Kleefgips
Definitie
Kleefgips is een speciaal gemodificeerde gipsmortel met een hoge initiële kleefkracht voor het rechtstreeks verlijmen van gips- en isolatieplaten op minerale ondergronden.
Omschrijving
Typische verwerkingswijze
Water in de kuip. Gips erbij. Handmatig of mechanisch mengen tot een standvaste pasta ontstaat die niet van de troffel glijdt. De verwerker brengt vervolgens flinke dotten kleefgips aan op de rugzijde van de gipsplaat, waarbij de onderlinge afstand tussen de klodders meestal dertig centimeter bedraagt om een solide basis te garanderen. Randen vragen om extra aandacht. Vaak wordt daar een doorlopende ril of een hogere concentratie gips geplaatst.
Dan de montage. De plaat wordt met een resolute beweging tegen de minerale muur gedrukt. De mortel moet vloeien. Nu volgt het precisiewerk met de rei en de waterpas. Tikken. Schuiven. De variabele dikte van de gipsdotten, soms oplopend tot veertig millimeter, vangt de scheefheid van het bestaande metselwerk moeiteloos op. Het is een spel van druk en controle. Geen schroeven nodig. Terwijl het gips uithardt, vormt het een chemische en mechanische brug die de plaat onwrikbaar op zijn plek houdt. Snelheid is essentieel; zodra de binding inzet, is de positie definitief.
Functionele variaties en toepassingen
In de kern is de variatie binnen kleefgips beperkt, maar de nuances zitten in de toeslagstoffen die de verwerkbaarheid beïnvloeden. De standaard variant, in de volksmond vaak aangeduid met merknamen als Perlfix, is de universele keuze voor gipskartonplaten op kalkzandsteen of baksteen. Er bestaan echter specifieke varianten voor isolatieplaten. Denk aan thermische laminaten waarbij gips al in de fabriek op EPS of minerale wol is geplakt. Deze mortels hebben een aangepaste elasticiteit om de lichte vering van het isolatiemateriaal tijdens het stellen op te vangen. De focus verschuift hier van puur plakken naar het creëren van een starre verbinding op een flexibele drager.
Hoewel de chemische basis van calciumsulfaat gelijk blijft, variëren fabrikanten soms met de open tijd. In warme zomermaanden of op zeer sterk zuigende ondergronden is een variant met een hoger waterretentievermogen cruciaal. Anders verbrandt het gips. De mortel verliest dan zijn kristallisatiekracht voordat de hechting een feit is. De plaat komt simpelweg weer los van de muur.
Verwarring met andere bindmiddelen
Soms wordt kleefgips verward met blokkenlijm voor cellenbeton of kalkzandsteen. Een cruciale fout. Blokkenlijm is een dunbedmortel op cementbasis, bedoeld voor voegen van enkele millimeters. Kleefgips daarentegen moet juist massa behouden; het is een vulmiddel en lijm ineen. Gebruik ook nooit gewone gipsmortel (zoals MP75) om platen te plakken. Het mist de noodzakelijke 'tack'. De plaat glijdt onverbiddelijk naar beneden voordat de binding inzet. Gewoon gips is te slap. Kleefgips is geformuleerd om te blijven staan waar je het neerzet.
| Product | Toepassing | Kenmerk |
|---|---|---|
| Kleefgips | Platen op minerale wand | Hoge standvastigheid, dikke lagen |
| Blokkenlijm | Cellenbeton / Kalkzandsteen | Dunne lijmvoeg, cementbasis |
| Stucgips | Glad pleisterwerk | Lange verwerkingstijd, vloeit uit |
Praktijkvoorbeelden kleefgips
Renovatie van een scheve bakstenen muur
Stel je een oude tussenmuur voor. De stenen zijn ruw en de muur wijkt bovenaan drie centimeter af naar achteren. In plaats van een tijdrovend houten regelwerk te plaatsen, kiest de monteur voor kleefgips. Hij mengt een emmer tot een stevige pasta. Op de gipsplaat brengt hij negen grote dotten aan. De plaat gaat tegen de muur. Met een rei en een rubberen hamer slaat hij de plaat op de juiste diepte. De variabele dikte van de gipsnoppen vangt de scheefheid van de muur moeiteloos op. Het zit direct vast. Geen schroef komt eraan te pas.
