IkbenBint.nl

Losangedak

Bouwkundige Onderdelen en Toebehoren L

Definitie

Een losangedak is een metalen dakbedekkingsvorm waarbij ruitvormige plaatjes, de losanges, overlappend en met klangen op een houten onderconstructie worden gemonteerd.

Omschrijving

De visuele kracht van een losangedak zit in de herhaling. De ruitvormige elementen, meestal vervaardigd uit zink of koper, vormen een schubachtig patroon dat de architectuur direct een ambachtelijk karakter geeft. Het is een techniek die we veelvuldig terugzien bij complexe dakvormen zoals koepels, torenspitsen en dakkapellen. Kleine elementen laten zich immers makkelijker voegen naar ronde of extreem schuine vlakken dan grote platen. De verbinding tussen de losanges onderling geschiedt door het vernuftig in elkaar haken van de omgezette randen. Dit creëert een waterdichte schil die toch kan werken onder invloed van temperatuurschommelingen. Geen enkele schroef of nagel doorboort het zichtvlak van het metaal. De bevestiging is volledig onzichtbaar.

Uitvoering en techniek

De opbouw van een losangedak start bij de smetlijn. Nauwkeurigheid op de millimeter is hierbij de norm. De vakman bepaalt eerst de verticale hartlijn van het dakschild om de symmetrie van de ruiten te waarborgen. Het patroon wordt van de dakvoet naar de nok toe opgetrokken. De eerste rij bestaat uit halve of aangepaste voetlosanges die in een startprofiel haken.

Elke volgende rij verspringt ten opzichte van de vorige. De klangen — stroken metaal van hetzelfde materiaal als de losanges — worden in de plooien van de ruiten geschoven en vastgenageld aan de houten onderconstructie. Geen bouten. Geen schroeven door het zichtvlak. Het is een repetitief proces waarbij de bovenliggende rij de bevestiging van de onderliggende rij volledig aan het oog onttrekt. De vier zijden van de losange zijn voorzien van een enkele of dubbele omslag; aan de bovenzijde wijst de vouw naar voren, aan de onderzijde naar achteren.

Bij complexe aansluitingen zoals dakkapellen, hoekkepers of kilgoten wordt het metaal ter plekke op maat geknipt en in de juiste hoek gezet. De randen worden daar vaak handmatig dubbel omgezet om inregenen te voorkomen. Het metaal ligt relatief losjes in de haken. Hierdoor kan het dak onbelemmerd krimpen en uitzetten bij extreme temperatuurwisselingen zonder dat er spanning of vervorming in het materiaal ontstaat. Een flexibele, schubachtige huid is het resultaat.

Materiaalkeuze en geometrische vormen

Zink voert de boventoon. Het is de standaard in de Nederlandse bouwkunst vanwege de verwerkbaarheid en de natuurlijke patinalaag. Maar er is meer. Koperen losanges sieren vaak monumentale panden of kerktorens; de overgang van glanzend roodbruin naar diepgroen is een esthetisch statement. Voor moderne gevels of daken wordt steeds vaker gecoat aluminium toegepast. Dit biedt kleurvrijheid zonder de natuurlijke vergrijzing van zink.

De vorm van de ruit bepaalt het ritme. Meestal zien we de vierkante losange die onder een hoek van 45 graden wordt gemonteerd. Voor extreem hoge, smalle torenspitsen wijkt de vakman hier vaak van af. De spitse losange, een verticaal uitgerekte ruit, benadrukt de hoogte van de constructie. Het oogt slanker. Eleganter ook. De schaal van de ruit varieert eveneens; kleine elementen voor een dakkapel, forse platen voor een groot dakoppervlak.

De technische nuance van de verbinding

Het onderscheid zit in de omslag. De manier waarop de metalen plaatjes in elkaar grijpen.

Bij de enkele omslag worden de randen simpelweg omgezet en in elkaar gehaakt. Snel. Doeltreffend voor de meeste toepassingen. Maar bij een dubbele omslag gaat de techniek een stap verder. De rand wordt dubbel teruggevouwen, wat een aanzienlijk hogere weerstand tegen windlast en capillaire werking van regenwater biedt. Dit is vakwerk voor locaties met extreme weersomstandigheden of monumenten met een zeer lange levensduur.

Hoewel men vaak spreekt over metaalschubben, is de losange strikt genomen een ruit. In de volksmond worden ze soms verward met shingles. Vergis u niet. Shingles zijn vaak van bitumen of hout en worden gespijkerd. De losange is metaalarchitectuur. Geen spijker die de buitenhuid raakt. Een fundamenteel verschil in waterdichtheid en duurzaamheid.

De spitse kerktoren

Kijk omhoog naar een slanke torenspits. De spitse losange is hier de standaard. Omdat de toren naar boven toe versmalt, bieden grote platen metaal geen uitkomst; de kleine, verticaal uitgerekte ruiten volgen de taps toelopende vorm moeiteloos. Terwijl de koperen elementen onder invloed van weer en wind transformeren van een vurige metaalkleur naar het iconische monumentengroen, bieden de overlappende ruitjes een perfect sluitende schil voor deze complexe geometrie. Geen schroef te zien. Alleen het ritme van het metaal.

