Logiesgebouw
Definitie
Een gebouw of gedeelte daarvan met meerdere logiesverblijven die voor de ontsluiting aangewezen zijn op een gezamenlijke verkeersroute.
Omschrijving
Uitvoering en technische realisatie
Typologieën en verschijningsvormen
Binnen de categorie van het logiesgebouw vallen diverse commerciële en sociale verblijfsvormen. Het klassieke hotel is de meest bekende variant. Hierbij ligt de nadruk op individuele kamers met eigen sanitair. Hostels en groepsaccommodaties vormen een andere zijtak. Hierbij zijn slaapzalen en gedeelde voorzieningen de norm, maar de constructieve kern — de gedeelde verkeersroute — blijft het leidende principe voor de classificatie. Een soberdere variant is het logiesgebouw voor arbeidsmigranten of seizoensarbeiders. Functioneel. Gericht op tijdelijke huisvesting zonder de intentie van permanente bewoning.
Apart-hotels en short-stay
Een hybride vorm die technisch vaak als logiesgebouw wordt behandeld, is het apart-hotel. Kamers zijn hier uitgerust met keukenblokken. Het lijkt op wonen. Toch ontbreekt de inschrijving in de basisregistratie personen. De veiligheidseisen blijven onverminderd van kracht omdat de gebruikers nog steeds passanten zijn. Het gebouw is ontworpen op mutatie en vluchthellingen die afgestemd zijn op onbekendheid met de omgeving.
Afbakening en kritische verschillen
Niet elk verblijf is een logiesgebouw. De verwarring met de algemene 'logiesfunctie' ligt altijd op de loer. Een solitaire vakantiewoning of een trekkershut? Dat is een logiesfunctie, maar geen logiesgebouw. De grens ligt bij de ontsluiting. Zodra meerdere logiesverblijven uitkomen op een gezamenlijke gang of trappenhuis, spreken we over een logiesgebouw. Dit heeft directe gevolgen voor de brandwerendheid van de scheidingswanden.
| Kenmerk | Logiesgebouw | Woongebouw |
|---|---|---|
| Verblijfsduur | Tijdelijk / Passanten | Permanent / Hoofdverblijf |
| Zelfredzaamheid | Laag (onbekend met vluchtweg) | Hoog (bekend met omgeving) |
| Ontsluiting | Gezamenlijke verkeersroute | Vaak eigen of gedeelde opgang |
| Installaties | Centrale detectie en ontruiming | Lokale rookmelders |
Het onderscheid met een woongebouw is cruciaal voor de leges en de vergunningsvoorwaarden. In een woongebouw wordt geleefd. In een logiesgebouw wordt overnacht. De wetgever hanteert hierdoor een veel strenger regime voor de compartimentering van de ontsluitingswegen. Een vluchtweg in een logiesgebouw is een beschermde route die onder geen beding gecompromitteerd mag worden door rook van omliggende verblijven.
Praktijksituaties en herkenbare vormen
Kijk naar een modern ketenhotel langs de snelweg. Tientallen identieke deuren in een eindeloze gang. Elke deur ontsluit een eigen kamer. De gasten? Passanten. Ze zijn hier vannacht, maar morgen weer weg. Dit is de essentie van het logiesgebouw. De centrale corridor is hier niet zomaar een looproute; het is de kritieke infrastructuur voor een veilige ontruiming. Geen eigen voordeur aan de straat, maar een pasjessysteem en een gedeeld trappenhuis.
Huisvesting voor seizoensarbeiders
Een voormalig kantoorpand, gestript en heringericht. Nu zitten er kleine slaapeenheden voor tachtig werknemers in de glastuinbouw. De kamers zijn sober. Het sanitair is vaak gedeeld aan het einde van de gang. Omdat de bewoners hier niet permanent staan ingeschreven en de ontsluiting via een gezamenlijke verkeersruimte loopt, kwalificeert het bouwwerk zich direct als logiesgebouw. De brandweer eist hier een volledige BMI-installatie. Dat moet wel. De vluchtweg is voor de tijdelijke bewoners immers geen gesneden koek.
Het stedelijke hostel
Een herbestemd pakhuis in de binnenstad. Grote slaapzalen met stapelbedden. Geen individuele appartementen, maar een verzameling logiesverblijven die allemaal uitkomen op die ene centrale vide met trap. Hier zie je het principe van de 'onbekendheid met het gebouw' in actie. Overal hangen ontruimingsplattegronden. De deuren naar de gang zijn zwaar uitgevoerd en voorzien van drangers. De technische installaties boven de plafonds in de verkeersruimtes zijn de levensaders van het pand.
