Mendeur
Definitie
Een robuuste, dubbele inrijdeur in de gevel van een boerderij die groot genoeg is om beladen oogstkarren of landbouwwerktuigen toegang te geven tot de deel.
Omschrijving
Uitvoering en constructie
Massa en mechanica bepalen het functioneren van de mendeur. De montage geschiedt middels zware, gesmede hengels die over in de stijlen of het metselwerk verankerde duimen vallen. Vanwege het aanzienlijke eigen gewicht van de massieve houten vleugels is een diagonale verstijving aan de binnenzijde onmisbaar. Deze schoren vangen de neerwaartse krachten op en voorkomen dat de constructie in de loop der tijd gaat doorhangen of klemmen. Het openen gebeurt doorgaans naar buiten toe. Dit maximaliseert de manoeuvreerruimte op de deel zelf.
Voor de dagelijkse ontsluiting bevat één van de vleugels vaak een klinket. Deze kleinere loopdeur maakt het mogelijk het gebouw te betreden zonder de volledige toegang te ontsluiten. De onderzijde van de mendeur sluit aan op een stenen dorpel of een hellende oprit van kasseien, wat de overgang voor zwaarbeladen wagens vergemakkelijkt. Vergrendeling vindt aan de binnenzijde plaats. Een horizontale sluitboom, die in uitsparingen in de muur of het gebint valt, houdt de vleugels op hun plek. Soms is de bovendorpel uitneembaar of verhoogd uitgevoerd om extra verticale werkruimte te bieden tijdens de oogstperiode.
Geometrie en gevelbeëindiging
De vorm van de mendeur wordt gedicteerd door de kapconstructie en het metselwerk van de gevel. De rechtgesloten mendeur is de meest sobere variant. Deze wordt vaak bekroond met een zware houten latei of een rollaag. In rijkere boerderijtypen of regio's met een sterke baksteentraditie ziet men de segmentboogmendeur. De bovenzijde van de deurvleugels volgt hierbij de flauwe curve van de ontlastingsboog. Zelden treffen we een rondboog aan; deze is vaak voorbehouden aan de meer monumentale toegangspoorten van kasteelboerderijen of kloostercomplexen waar de verticale ruimte minder een beperking vormt voor de wagens.
Inspringende en vlakke varianten
Niet elke mendeur ligt vlak in het gevelvlak. Bij sommige boerderijtypen, met name in de kustgebieden, ziet men de inspringende mendeur. Hierbij is de deurpartij een halve meter tot een meter teruggeplaatst in de gevel. Men spreekt ook wel van een ondersnijding of een 'krimp'. Dit creëert een droge overgangszone. Handig bij plotselinge regen tijdens het inrijden van het hooi. De meeste mendeuren zijn echter gevelvlak gemonteerd. De vleugels sluiten dan strak aan op de buitenmuren. Dit maximaliseert de interne vloeroppervlakte van de deel.
Functioneel onderscheid met verwante termen
Verwar de mendeur niet met een wagenhuisdeur. Hoewel ze qua omvang overeenkomen, ontsluit de mendeur de werkruimte (deel) waar ook vee of oogst verblijft. De wagenhuisdeur geeft louter toegang tot een stalling voor materieel. Een ander onderscheid is het hooiluik. Dit is een kleinere opening, vaak hoger in de gevel of op de zolderverdieping. Deze dient voor handmatige opslag en is ongeschikt voor karren. Soms ziet men een overslagdeur; een type mendeur waarbij de vleugels niet alleen draaien, maar waarbij een extra segment kan worden weggeklapt voor een nog grotere breedte. Dit is constructief complexer en komt vooral voor bij zeer brede landbouwwerktuigen in de moderne landbouwgeschiedenis.
Praktijksituaties en toepassingen
De mendeur bepaalt het ritme op het erf. Tijdens de oogsttijd staan de vleugels wijd open. Een volgeladen hooiwagen manoeuvreert behoedzaam de deel op, waarbij de breedte van de mendeur de marge bepaalt tussen een soepele binnenkomst en schade aan de gevelposten. De geur van vers hooi verspreidt zich direct over de deel zodra de vergrendeling aan de binnenzijde wordt gelost.
