Kraal
Definitie
Een (half)ronde afwerkrand of profiel aan de rand van een bouwdeel, in doorsnede meestal meer dan 180 graden rond.
Omschrijving
De vorming van de kraal in de praktijk
Vormgeving door vervorming en verspaning
Het realiseren van een kraalprofiel stoelt op twee principes: het ombuigen van dun plaatmateriaal of het wegnemen van massa uit massieve delen. Bij zink- en koperwerk in de daktechniek wordt de kraal gevormd in een kraalbank. De plaat wordt vastgezet, waarna een ronde stalen kraalstaaf als mal fungeert. Door de hefboomwerking van de machine rolt het metaal zich om de staaf heen. De staaf bepaalt de exacte diameter. Precisie is hierbij essentieel; een te krappe buiging kan scheuren in het materiaal veroorzaken, terwijl een te ruime buiging de noodzakelijke stijfheid verliest. Na het rollen wordt de staaf zijwaarts uit de gevormde koker getrokken. Handmatig werk blijft bij complexe hoekoplossingen vaak noodzakelijk.
Houtbewerking volgt een ander procedé. Hier is sprake van verspaning. Een bovenfrees uitgerust met een kraalprofielbeitel snijdt de ronding uit het hout. Het toerental moet hoog zijn voor een glad resultaat. In de restauratiebouw wordt vaak nog de houten kraalschaaf gehanteerd. Handwerk. De timmerman voert de schaaf met gelijkmatige druk langs de rand van het werkstuk. Elke haal verwijdert een dunne krul totdat de gewenste schaduwlijn zichtbaar wordt. Bij stucwerk wordt de kraal in de natte mortel getrokken met een sjabloon. Een zinken mal schuift over een gidsregel. Laag voor laag. Het profiel tekent zich af in de plastische massa terwijl het overtollige gips wordt weggeschraapt.
Bij moderne toepassingen zoals aluminium daktrimmen vindt de vorming meestal plaats via extrusie. Het vloeibare metaal wordt door een matrijs geperst. Dit resulteert in een constante vormvastheid over de gehele lengte van het profiel. Montage geschiedt vervolgens met mechanische bevestigingsmiddelen of klangen, waarbij de kraal als visuele beëindiging over de rand van de dakbedekking valt.
Typologie en functionele varianten
Onderscheid met aanverwante profielen
- Halfrond profiel: Dit is een exacte halve cirkel (180 graden). De kraal gaat verder, vaak tot 270 graden of meer, waardoor er een duidelijke 'insnoering' ontstaat bij de aanzet.
- Duivenjager: Een profiel dat ook een bolle ronding kent, maar vaak vloeiender overgaat in een hol profiel (keel). De kraal ligt als een losse 'rol' op het oppervlak.
- Bossing: Bij paneeldeuren wordt de kraal soms verward met de bossingrand, maar de kraal is specifiek de ronde afwerking, terwijl de bossing de schuine afschuining van het paneel zelf betreft.
Praktijksituaties en toepassingen
Een zinken bakgoot aan een schuur. Pak de rand beet. Je voelt de holle, ronde massa onder je vingers. Zonder deze kraal zou het dunne zink direct dubbelknikken onder het gewicht van een ladder tegen de gootrand. Of simpelweg bezwijken tijdens een flinke hoosbui. De kraal houdt de lijn recht. Kilometers zinkwerk blijven zo decennialang vormvast.
Stel je een oud herenhuis voor. Plafondhoogte van bijna vier meter. De lambrisering in de hal bestaat uit verticale houten delen. Kijk goed naar de overgang tussen de planken. De kraal breekt het licht. Waar het hout door de droge lucht van de centrale verwarming onvermijdelijk krimpt, vangt de schaduw van de kraal de ontstane spleet op. Optisch bedrog. Het oog ziet een detail, geen kier. Onmisbaar bij historisch timmerwerk waar natuurlijke werking van materiaal geaccepteerd wordt.
Moderne utiliteitsbouw. Een plat dak op een bedrijfshal. De dakdekker brandt de bitumen tot aan de opstand. Aan de randen klikt hij de geanodiseerde aluminium kraaltrim vast. Geen scherpe, industriële hoek maar een subtiele, ronde beëindiging die de dakbedekking inklemt en beschermt tegen opwaaiende wind onder de rand. Het ziet er verzorgd uit vanaf de straat. Functioneel design in een alledaagse omgeving.
