Laube
Definitie
Een laube is een overdekte, aan de zijden open constructie of galerij die als beschutte plek tegen weersinvloeden dient.
Omschrijving
Uitvoering en methode
De constructieve realisatie van een laube centreert zich rond het principe van een open skeletbouw. In de praktijk begint de uitvoering bij het plaatsen van een punctuele fundering, waarbij poeren de puntlasten van de verticale staanders opvangen. Er wordt zelden gebruikgemaakt van doorlopende funderingsstroken, aangezien de wanden geen dragende functie vervullen. De kolommen, vaak vervaardigd uit eikenhout, natuursteen of gemetselde fragmenten, vormen de primaire draagstructuur. Deze staanders worden onderling verbonden door horizontale liggers of een ringbalk die de basis vormt voor de dakconstructie.
Het dakvlak wordt doorgaans uitgevoerd als een lichtgewicht kap. Men hanteert vaak een lessenaarsdak dat direct onder de dakvoet van het aangrenzende hoofdgebouw wordt gepositioneerd, of een zelfstandig zadeldak bij vrijstaande loofgangen. De verbinding tussen de laube en de bestaande gevel vereist specifieke aandacht voor de waterdichtheid; hierbij worden loodslabben of aansluitprofielen in de voegen van het metselwerk ingeslepen. Omdat de zijden open blijven, is de stabiliteit afhankelijk van de stijfheid van de knooppunten. Bij houten constructies geschiedt dit via schoren of korbelen die de windbelasting opvangen en afvoeren naar de fundering.
De vloeropbouw volgt vaak de lijn van het omliggende terrein. Soms ligt deze op een verhoogd plateau van gestapelde steen om optrekkend vocht in de stijlen te minimaliseren. In stedelijke context, zoals bij winkelgalerijen, wordt de laube vaak geïntegreerd in de hoofdbouw waarbij de verdiepingsvloer over de openbare ruimte uitkraagt en rust op een colonnade. De afwerking blijft sober. Geen isolatievullingen. Geen zware gevelbekleding. Het skelet blijft visueel dominant, waarbij eventuele invullingen zich beperken tot lage borstweringen of decoratief traliewerk dat dient als geleider voor klimplanten.
Verschijningsvormen en typologische nuances
Aan de andere zijde van het spectrum staat de architectonische laube, vaak uitgevoerd in steen of zwaar vakwerk. In Zuid-Duitse en Zwitserse regio's is de laube een integraal onderdeel van de gevel, waarbij een uitkragende verdiepingsvloer een overdekte publieke ruimte creëert. Deze stedelijke variant, ook wel bekend als de arcade-laube, dient primair voor commerciële ontsluiting; voetgangers passeren de etalages terwijl zij beschermd blijven tegen neerslag. De constructie rust hierbij vaak op een colonnade van zware kolommen of gemetselde pijlers.
Een specifiek subtype is de balkonlaube. Deze constructie bevindt zich niet op het maaiveld, maar op een verdieping. Het is een smalle, open galerij die vaak de gehele gevelbreedte beslaat en directe toegang biedt tot de achtergelegen vertrekken. In de agrarische bouwkunst zie je dit terug bij grote boerderijen waar de laube dient voor het drogen van gewassen of als functionele verbinding tussen het woonhuis en de schuur.Afbakening en verwante begrippen
Het onderscheid met een arcade is puur vormtechnisch: een arcade maakt gebruik van bogen, terwijl een laube vaker gebruikmaakt van een architraaf-constructie met rechte liggers. In de volksmond wordt de term soms uitgewisseld met 'prieel', maar een prieel is doorgaans een vrijstaand, rond of polygoon rustpunt in een tuin. De laube heeft bijna altijd een directioneel karakter; het leidt de gebruiker van punt A naar punt B. Het is een transitiezone. Geen eindbestemming.
Soms wordt gesproken over een loofhut, wat een meer tijdelijke en religieuze connotatie heeft, terwijl de architectonische laube steevast een permanent karakter bezit binnen het bouwvolume.Praktijkvoorbeelden van de laube
In de praktijk kom je de laube op verschillende schalen tegen. De toepassing bepaalt de zwaarte van de constructie en de materiaalkeuze.
- De stedelijke winkelpassage: In historische stadskernen fungeert de laube vaak als een robuuste stenen arcade op de begane grond. De bovenverdiepingen van het pand kragen uit over het trottoir en rusten op zware vierkante kolommen. Voetgangers lopen hier beschut tegen regen en zon langs de etalages, terwijl de openbare weg direct naast de kolommenrij ligt. Het is een publieke ruimte die onderdeel is van de private architectuur.
