IkbenBint.nl

Kimblik

Bouwmaterialen en Grondstoffen K

Definitie

Een stalen afdichtingsprofiel dat in stort- en kimnaden van betonconstructies wordt geplaatst om waterdoorgang bij constructieve overgangen te verhinderen.

Omschrijving

Zonder kimblik staat de kelder zo onder water. Het is de cruciale barrière op die lastige plek waar de vloer ophoudt en de wand begint, precies in de aansluiting die we de kim noemen. Staal voert hier de boventoon, vaak verzinkt voor de duurzaamheid, maar tegenwoordig zie je steeds vaker varianten met een reactieve coating. Deze bitumen- of polymeerlagen vreten zich vast in de betonmortel tijdens het uitharden. Je zet ze vast aan de wapening met speciale beugels; als dat blik gaat drijven tijdens de stort, is je waterdichtheid direct verloren. Het vormt een mechanisch labyrint. Het water moet een enorm lange weg afleggen om langs het staal te komen, wat bij normale grondwaterdruk simpelweg onmogelijk is. Eén enkele onderbreking of een slecht uitgevoerde overlap fungeert direct als een lekpad, dus continuïteit is het toverwoord bij de montage op de bouwplaats.

Uitvoering en praktische toepassing

De integratie van een kimblik in de constructie start tijdens de voorbereiding van de vloerstort. Men positioneert het profiel exact op de plek waar de toekomstige wanden moeten verrijzen. Dit luistert nauw. Het blik wordt doorgaans met klembeugels of montagedraden aan de bovenwapening van de vloer gefixeerd om verschuivingen door de druk van vloeibaar beton te voorkomen. De onderzijde van het profiel verdwijnt voor de helft in de vloer. De andere helft blijft zichtbaar.

Continuïteit is essentieel. Bij het koppelen van afzonderlijke lengtes hanteert men een overlap die groot genoeg is om water geen kans te geven. Vaak gaat dit gepaard met speciale klemmen of lasverbindingen bij de stuiknaden. Bij geprefabriceerde hoekstukken volgt de montage de contouren van de kelderbak. Halverwege het proces ontstaat een fysieke barrière.

Nadat de vloer is uitgehard, volgt de wandstort. Voordat de bekisting sluit, vindt inspectie van het uitstekende deel plaats. Eventuele betonresten of vervuiling op het staal worden verwijderd voor een optimale hechting. Bij varianten met een reactieve coating wordt de beschermfolie pas kort voor het storten van de wand verwijderd. Het beton van de wand omsluit vervolgens het resterende deel van het kimblik, waardoor een mechanische en soms chemische afdichting ontstaat die de stortnaad volledig overbrugt.

Van traditioneel verzinkt tot reactief gecoat

De keuze in kimblikken is breder dan menig bouwer vermoedt. Het traditionele, Sendzimir-verzinkte kimblik is de standaard. Het biedt een puur mechanische barrière. Het water moet hier simpelweg een te lange weg afleggen om de constructie binnen te dringen. Toch zien we in de utiliteitsbouw steeds vaker de overstap naar gecoate varianten. Deze zijn voorzien van een speciale laag aan beide zijden. Soms betreft dit een bitumenmengsel, maar vaker is het een reactieve polymeercoating die een chemische binding aangaat met de alkalische bestanddelen van het verse beton. De hechting is hierdoor vele malen intenser. Bij deze varianten is de hechting zo sterk dat zelfs bij extreme hydrostatische druk geen 'onderlopen' van de coating optreedt. Een hybride vorm bestaat ook. Hierbij is het stalen blik gecombineerd met een zwelprofiel aan de onderzijde, wat extra zekerheid biedt als de betonvloer tijdens het uitharden iets krimpt.

Nomenclatuur en onderscheid met alternatieven

In de praktijk vallen vaak de termen voegblik of afdichtingsprofiel. Dit zijn synoniemen. Toch mag een kimblik niet worden verward met een dilatatievoegprofiel of een waterstop van PVC. Waar het kimblik stijf en statisch is, dient een PVC-waterstop om bewegingen tussen verschillende bouwdelen op te vangen. Het blik is exclusief bedoeld voor stortnaden; plekken waar geen werking wordt verwacht. Ook het verschil met zwelbanden is cruciaal. Een zwelband, vaak op basis van bentoniet of polyurethaan, is een flexibele strip die uitzet bij contact met water. Een kimblik doet dat niet. Het vormt een fysiek labyrint. Vaak worden ze gecombineerd voor een dubbele barrière. Soms spreekt men van een 'geïnjecteerd kimblik'. Dit is een systeem waarbij achteraf nog injectievloeistoffen kunnen worden ingebracht via een slang die aan het blik is bevestigd. Voor als het echt kritiek wordt.