Juridische kaders en normering
De wetgever is onverbiddelijk. Sinds de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 vormt het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) het dwingende toetsingskader voor elk logiesgebouw in Nederland. Hierin staat de veiligheid van de incidentele bezoeker centraal. De zorgplicht weegt zwaar. Men kijkt niet alleen naar de fysieke constructie, maar ook naar het feitelijk gebruik en de handhaving daarvan.
Brandveiligheid en installatietechniek
NEN 2535 en NEN 2575 vormen de technische ruggengraat voor de brandmeld- en ontruimingsinstallaties die in dit type gebouwen nagenoeg altijd verplicht zijn. De mate van bewaking is direct gekoppeld aan de totale gebruiksoppervlakte en de hoogste vloer van een verblijfsruimte. Geen omwegen mogelijk. De scheidingen tussen de verschillende logiesverblijven en de aangrenzende beschermde vluchtwegen moeten onherroepelijk voldoen aan de rookwerendheidseisen volgens de Sa- en S200-normen. Dit dwingt bij transformaties van bestaande panden vaak tot ingrijpende aanpassingen aan deurkozijnen en ventilatiesystemen.
| Regelgeving / Norm | Toepassing in logiesgebouwen |
|---|---|
| Bbl Afdeling 4.2 | Brandcompartimentering en subbrandcompartimenten |
| NEN 6068 | Bepaling van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) |
| NEN 6075 | Bepaling van de weerstand tegen rookdoorgang tussen ruimten |
| Bbl Artikel 6.20 | Verplichte brandmeldinstallatie bij logiesgebouwen met gezamenlijke verkeersroutes |
De omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt enkel verleend als de technische bewijsvoering sluitend is. Het gaat hierbij om de interactie tussen bouwkundige scheidingen en actieve systemen. Een ontwerpfout in de compartimentering kan niet eenvoudig worden gecompenseerd door een extra rookmelder. De hiërarchie in de regelgeving is strikt. Bouwkundige integriteit gaat voor installatietechnische hulpmiddelen. Wie een logiesgebouw exploiteert, krijgt bovendien te maken met de gebruiksmelding. Dit is een verplichting vanuit het Bbl zodra er meer dan tien personen bedrijfsmatig nachtverblijf wordt aangeboden. De brandweer controleert hierbij scherp op de vrije doorgang van verkeersroutes en de aanwezigheid van goedgekeurde ontruimingsplannen.
Ontwikkeling en historische context
De herberg was het begin. Simpele kamers rond een binnenplaats. Geen wetten, alleen een bed en een stal. Dat veranderde radicaal tijdens de industrialisatie toen steden volstroomden met reizigers en de eerste 'grand hotels' verrezen. Monumentale panden met houten vloeren en rijk gedecoreerde trappenhuizen die, achteraf gezien, een enorm bouwkundig risico vormden. De echte technische evolutie startte echter pas laat in de twintigste eeuw. Na een reeks verwoestende branden in de jaren 70 en 80 verschoof de aandacht van louter esthetiek naar stringente brandveiligheid. De wetgever greep in. Stilstand was immers gevaarlijk.
Van Bouwbesluit naar Bbl
Het Bouwbesluit 1992 markeerde een cruciaal kantelpunt. Hierin werd de 'logiesfunctie' formeel gedefinieerd en losgekoppeld van de reguliere woonfunctie, een noodzakelijke stap omdat de gebruiker in een logiesgebouw inherent minder zelfredzaam is door onbekendheid met de omgeving. De introductie van het concept van de 'gezamenlijke verkeersroute' dwong architecten tot een nieuwe logica. De gang werd de levensader. Geen toevallige verbindingsruimte meer, maar een technisch hoogstandje van brandwerendheid en rookbeheersing dat elke decennium strenger werd geformuleerd. Met de komst van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) in 2024 is deze evolutie voltooid in een regime waarbij systeemintegratie en compartimentering de absolute norm zijn geworden voor elk gebouw waar vreemden onder één dak slapen. De focus verschoof van het materiaal naar de prestatie van het gehele systeem.
Meer over schilderwerk en decoratie
Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan schilderwerk en decoratie