IkbenBint.nl

Liplas

Bouwmaterialen en Grondstoffen L

Definitie

Een in de lengterichting uitgevoerde houtverbinding waarbij de uiteinden van twee balken over elkaar heen grijpen door een deel van hun dikte af te staan.

Omschrijving

De liplas is de ruggengraat van de traditionele houtconstructie. Het stelt de timmerman in staat om balken van beperkte handelslengtes tot grote overspanningen te smeden. Je verwijdert aan het uiteinde van beide balken simpelweg een deel van de dikte. Wat overblijft zijn de zogenaamde lippen. Deze vallen als een puzzel in elkaar. De plek waar de kopse kant van de ene balk de andere raakt, noemen we de borst. Het is een elegante methode. Geen ingewikkelde pen-en-gatverbindingen, maar pure overlap. Tegenwoordig grijpt men vaak naar lijm of bouten voor de fixatie, maar een echt goed passende las houdt zichzelf al bijna op zijn plek door wrijving en zwaartekracht alleen. Een liplas kan zowel recht als schuin worden gezaagd, afhankelijk van de benodigde stijfheid.

Uitvoering en toepassing

De realisatie van een liplas vangt aan met het exact aftekenen van de laslengte op de uiteinden van de houtdelen. Meestal houdt men een verhouding aan van twee tot tweeënhalf maal de balkhoogte. Het hout wordt vervolgens over de lengte van de verbinding tot precies de helft van de dikte weggezaagd. Hierbij ontstaan de karakteristieke lippen en de borst; het verticale stootvlak waar de balkkoppen elkaar ontmoeten.

Zuiverheid in de bewerking bepaalt de kwaliteit. Oneffenheden in het pasvlak leiden onherroepelijk tot puntbelastingen of ongewenste speling in de constructie. Nadat het overtollige hout is verwijderd — vaak met een combinatie van machinaal zaagwerk voor de hoofdvorm en handmatige afwerking met de beitel voor de borstlijn — worden de twee delen in elkaar geschoven. Passen. Meten. Eventueel de borst iets bijwerken. Bij een goed uitgevoerde las sluiten de vlakken naadloos op elkaar aan zonder dat er overmatige kracht nodig is om de delen te verenigen.

De uiteindelijke fixatie hangt sterk af van de constructieve eisen en de tijdsgeest. Waar in historisch timmerwerk vaak houten doken of toognagels werden ingezet om de lippen te zekeren, domineert in de moderne bouw het gebruik van verzinkte bouten of draadeinden. Men boort gaten door de volledige overlap heen, waarna de verbinding mechanisch wordt geklemd. Soms ondersteunt een lijmverbinding het geheel. In situaties waar de las niet direct boven een steunpunt ligt, zoals bij een schuine liplas met borst, is de passing nog kritischer om de optredende momenten op te vangen. Het gewicht van de constructie zelf helpt vaak mee om de verbinding gesloten te houden op de onderliggende dragers.

Varianten van de liplas

Vormvarianten en hun krachtenspel

Niet elke liplas is gelijk. De keuze voor een specifieke variant hangt volledig af van de krachten die op de verbinding worden uitgeoefend. In de basis onderscheiden we drie hoofdvormen die elk hun eigen constructieve logica volgen.

De rechte liplas is de meest elementaire uitvoering. Hierbij zijn de vlakken simpelweg recht ingezaagd. Het is een functionele keuze wanneer de verbinding direct boven een kolom of steunpunt ligt. Zodra de las echter in de vrije overspanning hangt, is deze vorm kwetsbaar voor doorbuiging. De stijfheid ontbreekt.

Bij de schuine liplas, vaak ook schuine las genoemd, worden de contactvlakken onder een hoek gezaagd. Dit ziet er niet alleen esthetischer uit in het zichtwerk van een kapconstructie, maar vergroot ook het lijmoppervlak of de frictie tussen de delen. Het is een klassieker in de restauratiebouw.

Voor verbindingen die op trek worden belast, is de haaklas de aangewezen variant. Door een inkeping of 'haak' in de lippen te hakken, haken de twee balken mechanisch in elkaar. De balken kunnen hierdoor niet uit elkaar schuiven zonder dat de houten borst bezwijkt. Het is vakwerk. Precisie is hier geen luxe maar een keiharde voorwaarde voor de sterkte.

Onderscheid met aanverwante verbindingen

TypeKenmerkToepassing
VingerlasMachinale tanding met lijmIndustriële verlenging van hout
BladlasLijkt op liplas, maar vaak korterLichte constructies en kozijnwerk
LasklemMechanische versterkingHulpstuk bij zware liplassen

Vaak wordt de liplas verward met een vingerlas. Foutief. De vingerlas is een industrieel proces waarbij korte stukken hout met talloze kleine tandjes en lijm onder hoge druk aan elkaar worden geperst. Een liplas blijft handwerk. Het is een constructieve ingreep die zichtbaar blijft en de textuur van het massieve hout respecteert.

Een ander verwarrend begrip is de overkeep. Hoewel beide technieken gebruikmaken van overlap, kruisen de balken elkaar bij een overkeep (zoals bij een hoekverbinding), terwijl de liplas puur bedoeld is om de lengte van een enkele doorgaande balk te vergroten. De liplas verlengt, de overkeep verbindt onder een hoek.

