IkbenBint.nl

Kwartslagtrap

Constructies en Dragende Structuren K

Definitie

Een trap die een horizontale richtingsverandering van exact 90 graden maakt door middel van schuine, verdreven treden of een tussenbordes.

Omschrijving

In de woningbouw is de kwartslagtrap de standaardoplossing voor ruimtes waar een rechte steek simpelweg niet past. Geen gedoe met meterslange gangen. De draai zit vaak onderin of bovenin; het gaat om die cruciale 90 graden die het beloopbare traject inkort. De verdreven treden lopen aan de spilzijde smal toe en aan de buitenzijde breed uit, wat vakmanschap vereist bij het uitslaan van de trapbomen. Een verkeerde verdeling zorgt voor een onregelmatig loopritme en dat is precies wat je wilt voorkomen op een donkere overloop. Beton, staal of massief eiken, de constructie bepaalt de uiteindelijke stijfheid van het geheel.

Uitvoering en constructieve opbouw

De realisatie van een kwartslagtrap begint bij de exacte maatvoering van de trappensparing en de vloer-tot-vloerhoogte. Deze waarden vormen de randvoorwaarden voor de verdrijvingsberekening. Hierbij wordt de vorm van de treden in de draaiing zo bepaald dat de looplijn een constant ritme behoudt. Geen enkele trede in het kwartsegment is gelijk van vorm. In de werkplaats worden de trapbomen voorzien van nesten, de inkepingen waarin de treden en eventuele stootborden worden gemonteerd. De spil fungeert bij veel houten constructies als de verticale as waar de verdreven treden in samenkomen.

Tijdens de montage op de bouwplaats vormt de verankering aan de hoofddraagconstructie het kritieke punt. De trapbomen worden tegen de omliggende wanden gefixeerd met boutverbindingen of chemische ankers, afhankelijk van het wandmateriaal. De krachten worden via de bomen naar de vloeren overgedragen. Bij prefab beton wordt het gehele element vaak tijdens de ruwbouwfase met een kraan in de sparing gehesen, terwijl houten en stalen trappen meestal in losse onderdelen worden opgebouwd. De aansluiting op de verdiepingsvloer geschiedt via een raveeltrimmer of een direct op de vloer rustende weltrede. Nauwkeurige passing is essentieel om latere werking en krakende treden te minimaliseren.

Posities van de draaiing

De situering van de kwartslag in het trapgat is bepalend voor de verkeersstroom in een woning. We onderscheiden hoofdzakelijk de trap met een onderkwart en de trap met een bovenkwart. Bij een onderkwart bevindt de draaiing van 90 graden zich direct bij het opstappen. Dit is een veelgekozen oplossing wanneer de toegang tot de trap in een nauwe gang zijdelings benaderd moet worden. Een bovenkwart verplaatst de rotatie juist naar de laatste treden voor de verdiepingsvloer. De gebruiker komt hierdoor in een andere richting boven dan hij beneden aan de klim begon. In zeldzame gevallen wordt er gekozen voor een middenkwart, waarbij de rechte steek zowel onder als boven wordt onderbroken door een schuin segment, wat de constructie van de trapbomen aanzienlijk verzwaart.

Verdreven treden versus bordesoplossingen

Ruimtegebrek dwingt vaak tot keuzes. De meest gangbare kwartslagtrap maakt gebruik van verdreven treden. De treden lopen hierbij taps toe naar de spilzijde, waardoor de draaiing vloeiend en compact verloopt. Het vraagt om precisie. Een alternatief is de kwartslag bordestrap. In plaats van schuine treden wordt er op het punt van de richtingsverandering een horizontaal platform, het bordes, geplaatst. Dit platform heeft minimaal de breedte van de trap. Het biedt een rustpunt. Hoewel een bordestrap veiliger is en het risico op misstappen verkleint, neemt dit type aanzienlijk meer vloeroppervlak in beslag dan een variant met verdreven treden.

Open en gesloten uitvoeringen

De afwerking van de treden bepaalt het visuele gewicht in het interieur. Een open kwartslagtrap heeft geen stootborden. Licht valt erdoorheen. Het oogt modern en transparant, maar kan in een hal zorgen voor warmteverlies naar de bovenverdieping. De gesloten variant is voorzien van verticale stootborden tussen de treden. Dit maakt de trap luchtdicht. Praktisch gezien is dit de enige logische keuze als de ruimte onder de trap als bergkast wordt benut. Het verschil zit puur in de aanwezigheid van die verticale vlakken; de dragende boomconstructie blijft in de kern vaak gelijk.

Onderscheid met aanverwante traptypen

Verwarring ligt op de loer bij de tweekwartstrap. Waar de kwartslagtrap één hoek van 90 graden maakt, draait de tweekwartstrap twee keer, vaak in een U-vorm, over totaal 180 graden. Een spiltrap of wenteltrap is eveneens verschillend; deze draait continu rondom een centrale as zonder rechte tussenstukken. De kwartslagtrap blijft herkenbaar aan de combinatie van een recht beloopbaar deel en één specifiek rotatiepunt.

Praktijksituaties en toepassingen

De krappe hal van een gerenoveerd herenhuis is een klassiek voorbeeld. Je komt binnen, de voordeur zwaait open en raakt bijna de eerste trede. Een rechte steektrap zou de doorgang naar de woonkamer volledig blokkeren. Een kwartslag met onderkwart lost dit op. De aanzet draait direct 90 graden weg van de deur. Zo blijft de looproute in de gang vrij en wordt de beperkte diepte van de woning optimaal benut.

