IkbenBint.nl

Knijpdeel

Bouwkundige Onderdelen en Toebehoren K

Definitie

Een knijpdeel is een verhoogde rand of plank aan de voet van een rieten kap die de onderste rietlaag onder spanning zet en de afwatering reguleert.

Omschrijving

Zonder knijpdeel verliest een rieten kap zijn integriteit. Het knijpdeel, in de volksmond ook wel de knelplank of knijpplank genoemd, fungeert als de mechanische weerstand aan de onderzijde van de dakconstructie. De rietdekker plaatst deze opstaande rand precies daar waar het riet buiten de kapconstructie steekt. Deze constructieve ingreep is noodzakelijk om de eerste laag dekriet onder spanning te brengen, een proces dat essentieel is voor de stabiliteit en de uiteindelijke levensduur van het rietpakket. Men hanteert doorgaans een knelhoogte tussen de 40 en 60 millimeter. De exacte maatvoering hangt nauw samen met de verwachte windbelasting op de locatie; aan de kust is de druk vaak groter dan in de beschutting van een bos. Een cruciaal detail is het naar binnen afschaven van de bovenzijde van de plank. Hierdoor wordt voorkomen dat water terugloopt in de constructie of direct langs de gevel sijpelt, wat anders tot ernstige vochtschade aan het metselwerk zou leiden.

Toepassing en uitvoering

De installatie start bij de voet van de constructie. Direct op de muurplaat of het boeiboord vindt de fixatie plaats. Stabiel en onwrikbaar. Tijdens het dekken wordt de eerste laag rietstengels met aanzienlijke kracht over de opstaande rand getrokken, een handeling die de noodzakelijke voorspanning in de kap introduceert zonder dat er extra klemmechanieken nodig zijn. De rand fungeert als hefboom.

Door deze mechanische weerstand liggen de onderste gaarden direct gefixeerd tegen de onderliggende structuur. Geen verschuiving mogelijk. De positionering van het knijpdeel bepaalt de uiteindelijke uitval van de dakvoet ten opzichte van de gevel. De afwatering volgt uit de vormgeving. Een schuine kant aan de bovenzijde dwingt het hemelwater om los te komen van de plank, waardoor neerslag via een vrije val de grond bereikt in plaats van langs het metselwerk te sijpelen. Bij het egaliseren van het rietpakket dient de plank als fysieke aanslag voor de klopper; het bepaalt de lijnvoering van de gehele onderzijde.

Terminologie en regionale verschillen

In de praktijk vloeien benamingen vaak in elkaar over, hoewel ze hetzelfde constructieve doel dienen. Waar de een spreekt over een knijpdeel, hanteert de ander de term knelplank of simpelweg knijpplank. De nuances zitten vaak in de regionale traditie van de rietdekker. Soms valt de term knijpgording. Dit suggereert een zwaardere, dragende functie die onderdeel is van het houten skelet, terwijl een knijpdeel meestal als secundair element op de constructie wordt aangebracht.

Verwarring ontstaat soms met het boeiboord. Een boeiboord werkt louter als afwerking van de dakrand. Het knijpdeel daarentegen is een functioneel spanningsinstrument. Zonder die opstaande rand kan het riet niet 'geknepen' worden. Geen spanning, geen waterdichtheid.

Variaties in materiaal en profilering

Hoewel vurenhout de standaard is, ziet men variaties die inspelen op duurzaamheid en esthetiek. Een overzicht van de meest voorkomende uitvoeringen:

TypeKenmerkenToepassing
Standaard vurenBetaalbaar, goed bewerkbaar, vereist schilderwerk.Meest toegepast bij reguliere woningbouw.
Verduurzaamd houtGeïmpregneerd tegen rot en schimmels.Gebieden met hoge vochtigheidsgraad, zoals bosrijke omgevingen.
HardhoutEiken of tropisch hardhout; extreem duurzaam maar kostbaar.Luxe villabouw en restauraties van monumentale panden.
Kunststof/ComposietOnderhoudsvrij, rot niet, werkt nauwelijks.Moderne schroefdaken waarbij een lange onderhoudsinterval centraal staat.

De vorm is zelden een simpele rechthoek. De variatie zit in de vellingkant of de mate van afschuining. Bij een steilere kap is een minder extreme hoek nodig dan bij een flauwer dakvlak. Soms wordt de bovenzijde hol geschaafd voor een nog specifiekere watergeleiding. Maatwerk regeert hier. De hoogte varieert; waar 40 millimeter de norm is voor beschutte locaties, wordt voor open poldergebieden vaak opgeschaald naar 60 millimeter om de verhoogde winddruk te compenseren.

Praktijksituaties en visuele details

Stel je een open vlakte voor in de polder waar de wind vrij spel heeft op een nieuwe villa. De rietdekker monteert hier geen standaardlatje, maar een fors knijpdeel van 60 millimeter hoog. Hij trekt de eerste rietlaag er met een hefboomwerking overheen. De spanning is voelbaar. Zodra de wind onder de dakvoet slaat, geeft het riet geen krimp; de mechanische druk houdt alles op zijn plek.