In de winter is de situatie anders. De grote deuren blijven potdicht om de kou buiten de stal te houden. Voor de dagelijkse gang naar de mestvaalt of het voeren van het vee gebruikt de boer uitsluitend het klinket. Dit kleine deurtje in de rechtervleugel is de menselijke maat in een verder monumentale toegang. Het voorkomt onnodig warmteverlies. Je ziet het vaak: een versleten drempel bij het klinket getuigt van decennia aan voetstappen, terwijl de grote drempel alleen de zware wielafdrukken van de wagens draagt.
Bij een Zeeuwse schuur met een inspringende mendeur zie je het voordeel tijdens een plotselinge regenbui. De 'krimp' biedt net genoeg beschutting voor de voerman om de deuren te ontgrendelen zonder kletsnat te worden. Het hooi op de wagen blijft droog door de overstekende kap. Een slimme bouwoplossing. Aan de binnenzijde zie je vaak een zware eiken sluitboom die dwars over beide vleugels in de muren rust. Simpel. Onverwoestbaar. Het is de ultieme beveiliging tegen stormwind die op de grote oppervlakte van de deuren beukt.
Wet- en regelgeving rondom de mendeur
De Erfgoedwet regeert hier soeverein. Bij een monumentale status is de mendeur geen simpel bouwelement maar beschermd erfgoed. Vervanging door moderne sectionaaldeuren of aluminium varianten is dan uitgesloten. De gemeente eist bij restauratie vaak een reconstructie met historisch verantwoorde materialen zoals massief eiken of grenen. De constructieve integriteit van de gevel mag hierbij niet in gevaar komen.
In het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) draait het bij herbestemming vooral om prestatie-eisen. Energiezuinigheid is een heet hangijzer. Een enorme, kierende houten deur isoleert nauwelijks. Wanneer de deel een verblijfsfunctie krijgt, zoals een woonkamer of kantoor, moet de gevel voldoen aan scherpe isolatienormen (Rc-waarden). Architecten lossen dit vaak op door de authentieke mendeuren louter als esthetisch ornament te behouden met daarachter een hoogwaardig geïsoleerde glazen pui.
Brandveiligheid en vluchtwegen zijn eveneens relevante aspecten binnen de regelgeving. Bij een publieke functie van het gebouw moet het klinket in de mendeur soms fungeren als officieel erkende nooduitgang. De traditionele horizontale sluitboom aan de binnenzijde botst dan met de eis dat vluchtwegen zonder sleutel of speciale handelingen geopend moeten kunnen worden. De wet dwingt de boerderij hiermee in een moderne jas. Verzekeraars kunnen bovendien specifieke eisen stellen aan het hang- en sluitwerk conform de PKVW-normen (Politiekeurmerk Veilig Wonen), wat bij historisch smeedwerk vaak vraagt om onzichtbare aanpassingen of aanvullende beveiligingscomponenten.
Historische ontwikkeling en schaalvergroting
De mendeur evolueerde direct mee met de landbouwtechniek en de noodzaak tot efficiëntere oogstverwerking. In de vroege middeleeuwen, bij de opkomst van de hallenhuisboerderij, waren de openingen in de achtergevel nog bescheiden van omvang. Karren waren smal. De oogst beperkt. Naarmate de landbouwopbrengsten in de 17e en 18e eeuw stegen, nam de omvang van de transportmiddelen toe. De gevelopeningen moesten volgen. Dit leidde tot de imposante dubbele deuren die we vandaag de dag als karakteristiek beschouwen. Constructief betekende dit een verschuiving van eenvoudige draaiconstructies op houten spillen naar de toepassing van zwaar gesmeed ijzerwerk.
In de 19e eeuw zorgde de mechanisatie voor een nieuwe impuls. De introductie van de dwarsdeelboerderij verplaatste de mendeur van de achtergevel naar de zijgevel. Logistiek een enorme verbetering. De weg tussen het land en de dorsvloer werd korter. Materialen veranderden eveneens. Waar lokaal eikenhout eeuwenlang de norm was, maakte de verbeterde infrastructuur de import van grenen- en vurenhout mogelijk. Dit was lichter en gemakkelijker te bewerken voor de steeds groter wordende deurvlakken. De uiteindelijke neergang van de traditionele mendeur begon met de komst van de tractor en de maaidorser in de 20e eeuw. De verticale ruimte die nodig was voor hoog opgetaste hooiwagens werd minder relevant, terwijl de breedte-eisen juist toenamen, wat vaak leidde tot het verbreden van de historische openingen of het volledig vervangen van hout door staal en overheadsystemen.
Gebruikte bronnen
Meer over bouwkundige onderdelen en toebehoren
Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwkundige onderdelen en toebehoren