IkbenBint.nl

Kropgoot

Bouwkundige Onderdelen en Toebehoren K

Definitie

Een inwendig loden opvanggootje in een schoorsteenschacht dat binnengedrongen regenwater of condens onderschept en via een kropgat naar de dakbedekking afvoert.

Omschrijving

Kropgootjes zitten verscholen in het binnenwerk van de schoorsteen. Net boven het dakvlak. Ze fungeren als een cruciale barrière tegen vochtdoorslag die van binnenuit komt. Regenwater dat bij zware slagregen de schoorsteen binnendringt, of condensatie die onvermijdelijk ontstaat wanneer warme rookgassen afkoelen tegen het koude metselwerk, wordt door dit gootje opgevangen. Het lood voert dit vocht direct af naar buiten via het zogenaamde kropgat. Zonder deze voorziening verzadigt het metselwerk onder de daklijn volledig, wat leidt tot die lelijke, bruine kringen op plafonds en muren rondom het rookkanaal. Het is een detail dat vaak wordt vergeten bij snelle renovaties. Een kostbare fout. Het gootje helt licht af en loost het water via een klein loden lipje op de pannen of de loodslabbe.

Techniek en uitvoering

De integratie vindt plaats tijdens de opbouwfase van de schoorsteenschacht. Direct boven het dakbeschot. In de lintvoeg van het binnenmetselwerk wordt een strook bladlood gefatsoeneerd die de contouren van de schacht binnenzijde volgt. Het lood ligt nooit exact waterpas; een minimaal afschot is noodzakelijk om stagnatie en de ophoping van vuil in het gootje te voorkomen. Ter hoogte van het kropgat, een zorgvuldig uitgespaarde opening in de buitenste steenlaag, steekt het lood door de schil naar buiten. Een klein loden lipje. Dit zorgt ervoor dat het onderschepte vocht direct op de dakpannen of een aansluitende loodslabbe drupt zonder de gevel te vervuilen.

Bij schoorstenen met een dubbelwandige constructie of een binnenvoering van keramiek vraagt de positionering extra aandacht. Het lood wordt dan enkele centimeters opgezet tegen de buitenkant van het rookkanaal. De spouw blijft hierdoor gevrijwaard van inwatering. Geen gecompliceerde mechanische afvoer, maar een constructie die volledig vertrouwt op de zwaartekracht en de ondoordringbaarheid van het lood. Het gootje wordt doorgaans vastgezet in de specie, waardoor het een integraal onderdeel wordt van de schoorsteenstructuur. Een stabiele ligging is cruciaal om te voorkomen dat het gewicht van het bovenliggende metselwerk de afvoeropening dichtdrukt of het lood vervormt.

Materialen en moderne verschijningsvormen

Materiaalkeuze en uitvoering

Lood is koning. Bladlood blijft de standaard voor de klassieke kropgoot vanwege de enorme vervormbaarheid. Een vakman drijft het lood exact in de hoeken van de schacht. Toch verandert het landschap. Bij moderne prefab-schoorstenen is de kropgoot vaak een voorgevormd element van roestvast staal of kunststof. Deze varianten worden tijdens de productie in de fabriek al in de constructie opgenomen. RVS biedt een strakkere afwerking. Het is minder gevoelig voor oxidatiereacties met de specie, maar mist de flexibiliteit van lood wanneer de maatvoering op de bouwplaats net even afwijkt.

Soms ziet men een onderscheid in de reikwijdte van het gootje. De enkelzijdige kropgoot bevindt zich alleen aan de kant waar de meeste regeninslag wordt verwacht. Effectief, maar soms riskant. De rondomlopende kropgoot is de superieure variant. Deze omsluit de gehele binnenkant van de schacht en biedt een volledige barrière tegen condensatievocht dat aan alle zijden van het rookkanaal kan ontstaan. Een kostbaardere oplossing. Maar wel de enige die volledige zekerheid biedt tegen doorslag.

Onderscheid met aanverwante technieken

Verwarring met loketten en voetlood

Men verwart de kropgoot vaak met loketten. Begrijpelijk, maar onjuist. Loketten zijn trapsgewijs geplaatste stukken lood die de aansluiting tussen de buitenzijde van de schoorsteen en de dakbedekking waterdicht maken. Ze zitten aan de buitenkant. De kropgoot leeft binnenin. Het is de onzichtbare laatste verdedigingslinie.

  • Voetlood: Ligt aan de voet van de schoorsteen op de pannen. Voert water af dat langs de gevel naar beneden stroomt.
  • Loketten: Beschermen de schuine zijden tegen inwatering tussen steen en pan.
  • Spouwlood: Wordt breed toegepast in spouwmuren, maar bij een schoorsteen fungeert de kropgoot specifiek als opvang voor condensatie uit het rookkanaal zelf.

Een kropgat is geen open gat. Het is de uitstroomopening. Zonder dit specifieke detail zou het verzamelde water van de kropgoot nergens heen kunnen. Stagnatie volgt. Het lood van de goot moet daarom altijd met een overstekend lipje door het kropgat heen steken om te voorkomen dat het water terug de constructie in zuigt door capillaire werking.