Ronde wangen van een dakkapel

Bij de renovatie van een monumentaal grachtenpand kom je vaak dakkapellen met gebogen zijwangen tegen. Een vlakke zinkplaat laat zich hier niet plooien zonder te rimpelen. De vakman kiest voor kleine zinken losanges. Hij bouwt de wand op als een schubbenhuid. Elke ruit grijpt in de volgende. Het materiaal 'danst' mee met de ronding van de kapel. Het is handwerk op de vierkante centimeter. Hier bewijst de techniek zijn waarde: waterdichtheid op een plek waar traditionele dakbedekking faalt.

Modern gevelaccent

Een eigentijdse villa met een strakke, zwarte gevel. Geen metselwerk, maar antraciet gecoat aluminium in losangevorm. Door de ruiten onder een hoek van 45 graden te monteren, ontstaat er bij zijwaartse zoninval een diep schaduwspel. Het geeft de gevel een 3D-effect dat verandert gedurende de dag. De techniek is oud, de uitstraling hypermodern. De verbindingen zijn onzichtbaar weggewerkt achter de omslagen, waardoor de gevel een massieve maar verfijnde indruk maakt.

Normen en kaders voor metalen ruitdaken

Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) vormt het juridische fundament voor de toepassing van losangedaken. Functionaliteit is de absolute eis. Windweerstand is bij deze relatief lichte metalen schubben een kritiek technisch punt. De NEN 6707 en NEN-EN 1991-1-4 dicteren de exacte rekenregels voor windbelasting op dakbedekkingen. Hoeveel klangen zijn er nodig per vierkante meter? Dat is geen nattevingerwerk. Het hangt direct samen met de gebouwhoogte, de geografische windzone en de specifieke dakvorm. Een losangedak op een spitse kerktoren vangt immers aanzienlijk meer winddruk en zuiging dan de wangen van een dakkapel in een beschutte woonwijk.

Brandveiligheid is een ander onwrikbaar ijkpunt. NEN 6063 reguleert de vliegvuurbestendigheid van daken. Hoewel metalen zoals zink en koper van nature onbrandbaar zijn, moet de volledige systeemopbouw — inclusief het houten beschot en eventuele folies — voldoen aan de eisen tegen branddoorslag en brandoverslag.

Restauratie vraagt om een specifiek juridisch kader. De Erfgoedwet stelt strikte voorwaarden aan het behoud van het historisch stadsgezicht en monumentale waarden. Vaak is een omgevingsvergunning vereist waarbij de welstandscommissie adviseert over de esthetiek. Hierbij wordt niet alleen naar het basismateriaal gekeken. Ook het ritme van de ruiten, de detaillering van de kilgoten en de specifieke zetmethode van de klangen moeten vaak identiek zijn aan de oorspronkelijke staat. Kwaliteitsrichtlijnen zoals de BRL 5212 bieden hierbij een technisch handvat voor de professionele verwerking van metaalwerk. Vakmanschap is in deze context geen luxe, maar een wettelijke noodzaak om aan de duurzaamheidseisen te voldoen.

Van ambachtelijke noodzaak naar industriële standaard

De losange is geen moderne uitvinding. Het is een pragmatische oplossing voor geometrische kopzorgen. Al in de renaissance zochten bouwmeesters naar methoden om koepels en spitse torens effectief te beschermen tegen de elementen. Grote platen lood of koper bleken vaak te zwaar. Bovendien waren ze lastig te vormen naar dubbele krommingen zonder te scheuren of te plooien. Kleine, overlappende metalen schubben boden de benodigde flexibiliteit voor deze complexe vormen. De echte doorbraak volgde echter in de 19e eeuw.

De industriële revolutie maakte de massaproductie van gewalst zink mogelijk. In steden als Parijs en Wenen werd de zinken losange het gezicht van de nieuwe burgerij. Het was een betaalbaar alternatief voor het kostbare koper. Het bood dezelfde vorstelijke uitstraling op complexe mansardekappen. Techniek en esthetiek vonden elkaar in de herhaling van het ruitpatroon.

De technische transformatie van de verbinding

De fundamenten van de losange bleven decennialang ongewijzigd. De detaillering verfijnde echter continu. Vroege losangedaken vertrouwden op eenvoudige overlappingen en rudimentaire haken die vaak direct in de ondergrond werden geslagen. Dit gaf problemen. Naarmate de kennis over metaalmoeheid en thermische uitzetting toenam, evolueerde de bevestigingsmethode naar het geavanceerde systeem met klangen. Het metaal kreeg ruimte. Het kon eindelijk 'ademen' onder invloed van zon en vorst.

Waar men vroeger kampte met lekkages door capillaire werking bij lage dakhellingen, introduceerde de 20e-eeuwse vakman de dubbele omslag. Een technisch hoogstandje. Deze innovatie maakte de losange geschikt voor vlakkere daken zonder risico op inwatering. De overgang van handmatig geknipte plaatjes naar machinaal geponste elementen zorgde voor een hogere maatvastheid. Tegenwoordig ziet de sector een verschuiving naar zink-titaanlegeringen en gecoat aluminium. De schubbenhuid is gebleven. De materialen zijn duurzamer geworden. Het principe van de onzichtbare bevestiging staat echter nog steeds als een huis.

Meer over bouwkundige onderdelen en toebehoren

Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwkundige onderdelen en toebehoren