Na-isolatie met thermische laminaten
Een kille betonwand in een bijkeuken moet snel warm worden. Men gebruikt gipsplaten die al voorzien zijn van een laag EPS-isolatie aan de achterzijde. De verwerker brengt de kleefmortel direct aan op het schuim. Omdat kleefgips een hoge initiële kleefkracht heeft, blijft de zware combi-plaat direct hangen tegen het koude beton. Een korte druk, even controleren met de waterpas, en de wand is direct geïsoleerd én strak afgewerkt.
Wegwerken van leidingwerk
In een nieuwe kalkzandsteenwand zijn diepe sleuven gefreesd voor waterleidingen en elektra. In plaats van deze eerst dicht te smeren met mortel, wordt de gipsplaat er direct overheen geplaatst met kleefgips. De dikke dotten gips vullen de ruimte rondom de leidingen en fixeren tegelijkertijd de plaat. Efficiëntie in de afbouw. Eén handeling voor vullen en bevestigen.
Normatieve kaders en brandveiligheid
Normen zijn bepalend voor de kwaliteit in de afbouw. Hoewel kleefgips een relatief eenvoudig product lijkt, moet de samenstelling en de prestatie voldoen aan de Europese norm NEN-EN 14496, die specifiek de eisen vastlegt voor gipsgebaseerde lijmen voor het bevestigen van gipskartonplaten en thermische isolatiepanelen. CE-markering op de zak is geen suggestie, maar een wettelijke verplichting. Het waarborgt dat de hechting en treksterkte binnen de vastgestelde marges vallen.
In het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) draait de relevantie van kleefgips vooral om brandveiligheid en mechanische stabiliteit. Kleefgips valt door de minerale samenstelling vrijwel altijd onder brandklasse A1; het is onbrandbaar. Dit maakt het materiaal uitermate geschikt voor wandafwerkingen in vluchtwegen waar strenge eisen gelden voor de bijdrage aan brandvoortplanting. Maar pas op met vocht. De regelgeving stelt dat constructies duurzaam moeten zijn, en omdat gips hygroscopisch is, mag kleefgips niet zonder meer worden toegepast in ruimtes met een structureel hoge vochtbelasting. De hechting kan dan op termijn falen, wat strijdig is met de veiligheidseisen voor de integriteit van de binnenwanden. De ondergrond moet bovendien voldoen aan de algemene bouwvoorschriften voor droogheid en stofvrijheid om de wettelijk vereiste afschuifsterkte te kunnen garanderen.
Van nat stucwerk naar droogbouwmontage
De ontwikkeling van kleefgips is direct gekoppeld aan de opkomst van gipskartonplaten halverwege de twintigste eeuw. Voor die tijd was de binnenafbouw een traag proces. Traditioneel stucwerk vereiste lange droogtijden. Veel bouwvocht. Tijdens de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog ontstond een dringende behoefte aan snelheid en efficiëntie. Men zocht een methode om de relatief nieuwe, droge afwerkplaten direct op ruw metselwerk te bevestigen zonder tussenkomst van houten regels of metalen profielen.
Aanvankelijk experimenteerden verwerkers met standaard stucmortels, maar deze misten de noodzakelijke standvastigheid. De platen zakten simpelweg weg. In de jaren zestig en zeventig professionaliseerde de chemische industrie de samenstelling door specifieke polymeren en waterretentiemiddelen toe te voegen. Dit gaf de mortel zijn kenmerkende 'tack'. Wat begon als een pragmatische oplossing voor snelle renovaties, evolueerde door industrialisatie tot een gestandaardiseerd bouwsysteem. De introductie van Europese kwaliteitsrichtlijnen zorgde uiteindelijk voor de transformatie van een eenvoudige gipspasta naar een hoogwaardig constructief hechtmiddel met gegarandeerde treksterktes.
Gebruikte bronnen
Meer over bouwmaterialen en grondstoffen
Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwmaterialen en grondstoffen