Metselwerkwand
Definitie
Een verticaal constructief element opgebouwd uit gestapelde stenen of blokken die door middel van mortel of lijm tot een samenhangend geheel zijn verbonden.
Omschrijving
Realisatie en procesgang
Het optrekken van een metselwerkwand vangt aan bij de stelprofielen. Deze verticale bakens op de hoeken bepalen de exacte maatvoering van de gevel of scheidingswand terwijl een strakgespannen draad per laag de hoogte dicteert. De metselaar spreidt de mortel met een vloeiende zwaai over de stenen. Bij lijmsystemen gaat het sneller; hierbij zorgt een lijmbak voor de juiste dosering op de kalkzandsteen- of cellenbetonblokken. Halfsteens of in wildverband. De onderlinge samenhang ontstaat door deze verspringing van de verticale voegen.
Tijdens het opgaand werk worden spouwankers in de natte mortel gedrukt voor de koppeling met de overige constructieonderdelen. Dit waarborgt de stabiliteit van het spouwblad. Dilatatievoegen op vooraf berekende afstanden vangen de thermische krimp en uitzetting op om ongecontroleerde scheurvorming te voorkomen. Controle met de waterpas en de richtlat vindt constant plaats. Uitpuilende mortelresten worden met de troffel afgestoken voordat de specie uithardt. Bij schoon metselwerk worden de voegen vaak direct na het opzetten van de wand op de gewenste diepte uitgekrabd voor later voegwerk.
Materiaaldifferentiatie en toepassingsgebieden
Constructieve verschijningsvormen
Er bestaat ook een esthetisch onderscheid. Schoon metselwerk blijft in het zicht; de steenkeuze en het voegwerk bepalen hier de uitstraling van de ruimte of gevel. Daartegenover staat vuilwerk. Dit type metselwerk dient uitsluitend als technische drager en wordt later aan het zicht onttrokken door pleisterwerk, tegelwerk of voorzetwanden. Hoewel lijmwerk formeel een andere verwerkingstechniek kent dan traditioneel mortelmetselwerk, worden beide in de praktijk geschaard onder de noemer metselwerkwanden vanwege de overeenkomstige gestapelde opbouw.
Praktijksituaties en toepassingen
De minikraan zwenkt over het bouwterrein van een nieuwbouwproject. Een stelblok kalkzandsteen bungelt aan de klem. Met uiterste precisie laat de verwerker het element in een bed van lijm zakken op de kimlaag. Dit is de dagelijkse realiteit in de seriematige woningbouw; meters maken met grootformaat elementen die direct de dragende structuur vormen voor de verdiepingsvloeren. Snelheid en constructieve stijfheid gaan hier hand in hand.
Een heel ander beeld zie je bij de restauratie van een monumentale stadsmuur of een luxe villabouw. De metselaar staat op de steiger met een troffel in de hand. Handvorm bakstenen worden een voor een in de mortel gedrukt. Een kruisverband zorgt voor de esthetische verbinding. Hier draait het om het visuele ritme. De voegen worden later met zorg uitgekrabd en voorzien van een ambachtelijke snijvoeg om de historische uitstraling te waarborgen.
In de vochtige omgeving van een parkeerkelder onder een appartementencomplex tref je vaak wanden van betonsteen aan. Geen opsmuk. Puur functioneel vuilwerk. De grijze, robuuste blokken zijn bestand tegen de zijdelingse druk van de omliggende grond en de hoge luchtvochtigheid. De voegen zijn vol en zat gevoegd om maximale sterkte te garanderen. Geen gipslaag of stucwerk; de wand blijft kaal en doelmatig. Voor een snelle interne herindeling van een kantoorvloer wordt echter gegrepen naar cellenbeton. Handzame blokken. Licht van gewicht. De wand staat er binnen een dag en is door de vlakheid direct klaar voor een dunne filmlaag of tegelwerk in een sanitaire ruimte.
Kaders en constructieve normen
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) vormt het wettelijk fundament. Elke metselwerkwand moet voldoen aan de fundamentele eisen voor constructieve veiligheid, waarbij de NEN-EN 1996-serie de absolute rekenkundige basis vormt. Deze Eurocode 6 dicteert hoe de draagkracht en stabiliteit berekend dienen te worden. Geen nattevingerwerk. Constructeurs toetsen hierop de slankheid en de toegestane excentriciteit van de belasting. Voor de gebruikte materialen geldt de NEN-EN 771-reeks voor metselstenen en de NEN-EN 998 voor de mortelkwaliteit. CE-markering is hierbij een harde voorwaarde voor markttoegang.
Brandveiligheid is een dwingend aspect. De eisen voor branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) bepalen vaak de minimale wanddikte en de noodzakelijke aansluitdetails bij brandscheidingen. Metselwerk scoort van nature hoog op brandwerendheid. Toch moet de feitelijke tijdsduur, uitgedrukt in minuten, aansluiten bij de gebruiksfunctie van het gebouw zoals vastgelegd in het BBL. In de woningbouw zijn daarnaast de geluidseisen uit de NEN 5077 leidend. Voor woningscheidende wanden betekent dit vaak een strikte handhaving van massa-eisen of het toepassen van specifieke ankerloze spouwmuurconstructies om aan de vigerende decibelnormen te voldoen.
Van gebakken aarde naar kalkzandsteen
De grootste technische kanteling vond echter plaats aan het begin van de twintigste eeuw. Tot die tijd waren muren massief. Doorslaand vocht was een chronisch probleem in het Nederlandse klimaat. De introductie van de spouwmuur rond 1920 veranderde alles. De wand splitste zich in een dragend binnenblad en een esthetisch buitenblad, gescheiden door een luchtlaag. Na de Tweede Wereldoorlog dwong de enorme woningbehoefte tot verdere innovatie. Kalkzandsteen trad naar voren als het efficiënte alternatief voor de dragende binnenstructuur. Waar de metselaar vroeger elke steen individueel in de mortel vlijde, verschoof de praktijk vanaf de jaren tachtig en negentig naar lijmsystemen en elementenbouw. De ambachtelijke troffel maakte plaats voor de lijmbak en de minikraan. Deze evolutie van mortel naar lijm verhoogde de hechtsterkte aanzienlijk, waardoor wanden slanker en toch sterker uitgevoerd konden worden om te voldoen aan de steeds strengere constructieve eisen van de Eurocode.
Meer over bouwkundige onderdelen en toebehoren
Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwkundige onderdelen en toebehoren