- De agrarische droogruimte: Bij traditionele boerderijen zie je vaak een houten laube op de eerste verdieping. Deze smalle galerij heeft een vloer van houten delen en een borstwering van vakwerk. Het diepe overstek van het hoofddak beschermt de constructie. Hier werd vroeger maïs of tabak opgehangen; de open zijden garanderen de noodzakelijke ventilatie terwijl de neerslag buiten blijft.
- De landschappelijke loofgang: In parken of grote tuinen vormt de laube een groene corridor. Een licht metalen frame dient als drager voor klimplanten zoals blauwe regen of druivenranken. De constructie leidt de bezoeker van de parkeerplaats naar de hoofdingang van een landhuis. Het is een functionele route die door de begroeiing een dichte, schaduwrijke tunnel vormt.
- De functionele verbinding: Bij een modern woon-werkcomplex kan een laube dienen als overdekte verbinding tussen een vrijstaand kantoor en de hoofdwoning. Een eenvoudig plat dak op slanke stalen profielen volstaat. Geen wanden. Geen glas. De vloer bestaat uit klinkers die drempelloos overgaan in de tuin, waardoor de scheiding tussen binnen en buiten vervaagt.
Wet- en regelgeving rondom de laube
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) vormt het juridische fundament. Hoewel een laube door haar open karakter vaak licht oogt, is de constructieve veiligheid strikt gereguleerd. De stabiliteit moet gewaarborgd zijn conform de geldende Eurocodes, waarbij specifiek de windbelasting op open constructies een verzwarende factor is. Wind heeft bij een laube immers vrij spel onder het dakvlak, wat resulteert in opwaartse druk die de verankering van de kolommen en de kapconstructie zwaar belast.
Vergunningsvrij bouwen is niet altijd vanzelfsprekend. Een laube die aan de voorgevel of op het zijerf grenzend aan openbaar toegankelijk gebied wordt opgericht, is vrijwel altijd omgevingsvergunningplichtig. De lokale welstandsnota speelt hierin een cruciale rol. Het uiterlijk van de constructie moet harmoniëren met het hoofdgebouw en de omgeving. In historische stadskernen of bij rijksmonumenten gelden aanvullende restricties vanuit de Erfgoedwet; ingrepen aan de gevelstructuur of het toevoegen van een colonnade vereisen daar een specifieke monumentenvergunning.
Brandveiligheid en vluchtwegen. Wanneer de laube fungeert als een functionele looproute of galerij voor meerdere wooneenheden, gelden er eisen voor de branddoorslag en brandoverslag (WBDBO). Materialen moeten dan voldoen aan specifieke brandklassen om te voorkomen dat de laube bij brand een onbegaanbare fuik wordt. De vrije doorgangshoogte en breedte zijn eveneens vastgelegd in het BBL om de toegankelijkheid voor hulpdiensten en mindervaliden te garanderen. Geen drempels. Voldoende breedte. Veiligheid boven esthetiek.
Historische ontwikkeling
De laube vindt zijn oorsprong in het Germaanse louba. Bladerdak. Oorspronkelijk niets meer dan een natuurlijke schuilplaats van gevlochten takken en loof. De middeleeuwse stadsontwikkeling transformeerde dit vluchtige karakter naar een permanente houten constructie langs de gevel. Kooplieden hadden behoefte aan beschutte handelsruimte. De straatruimte werd privaat geclaimd door overstekende verdiepingen op houten staanders te plaatsen.
De 14e eeuw markeerde een technische omslag. Steen verving hout. De drijfveer was rigoureus: brandveiligheid. Hele stadswijken gingen verloren door vlammenzeeën die via houten galerijen oversprongen. In Centraal-Europese steden zoals Bern resulteerde dit in de karakteristieke stenen arcades die we nu nog zien. Een structurele innovatie waarbij de grens tussen publieke stoep en privaat eigendom vervaagde. De laube werd een stedenbouwkundig instrument voor verdichting zonder dat de doorstroming van voetgangers stagneerde.
In de agrarische sector bleef de technische evolutie langer bij de houten basisvorm. Hier dicteerde niet de handel, maar de ventilatie de vormgeving. De laube op verdiepingshoogte werd essentieel voor het drogen van gewassen. Tabak. Maïs. Graan. Het open vakwerk liet de wind door terwijl de diepe overstekken de neerslag buiten hielden. De industriële revolutie bracht gietijzer. Slankere kolommen. Grotere overspanningen. De laube verschoof van een puur functionele noodzaak naar een esthetisch element in de romantische architectuur. Tegenwoordig herontdekt de duurzame bouw de laube als instrument voor passieve koeling; een eeuwenoude oplossing voor een modern klimaatprobleem.
Meer over bouwkundige onderdelen en toebehoren
Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwkundige onderdelen en toebehoren