Praktijksituaties en toepassingen

Stel je een gerenoveerde jaren '30 woning voor. De bewoner ziet na een zware regenbui bruine kringen op het stucwerk rondom de schouw in de slaapkamer. De dakdekker constateert dat de originele loden kropgoot door oxidatie is vergaan. Het regenwater dat de poreuze stenen van de schoorsteenkop verzadigt, sijpelt nu ongehinderd langs de binnenzijde van de schacht omlaag, tot onder de daklijn. Hier trekt het vocht direct in de houten balklaag en het plafond. Een klassiek geval waar de 'onzichtbare' barrière heeft gefaald.

In de moderne bouw zien we vaak een prefab schoorsteen. Tijdens de installatie op een nieuwbouwdak is de geïntegreerde kropgoot van rvs een vast onderdeel van de constructie. Bij het aansluiten van een hoogrendementsketel koelen de rookgassen snel af. Condensatie is onvermijdelijk. De druppels die aan de binnenzijde van de schachtwand ontstaan, glijden omlaag en worden opgevangen door de rvs-goot. Via een subtiel kropgat aan de zijkant drupt dit vocht gecontroleerd op de pannen. Geen vochtdoorslag, geen schade.

Bij een monumentale boerderij op een open vlakte heeft de wind vrij spel. Slagregen beukt urenlang tegen de schoorsteenschacht. Het metselwerk raakt verzadigd. Een rondomlopende kropgoot van dik bladlood is hier essentieel. Terwijl de loketten aan de buitenkant het water op het dakvlak houden, vangt de kropgoot binnenin het water op dat door de stenen naar binnen wordt gedrukt. Je ziet enkel een klein loden lipje dat net uit de voeg steekt, vlak boven de dakpannen, waar het opgevangen water rustig wegstroomt.

Kaders en normering

Vochtwering en het BBL

De kropgoot wordt niet expliciet bij naam genoemd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL). Toch is de aanwezigheid vaak noodzakelijk. Artikel 4.19 van het BBL stelt strikte eisen aan de waterdichtheid van de uitwendige scheidingsconstructie. Een schoorsteen is daar onderdeel van. De wet eist dat een gebouw beschermd is tegen vocht van buitenaf. Zonder goed functionerende kropgoot faalt de schoorsteen bij zware regenval vaak op dit punt. Het resultaat? Een constructie die niet voldoet aan de prestatie-eisen voor vochtwering.

NEN 2778 is hier de leidende norm. Deze norm beschrijft de bepalingsmethoden voor de waterdichtheid van gebouwen. Bij de beoordeling van aansluitingen bij dakdoorvoeren en schoorstenen vormt deze standaard het toetsingskader. Een detail als een kropgoot is een erkende technische oplossing om de infiltratie van hemelwater in de onderliggende constructie te voorkomen. Het gaat om het beheersen van de capillaire werking en de opvang van doorslaand vocht.

Materiaalstandaarden en brandveiligheid

Voor de uitvoering met bladlood is NEN-EN 12588 relevant. Deze Europese norm specificeert de eisen voor gewalst bladlood voor bouwdoeleinden. Kwaliteit telt. De dikte van het lood moet passen bij de toepassing om corrosie door zuren uit rookgassen te weerstaan. Hoewel de kropgoot primair een waterkerende functie heeft, speelt de positie binnen de schoorsteenschacht een rol bij de brandveiligheid. NEN 6062 regelt de eisen voor rookgasafvoersystemen. De kropgoot mag de minimale afstand tussen het rookkanaal en brandbare delen niet nadelig beïnvloeden. In de praktijk dienen de richtlijnen van de Stichting Bouwlood als de professionele standaard voor de verwerking van deze details.

De evolutie van inwendige afwatering

Vroeger waren schoorstenen massieve kolossen. Dikke muren van zware baksteen boden voldoende buffer tegen doorslaand vocht. De noodzaak voor een kropgoot was minimaal. Met de modernisering van de woningbouw in de negentiende eeuw veranderde dit. Muren werden dunner. Bakstenen poreuzer. De introductie van gesloten kachels en later centrale verwarming zorgde voor een lagere rookgastemperatuur. Condensatie werd een structureel probleem. De meester-loodgieter ontwikkelde de kropgoot als een pragmatisch antwoord op deze thermische verschuivingen.

In de jaren '20 en '30 van de vorige eeuw bereikte het ambachtelijke detail zijn volwassenheid. Het was de tijd van de verfijnde detaillering in de architectuur. Men begreep dat een waterdichte buitenkant niet volstond. Het lood werd handmatig in de schacht gedreven. Een tijdrovend proces. Juist in deze periode werd de kropgoot de standaardoplossing om de 'bruine vlekken' op stucwerk te voorkomen die ontstonden door een combinatie van roet en vocht.

De overgang naar aardgas in de jaren '60 bracht een nieuwe uitdaging. Rookgassen werden nog kouder. De kropgoot bleef essentieel, maar de uitvoering verschoof langzaam van puur handwerk naar meer gestandaardiseerde stroken bladlood. Tegenwoordig dwingt de industrialisatie van de bouw tot prefab-oplossingen. De loden kropgoot in een gemetselde schacht wordt steeds vaker vervangen door rvs-varianten in kant-en-klare schoorsteenelementen. De functie is ongewijzigd. De context is verschoven van ambachtelijke correctie naar systeemintegratie.

Meer over bouwkundige onderdelen en toebehoren

Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwkundige onderdelen en toebehoren