Praktijkvoorbeelden en situaties

In een diepe liftput zie je het kimblik vaak als eerste. Het steekt dertig centimeter boven de vloerwapening uit. Een strakke, zilveren of zwarte lijn die de contouren van de wand volgt. Zonder dit staal zou de liftmotor binnen een week in een zwembad staan. Staal tegen water. Een onzichtbare strijd. Stel je een kelder voor in een waterrijk poldergebied. De keldervloer is net gestort. Nu komt de wand. Hier fungeert het kimblik als de cruciale koppeling. Het voorkomt dat kwelwater door de horizontale stortnaad naar binnen sijpelt. De bewoner ziet er later niets van. Geen druppel op de vloer. Het blik houdt zijn opgeslagen spullen droog, jaar in jaar uit. Bij grote projecten, zoals een ondergrondse fietsparkeerkelder onder een station, zie je kilometers aan dit profiel. De overlap is daar het kritieke punt. Twee blikken over elkaar heen, stevig vastgeklemd met speciale klemmen. Het is een mechanisch doolhof voor het water. Terwijl de betonpomp met geweld de mortel in de bekisting perst, moet het kimblik zijn positie behouden, onverzettelijk verankerd aan de wapening om te voorkomen dat de waterdichtheid al voor de oplevering verloren gaat. Nauwkeurig werk op de vierkante millimeter.

Normen en waterdichtheidseisen

Kaders vanuit het BBL en CUR

In het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) zijn de prestatie-eisen voor de waterdichtheid van de gebouwschil vastgelegd. Vocht vanuit de bodem mag de gezondheid van gebruikers niet schaden. Een kelder moet droog blijven. Het kimblik is in die context een cruciaal hulpmiddel om aan deze wettelijke zorgplicht te voldoen. Er bestaat geen wet die specifiek de term 'kimblik' dicteert. De wet vraagt om een resultaat: een waterdichte scheiding.

De technische uitwerking vindt men in CUR-Aanbeveling 65. Deze richtlijn is de bijbel voor het ontwerpen en uitvoeren van stortnaden in beton. Hierin staan strikte instructies over de minimale instorthoogte en de noodzakelijke overlap van de blikken. Vaak wordt er verwezen naar CUR-Aanbeveling 77 wanneer het gaat over de vloeistofdichtheid van betonconstructies in een bredere zin. De constructeur bepaalt op basis van deze documenten de waterdichtheidsklasse.

Europese normen en certificering

Voor grotere projecten en infrastructurele werken speelt de NEN-EN 1992-3 een rol. Deze norm stelt eisen aan constructies voor de opslag en het keren van vloeistoffen. Het kimblik moet hierbij de hydrostatische druk kunnen weerstaan zonder dat er lekkage optreedt bij de overgang tussen vloer en wand.

  • Certificering volgens Europese beoordelingsrichtlijnen (EAD) is vaak noodzakelijk voor gecoate varianten.
  • De verwerkingsvoorschriften van de fabrikant zijn juridisch bindend voor de garantie.
  • Bij vloeistofdichte vloeren onder de AS 6700-normen is de controle op de kimafdichting een vast onderdeel van de inspectie.

Fouten in de montage leiden direct tot non-conformiteit met de NEN-normen. Een niet-doorlopend kimblik betekent simpelweg dat de constructie niet voldoet aan de berekeningen voor de milieuklasse. De wet vraagt een droge kelder. De norm vertelt hoe het staal moet liggen. Geen ruimte voor improvisatie.

De overgang van massa naar mechanica

De vroege betonbouw

In de begindagen van de gewapend betonconstructies vertrouwde men voor waterdichtheid hoofdzakelijk op de dikte van de constructie en bitumineuze smeringen aan de buitenzijde. De stortnaad bleek echter hardnekkig. Zodra men dieper begon te bouwen, voldeden eenvoudige oplossingen niet meer. Het kimblik ontstond uit de noodzaak om een fysieke barrière te creëren in de overgang tussen vloer en wand. In eerste instantie greep de sector naar onbehandelde stalen stroken. Deze boden een puur mechanische weerstand door de weg die het water moest afleggen simpelweg te verlengen. Het labyrintprincipe was geboren.

Staal bleek effectief. Toch kende de vroege toepassing nadelen, zoals corrosiegevoeligheid bij onvoldoende dekking en een gebrekkige hechting bij krimp van de betonvloer. De introductie van Sendzimir-verzinkt staal halverwege de twintigste eeuw loste de duurzaamheidskwestie grotendeels op. Dit type blik werd de standaard voor decennia.

Technologische verschuiving naar actieve systemen

De komst van coatings

De echte technische sprong vond plaats aan het einde van de vorige eeuw. Constructeurs stelden strengere eisen. De utiliteitsbouw vroeg om garanties tegen extreme hydrostatische druk. Een passieve barrière volstond niet altijd. Ontwikkelaars experimenteerden met diverse coatings om de hechting tussen staal en beton te verbeteren. Bitumen was een logische eerste stap. Het kleefde, maar de verwerking was bij wisselende temperaturen vaak lastig op de bouwplaats.

De evolutie versnelde met de opkomst van reactieve polymeercoatings in de jaren negentig. Geen passieve kleeflaag meer. In plaats daarvan ontstond een chemische interactie met de alkalische bestanddelen van het betonmortel. Dit zorgde voor een verbinding die op microscopisch niveau geen ruimte liet voor 'onderlopen'. Recenter zien we de integratie van hybride systemen, waarbij staal wordt gecombineerd met zwelstoffen of injectiekanalen. De focus is verschoven van een simpel schot naar een integraal onderdeel van het constructieve ontwerp. De techniek werd verfijnder. De uitvoering werd kritischer.

Meer over bouwmaterialen en grondstoffen

Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwmaterialen en grondstoffen