In een badkamer met klassiek stucwerk. De overgang tussen wand en plafond is niet hoekig. Een getrokken gipsen kraallijst vormt de verbinding. De stukadoor heeft met een mal de natte mortel in vorm gebracht. De ronde vorm verzacht de harde overgang en voorkomt dat haarscheurtjes in de hoek direct opvallen. Esthetiek en camouflage gaan hier hand in hand.
Normering en constructieve eisen
Regels bepalen de vorm. NEN-EN 612 is hierin de belangrijkste Europese norm voor metalen dakgoten en regenpijpen. Deze norm specificeert de minimale afmetingen en toleranties van kraalprofielen bij zinken, koperen en stalen goten. De stijfheid van de gootrand is geen esthetische keuze. Het is een eis. Zonder een correct gedimensioneerde kraal voldoet de goot simpelweg niet aan de mechanische belastbaarheid die nodig is om weerstand te bieden aan sneeuwlast of een tegen de rand geplaatste ladder.
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) stelt algemene eisen aan de waterdichtheid en de afvoer van hemelwater. De kraal fungeert hierbij als de primaire barrière die de stabiliteit van de opstaande gootrand waarborgt. Als de kraal te zwak is, kan de gootrand uitbuigen. Gevolg? Water stroomt over de verkeerde zijde weg. Schade aan de gevel. De relatie tussen materiaaldikte en kraaldiameter ligt vast in technische richtlijnen van brancheorganisaties zoals de Federatie van de Nederlandse Zinkindustrie, die de NEN-normen vertalen naar de praktijk.
Bij de toepassing van aluminium kraaltrimmen op platte daken komt NEN 6707 om de hoek kijken. Windbelasting. De kraal moet de dakbedekking niet alleen visueel afsluiten, maar ook mechanisch helpen fixeren tegen opwaaiing. De profilering moet voldoen aan specifieke aerodynamische eigenschappen om fluiten of lostrekken bij storm te voorkomen. Geen loze ornamentiek dus. De kraal is een genormeerd onderdeel van de gebouwschil. Veiligheid boven alles.
Historische ontwikkeling van de kraal
De oorsprong van de kraal ligt in de klassieke architectuur. Steenhouwers gebruikten de 'astragaal', een smalle halfronde lijst, om verschillende bouwelementen visueel van elkaar te scheiden. Het diende als overgang. In de 17e en 18e eeuw verschoof deze toepassing naar de fijnere houtbewerking. Handgesmede kraalschaven stelden timmerlieden in staat om profielen direct in massief eiken of grenen te trekken. De functie was toen al dubbel: decoratie en camouflage van krimp. In onverwarmde huizen werkte hout extreem. De kraal maskeerde de kieren die ontstonden bij de messing-en-groefverbindingen van lambriseringen en plafonds.
Met de opkomst van de grootschalige zinkproductie in de 19e eeuw veranderde de kraal van een ornament in een noodzakelijk constructief onderdeel. Vóór die tijd waren goten vaak van zwaar lood of massief hout bekleed met metaal. Dun, gewalst zinkplaatwerk was goedkoper maar miste stijfheid. De uitvinding van de kraalbank maakte het mogelijk om de randen van dunne platen op te rollen. Deze innovatie zorgde ervoor dat goten hun vorm behielden onder ladderdruk en sneeuwlast. De diameter van de kraal werd een standaardmaat in de zinktechniek, waarbij de ambachtelijke 'vulst' langzaam plaatsmaakte voor gestandaardiseerde profielen.
In de 20e eeuw zorgde de overgang naar de utiliteitsbouw voor een verdere zakelijke evolutie. Aluminium extrusietechnieken vervingen vanaf de jaren '60 en '70 vaak het handmatig gerolde zink bij platte daken. De kraal werd een prefab-onderdeel. Waar de vorm vroeger afhankelijk was van de mal van de vakman, dicteren nu Europese normen de exacte radius en wanddikte. De esthetiek van de ronde lijn bleef behouden, maar de focus verschoof volledig naar montagegemak en gegarandeerde windweerstand.
Meer over bouwkundige onderdelen en toebehoren
Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwkundige onderdelen en toebehoren