Bij een gerestaureerde woonboerderij met wit gestuukte muren zie je een ander effect. De bovenkant van de knelplank is onder een scherpe hoek naar binnen afgeschuind. Tijdens een wolkbreuk stroomt het water naar de rand, komt los van het hout en valt in een rechte lijn naar beneden, ver van de gevel af. Geen zwarte lekstrepen op het kwetsbare stucwerk. Het metselwerk blijft droog.

Tijdens de afwerking hanteert de vakman zijn rietklopper. Hij tikt de stengels gelijkmatig tegen de onderzijde van het knijpdeel aan. De plank fungeert hier als een fysieke liniaal. Hierdoor ontstaat die messcherpe, strakke lijn aan de onderkant van de kap die zo kenmerkend is voor hoogwaardig rietdekwerk. Zonder dit vaste aanslagpunt zou de onderlijn van het dak onvermijdelijk gaan golven naarmate het riet zich zet.

Normering en regelgeving

Vakrichtlijnen en brandveiligheid

De realisatie van een rieten kap is gebonden aan de Vakrichtlijn Riet. Dit document, beheerd door de Vakfederatie Rietdekkers, dient als de technische standaard voor de detaillering van de dakvoet. Hierin worden specifieke eisen gesteld aan de mechanische spanning van het rietpakket. Een knijpdeel is hierbij onmisbaar. Zonder deze voorziening kan de rietdekker niet voldoen aan de kwaliteitsnormen voor stabiliteit en levensduur. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) stelt daarnaast strenge eisen aan de brandveiligheid van daken. Voor rietgedekte bouwwerken is met name de NEN 6063 relevant. Deze norm bepaalt de weerstand van het dak tegen vliegvuur. Bij een schroefdakconstructie draagt een correct gemonteerd knijpdeel bij aan de noodzakelijke luchtdichtheid van de constructie, wat een randvoorwaarde is voor de brandveiligheidscertificering.

Constructieve eisen en welstand

Constructief gezien moet het dak bestand zijn tegen extreme windbelasting. Dit is vastgelegd in de Eurocodes (NEN-EN 1991). De knelplank speelt hier een faciliterende rol; het houdt de onderste rietlaag op zijn plek wanneer de wind onder de overstek slaat. Geen verschuiving. Geen schade. In veel gemeenten gelden bovendien specifieke welstandseisen voor de afwerking van de dakvoet, zeker bij monumentale objecten. De profilering en de zichtbaarheid van het knijpdeel moeten dan vaak exact overeenkomen met de historische situatie. Dit betekent dat de keuze voor materiaal en afschuining niet alleen technisch, maar ook juridisch getoetst kan worden aan het bestemmingsplan of de omgevingsvergunning.

Historische ontwikkeling en constructieve evolutie

De oorsprong van het knijpdeel ligt in de transformatie van de rietdekkerskunst van puur functionele landbouwbedekking naar verfijnde architectuur. Vroeger was de dakvoet simpelweg de plek waar het riet ophield. Geen spanning. Geen watergeleiding. In de traditionele open dakconstructies van vóór de negentiende eeuw rustte het rietpakket vaak direct op de muurplaat of een eenvoudige houten rand, waardoor hemelwater ongehinderd langs de gevel kon sijpelen. Met de opkomst van de burgerlijke bouw en de behoefte aan duurzamere gevels ontstond de noodzaak voor een technisch instrument dat water dwingt los te komen van de constructie. De transitie van zware eikenhouten balken naar specifiek geprofileerde vurenhouten planken voltrok zich parallel aan de schaarste van hardhout en de professionalisering van de timmerkunst. De techniek verfijnde zich razendsnel. De rietdekker ontdekte dat door een verhoogde rand aan te brengen, de onderste laag riet een lichte knik maakte. Dit mechanische principe bleek cruciaal voor de stabiliteit. Vooral bij de grootschalige introductie van het schroefdak in de jaren zeventig van de vorige eeuw werd het knijpdeel onmisbaar. Waar bij het traditionele open dak de stengels nog een zekere mate van bewegingsvrijheid hadden, vereiste de luchtdichte afwerking van de moderne kap een star en gefixeerd startpunt. Een onwrikbaar fundament voor de eerste gaard. Pas laat in de twintigste eeuw werd deze constructiewijze geformaliseerd. De oprichting van de Vakfederatie Rietdekkers leidde tot de eerste officiële vakrichtlijnen, waarin de exacte positionering en profilering van het knijpdeel als kwaliteitsstandaard werden vastgelegd. Van een pragmatische timmermansoplossing ontwikkelde het zich tot een genormeerd technisch element. De laatste decennia verschuift de materiaalfocus. Composieten en kunststoffen doen hun intrede. Gedreven door de vraag naar onderhoudsvrije detailleringen bij moderne architectuur, maar de functionele essentie — het genereren van spanning — blijft onveranderd.

Meer over bouwkundige onderdelen en toebehoren

Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwkundige onderdelen en toebehoren