Praktijksituaties en toepassingsvoorbeelden

Denk aan de restauratie van een monumentale boerderij. De kop van een eiken moerbalk is door jarenlange lekkage verrot, maar de rest van de balk is nog kerngezond. In plaats van de gehele vloerconstructie te slopen, zaagt de restauratietimmerman het rotte deel weg. Met een schuine liplas wordt een nieuw stuk 'gezond' eiken aangestort. De las rust precies op de muurplaat, waardoor de neerwaartse druk de verbinding natuurlijk dichtdrukt.

Bij de bouw van een luxe houten veranda met een breedte van acht meter loopt men vaak tegen de grenzen van de standaard handelsmaten aan. Een ringbalk van dergelijke lengte is lastig te transporteren en te hanteren. Hier biedt een rechte liplas boven een van de tussenstaanders de oplossing. De twee balkdelen worden ter plaatse samengevoegd. Twee verzonken slotbouten zorgen ervoor dat de lippen niet kunnen gaan wijken door werking van het hout, terwijl het aanzicht van een doorlopende balk behouden blijft.

In de moderne houtskeletbouw komt de liplas voor bij het verlengen van nokgordingen. Wanneer een kapconstructie te groot is voor prefabricage in de fabriek, worden de gordingen in hanteerbare delen naar de bouwplaats gebracht. Eenmaal op de steigers worden de delen met een liplas gekoppeld. Vaak kiest men hier voor een eenvoudige rechte variant omdat de belasting voornamelijk verticaal is en de verbinding direct door een spant wordt ondersteund. Het resultaat? Een stijf geheel dat de volledige daklast veilig afdraagt naar de hoofddraagconstructie.

Normering en constructieve kaders

Constructieve veiligheid is geen suggestie. Het is een harde eis. In de Nederlandse bouwsector vormt het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) het wettelijk fundament waarop elke verbinding, dus ook de liplas, wordt beoordeeld. Sterkte. Stabiliteit. Het moet aantoonbaar zijn. Wie een liplas toepast in de hoofddraagconstructie ontkomt niet aan de NEN-EN 1995-serie, in de volksmond Eurocode 5 genoemd. Deze normering schrijft exact voor hoe de krachtenoverdracht in houtverbindingen berekend dient te worden. Belastingsduur speelt mee. De klimaatklasse ook. Een liplas in een vochtige buitenomgeving degradeert sneller en dat heeft directe gevolgen voor de toelaatbare spanningen in de resterende houtsectie.

De Erfgoedwet compliceert de zaak soms bij restauraties waarbij historische liplassen behouden moeten blijven terwijl de huidige veiligheidsnormen strenger zijn dan in de achttiende eeuw.

Bij het toepassen van mechanische verbindingsmiddelen in de las, zoals bouten of deuvels, gelden specifieke regels voor de rand- en tussenafstanden. NEN-EN 1995-1-1 geeft hiervoor de kaders. Houd je hier niet aan en de liplas splijt voortijdig langs de nerf. Bij monumentale panden kan de Erfgoedwet echter verplichten tot het handhaven van de authentieke bouwwijze. Hier ontstaat vaak een spanningsveld. De constructeur moet dan via gelijkwaardigheid aantonen dat de traditionele las, eventueel versterkt met onzichtbare moderne technieken, voldoet aan de veiligheidsfilosofie van het BBL. Geen eenvoudige opgave. Precisie in de berekening is dan net zo belangrijk als de precisie van de zaagsnede zelf.

De evolutie van de verlenging

Van noodzaak naar ingenieurskunst

Bomen kennen fysieke grenzen. Omdat de natuurlijke lengte van stammen zelden volstond voor de enorme overspanningen van middeleeuwse kapconstructies of de indrukwekkende moerbalken in voorname grachtenpanden, moesten ambachtslieden methoden ontwikkelen om houtdelen op een constructief betrouwbare wijze te verlengen zonder aan stijfheid in te boeten. De liplas was de oplossing. In de vroege bouwkunst was de verbinding puur geometrisch en afhankelijk van de passing van het hout zelf. Men vertrouwde volledig op de frictie tussen de contactvlakken en de borging door middel van houten doken of toognagels. Geen lijm. Geen staal. Alleen vakkennis.

Tijdens de industriële revolutie verschoof het accent. Smeedijzeren bouten en later gestandaardiseerde draadeinden maakten hun entree in de houtbouw, waardoor de liplas veranderde van een puur ambachtelijk hoogstandje naar een hybride verbinding. De geometrie werd eenvoudiger. De mechanische fixatie nam de hoofdlast over van de houten 'borst'. Waar men vroeger complexe haaklassen hakte om trekkrachten op te vangen, zorgden stalen koppelplaten en bouten nu voor de nodige zekerheid. De berekening verving het timmermansoog.

De opkomst van gelamineerd hout in de 20e eeuw markeerde een nieuw breekpunt. De introductie van de vingerlas in fabrieksomstandigheden maakte de traditionele, handmatige liplas in de reguliere woningbouw grotendeels overbodig. Efficiëntie werd de norm. Toch is de liplas nooit verdwenen uit het straatbeeld. Binnen de monumentenzorg en de hoogwaardige houtbouw blijft het een onmisbaar instrument. Moderne CNC-gestuurde houtbewerkingsmachines kunnen tegenwoordig historische lassen met een precisie van een fractie van een millimeter reproduceren, waardoor de liplas een brug slaat tussen eeuwenoud vakmanschap en hedendaagse technologische perfectie.

Meer over bouwmaterialen en grondstoffen

Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwmaterialen en grondstoffen