een plastisch schaduweffect te creëren.
Omschrijving
Uitvoering en techniek
De techniek achter het reliëf
De draad bepaalt de lijn. Toch wijkt de steen af. Bij kartelwerk is de positionering van de individuele baksteen een spel van millimeters en geduld. De metselaar plaatst de stenen in een repeterend patroon buiten het gevelvlak. Vaak gaat het om koppen. Soms om volledige strekken. Een mal biedt hierbij de nodige houvast om de diepte van de sprong constant te houden over de gehele breedte van het gevelvlak, aangezien elke afwijking bij zijwaartse zoninval direct zichtbaar wordt als een onregelmatigheid in de schaduwlijn.
De specie moet stevig zijn. Doordat een deel van de steen uitkraagt, ontstaat er een asymmetrische druk op het mortelbed die de vakman nauwgezet moet opvangen tijdens het kloppen van de steen. Het metselverband blijft leidend voor de constructieve integriteit, terwijl de esthetiek volledig leunt op de ritmische herhaling van de uitsteeksels. Bij de afwerking van de voegen volgt de voeger de contouren van het reliëf. De zijkanten van de uitspringende stenen worden hierbij volledig ingesloten om indringing van hemelwater in de achterliggende constructie te minimaliseren. Zo vormt het kartelwerk één solide, maar plastisch geheel. Geen vlakke wand, maar een gevel met diepte die transformeert door de stand van de zon.
Variaties en nuances in reliëf
Het ritme bepaalt de naam. Bij het meest gangbare kartelwerk verspringen de koppen van de bakstenen in een dambordpatroon of in versprongen rijen. Dit creëert een gepuntilleerd effect op de gevel. Een andere vorm is het lineaire kartelwerk. Hierbij treden volledige lagen of verticale stroken naar voren om de geleding van het gebouw te versterken. Soms kantelt de metselaar de steen. Of hij draait hem. Dit schuurt aan tegen de muizentand, waarbij stenen onder een hoek van 45 graden op de gevellijn staan, al blijft kartelwerk de overkoepelende term voor het plastisch doorbreken van het vlak.
Verwarring ontstaat soms met een tanding. Een wezenlijk verschil. Waar kartelwerk een bewuste esthetische keuze is voor de eindafwerking, dient een tanding een constructief doel. Een tanding laat stenen uitsteken om een latere uitbreiding of een haakse muur stevig te kunnen verankeren; de onvoltooide handdruk van de metselaar die wacht op een vervolg. Kartelwerk daarentegen is voltooid. De schaduw is hier het ornament. Ook de zaagtand is een specifieke variant waarbij de koppen schuin worden geplaatst. Dit levert bij strijklicht een agressiever en grafisch schaduwspel op dan het zachtere reliëf van simpelweg vooruitgeschoven stenen. De keuze voor de variant hangt vaak samen met de gewenste textuur van de wand: van een subtiele weving tot een brute, expressieve gevelpartij die de diepte opzoekt.
Praktische toepassingen van kartelwerk
Kijk naar een schoolgebouw uit de jaren zeventig. Vaak zie je daar in de plint of rond de hoofdingang dat bakstenen niet braaf in de rij blijven. Ze steken een paar centimeter uit. Soms in een dambordpatroon, waarbij elke tweede kop naar voren komt. Dit is kartelwerk in zijn puurste vorm; het breekt de massiviteit van de muur zonder dat er dure ornamenten aan te pas komen.
In de moderne villabouw wordt de techniek subtieler toegepast. Denk aan een verticale strook naast een raampartij waar de strekken om en om verspringen. De zon staat laag. De schaduwen van de stenen trekken lange, donkere strepen over het metselwerk. Dit verandert een simpel gevelvlak in een dynamisch object. Het oog krijgt rustpunten in een verder strakke wand.
Een ander herkenbaar beeld: de renovatie van een blinde zijgevel in een binnenstad. Om te voorkomen dat de nieuwe muur een saai vlak wordt, past de metselaar kartelwerk toe. Hij laat elke vierde laag stenen iets uitkragen. Het effect? Een horizontale belijning die de gevel optisch minder hoog en juist breder maakt. Zo wordt techniek een esthetisch gereedschap. Geen toeval, maar bewuste positionering.
Wet- en regelgeving
Van ambachtelijke expressie naar parametrisch ontwerp
Baksteen was eeuwenlang een vlak medium. Functioneel en tweedimensionaal. De behoefte aan plastische expressie veranderde dat. In de baksteengotiek verschenen de eerste siermetselwerken, maar de techniek zoals we die nu kennen, vond zijn fundament in de vroege twintigste eeuw. De Amsterdamse School maakte van de gevel een sculptuur. Architecten zagen de baksteen niet langer als een simpel bouwblokje. Het werd een pixel in een groter, schaduwrijk geheel.
De opkomst van de machine veranderde de rol van kartelwerk. Tijdens de wederopbouw diende het vaak als een economische oplossing om grote, monotone gevelvlakken van sociale woningbouw te breken. Geen dure ornamenten. Een ritmisch verspringende kop was goedkoper dan natuursteen en gaf de muur toch karakter. Het was de tijd van de rationalisatie. Kartelwerk werd gestandaardiseerd. Efficiëntie won het tijdelijk van de vrije vorm.
Tegenwoordig dwingt digitalisering een nieuwe evolutie af. Parametrisch ontwerpen. Robots metselen nu patronen die voorheen te complex of te tijdrovend waren voor de menselijke hand; algoritmes berekenen de ideale schaduwval en sturen de grijparm aan. De geschiedenis van kartelwerk is daarmee een beweging van puur handwerk naar expressieve vrijheid, via functionele soberheid naar technologische perfectie. De steen blijft hetzelfde. De positie bepaalt de tijdgeest.
Gebruikte bronnen
Meer over bouwkundige onderdelen en toebehoren
Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwkundige onderdelen en toebehoren