Bij zolderopgangen in de nieuwbouw kom je vaak de variant met een bovenkwart tegen. De trap draait pas bovenin weg. Dit is cruciaal om de gebruiker precies op de plek met de meeste stahoogte af te leveren. Je komt dan uit onder de nok van het dak in plaats van tegen het schuine dakbeschot aan te lopen bij de laatste stap. Efficiëntie pur sang. Geen blauwe plekken op het voorhoofd.

In een moderne gezinswoning dient de kwartslagtrap vaak als de wand van een trapkast. De treden zijn hierbij gesloten met stootborden. Dankzij de draaiing in de trap ontstaat er onderin net genoeg diepte voor een functionele bergkast. De stofzuiger en de voorraad staan zo volledig uit het zicht. Zonder die specifieke kwartslag zou de kastruimte te smal en ondiep zijn voor praktisch gebruik.

In een ruim opgezette villa of een kantoorpand zie je juist vaker de bordesoplossing. Geen gedoe met schuin toelopende treden waar je je voet niet overal goed kunt neerzetten. Een royaal, horizontaal vlak in de hoek onderbreekt de klim. Het oogt statig en biedt een veilig rustpunt tijdens de afdaling. In de sociale woningbouw zie je dit zelden; daar is elke vierkante meter vloeroppervlak simpelweg te kostbaar voor een bordes.

Wet- en regelgeving voor kwartslagtrappen

In Nederland vormt het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) het wettelijk kader voor de veiligheid en bruikbaarheid van trappen. De eisen zijn streng. Vooral bij nieuwbouw. De regelgeving stelt specifieke eisen aan de minimale vrije hoogte boven de trap, die doorgaans 2,1 meter moet bedragen. Dit voorkomt dat gebruikers hun hoofd stoten bij de overgang naar de verdiepingsvloer. De breedte van de trap en de afmetingen van de treden zijn eveneens vastgelegd. Voor de kwartslagtrap is de berekening van de looplijn essentieel. Deze denkbeeldige lijn, waarover men de trap beloopt, bepaalt of de aantrede overal voldoet aan de minimale maatvoering.

NEN 3509 is de norm die specifiek ingaat op houten trappen in woningen. Het biedt technische richtlijnen voor de dimensionering en de constructieve samenhang. Bij trappen met verdreven treden schrijft de norm voor hoe de verhouding tussen de optrede en de aantrede gewaarborgd blijft. De veiligheid mag niet in het gedrang komen door te krappe bochten. Een te smalle trede aan de spilzijde is een risico. Daarom moet de tredebreedte op een bepaalde afstand van de spil altijd een minimummaat hebben. De norm helpt bij het voorkomen van onregelmatigheden in het loopritme.

Valveiligheid is een ander speerpunt in de regelgeving. Een trap met een hoogteverschil van meer dan een meter moet voorzien zijn van een deugdelijk hekwerk of een leuning. Het BBL stelt dat deze leuning goed grijpbaar moet zijn en geplaatst moet worden op een hoogte tussen de 80 en 100 centimeter boven de treden. Voor de afscheiding langs het trapgat gelden eisen voor de maximale breedte van de openingen. Een kindermanshoofd mag er niet doorheen passen. Geen compromissen op het gebied van veiligheid. De constructeur of trappenmaker dient deze prestatie-eisen te vertalen naar de praktijk, waarbij de specifieke situatie in het gebouw leidend is voor de uiteindelijke vergunningsaanvraag.

Historische ontwikkeling en ambacht

Vroeger was de trap een lomp blok. Tot de ruimte schaars werd. De kwartslagtrap kwam voort uit de noodzaak om verticale verbindingen in de krappe beukmaten van de 17e-eeuwse stadswoning te proppen. Waar men in burchten nog vertrouwde op massief stenen spiltrappen, zocht de burgerbouw naar lichtere, houten alternatieven die de contouren van de wand volgden. Het was passen en meten.

Het handmatig uitslaan van verdreven treden gold eeuwenlang als de ultieme meesterproef voor de timmerman. Geen rekenmachines. Men tekende de volledige uitslag van de trapbomen op ware grootte uit op de houten vloer van de werkplaats; een proces dat bekendstaat als de 'vliert'. Deze empirische methode bepaalde het loopcomfort. Een kleine misrekening in de verhouding tussen de binnen- en buitenboom leidde onherroepelijk tot een onregelmatig en gevaarlijk loopritme. Puur vakmanschap op basis van de passer en de zwaaihaak.

Met de industrialisatie en de grootschalige woningbouw na 1945 veranderde de status van de trap. Het werd een gestandaardiseerd bouwelement. De unieke, handgemaakte trap maakte plaats voor serieproductie waarbij de geometrie werd vastgelegd in bouwbesluiten. Tegenwoordig regeren algoritmen en CNC-gestuurde freesmachines de productiehallen van trappenfabrieken. De geometrische logica is echter onveranderd gebleven. Een draai van 90 graden vraagt nog steeds om dezelfde wiskundige verdeling als in de 18e eeuw. De software heeft de passer vervangen, maar de basiswetten van de trappenleer blijven onwrikbaar.

Meer over constructies en dragende structuren

Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan constructies en dragende structuren